Regeling vervallen per 01-06-2023

Verordening leerlingenvervoer gemeente Alphen aan den Rijn 2014

Geldend van 04-02-2014 t/m 31-05-2023 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2014

Intitulé

Verordening leerlingenvervoer gemeente Alphen aan den Rijn 2014

De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn;

  • ·

    gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    gezien het advies van de Wmo Adviesraad Alphen aan den Rijn en de Senioren Adviesraad Rijnwoude

  • -

    gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs (WPO)/Wet op het voortgezet onderwijs (WVO)/Wet op de expertisecentra (WEC)

  • -

    BESLUIT: vast te stellen de

    Verordening Leerlingenvervoer gemeente Alphen aan den Rijn

TITEL 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder

  • a.

    school:

    • -

      een school voor primair onderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Stb. 1998, 495);

    • -

      een school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (Stb. 1998, 496);

    • -

      een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1998, 512);

  • b.

    ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerling;

  • c.

    leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a;

  • d.

    woning: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft;

  • e.

    afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;

  • f.

    vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school, dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;

  • g.

    openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienst-regeling per trein, metro, tram, bus, veerdienst of auto;

  • h.

    aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, treintaxi of bustaxi;

  • i.

    eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets, e-bike of fiets;

  • j.

    reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag (volgens de schoolgids), minus maximaal 10 minuten indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag (volgens de schoolgids), een eventuele wachttijd, en de aankomst bij de woning;

  • k.

    toegankelijke school:

    • -

      voor wat betreft scholen voor primair onderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs: de basisschool van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school of de speciale school voor basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;

    • -

      voor wat betreft scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs: de school van de soort waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school van de soort waarop de leerling is aangewezen;

  • l.

    inkomen: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Stb. 2000, 215) vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor vergoeding van de vervoerskosten wordt gevraagd;

  • m.

    opstapplaats: plaats aangewezen door het college van Burgemeester en Wethouders (vanaf hier: college), vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;

  • n.

    commissie voor de begeleiding: de commissie die is ingesteld door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde een instelling, of de bevoegde gezagsorganen van twee of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde instellingen, die hetzelfde expertise-centrum in stand houden;

  • o.

    commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring: de commissie die is ingesteld door het samenwerkingsverband in het kader van passend onderwijs;

  • p.

    vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider, of vergoeding van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider, of aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen.

  • q.

    samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs;

  • r.

    ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra van leerlingen die zijn geplaatst op een school voor primair onderwijs of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs;

  • s.

    commissie voor de toelaatbaarheidsverklaringen: de commissie die de toelaatbaarheids-verklaringen verstrekt voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs;

  • t.

    Reisregeling binnenland: de regeling als bedoeld in het Reisbesluit binnenland (Staatscourant 1993, nummer 56);

  • v.

    lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische aandoening:

  • a.

    dove kinderen;

  • b.

    slechthorende kinderen;

  • c.

    kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot de onder a of b bedoelde kinderen;

  • d.

    visueel gehandicapte kinderen;

  • e.

    lichamelijk gehandicapte kinderen;

  • f.

    langdurig zieke kinderen

    • ·

      1°. met een lichamelijke handicap

    • ·

      2°. anders dan met een lichamelijke handicap;

  • g.

    zeer moeilijk lerende kinderen;

  • h.

    zeer moeilijk opvoedbare kinderen;

  • i.

    kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten;

  • j.

    meervoudig gehandicapte kinderen;

Voor kinderen uit deze doelgroep bestaat naast het reguliere onderwijs (Wpo of Wvo) een indeling in vier typen scholen:

  • -

    Cluster 1: scholen voor visueel gehandicapte kinderen, of meervoudige gehandicapte kinderen met deze handicap;

  • -

    Cluster 2: scholen voor dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, of meervoudige gehandicapte kinderen met een van deze handicaps;

  • -

    Cluster 3: scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps;

  • -

    Cluster 4: scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.

Artikel 2: Vergoeding van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten

  • 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

  • 2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke vergoeding van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op vergoeding vervallen.

  • 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek en de begeleiding van hun kinderen.

  • 4. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vergoeding op aanvraag verstrekt aan de leerling.

Artikel 3: Vergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

  • 1. Vergoeding van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.

  • 2. Indien ouders vergoeding van de vervoerskosten aanvragen voor het bezoeken van een school, die op meer dan zes kilometer van de woning is gelegen, terwijl een of meer scholen van dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn gelegen, ontstaat slechts aanspraak op vergoeding naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.

Artikel 4: Uitbetaling van de vergoeding

Het college bepaalt bij het verstrekken van vergoeding van de vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de verstrekte vergoeding. Met dien verstande dat de tijdsduur, indien dit mogelijk is, voor meerdere jaren of de hele schoolperiode wordt vastgesteld.

Artikel 5: Aanvraagprocedure

  • 1. Een aanvraag voor vergoeding van de vervoerskosten wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend aanvraagformulier, voorzien van de op het aanvraagformulier vermelde gegevens.

  • 2. De aanvraag wordt, indien het een aanvraag voor het eerstvolgende schooljaar betreft, voor 15 juni voorafgaand aan dat schooljaar ingediend.

  • 3. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken.

  • 4. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.

  • 5. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

  • 6. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend wordt deze getroffen:

    • a.

      met ingang van het nieuwe schooljaar indien de aanvraag voor 15 juni is ingediend;

    • b.

      met ingang van de door de ouders verzochte datum als het een aanvraag gedurende het schooljaar betreft, met dien verstande dat de datum waarop vergoeding wordt verstrekt niet ligt voor de datum van ontvangst van de aanvraag door het college.

Artikel 6: Doorgeven van wijzigingen

  • 1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de verstrekte vergoeding van de vervoerskosten, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college.

  • 2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de verstrekte vergoeding, vervalt de aanspraak op vergoeding en verstrekt het college al dan niet opnieuw vergoeding van de vervoerskosten.

  • 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte vergoeding is verstrekt, vervalt de aanspraak op vergoeding van de vervoerskosten terstond en verstrekt het college al dan niet opnieuw vergoeding van de vervoerskosten. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.

  • 4. Ten onrechte genoten vergoeding kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe verstrekking van vergoeding.

Artikel 7: Peildatum leeftijd leerling

Voor het verstrekken van vergoeding op basis van artikel 12 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vergoeding betrekking heeft bepalend.

Artikel 8: Andere vergoedingen

De aanspraak op vergoeding wordt verminderd met de aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten.

TITEL 2: BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR PRIMAIR ONDERWIJS (INCLUSIEF SPECIALE SCHOLEN VOOR BASISONDERWIJS)

Artikel 9: Vergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt vergoeding verstrekt van de kosten van het vervoer over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en:

  • a.

    de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of

  • b.

    een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a. bedoelde samenwerkings-verband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de school voor primair onderwijs, bedoeld onder a.

Artikel 10: Commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring

  • 1. Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op een speciale school voor basisonderwijs niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking de beslissing te betrekken van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring over de toelating van de leerling op een speciale school voor basisonderwijs.

  • 2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele adviezen van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.

Artikel 11: Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

  • 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt.

  • 2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets en indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt.

Artikel 12: Vergoeding van de kosten van vervoer ten behoeve van een begeleider

  • 1. Indien aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 11, bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van 1 begeleider, indien de leerling op de peildatum (artikel 7) tien jaar of jonger is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.

  • 2. Indien een begeleider meer dan 1 leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van 1 begeleider voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 13: Vergoeding op basis van de kosten van aangepast vervoer

Het college verstrekt vergoeding op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt, en

  • a.

    de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:

  • b.

    openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets.

Artikel 14: Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      Een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;

    • b.

      Een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op vergoeding van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 3.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan 1 leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4.

    Aan de ouders die 1 of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van 1 of meer leerlingen vergoeding ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen vergoeding verstrekt.

  • 5.

    Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

TITEL 3: BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR SPECIAAL ONDERWIJS (voor voortgezet speciaal onderwijs gelden de bepalingen in Titel 6)

Artikel 15: Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets, e-bike of bromfiets

  • 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor speciaal onderwijs bezoekt, vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.

  • 2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets, e-bike dan wel bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, e-bike of bromfiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per fiets, e-bike of bromfiets en indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.

Artikel 15a: Vergoeding naar de dichtstbijzijnde toegankelijke WEC school cluster 4

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 geldt voor de leerling die een school voor speciaal onderwijs uit cluster 4 bezoekt als dichtstbijzijnde toegankelijke school, de school die door de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring is geadviseerd. Dit is van toepassing zolang de leerling zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionale expertisecentrum waaraan voornoemde commissie is verbonden.

Artikel 16: Commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring

Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op een school voor speciaal onderwijs niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring of het advies van andere deskundigen te betrekken.

Artikel 17: Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider

  • 1. Indien aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 15, bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische aandoening, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.

  • 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring of het advies van andere deskundigen te betrekken.

  • 3. Indien een begeleider meer dan een leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van 1 begeleider voor vergoeding in aanmerking.

Artikel 18: Vergoeding op basis van de kosten van aangepast vervoer

  • 1. Het college verstrekt vergoeding op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor speciaal onderwijs bezoekt, indien de afstand tussen school en woning meer dan 6 kilometer bedraagt, en

    • a.

      De leerling naar het oordeel van het college, door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische aandoening niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken, of:

    • b.

      De leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:

    • c.

      Openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

  • 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring of het advies van andere deskundigen te betrekken.

Artikel 19: Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1. Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      Een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;

    • b.

      Een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op vergoeding van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, vergoeding van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4. Aan de ouders die 1 of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen vergoeding ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen vergoeding verstrekt.

  • 5. Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het college aan de ouders vergoeding van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

Artikel 20: Vergoeding vervoerskosten van leerlingen voor scholen voor speciaal onderwijs

  • 1.

    Het college verstrekt eveneens een vervoersvoorziening aan de ouders van de leerling die een school voor speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school minder bedraagt dan zes kilometer, indien het college van oordeel is dat de leerling door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische aandoening niet, of niet zelfstandig, van het openbaar vervoer gebruik kan maken.

  • 2.

    Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring of het advies van andere deskundigen te betrekken.

  • 3.

    Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten zoals bedoeld in het eerste lid, is artikel 19 van toepassing.

TITEL 4: BEPALINGEN OMTRENT WEEKEINDE- EN VAKANTIEVERVOER

Artikel 21: Vergoeding van de kosten van het weekeinde en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders

Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs in een internaat verblijft, volgens het bepaalde in deze Titel.

Artikel 22: Vergoeding kosten weekeinde en vakantievervoer

  • 1.

    Het college verstrekt aan de ouders vergoeding van de kosten van het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.

  • 2.

    Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

  • 3.

    Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 16, artikel 17, tweede lid, artikel 18, eerste lid onder b, artikel 18, tweede lid, en artikel 20.

TITEL 5: EIGEN BIJDRAGE EN VERGOEDING NAAR FINANCIËLE DRAAGKRACHT

Artikel 23: Drempelbedrag

  • 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor primair onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan €24.300 wordt slechts vergoeding verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.

  • 2. In geval het college in plaats van een vergoeding in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor primair onderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300.

  • 3. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan.

  • 4. Het bedrag van €24.300,-, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van €24.300.

  • 5. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

Artikel 24: Financiële draagkracht

  • 1.

    Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor primair onderwijs meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde vergoeding verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.

  • 2.

    In geval het college in plaats van een vergoeding in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

  • 3.

    De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in de zin van de Wet op de inkomsten-belasting 2001. Zij bedragen:

Inkomen in euro’s

Eigen bijdragen in euro’s

0 – 32.500

Nihil

32.500 – 39.000

130

39.000 – 45.000

545

45.000 – 51.000

1.015

51.000 – 58.000

1.485

58.000 – 64.000

1.955

64.000 en verder

Voor elke extra € 5.000: € 480 erbij

  • 4.

    De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500.

  • 5.

    De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2015 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5.

  • 6.

    Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

TITEL 6: BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN LEERLINGENMET EEN LICHAMELIJKE, VERSTANDELIJKE OF ZINTUIGLIJKE HANDICAP OF PSYCHISCHE AANDOENING, NAAR SCHOLEN VOOR PRIMAIR ONDERWIJS EN VOORTGEZET ONDERWIJS

Artikel 25: Vergoeding op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding

  • 1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 verstrekt het college vergoeding op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling, die naar het oordeel van het college niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische aandoening, die een school voor primair onderwijs (inclusief speciale school voor basisonderwijs) of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht.

  • 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dienen zij bij de beschikking het advies van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring, de ambulante begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken.

  • 3. Indien een begeleider meer dan 1 leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van 1 begeleider voor vergoeding in aanmerking.

  • 4. In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

Artikel 26: Vergoeding op basis van kosten van aangepast vervoer

  • 1. Het college verstrekt vergoeding op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, indien

    • a.

      De leerling naar het oordeel van het college door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychische aandoening niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken, of:

    • b.

      Aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 25 als de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:

    • c.

      Aanspraak bestaat op vergoeding zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

  • 2. Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring, de ambulante begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken.

Artikel 27: Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      Een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;

    • b.

      Een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op vergoeding van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 3.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan 1 leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een vergoeding op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4.

    Aan de ouders die 1 of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen vergoeding ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen vergoeding verstrekt.

  • 5.

    Indien aanspraak bestaat op vergoeding van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het college aan de ouders vergoeding van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

TITEL 7: SLOTBEPALINGEN

Artikel 28: Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 29: Afwijken van bepalingen (hardheidsclausule)

Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan de commissie voor de toelaatbaarheidsverklaring of andere deskundigen.

Artikel 30: Intrekking oude regelingen

De verordeningen leerlingenvervoer:

  • -

    gemeente Alphen aan den Rijn 2012

  • -

    gemeente Boskoop 2005

  • -

    gemeente Rijnwoude 2013

worden met het vaststellen van deze verordening ingetrokken.

Artikel 31: Overgangsregeling

  • 1. Deze gewijzigde verordening heeft direct gevolgen voor de leerlingen uit het voormalige Boskoop die negen jaar of jonger zijn. In Boskoop gold dat leerlingen van negen jaar of jonger automatisch recht hadden op aangepast vervoer. Voor het schooljaar 2014-2015 geldt dat alle voormalig Boskoopse kinderen die op de peildatum negen jaar of jonger zijn en in vorige schooljaren (of schooljaar) gebruik maakten van aangepast vervoer, het aangepast vervoer toegekend krijgen met de aankondiging dat zij vanaf schooljaar 2015-2016 niet meer automatisch recht hebben op aangepast vervoer. Hun situatie zal voor het schooljaar 2015-2016 conform deze verordening beoordeeld worden. Hierbij wordt uitgegaan van de stelregel ‘Openbaar vervoer, tenzij’. Voor leerlingen uit voormalig Alphen aan den Rijn en voormalig Rijnwoude gold deze bepaling al.

  • 2. Voor alle leerlingen, aan wie een vergoeding is verstrekt voor (een deel van) het schooljaar 2013-2014, en waarvan de verstrekking heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2014, gelden de voorwaarden die golden ten tijde van deze verstrekking.

Artikel 32: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.

Artikel 33: Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer gemeente Alphen aan den Rijn 2014.

Ondertekening

Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 2 januari 2014
De raad van Alphen aan den Rijn,
de griffier, de voorzitter,
P.M.H. van Ruitenbeek, T.P.J. Bruinsma