Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bladel

Uitvoeringsregels evenementen, horeca en terrassen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBladel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingUitvoeringsregels evenementen, horeca en terrassen
CiteertitelUitvoeringsregels evenementen, horeca en terrassen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemeen Plaatselijke Verordening
  2. Drank- en Horecawet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-11-2014nieuwe regeling

28-10-2014

Kempenaer, 19 november 2014

14it.01293

Tekst van de regeling

Intitulé

Uitvoeringsregels evenementen, horeca en terassen gemeente Bladel

 

 

 

0. Voorwoord

 

In deze “Uitvoeringsregels evenementen, horeca en terrassen gemeente Bladel” zijn de uitvoeringsregels geformuleerd op basis van het door de gemeenteraad vastgestelde beleid dat de gemeente Bladel de komende jaren op deze terreinen wil voeren[1]. De beleidsnota is op 20 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld, waarbij nadrukkelijk aansluiting is gezocht bij bestaande lokale plannen waarin één of meerdere van de volgende aandachtvelden centraal staan:

  • 1.

    leefbaarheid voor bewoners;

  • 2.

    recreatieve en toeristische mogelijkheden;

  • 3.

    het bieden van kaders aan horeca en

  • 4.

    openbare orde en veiligheid.

[1] Wanneer de termen horeca en horecabeleid worden gebruikt, worden hiermee tevens de bijbehorende terrassen bedoeld. Bepalingen die specifiek of geen betrekking hebben op terrassen worden expliciet genoemd.

Deel 1 Evenementen

1 Uitgangspunten

  •  

    De gemeente Bladel hanteert de volgende uitgangspunten:

     

    • -

      Evenementen worden waar mogelijk toegelaten onder voorwaarde dat er geen onacceptabele risico’s ontstaan voor de openbare orde en veiligheid (inclusief overlast), het milieu/natuur en de volksgezondheid/zedelijkheid (artikel 1.8 APV);

    • -

      De gemeente zal zich ten aanzien van evenementen ondersteunend en faciliterend opstellen;

    • -

      Indien nodig wordt tijdens de procedure van vergunningverlening overleg gepleegd met de organisatie/bewoners over het voorkomen of beperken van overlast;

    • -

      De procedure voor vergunningverlening zal zoveel mogelijk ingekort worden, maar mag geen afbreuk doen aan de uitgangspunten van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb);

    • -

      De gemeente betrekt in haar overwegingen nadrukkelijk dierenwelzijn en volksgezondheid;

    • -

      De rol en de eigen verantwoordelijkheid van de organisator in het kader van openbare orde, veiligheid en verkeer worden benadrukt. De organisator van het evenement is primair verantwoordelijk voor de veiligheid. Beveiliging van een evenement dient in eerste instantie te geschieden door de organisator.

2 Wat zijn evenementen?

In de APV (artikel 2.24) wordt een evenement omschreven als "elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, ...". Dit is (uiteraard) een zeer algemeen geformuleerde definitie. Evenementen kunnen naar aard en omvang sterk van elkaar verschillen. Dit betekent dat de risico’s t.a.v. de openbare orde, veiligheid en het ontstaan van overlast die een evenement met zich meebrengt vooraf duidelijk in beeld moeten worden gebracht. Met het oog op de openbare orde en veiligheid kunnen evenementen aan de hand van de regionale risicoscan de Veiligheidsregio Brabant Zuid Oost (VRBZO) als volgt worden geclassificeerd.

 

Categorie 0 (melding)

Voor een evenement dat voldoet aan het bepaalde in artikel 2.25, lid 2 APV kan worden volstaan met een melding. Het betreft hier kleinschalige evenementen met maximaal 100 bezoekers die om uiterlijk 01.00 uur eindigen en plaatsvinden op een locatie waarbij het afsluiten van grotere wegen niet noodzakelijk is. Het risico op overlast of verstoring van de openbare orde is nauwelijks aanwezig.

 

Categorie A (regulier)

Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 2.25, lid 2 APV is een evenementenvergunning verplicht. Een evenement wordt aangemerkt als een categorie A - evenement indien uit de risico-analyse blijkt dat het (zeer) onwaarschijnlijk is dat het evenement leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

 

Categorie B (aandacht)

Een evenement waarbij het mogelijk is dat het leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. De aanvraag wordt, indien van toepassing, voorzien van een advies van politie, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (hierna GHOR) en brandweer.

 

Categorie C (risicovol)

Een evenement wordt aangemerkt als een categorie C - evenement indien uit de risico-analyse blijkt dat het evenement (zeer) waarschijnlijk leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergt van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of schadelijk gevolgen te beperken. Enkel zeer streng maatwerk. De aanvraag wordt voorzien van een advies van politie, de GHOR, brandweer en van de Veiligheidsregio

 

Volledigheidshalve dient hier te worden opgemerkt dat, indien uit de beoordeling van een aanvraag blijkt dat het evenement een gevaar vormt voor de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid (inclusief zedelijkheid) en dierenwelzijn, dat niet door het opnemen van voorwaarden kan worden weggenomen, geen evenementenvergunning wordt verleend.

3 Vergunningaanvraag

Beleid:

  • -

    Bij een aanvraag van een evenementenvergunning dient men gebruik te maken van het standaard aanvraagformulier.

  • -

    De beslistermijn van een categorie 0-evenement bedraagt 4 weken, van een categorie A-evenement 8 weken, van een categorie B-evenement 12 weken en van een C-evenement 16 weken.

 

De aanvraagtermijn

De gemeente moet voldoende tijd hebben om een vergunningaanvraag zorgvuldig te kunnen afhandelen. Wat een geschikte termijn is, is in het algemeen niet te stellen daar dit afhankelijk is van onder anderen de aard en omvang van het evenement en de locatie waarop het betreffende evenement plaatsvindt.

 

Aan de hand van de risicoscan wordt bepaald in welke categorie een evenement valt. Bij afhandeling van aanvragen worden de volgende termijnen gehanteerd:

  • -

    Categorie 0 ‑ evenement: op grond van artikel 2.25, lid 2 onder i moet de organisator tenminste 4 weken voorafgaand aan het evenement een melding indienen;

  • -

    Categorie A ‑ evenementen: hiervoor geldt de beslistermijn zoals opgenomen in artikel 1.2 APV t.w. 8 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is met een verdagingmogelijkheid van ten hoogste 8 weken. Om tijdig een vergunning te ontvangen is het dan ook noodzakelijk minimaal 16 weken van te voren uw verzoek in te dienen;

  • -

    Categorie B- en C ‑ evenementen: gezien de complexiteit van de aanvraag en de mogelijke risico’s voor de openbare orde en veiligheid dienen aanvragen minimaal 16 weken voorafgaand aan het evenement ingediend te worden.

 

De vereiste gegevens en bescheiden

In artikel 4:2 van de Awb is bepaald dat een vergunningaanvraag ondertekend moet zijn en tenminste moet bevatten:

  • -

    naam en adres van de aanvrager;

  • -

    de dagtekening;

  • -

    een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.

 

In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat het bestuursorgaan kan bepalen welke gegevens verder vereist zijn voor een verantwoorde beslissing op de aanvraag. Zo zijn voor de beoordeling van de aanvraag voor een evenement de volgende zaken vereist:

  • 1.

    Omschrijving van de locatie;

  • 2.

    Datum en tijdstip waarop het evenement plaatsvindt;

  • 3.

    Aard activiteiten;

  • 4.

    Verwacht aantal bezoekers;

  • 5.

    De te treffen veiligheidsmaatregelen;

  • 6.

    Overzicht‑ en inrichtingstekeningen van evenemententerrein en bouwwerken (indien van toepassing);

  • 7.

    Gegevens van de personen die optreden als verkeersregelaar (indien van toepassing);

  • 8.

    Gegevens van de personen onder wiens leiding alcohol wordt verstrekt (indien van toepassing);

  • 9.

    Informatie in verband met maatregelen ten aanzien van dierenwelzijn (indien van toepassing);

  • 10.

    Calamiteitenplan (bij categorie B‑ en C ‑ evenementen).

 

Een en ander is uitgewerkt in een standaard aanvraagformulier op basis van advies van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Het aanvragen van een vergunning voor een evenement moet via dit formulier gebeuren. De gemeente is op grond van voornoemd artikel bevoegd meer gegevens en bescheiden op te vragen, indien dat voor een juiste beoordeling van de aanvragen nodig wordt geacht.

Categorie B‑ en C ‑ evenementen worden altijd geëvalueerd in een gesprek tussen de organisator en gemeente (eventueel in aanwezigheid van één of meer hulpdiensten).

4 Begin- en eindtijden

Beleid:

  • -

    Een evenement moet uiterlijk om 01.00 eindigen.

 

Met het vaststellen van begin‑ en eindtijden wordt beoogd dat de overlast/hinder voor de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt.

Uitgangspunt is dat een evenement uiterlijk om 01.00 uur moet eindigen. In de vergunningverlening kan het college opteren voor een geleidelijke afbouw.

5 Locatie

Beleid:

  • -

    Voorafgaand aan een evenement wordt de geschiktheid van de locatie getoetst op o.a. de aanwezigheid van woningen in de directe omgeving, de (infrastructurele) bereikbaarheid en de omvang van de locatie in relatie tot het evenement.

 

Of een evenement op een bepaalde locatie kan plaatsvinden hangt (mede) af van de aard en omvang van een evenement. Uiteindelijk moet het evenement gezien worden binnen de mogelijkheden die de locatie biedt. Deze mogelijkheden worden onder meer bepaald door:

  • 1.

    de aanwezigheid van woningen in de directe omgeving;

  • 2.

    de (infrastructurele) bereikbaarheid (wegen, parkeergelegenheid, openbaar vervoer e.d.);

  • 3.

    de aanwezigheid van nutsvoorzieningen;

  • 4.

    de omvang van de locatie.

 

Kleinschalige buurt‑ of straatgebonden evenementen kunnen op vele locaties worden gehouden daar zij doorgaans geen bijzondere voorzieningen vragen en zelden leiden tot overlast. Buurt overstijgende evenementen worden bij voorkeur gehouden op (meer) centraal gelegen locaties zoals de Markt en het Burg. Van Houdtplein in Bladel, de Markt en het veld aan Dalweg-Molenstraat in Hapert, het Valensplein in Hoogeloon, het Carolus Simplexplein in Netersel en het plein aan de Zandstraat-Kerkstraat te Casteren.

 

In het belang van het voorkomen van (onevenredige) overlast speelt ook het aantal evenementen dat op een locatie plaats heeft een rol. Indien op een locatie met grote regelmaat evenementen worden gehouden die op zichzelf geen grote overlast of hinder veroorzaken, kan dit cumulatief toch leiden tot overlast. Om dit te voorkomen kan door het college een maximum worden gesteld aan het aantal evenementen op een locatie.

6 Regulering van het aantal evenementen

Beleid:

  • -

    Binnen de te stellen voorwaarden bestaat de mogelijkheid om binnen de kernen evenementen te organiseren. Hiervoor wordt geen limiet gesteld.

  • -

    Grootschalige evenementen die niet typisch gemeente-gebonden zijn, worden doorverwezen naar een regionaal evenemententerrein, tenzij hiervoor een geschikte locatie voorhanden is en het evenement een uitstraling voor de gemeente kan betekenen.

  • -

    Evenementen waarbij zeer grote bezoekersaantallen een potentiële bedreiging vormen voor de openbare orde en veiligheid zoveel mogelijk beperken.

  • -

    Er mogen geen evenementen (of voorbereidende werkzaamheden) plaatsvinden op de marktterreinen te Hapert en Bladel op respectievelijk dinsdagochtend en woensdag.

 

Evenementen op wijkniveau

Voor evenementen op wijkniveau wordt het niet nodig gevonden om hiervoor regels op te stellen over te hanteren aantallen.

 

Evenementen op kernniveau

In lijn met het door de gemeenteraad vastgestelde beleid wordt de organisatie van evenementen binnen onze kernen gestimuleerd. Het is dan ook niet gewenst om dit te limiteren. Wel zal bij de beoordeling van een te organiseren evenement rekening worden gehouden met de aard en omvang van een dergelijk evenement. In de kern Bladel wordt het Burg. Van Houdtplein ook als een geschikte locatie aangemerkt voor het organiseren van ter plaatse passende kleinschaligere evenementen.

 

Evenementen gemeenteniveau overstijgend

Voorbeelden van het gemeenteniveau overstijgende evenementen zijn de Kempenoptocht, Lichtstoet, Neter­pop, Totaalfestival, Boerenmert en diverse grote wielerwedstrijden. De verwachting is dat de aanwas van dergelijke evenementen door hun grootschalig karakter doorgaans minimaal is. Aanvragen van niet lokale (commerciële) organisatoren voor niet specifiek op de gemeente Bladel gerichte evenementen worden met terughoudendheid behandeld, daar wij van oordeel zijn dat hieraan grote risico’s zijn verbonden ten aanzien van de openbare veiligheid.

 

Evenementen op marktpleinen

Op dinsdagochtend en woensdag zijn de marktpleinen in respectievelijk Hapert en Bladel (deels)niet beschikbaar voor het houden van evenementen of het treffen van voorbereidingen daarvan, omdat op die tijdstippen een markt wordt gehouden. Uitzondering hierop zijn de plaatselijke kermissen, de jaarlijkse zomerfeesten en een bijzonder evenement. Voor dit laatste geldt dat de organisator dit afstemt en regelt met de Marktcommissie.

7 Verkeersmaatregelen

Beleid:

  • -

    Voor het afsluiten of gebruiken van wegen anders dan overeenkomstig hun bestemming is toestemming van de wegbeheerder vereist.

  • -

    Indien noodzakelijk kunnen tijdelijke verkeersmaatregelen worden overwogen.

  • -

    De organisator moet zorgen voor een goede bewegwijzering voor het verkeer.

  • -

    De organisatie moet zelf de bewegwijzering aanbrengen.

  • -

    De gemeente stelt afzettingsmateriaal en verkeersborden ter beschikking.

  • -

    De organisator dient het parkeren voor auto’s en fietsen te regelen via duidelijke bewegwijzering.

 

Afsluiten wegen

Indien daartoe aanleiding bestaat (met name afhankelijk van het aantal te verwachten bezoekers en de locatie van het evenement) kan overwogen worden tot het nemen van tijdelijke verkeersmaatregelen in de vorm van bijvoorbeeld het afsluiten van de openbare weg, het instellen van een parkeerverbod en het instellen van omleidingsroutes. Hiervoor is altijd toestemming nodig van de wegbeheerder.

 

De organisator dient in overleg met de gemeente en politie zelf te zorgen voor de afzetting. Hij draagt uiteindelijk de verantwoording voor een veilige en vlotte aan‑ en afvoer van bezoekers en hulpdiensten. In overleg met de politie en gemeente moet tevens worden bekeken welke concrete maatregelen moeten worden genomen om parkeer‑ en verkeersproblemen te voorkomen en de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te garanderen.

 

De organisator dient bij de aanvraag duidelijk aan te geven welke wegen volgens hem afgesloten moeten worden. Daarnaast moet hij:

  • -

    aanwonenden en andere direct betrokkenen minimaal 1 week vóór aanvang van het evenement informeren over de duur en aard van het evenement en de mogelijke overlast die de aanwonenden kunnen ondervinden. Tevens moet de organisatie één persoon aanwijzen die tijdens het evenement bereikbaar is voor aanwonenden;

  • -

    aangepaste routes en parkeergelegenheden via diverse lokale media bekendmaken;

  • -

    het parkeren reguleren alsmede de benodigde borden te plaatsen. De gemeente stelt, indien voorradig en tijdig aangevraagd, afzettings-materiaal ter beschikking.

 

Plaatsen van borden

Straten en wegen mogen worden afgesloten met dranghekken en het verkeersbord model C1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gesloten in beide richting voor alle verkeer behalve voetgangers). Dit betekent dat de organisator ook geen voertuigen mag doorlaten.

 

De organisator is verantwoordelijk voor een juiste plaatsing van de afsluiting en het toezicht op de naleving van de geldende regels. Een vrije doorgang van voertuigen van hulpverleningsinstanties (ambulance, politie en brandweer) mag op geen enkele wijze worden belemmerd. Dit betekent dat te allen tijde een vrije doorgang bestaat van 3,50 meter breed en 4,20 meter hoog.

 

Alle toegangswegen dienen, met uitzondering van de hekken, worden vrijgehouden van obstakels. Direct na afloop van het evenement moet de weg weer worden opengesteld voor alle verkeer. De organisator moet de afsluiting tijdig aan omwonenden bekend maken.

 

Verkeersregelaars

Indien door een evenement de veiligheid op de openbare weg in het geding is moeten verkeersregelende maatregelen worden getroffen. In overleg met politie wordt bepaald op welke manier dit moet en of er verkeersregelaars moeten worden ingezet. Indien verkeersregelaars worden ingezet moeten deze als zodanig zijn opgeleid en aangesteld

 

Parkeergelegenheid auto’s en fietsen

De organisatie dient te voorzien in en toezicht te houden op voldoende parkeergelegenheid voor auto’s, fietsen en de bereikbaarheid van hulpdiensten. Daarnaast moeten de volgende zaken worden nageleefd:

  • -

    Zorgdragen door de organisatie voor verwijzingsborden naar parkeerterreinen;

  • -

    Bekendmaking routes en parkeergelegenheid via de diverse media.

 

In de vergunning kan worden opgenomen dat de organisator voor aanvullende parkeercapaciteit, voor een bepaald aantal plaatsen, moet zorgen.

 

Openbaar vervoer

Het openbaar vervoer moet zoveel mogelijk volgens de normale dienstregeling doorgang hebben. Indien dit niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij een carnavalsoptocht) informeert de gemeente het openbaar vervoerbedrijf hierover tijdig.

 

8 Afsluiten tijdens kermissen

Beleid:

  • -

    Tijdens de kermis van Bladel worden de Sniederslaan (vanaf de Victor de Bucklaan), Marktstraat (tussen de Markt en Schutsboom) en de Markt (tussen de Europalaan en Van Dissellaan inclusief het marktplein) afgesloten voor doorgaand verkeer vanaf 18.00 uur (winkelsluiting). Deze afsluiting moet voor 07.00 uur de volgende ochtend of zoveel vroeger als mogelijk opgeheven worden.

  • -

    De horeca exploitanten moeten zorgdragen voor de (opheffing van de) afsluiting.

 

Steeds vaker hebben horecabedrijven tijdens kermissen allerlei buiten-activiteiten in de vorm van (live)muziek of tijdelijk uitgebreide terrassen en/of tenten en overkappingen. Het geheel van kermis‑ en horeca‑activiteiten kan het noodzakelijk maken dat er een groter gebied af moet worden gesloten voor doorgaand verkeer. Uiteindelijk verwachten bezoekers van de kermis en/of horeca geen verkeer op het evenemententerrein.

 

Anderzijds mag de afsluiting van wegen de bereikbaarheid voor hulpdiensten niet nadelig beïnvloeden. Dit betekent dat voor aanvang van de kermis‑ en horeca‑activiteiten voor iedereen duidelijk moet zijn waar attracties, tenten, terrassen e.d. mogen worden opgesteld.

 

De afsluitingen tijdens de kermissen van Hoogeloon, Casteren, Netersel en Hapert vloeien voort uit de opstelling van kermisattracties op de rijbaan. Het is vanzelfsprekend dat deze wegen gedurende de hele kermis afgesloten zijn. Het is niet wenselijk en noodzakelijk ook buiten het kermisterrein (evenemententerrein) straten af te sluiten daar dit de bereikbaarheid en verkeersdoorstroming onnodig belemmerd.

 

De kermis van Bladel staat daarentegen opgesteld op de Markt. Hierdoor blijven de Sniederslaan, Marktstraat en een deel van de Markt in principe vrij doorrijdbaar. Gezien het feit dat deze wegen het kermis/eve­nemententerrein doorsnijden is het in het belang van de verkeersveiligheid wenselijk dat deze wegen toch worden afgesloten.

9 Standplaatsen tijdens evenementen

Beleid:

  • -

    Standplaatsen horen bij het evenement en vallen derhalve onder de verantwoording van de organisator.

  • -

    Aan derden wordt geen vergunning verleend voor het innemen van een standplaats in de (directe) nabijheid van het evenement.

 

Vaak worden tijdens evenementen standplaatsen in gebruik gegeven voor verkoop van kleine drink‑ en etenswaren of voor verkoop van goederen. De standplaatsvergunning op grond van artikel 5.17 APV wordt opgenomen in de evenementenvergunning. De standplaatsen horen bij het evenement en vallen derhalve onder de verantwoording van de organisator van het evenement. Zij moeten dus voldoen aan alle relevante voorwaarden die gesteld zijn in de vergunning. De organisator dient de standplaatshouder vooraf te informeren over de in de evenementenvergunning opgenomen voorwaarden en voorschriften.

In het belang van (brand)veiligheid moet op een plattegrond worden aangegeven waar standplaatsen worden ingenomen met bakwagens, barbecues of andere vormen van voedselbereiding middels verwarming.

 

De gemeente verstrekt aan derden buiten de organisator om geen vergunning voor het innemen van een standplaats tijdens het evenement op de plaats of in de nabijheid van het evenement.

10 (Brand)veiligheid

Beleid:

  • -

    Het gebruik van bedrijfshallen en verenigingsgebouwen voor evenementen wordt tot een minimum beperkt.

  • -

    Het plaatsen van tenten ten behoeve van buurtfeesten en evenementen is toegestaan.

  • -

    Indien noodzakelijk voert de vergunningverlener vooraf overleg met de brandweer ten behoeve van de brandveiligheid.

  • -

    Het op‑ en afbouwen van tenten moet zo kort mogelijk, voorafgaand aan het evenement gebeuren.

  • -

    Het afbreken van tenten en het in de oorspronkelijke staat terugbrengen van de omgeving moet zo snel mogelijk na het evenement/activiteit gebeuren.

  • -

    Een tijdelijke gebruiksvergunning wordt, indien nodig, geïntegreerd in de evenementenvergunning.

  • -

    Organisatoren worden erop gewezen om aandacht te besteden aan de toegankelijkheid van evenementen voor minder validen.

 

Bij sommige evenementen wordt gebruik gemaakt van tenten, overkappingen en andere tijdelijke bouwsels of bouwwerken die normaliter een andere functie hebben (bijvoorbeeld een magazijn, fabriekshal, sporthal). Indien nodig wordt bepaald of er ten aanzien van de brandveiligheid extra voorschriften moeten worden opgenomen in de vergunning.

 

Het gebruik van bedrijfshallen, schuren, sporthallen en dergelijke is enkel toegestaan indien de brandweer van oordeel is dat het pand middels het treffen van voorzieningen brandveilig te gebruiken is. Deze voorzieningen (doorgaans gebaseerd op de voorschriften opgenomen in bijlage 3 en 4 van de bouwverordening) worden opgenomen in de evenementenvergunning en hebben onder andere betrekking op de locatie van de objecten (in relatie tot bouwwerken in de directe omgeving), brandblusmiddelen, de bereikbaarheid van het evenemententerrein door voertuigen van de hulpverleningsdiensten, het maximale aantal bezoekers en de ontvluchting.

 

Dit geldt ook voor tenten waarin meer dan 50 personen aanwezig kunnen zijn. De brandweer kan o.a. voorwaarden stellen ten aanzien van de brandwerendheid (en gedrag bij brand) van het tentzeil, het aantal (nood)uitgangen, de aanwezigheid van kleine blusmiddelen, noodverlichting en het aantal bezoekers dat mag worden toegelaten.

 

Van elk bouwwerk en/of tent waarin het evenement plaatsvindt, moet een plattegrondtekening op een schaal niet kleiner dan 1:100 worden ingediend, waarop het volgende wordt vermeld:

  • -

    de schaal;

  • -

    de inrichting van het bouwwerk of tent;

  • -

    opstelling zitplaatsen;

  • -

    toegang hulpdiensten;

  • -

    looppaden;

  • -

    vluchtwegen;

  • -

    nooduitgangen;

  • -

    vluchtwegaanduiding;

  • -

    noodverlichting;

  • -

    blusmiddelen;

  • -

    brandkranen.

 

Voor grote bouwwerken moeten geldige constructie– en brandveiligheid-certificaten aanwezig zijn.

Indien op het evenemententerrein brandgevaarlijke activiteiten, zoals onder meer bakken, barbecue, kampvuren of stoken in vuurkorven, plaatsvinden moet op een indelingstekening aangegeven worden waar dit gebeurt. Voor deze activiteiten zijn (brand)veiligheidseisen van toepassing.

 

Naast het feit dat aan alle veiligheidseisen moet worden voldaan, wil de gemeente ten aanzien van de toegankelijkheid van evenementen voor gehandicapten een actieve rol spelen. Aan organisatoren van evenementen wordt aan de voorkant aandacht gevraagd voor de mogelijkheden om de toegankelijkheid van evenementen te verbeteren. Dit gebeurt aan de hand van een speciaal voor dit doel vervaardigde checklist. Zowel bij de intake als bij de evaluatie van een evenement zal de toegankelijkheid aan de orde worden gesteld.

11 Geluid en muziek in de openlucht

Beleid:

  • -

    Het maken van muziek in open lucht is slechts met ontheffing van burgemeester en wethouders toegestaan tot uiterlijk 01.00 uur (met uitzondering van kermissen en overige collectieve festiviteiten als bedoeld in art. 4.2. van de APV)

  • -

    Het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek in de open lucht mag niet meer bedragen dan 80 dB(A) op de gevel van woningen.

 

Tijdens evenementen ontstaat in meer of mindere mate geluidshinder voor de omgeving. Dit is onvermijdelijk en tot op zekere hoogte aanvaardbaar daar wij ons op het standpunt stellen dat festiviteiten bij het dorpsleven horen en dat op een beperkt aantal dagen per jaar dit tot een zekere mate van overlast mag leiden. Wel moet deze overlast binnen de perken gehouden worden. Dit kan worden bereikt door middel van het opnemen van voorwaarden in de vergunning. Onder het begrip openlucht worden overigens ook tenten en andere bouwsels verstaan, die niet of nauwelijks het geluid absorberen.

 

Het stellen van een maximale geluidsnorm met het oog op het voorkomen van onevenredige overlast voor omwonenden is echter niet eenvoudig. Op grond van milieuwetgeving mag het geluidsniveau op een woninggevel tussen 23.00 en 07.00 maximaal 60 dB(A) (piekniveau) bedragen. Een grotere belasting leidt vrijwel altijd tot overlast. Bij (muziek)evenementen zijn deze maxima echter niet haalbaar. Het achtergrondniveau van het bij het evenement aanwezige publiek is al zo hoog dat minimaal 80 dB(A) muziekgeluid nodig is om boven het geluidsniveau van het publiek uit te komen.

 

Gezien het incidentele karakter van een evenement en de maximale eindtijd voor muziek in de openlucht van 01.00 uur is het redelijk als maximale gevelbelasting 80 dB(A) te hanteren. Dit is overschrijding van het piekniveau met 15 resp. 20 dB(A) voor het dagdeel van 19.00 ‑ 23.00 resp. 23.00 ‑ 07.00 uur.

 

Gedurende het evenement dient de organisator alles in het werk te stellen om de geluidsoverlast tot een minimum te beperken.

Het geluidsniveau dient te allen tijde op aanwijzing van gemeente- of politieambtenaren direct te worden bijgesteld op een door hen te bepalen niveau.

12 Muziek door horeca tijdens kermissen

Beleid

  • -

    Het in het kader van horeca-activiteiten maken van muziek in de open lucht tijdens kermissen is slechts met ontheffing van burgemeester en wethouders toegestaan tot uiterlijk 01.00 uur (zaterdag) en 00.00 uur (zondag, maandag en dinsdag).

  • -

    Een tijdelijke uitbreiding van de horecagelegenheid (in de sfeer van uitbreiding exploitatie) middels plaatsing van een tent of overkapping, is uitsluitend met vergunning toegestaan tijdens de kermis en carnaval.

  • -

    Het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek in de openlucht, mag niet meer bedragen dan of 80 dB(A) op de gevel van woningen.

 

Horecabedrijven zoeken de laatste jaren meer aansluiting bij de kermis als openluchtevenement door middel van het organiseren van buitenactiviteiten, dit gebeurt door middel van tenten, overkappingen, uitgebreide terrassen met tapeilanden en muziek. Het samenvloeien van de kermis- en horeca-activiteiten verhoogt de kwaliteit van beide evenementen en voorziet in een behoefte die bij het publiek bestaat.

 

Anderzijds moet er gewezen worden op het risico dat de horeca-activiteiten (m.n. versterkte of live-muziek in de openlucht) leiden tot onevenredige overlast voor omwonenden.

 

Daar kermissen zijn aangewezen als collectieve festiviteiten (artikel 4.2 APV) gelden de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit niet. Daar ongelimiteerd geluid uiteraard niet wenselijk is, kunnen ter bescherming van de woonomgeving door het college geluidsnormen worden vastgesteld.

13 Muziek door horeca algemeen

Op een terras mag, met uitzondering van kermis en carnaval, geen muziek ten gehore worden gebracht. Uiteindelijk kan muziek/geluid snel leiden tot overlast met name in de avond en nacht (na 21.00 uur). Het is derhalve niet wenselijk de mogelijkheden tot het ’s avonds en ‘s nachts in de openlucht ten gehore brengen van muziek door horecabedrijven te verruimen.

 

Daar muziek in de openlucht in de middag en vroege avond doorgaans als minder overlastgevend wordt ervaren, kunnen horecabedrijven vijfmaal per jaar ontheffing aanvragen voor het maken van muziek op het terras. Het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek mag niet meer bedragen dan 80 dB(A) op de gevel van woningen.

14 Afval

Na afloop van de activiteiten moet het evenementterrein, alsmede de straal van 50 meter daaromheen, worden ontdaan van alle afval afkomstig van het evenement. Voor het inzamelen van afval kan gebruik worden gemaakt van afvalcontainers die bij de gemeente kunnen worden geleend. Het afval moet door de organisator worden afgevoerd.

 

Indien gebruik wordt gemaakt van mobiele sanitaire voorzieningen moeten deze, in overleg met de afdeling Ontwikkeling, aangesloten worden op het riool dan wel beschikken over een (chemische) opvang. Het vrij laten uitlopen of lozen van vervuild water op open water is ten strengste verboden.

15 Volksgezondheid

Beleid:

  • -

    Indien uit een aanvraag blijkt dat er mogelijk risico’s bestaan ten aanzien van de volksgezondheid of (sociale) hygiëne, wordt de aanvraag ter advisering voorgelegd aan de GHOR (Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio).

 

Een evenement kan risico’s voor de volksgezondheid en/of hygiëne met zich meebrengen. Deze risico’s kunnen onder andere ontstaan uit:

  • -

    het gebruik van (drink)water uit tanks, putten en pompen;

  • -

    het gebruik van tijdelijke sanitaire voorzieningen;

  • -

    het gebruik van alcohol en/of drugs;

  • -

    de aanwezigheid van veel mensen op een kleine ruimte;

  • -

    bijzondere weersomstandigheden (bijv. hitte);

  • -

    bijzondere activiteiten (bijv. sporten, tatoeëren/piercen).

 

Indien uit een aanvraag blijkt dat er mogelijk risico’s bestaan ten aanzien van de volksgezondheid of (sociale) hygiëne, wordt de aanvraag ter advisering voorgelegd aan de GHOR. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de door de GHOR opgestelde checklist. Het advies van de GHOR wordt als voorwaarde opgenomen in de evenementenvergunning. De organisator van het evenement dient het advies van de GHOR derhalve op te volgen.

 

Bij kleinschalige(re) evenementen waarvoor geen advies van de GHOR vereist is, worden de algemene richtlijnen gehanteerd zoals deze door de GHOR zijn opgesteld.

16 Kamperen tijdens evenementen

Kamperen buiten een reguliere camping is niet toegestaan daar dit zogenaamde wild-kamperen vaak overlast en vervuiling met zich mee brengt. Het college kan echter ontheffing verlenen van dit verbod (art.4:18 APV). Op grond van deze ontheffing is het mogelijk om te overnachten op bijv. een evenemententerrein.

 

Aan deze ontheffing worden voorwaarden verbonden ten aanzien van:

  • -

    de aanwezigheid van sanitaire voorzieningen (de GHOR hanteert hiervoor richtlijnen);

  • -

    voorzieningen ter voorkoming van milieuverontreiniging (bijv. afvalverwijdering en waterlozingen);

  • -

    brandveiligheid (bijv. de afstand tussen kampeermiddelen, het maximale aantal personen dat in één tent overnacht en het stoken van open vuren);

  • -

    het voorkomen van overlast (bijv. muziek en het gebruik van alcohol).

17 Verstrekken van alcoholhoudende dranken

Beleid:

  • -

    Het verstrekken van zwak alcoholische dranken buiten een horeca‑inrichting is alleen toegestaan in speciale en bijzondere gevallen van tijdelijke aard. Hierbij moet gebruik gemaakt worden van kunststofbekers in plaats van glas.

  • -

    Drankverstrekking met ontheffing is toegestaan tot 01.00 uur.

  • -

    Bij ontheffingen ten behoeve van evenementen die hoofdzakelijk door jongeren worden bezocht, wordt de Handreiking alcoholmaatregelen voor evenementenorganisatoren standaard als bijlage toegevoegd.

  • -

    In de aanvraag moet worden aangegeven welke maatregelen de organisator neemt ter voorkoming van excessief drankgebruik en drankgebruik door jongeren onder de 18 jaar.

  • -

    Indien een evenement hoofdzakelijk of in belangrijke mate bezocht wordt en gericht is op jongeren onder de 18 jaar, wordt geen ontheffing ten behoeve van het schenken van alcohol verleend.

  • -

    Bij overtreding van de ontheffingvoorschriften kunnen aan ontheffingen van toekomstige edities van een evenement aanvullende voorwaarden worden verbonden of wordt geen ontheffing meer verleend. Bij overtreding van de ontheffingsvoorschriften wordt hiertegen bestuursrechtelijk opgetreden conform paragraaf 3.2.2, onder b van het Horecastappenplan.

  • -

    Het plaatsen van buitenbars/tapeilanden op terrassen bij horeca-inrichtingen is enkel toegestaan tijdens de kermis in het betreffende kerkdorp en evenementen, waarvoor vergunning is verleend.

 

Indien tijdens een evenement alcohol wordt verstrekt, moet hiervoor op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet ontheffing worden verleend. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden (art. 35, lid 2 DHW).

 

In verband met het terugdringen van het (excessieve) drankgebruik door jongeren is in het kader van het SRE-project “Laat je niet flessen” een handreiking voor evenementenorganisatoren ontwikkeld. Deze handreiking zal standaard als bijlage bij een ontheffing ex. artikel 35 Drank- en Horecawet worden gevoegd, indien de ontheffing wordt verleend ten behoeve van een evenement dat hoofdzakelijk wordt bezocht door jongeren. In vooroverleg en evaluatiegesprekken wordt dit onderwerp expliciet ter sprake gebracht. Ingeval een evenement hoofdzakelijk is gericht (of wordt bezocht) door personen jonger dan 18 jaar, wordt geen ontheffing verleend.

 

In de aanvraag dient de organisator aan te geven welke maatregelen hij treft ter voorkoming van excessief drankgebruik en drankgebruik door jongeren onder de 18 (bijv. gebruik van polsbandjes, non-alcoholische ruimtes op het evenemententerrein, instructie barpersoneel e.d.).

 

Met het van kracht worden van de nieuwe Drank- en Horecawet komt het toezicht en handhaving van delen van de Drank‑ en Horecawet bij de gemeente te liggen. De wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan deze taak is neergelegd in het Horecastappenplan. (op 16 juli 2007 inwerking getreden)

Indien wordt geconstateerd dat voorschriften verbonden aan een ontheffing worden overtreden, wordt proces‑verbaal opgemaakt tegen de organisator. Op grond hiervan kan de gemeente de volgende stappen ondernemen.

 

Indien tijdens een evenement ontheffingsvoorschriften worden overtreden, wordt gehandeld conform paragraaf 3.2.2, onder b van het Horecastappenplan. Deze paragraaf bepaalt dat bij een:

  • -

    1ste overtreding de leidinggevende (in dit geval de vergunninghouder) een schriftelijke waarschuwing ontvangt;

  • -

    2de overtreding een dwangsom kan worden opgelegd;

  • -

    3de overtreding de vergunning kan worden ingetrokken en de dwangsom verbeurd wordt. Tevens kan besloten worden in het vervolg geen evenementenvergunning te verlenen ten behoeve van het evenement.

 

De genoemde wijze van optreden kan toegepast worden bij een stelselmatige overtreding, waarbij handelend optreden wordt bekeken vanuit proportionaliteit ten opzichte van het festival (aantal overtreders ten opzichte van het totaal aantal bezoekers).

 

Drankverstrekking tijdens evenementen is met een ontheffing van de burgemeester toegestaan tot uiterlijk 01.00 uur. Op grote(re) evenemententerreinen dient het aantal tapinstallaties beperkt te blijven en een zogenaamde “chill”-ruimte te worden ingericht (een rustige plek waar enkel non‑alcoholische dranken worden verstrekt).

 

Het plaatsen van buitenbars en tapeilanden op een ‑bij een horecabedrijf behorend‑ terras is enkel toegestaan tijdens de kermis.

18 Dierenwelzijn

Beleid

  • -

    Indien het aannemelijk is dat tijdens een evenement activiteiten plaatsvinden die op grond van de GWWD verboden zijn, zal voor dit evenement geen vergunning worden verleend.

  • -

    Evenementen waarbij het dierenwelzijn in het geding is of in het geding kan zijn, worden actief geweerd binnen de gemeente Bladel.

     

De Gezondheids‑ en welzijnswet voor dieren (GWWD) stelt algemene regels in het belang van de bescherming van de gezondheid en het welzijn van dieren. Ten aanzien van evenementen betekent dit dat het verboden is:

  • -

    dieren als prijs of beloning uit te reiken;

  • -

    dierengevechten te houden;

  • -

    snelheids‑ of krachtwedstrijden te houden met dieren.

Het te koop aanbieden van dieren zoals op jaarmarkten en braderieën voorkomt, is op grond van de GWWD niet verboden. Ook behendigheidswedstrijden/demonstraties (b.v. hondensport, paarden met aanspanningen, traditionele vormen van landbewerking) zijn toegestaan.

 

Indien het aannemelijk is dat tijdens een evenement activiteiten plaatsvinden die verboden zijn op grond van de GWWD, zal voor dit evenement geen vergunning worden verleend daar een vergunning niet kan strekken tot het overtreden van een wettelijk voorschrift. Indien de vrees bestaat dat tijdens een evenement strafbare feiten worden gepleegd, kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren in het belang van de openbare orde.

 

Evenementen waarbij het dierenwelzijn in het geding is of in het geding kan zijn, worden op grond van de GWWD actief geweerd binnen de gemeente Bladel. Deze wet biedt ook de mogelijkheid om bij Koninklijk Besluit regels te verbinden aan het tentoonstellen van dieren. Het Rijk heeft van deze mogelijkheid echter nog geen gebruik gemaakt. Wel is het vanaf 1 januari 2013 verboden om wilde dieren in circussen te laten optreden.

19 Circussen

Beleid:

  • -

    Voor de locatie aan de Dalweg te Hapert worden per jaar maximaal 2 speelvergunningen verleend (april/mei en augustus/september).

  • -

    Een speelvergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 7 dagen.

  • -

    Een circus moet voor aanvang van de voorstellingen een waarborgsom voldoen in verband met het herstel van mogelijk ontstane schade aan het speelterrein.

 

Een circus is een evenement zoals bedoeld in artikel 2.24 APV. Wanneer de voorstellingen voor iedereen toegankelijk zijn, is voor het verzorgen van circusvoorstellingen een evenementenvergunning (een zogenaamde speelvergunning) vereist.

 

De gemeente beschikt over één locatie waar een circus van beperkte omvang opgesteld kan worden. Deze locatie aan de Dalweg te Hapert is +/- 80 x 80 meter groot. Mede als gevolg van deze afmetingen hebben in de voorbije jaren verschillende circussen in de zomermaanden voorstellingen gegeven op vakantiepark Landal Het Vennenbos en op de grotere campings. Uiteraard dient een circus hiervoor toestemming te krijgen van exploitant van de recreatieve inrichting.

 

Het terrein aan de Dalweg wordt gebruikt voor diverse evenementen en activiteiten met name in de periode van mei tot en met augustus. Om het terrein optimaal voor deze evenementen beschikbaar te houden, is het aantal speelvergunningen voor deze locatie beperkt tot twee: één speelperiode in de maanden april/mei en in de maanden september/oktober.

 

Een speelvergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 7 dagen. Deze periode is inclusief de op‑ en afbouw van het circus.

 

In de aanvraag om een speelvergunning moet opgave worden gedaan van de afmetingen van de tent, het “circus bouwboek” (informatie ten aanzien van de veiligheid van het circus), het aantal voertuigen (inclusief woonwagens), de voorgenomen speeldata en het aantal en soort dieren. Daar circussen gebruik maken van (veel) zware voertuigen en grote/zware materialen is de kans op beschadiging van het speelterrein reëel. In verband hiermee dient een circus enkele dagen voor aanvang van de voorstellingen een waarborgsom te voldoen. Deze waarborgsom wordt teruggegeven indien na schouwing van het speelterrein geen beschadigingen worden vastgesteld.

 

Aanvragen voor een nieuw jaar moeten vóór 1 november voorafgaand aan het betreffende jaar worden ingediend. In november/december wordt daar een besluit genomen over de gevraagde speelvergunningen. Indien een circus geen gebruik maakt van de aan haar verleende speelvergunning komt deze vergunning te vervallen. Het is dus niet mogelijk om tussentijds een speelvergunning te verlenen of een vervangend circus van deze vergunning gebruik te laten maken

20 Bijzondere evenementen

Beleid:

  • -

    Met uitzondering van de onder 2 en 4 genoemde evenementen wordt geen vergunning verleend aan gemotoriseerde evenementen.

  • -

    Met het aantal jaarlijks terugkerende grootschalige jaarmarkten/rommelmarkten wordt terughoudend omgegaan.

 

Gemotoriseerde evenementen

We onderscheiden vier vormen van gemotoriseerde evenementen:

  • 1.

    wedstrijden op de weg (bijv. autorally, autoraces);

  • 2.

    wedstrijden op particuliere terreinen (bijv. autocrosswedstrijden, trekkertrekwedstrijden);

  • 3.

    stuntshows voor auto’s en motoren;

  • 4.

    toertochten (bijv. oriëntatierit met oldtimers waarbij de ter plaatse geldende verkeersregels dienen te worden opgevolgd).

 

Evenementen waarbij gemotoriseerde voertuigen worden gebruikt moeten worden beperkt. Het risico op (verkeers)onveiligheid voor deelnemers en publiek, verstoring van flora en fauna en geluidsoverlast zijn bij deze evenementen van dien aard dat geen medewerking wordt verleend aan de onder 1 en 3 genoemde evenementen.

 

Vechtsportgala’s

Een vechtsportgala wordt aangemerkt als een evenement indien het wordt georganiseerd anders dan in een regulier clubgebouw van een vechtsportvereniging. Onder een regulier clubgebouw wordt verstaan de accommodatie waarin een vechtsportvereniging normaliter traint, wedstrijden houdt en haar “thuis” heeft.

 

Vechtsportgala’s brengen bijzondere risico’s met zich mee ten aanzien van de openbare orde en veiligheid. Op grond hiervan merken wij vechtsportgala’s aan als categorie C ‑ evenementen waarbij altijd advies zal worden ingewonnen bij de regionale politie en/of het Openbaar Ministerie. Indien besloten wordt dat een vergunning kan worden verleend, worden hieraan in elk geval de volgende voorwaarden verbonden:

  • -

    de aanwezigheid van voldoende gecertificeerde beveiligers;

  • -

    verplichte fouillering bij de ingang;

  • -

    vooraf overleg tussen de organisator en de politie;

  • -

    aanleveren van deelnemerslijsten.

 

Op grond van artikel 4, onder f van het Besluit Wet Bibob is het tevens mogelijk om bij (evenement)vergun­ningplichtige vechtsportgala’s een Bibob-toets uit te voeren.

 

Jaarmarkten/rommelmarkten

In elke kern wordt een jaarlijks terugkerend groot opgezette jaarmarkt/rommelmarkt georganiseerd waarvoor grootschalige maatregelen (in belang van openbare orde, voorkomen of beperken van overlast

(parkeren/geluid) en de verkeersveiligheid) moeten worden getroffen. Het betreft: Koninginnemarkt en Boerenmert te Hapert, Loonse Lentemert te Hoogeloon, Kermismarkt te Casteren, de Zomermarkt en Toeristische dagen te Bladel en de Brigidamarkt te Netersel.

Met het uitbreiden van soortgelijke evenementen moet zorgvuldig worden omgegaan om scheefgroei te voorkomen. Het houden van teveel van dergelijke (grootschalige)evenementen kan ten koste gaan van andere (mogelijke) evenementen.

Teneinde een te grote belasting voor de betreffende kernen te voorkomen dient met een uitbreiding van grootschalige jaarmarkten/rommelmarkten terughou-dend en evenwichtig te worden omgegaan. Voor nieuwe activiteiten op dit ter-rein moet aangetoond worden dat binnen die kern hiervoor draagvlak bestaat.

21 Communicatie

Gemeentelijke website

Op de gemeentelijke website kunnen (potentiële) organisatoren van evenementen het volgende vinden:

  • -

    aanvraagformulieren;

  • -

    beleid inzake evenementen, horeca en terrassen;

  • -

    uitvoeringsregels.

Bewonersbrief

De organisator van het evenement informeert de bewoners en bedrijven, die mogelijk hinder van het evenement ondervinden, tijdig via een bewonersbrief. In een bewonersbrief staat in ieder geval informatie over de aard en duur van het evenement, de te nemen tijdelijke (verkeers)maatregelen, de manier waarop de organisator probeert de overlast te beperken en de contactgegevens van de organisator waar men met klachten terecht kan. De bewoners worden minimaal één week voorafgaand aan het evenement geïnformeerd.

Reclame

Ter promotie van evenementen is het toegestaan tijdelijke reclameborden te plaatsen aan de openbare weg. De aan te brengen reclames dienen te voldoen aan het geldende reclamebeleid van de gemeente Bladel.

22 Beveiliging,openbare orde en veiligheid

Het bewaken van de orde en veiligheid op en rond het evenemententerrein is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de organisatie zelf. De politie is in beginsel terughoudend in haar optreden tijdens evenementen. Dit betekent dat de organisator zelf een inschatting moet maken van de risico’s en omvang van het evenement en hierop de begeleiding moet afstemmen.

 

Bij grootschalige evenementen met risico’s op het gebied van alcohol‑ en drugsgebruik, rivaliserend groepsgedrag, intensieve interactie met omgeving of overcrowding kan het inzetten van een beveiligingsbedrijf noodzakelijk zijn. In samenspraak met politie en gemeente wordt het aantal in te zetten beveiligers bepaald.

Bij grootschalige evenementen kan in het kader van handhaving van de openbare orde (extra) politie-inzet nodig zijn. Omdat deze extra politie‑inzet moet worden ingepland, is het van belang dat de aanvraag voor een evenementenvergunning tijdig bij de gemeente wordt ingediend. Grote evenementen worden altijd opgenomen in de regionale evenementenkalender van de politie.

 

Voor risicovolle evenementen dient een calamiteitenplan te worden opgesteld. Uit dit plan moet blijken dat de organisatie voldoende maatregelen heeft genomen om risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, milieu en volksgezondheid te voorkomen. In het calamiteitenplan legt men vast hoe men zich voorbereidt op calamiteiten en hoe met calamiteiten om te gaan. In het plan beschrijft men wie welke taken en bevoegdheden heeft bij calamiteiten en hoe afstemming met regelgeving en andere organisaties plaatsvindt.

23 Controle en handhaving

Beleid:

  • -

    De rol en de eigen verantwoordelijkheid van de organisator wordt benadrukt.

 

Het sluitstuk van evenementenbeleid is handhaving. Dit gebeurt op basis van het “Vernieuwend toezicht‑ en handhavingsbeleid”. Om overlast tegen te gaan is vooral handhaving van eindtijden, geluidsnormen en openbare orde en veiligheid van belang. Het opstellen van dit evenementenbeleid draagt bij aan een groter draagvlak en dus tot betere naleving en handhaafbaarheid van de voorschriften die voortvloeien uit het in deze nota geformuleerd beleid.

 

Ook de voorbereidende fase is van invloed op de controle en handhaving van een evenement. De vergunningverlener moet vooraf duidelijkheid scheppen in regels en voorschriften zodat deze goed nageleefd kunnen worden. De organisator moet goed op de hoogte zijn van zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.

Politie, brandweer en bevoegde opsporingsambtenaren controleren en handhaven de voorschriften van de vergunningen en ontheffingen.

 

Indien sprake is van het niet naleven van de gestelde voorwaarden kunnen striktere voorwaarden of beperkingen worden gesteld in de toekomstig aan te vragen evenementenvergunning. Ingeval zich ernstige overtredingen voordoen en/of een organisator vaker gestelde voorwaarden niet nakomt, kan worden besloten geen evenementenvergunning meer te verlenen.

Deel 2 HORECA EN TERRASSEN

1 Terrassen

Een terras is een in de openlucht gelegen lokaliteit (art. 2.27, lid 2 APV). Het terras maakt dus onderdeel uit van het horecabedrijf en dient derhalve te worden vermeld op de Drank‑ en Horecawetvergunning. Hierbij maakt het geen verschil of het terras wordt opgesteld op eigen terrein of op de openbare weg.

 

Ingeval een terras wordt opgesteld op de openbare weg is het noodzakelijk dat hieraan in het belang van de bruikbaarheid van de weg, het voorkomen van overlast en het uiterlijk aanzien van de gemeente voorwaarden worden verbonden. Deze voorwaarden kunnen niet verbonden worden aan:

  • -

    een (separate) terrasvergunning, daar de gemeente Bladel deze niet kent;

  • -

    een vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan weg daar artikel 2.10 APV niet van toepassing op terrassen (art. 2.10, lid 2 onder g APV);

  • -

    een exploitatievergunning, daar van deze vergunningplicht ambtshalve vrijstelling wordt verleend tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid (art. 2.28, lid 6 APV).

 

Een vergunningplicht voor terrassen is niet noodzakelijk. Er wordt volstaan met een aantal algemeen geldende voorschriften om het doelmatig beheer en gebruik van de openbare weg te waarborgen en tevens onevenredige overlast voor de omgeving te voorkomen. Enkel daar waar een terras in strijd is met het geldende bestemmingsplan en/of de woonomgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door het terras, blijft een horeca‑exploitatievergunning vereist. In deze gevallen kunnen aan de vergunning (aanvullende) voorschriften worden verbonden.

 

In het belang van het doelmatig gebruik, beheer en onderhoud van de openbare weg en het voorkomen van onevenredige overlast voor de (woon)omgeving, worden aan het opstellen en gebruik van een terras de volgende voorschriften verbonden:

  • -

    het voetgangersgedeelte van de openbare weg mag gebruikt worden voor het plaatsen van een terras, mits de vrije (doorgang)ruimte minimaal 1,50 meter is en de vrije ruimte boven het terras minimaal 2,20 meter bedraagt; deze maat kan anders zijn voor gebieden waar uit de bestrating van de openbare ruimte duidelijk blijkt welke gronden als terras/uitstalruimte mogen worden gebruikt;

  • -

    het terras moet worden opgesteld op de locatie zoals opgenomen in de gebruiksovereenkomst;

  • -

    een terras mag worden opgesteld over de breedte van de voor‑ en/of zijgevel van de inrichting;

  • -

    voor (nood)uitgangen mag geen terrasmeubilair worden opgesteld;

  • -

    hulpverleningsdiensten en voetgangers dienen ongehinderde doorgang te hebben;

  • -

    brandkranen moeten voor hulpdiensten te allen tijde vrij bereikbaar zijn;

  • -

    het terras mag geopend zijn op de dagen en uren dat de inrichting waartoe het behoort geopend mag zijn;

  • -

    op het terras en/of openbare ruimte mag geen tijdelijk of permanent tappunt worden ingericht. Bij bijzondere gelegenheden kan de burgemeester hiervan ontheffing verlenen;

  • -

    op het terras mag geen muziek ten gehore worden gebracht. Bij bijzondere gelegenheden kan hiervan ontheffing worden verleend;

  • -

    het terras en de naaste omgeving daarvan moeten vrij gehouden worden van afval en andere ongerechtigheden afkomstig van het gebruik van het terras;

  • -

    de exploitant van het terras is verplicht de redelijkerwijze mogelijke maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat derden tengevolge van het gebruik van het terras schade lijden of ontoelaatbare hinder/overlast ondervinden;

  • -

    bij overtreding van deze algemene regels en/of andere aan het terras verbonden voorwaarden, kan de toestemming tot het plaatsen van een terras worden ingetrokken;

  • -

    aan het gebruik van de openbare weg voor het opstellen van een terras zijn kosten verbonden;

  • -

    op de in gebruik te nemen gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, die aard‑ en nagelvast aan de grond zijn verbonden;

  • -

    voor het oprichten van overige bouwwerken op gemeentegrond dient de gemeente expliciet toestemming te verlenen;

  • -

    voor het gebruik van gemeentegrond wordt met gebruiker van de grond ten behoeve van een terras een gebruiksovereenkomst gesloten.

     

In paragraaf 4.1 (terras zonder vergunning) en 4.2 (overtreding voorschriften terrasvergunning) van het Horecastappenplan (hoofdstuk 4) is opgenomen hoe bestuursrechtelijk wordt opgetreden tegen overtredingen.

 

Aan het gebruik van de openbare weg ten behoeve van het opstellen van een terras zijn kosten verbonden. Dit wordt geregeld in een (gebruiks)overeenkomst. In de gebruiksovereenkomst is aangegeven onder welke voorwaarden de openbare gronden mogen worden gebruikt als terras voor het aanpalende horecabedrijf. Per bedrijf wordt bepaald welke gronden en hoeveel m2 als terrasruimte mag worden aangewend. De in het verleden gehanteerde vergoedingen die in rekening werden gebracht voor het gebruik van openbare gronden voor het gebruik van terrassen zijn niet meer marktconform. Op basis van een advies van een onafhankelijke taxateur zijn hiervoor nieuwe vergoedingstarieven geadviseerd, die per kern verschillen. Het voornemen is om via de weg van de geleidelijkheid het gebruikstarief binnen een termijn van 3 jaren op te waarderen tot het geadviseerde tarief. In bijlage 2 zijn de voorgestane gebruiksvergoedingen per m2 in beeld gebracht.

Als bijlage 1 is de aangepaste standaard gebruiksovereenkomst toegevoegd.

2 Sluitingsuur

Beleid:

  • -

    De burgemeester kan per jaar 6 keer ontheffing verlenen van het sluitingsuur.

 

Een horecabedrijf mag overeenkomstig het bepaalde in de APV geopend zijn:

  • a.

    op zondag, maandag, dinsdag, woensdag en donderdag avond tot 01.00 uur;

  • b.

    op vrijdag en zaterdag avond tot 02.00 uur;

  • c.

    op 1ste Paasdag, 1ste Pinksterdag en 1ste Kerstdag tot 02.00 uur;

  • d.

    op zaterdag-, zondag- en maandagavond van carnaval tot 03.00 uur en op dinsdagavond tot 01.00 uur;

  • e.

    op kermiszaterdag, ‑zondag en ‑maandagavond tot 03.00 uur en op dinsdagavond tot 01.00 uur (geldt enkel voor de kern waar de kermis plaatsvindt);

  • f.

    in de nacht van oud‑ op Nieuwjaar geldt geen sluitingsuur.

In de zogenaamde Koningsnacht, op Koningsdag en de dag voor Hemelvaart gelden geen afwijkende sluitingsuren.

 

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het sluitingsuur. Op grond van deze verruiming mag een horecabedrijf één uur langer geopend zijn dan normaal. Alle horecabedrijven komen in aanmerking voor incidentele verruiming van het sluitingsuur. Een verzoek om ontheffing wordt getoetst aan:

  • -

    het maximum van 6 ontheffingen per jaar (een Kempenbrede beleidslijn) en

  • -

    de overlast die de woonomgeving reeds van het horecabedrijf ondervindt. Op grond van dit laatste criterium kan een ontheffing worden geweigerd indien bij de gemeente (veel) overlastklachten bekend zijn. Voor paracommerciële inrichtingen gelden dezelfde voorwaarden als voor de reguliere horeca.

 

Indien een horecabedrijf langer geopend mag zijn op grond van een collectieve verruiming van het sluitingsuur (zie het onder d en e genoemde), kan dit bedrijf niet gelijktijdig gebruik maken van een incidentele ontheffing.

 

Op de laatste zaterdag van maart wordt de klok om 2.00 uur verzet naar 3.00 uur. In deze nacht is het niet mogelijk een incidentele verruiming aan te vragen.

 

Indien een feestelijke gelegenheid wordt aangemerkt als een collectieve festiviteit, gelden de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit niet. De volgende festiviteiten worden aangemerkt als een collectieve festiviteit:

  • -

    carnaval;

  • -

    kermis (per kern);

  • -

    viering jaarwisseling;

  • -

    Totaalfestival Bladel .

Ter bescherming van het woon‑ en leefklimaat en de openbare orde kan het college besluiten wel geluidsnormen vast te stellen tijdens een collectieve festiviteit.

 

In hoofdstuk 11 van het Horecastappenplan is aangegeven hoe bestuursrechtelijk wordt opgetreden tegen overtreding van het sluitingsuur.

3 Buitenactiviteiten

Beleid:

  • -

    Het plaatsen van tenten/overkappingen en tap(wagens) op terrassen en het ten gehore brengen van muziek in de openlucht is enkel toegestaan met een daartoe strekkende vergunning.

  • -

    Op een terras mag, met uitzondering van kermis en carnaval, geen muziek ten gehore worden gebracht.

  • -

    Horecabedrijven kunnen zesmaal per jaar ontheffing krijgen voor het maken van muziek op het terras.

  • -

    Het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek mag niet meer bedragen dan 90 dB(A) op 10 meter van de bron of 80 dB(A) op de gevel van woningen.

 

Het plaatsen van tenten/overkappingen en tap(wagens) op terrassen en het ten gehore brengen van muziek in de openlucht is enkel toegestaan met een daartoe strekkende vergunning. Hier wordt terughoudend mee omgegaan, aangezien:

  • -

    deze activiteiten het risico op het ontstaan van onevenredige overlast voor omwonenden met zich meebrengt. In het belang van het voorkomen van (onevenredige) overlast speelt naast het geluidsniveau ook het aantal evenementen dat op een locatie plaatsvindt een rol. Indien op een locatie met grote regelmaat evenementen worden gehouden die op zichzelf geen grote overlast of hinder veroorzaken, kan dit cumulatief toch leiden tot overlast;

  • -

    het vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid niet wenselijk is dat zich grote groepen mensen bevinden in de openbare ruimte. Ingeval van verstoringen is het voor de politie moeilijk de bron te lokaliseren en isoleren;

  • -

    een normale exploitatie de norm moet zijn.

 

Op grond van deze overwegingen is het enkel toegestaan om tijdens collectieve festiviteiten (art 4.2 APV), buitenactiviteiten te organiseren.

Op een terras mag, met uitzondering van kermis en carnaval, geen muziek ten gehore worden gebracht. Uiteindelijk kan muziek/geluid snel leiden tot overlast m.n. in de avond en nacht (na 21.00 uur). Van dit verbod kan ontheffing worden verleend, mits het college van oordeel is dat de ontheffing niet leidt tot een verstoring van de openbare orde. Het is echter niet wenselijk om voor horecabedrijven de mogelijkheden om ’s avonds en ‘s nachts in de openlucht muziek ten gehore te brengen te verruimen.

 

Daar muziek in de openlucht in de middag en vroege avond (21.00 uur) doorgaans als minder overlastgevend wordt ervaren, kunnen horecabedrijven zesmaal per jaar ontheffing krijgen voor het maken van muziek op het terras. Het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek mag niet meer bedragen dan 90 dB(A) op 10 meter van de bron of 80 dB(A) op de gevel van woningen.

4 Speelautomaten

Beleid:

  • -

    Het aantal behendigheidsspelautomaten wordt gemaximeerd tot twee.

 

Enkel in een hoogdrempelige inrichting mogen kansspelautomaten worden opgesteld. Op grond van artikel 2.40, lid 2 APV mogen in een hoogdrempelige inrichting maximaal twee kansspelautomaten worden opgesteld. Een inrichting wordt op basis van de Wet op de kansspelen als hoogdrempelig aangemerkt indien:

  • -

    het café en/of het restaurantbezoek op zichzelf staat en er geen andere activiteiten plaatsvinden, waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend en

  • -

    de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder.

 

Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, is sprake van een laagdrempelige inrichting. In deze inrichtingen mogen geen kansspelautomaten worden geplaatst.

 

Met de wijziging van de Wet op de kansspelen van 1 juli 2010 vallen behendigheidsspelautomaten (flipperkast, fotoplay e.d.) niet meer onder de werking van de wet. Voor het plaatsen van deze speelautomaten is derhalve geen vergunning meer nodig.

 

De gemeente heeft de bevoegdheid een maximum te verbinden aan het aantal behendigheidsspelautomaten dat mag worden opgesteld. In de APV Bladel 2011 is geen maximum verbonden aan laagdrempelige automaten. Na vast-stelling van deze uitvoeringsregels zal de APV op dit punt worden aangepast. Het aantal behendigheidsspelautomaten zal worden gemaximeerd tot twee. Bij het bepalen van het maximale aantal behendigheidsspelautomaten dat mag worden geplaatst, is aansluiting gezocht bij het aantal kansspelautomaten dat op grond van artikel 2.40, lid 2 APV mag worden opgesteld en het aantal behendigheidsspelautomaten dat mocht worden geplaatst vóór de wetwijziging van 1 juli 2010.

Een groter aantal speelautomaten kan het karakter van een horecabedrijf zodanig veranderen/aantasten dat sprake wordt van een speelgelegenheid (speelautomatenhal of gamehouse). Op grond van de Speelautomatenhal-verordening van de gemeente Bladel kan voor slechts één speelgelegenheid vergunning worden verleend. Daar deze vergunning reeds is verleend, is de vestiging van een tweede speelgelegenheid niet toegestaan.

 

Voor het plaatsen van kansspelautomaten moet een aanwezigheidsvergunning aangevraagd worden. Deze vergunning wordt verleend voor een periode van 4 jaar. De hieraan verbonden kosten zijn de maximaal genoemde bedragen in het Speelautomatenbesluit 2000.

 

Een aanwezigheidvergunning is persoonsgebonden. Dit betekent dat de vergunning komt te vervallen bij de overname van een horecabedrijf door een andere exploitant. De nieuwe exploitant dient derhalve een nieuwe vergunning aan te vragen. Indien een vergunning tussentijds komt te vervallen, vindt geen restitutie van op grond van het Speelautomatenbesluit 2000 betaalde vergoedingen plaats.

5 Paracommercie

Per 1 januari 2013 is de nieuwe Drank‑ en Horecawet (hierna: DHW) van kracht.

Vanaf deze datum is de gemeente Bladel verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op horecagelegenheden en paracommerciële instellingen. De wijziging van de Drank‑ en Horecawet legt gemeenten de plicht op om in een verordening de schenktijden van de paracommerciële inrichtingen te reguleren. Daarnaast bevat de Drank‑ en Horecawet onder meer de verplichting bij gemeentelijke verordening regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Hieromtrent heeft de gemeente Bladel 2 artikelen opgenomen die voorvloeien uit het “Algemeen beleidskader gemeenschapshuizen 2011”. De regeling zoals deze van kracht is, is hieronder integraal opgenomen.

 

Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoel in de Drank -en Horecawet.

Artikel 2:34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen

  • a.

    Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank tot 3 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon met een eindtijd van 01:00 uur door de week en 02:00 uur in het weekend.

  • b.

    De sluitingstijden van paracommerciële rechtspersonen zijn gelijk aan de sluitingstijden van de horeca.

  • c.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid a en b.

Artikel 2:34b bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen

  • a.

    Paracommerciële rechtspersonen mogen geen gebruiksmogelijkheden bieden aan activiteiten van commerciële of persoonlijke aard, tenzij dit met instemming van de plaatselijke horeca geschiedt en/of via de lokale horeca geen passend alternatief onderkomen voorhanden is.

  • b.

    Om oneerlijke (gesubsidieerde) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen worden door de paracommerciële rechtspersonen consumptieprijzen gehanteerd die gelijk zijn aan het niveau van de plaatselijke horeca.

  • c.

    Handelen in strijd met het bepaalde onder a of b kan leiden tot een sanctie in de vorm van een correctie op de hoogte van de verleende subsidiebijdrage.

6 Horeca in het buitengebied

Beleid:

  • -

    De sluitingstijden van horeca in het buitengebied zijn gelijk aan die van paracommerciële rechtspersonen en de horeca.

  • -

    De toegang tot de horeca‑activiteit bij ondersteunende horeca bij (recreatieve) nevenactiviteiten is uitsluitend via het erf of via de toegang tot de nevenactiviteit.

  • -

    De horecaruimten bij een recreatieve bestemming en ondersteunende horeca bij nevenactiviteiten worden niet ter beschikking gesteld aan derden voor feesten en partijen.

  • -

    De toegang tot de horeca‑activiteit is uitsluitend via het erf of via de toegang tot de nevenactiviteit.

 

Duidelijk moet zijn waar wel of geen alcohol geschonken mag worden in het buitengebied. De uitgangspunten zijn vastgesteld in de Plattelandsnota 2013.

Horeca als zelfstandige bestemming

Bedrijven die horeca als functie hebben zijn als zodanig bestemd in het bestemmingsplan. Deze bedrijven zijn gericht op het aantrekken van bezoekers van buiten en zijn dus extern gericht. Deze horeca kan zowel groot als klein zijn. Schenken van alcohol is alleen mogelijk mits voldaan wordt aan alle wet‑ en regelgeving (waaronder Drank- en Horecawet).

In het buitengebied komen geen nieuwe solitaire horecabestemmingen. Nieuwe horeca moet direct verbonden zijn met een recreatieve activiteit. Dit uitgangspunt geldt niet voor de bestaande solitaire horeca in het buitengebied.

Voorbeelden: restaurant, café.

Voor deze activiteiten gelden dezelfde regels en voorschriften als voor de (reguliere) horeca die niet gelegen is in het buitengebied.

Horeca als zelfstandige activiteit bij een recreatiebestemming

Op veel recreatieve locaties is horeca aanwezig, welke onlosmakelijk verbonden is met de aanwezige recreatie. De horeca‑activiteiten zijn gericht op zowel de interne (eigen) bezoekers/gasten als ook op externe doelgroepen. Dit impliceert dat bij de bestemming ‘recreatie’ zelfstandige horeca is toegestaan.

In het buitengebied van de gemeente Bladel is zelfstandige horeca mogelijk bij bedrijven met een recreatieve bestemming, inclusief het schenken van alcohol. Bij het schenken van alcohol moet worden voldaan aan alle wet‑ en regelgeving (waaronder Drank- en Horecawet).

Voorbeelden: hotel, camping, groepsaccommodatie

Voor deze activiteiten gelden dezelfde regels en voorschriften als voor de (reguliere) horeca die niet gelegen is in het buitengebied. Ook is het niet mogelijk de horecaruimte te verhuren of het ter beschikking te stellen van horecaruimten aan derden voor feesten en partijen;

 

Ondersteunende horeca bij (recreatieve) nevenactiviteiten

Het gaat hierbij om horeca die wordt aangeboden als ondersteuning van de nevenfunctie bij een andere dan Horeca of Recreatie bestemde hoofdfunctie. Er moet wel een directe relatie bestaan tussen de nevenfunctie en de behoefte aan horecagerelateerde activiteiten. Het gaat hier bijvoorbeeld om het verzorgen van consumpties bij een rondleiding, bij boerengolf, bij een workshop etc. Kortom het gaat om intern gerichte horeca.

 

Schenken van alcohol wordt onder voorwaarden toegestaan bij ondersteunende horeca bij nevenactiviteiten:

  • -

    voldoen aan alle wet- en regelgeving, waaronder de Drank- en Horecawet en Algemene Plaatselijke Verordening;

  • -

    de sluitingstijden zijn gelijk aan die van paracommerciële rechtspersonen en de horeca;

  • -

    de nevenactiviteit is niet openbaar toegankelijk. Het op eigen terrein realiseren van een terras is mogelijk, maar dus niet te gebruiken door derden als zelfstandige horeca;

  • -

    er vindt geen verhuur plaats of het ter beschikking stellen van horecaruimten aan derden voor feesten en partijen;

  • -

    de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via het erf/ of via de toegang tot de nevenactiviteit. Er is dus geen aparte openbaar toegankelijke ingang.

7 Wet Bibob

De Wet Bevordering Integriteitbeoordeling door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob) geeft gemeenten de mogelijkheid een vergunning te weigeren indien sprake is van een (groot) risico dat de vergunning wordt gebruikt om uit criminele activiteiten verkregen gelden wit te wassen. Op grond van (regionaal) Bibob-beleid, fase 1 voert de gemeente Bladel standaard een Bibob-toets uit bij aanvragen om een:

  • -

    Drank- en Horecawetvergunning (art. 3 DHW);

  • -

    Horeca-exploitatievergunning (art. 2.28 APV);

  • -

    vergunning t.b.v. de exploitatie van een coffee-shop;

  • -

    vergunning t.b.v. de exploitatie van een seksinrichting (art. 3.4 APV);

  • -

    vergunning t.b.v. de exploitatie van een speelgelegenheid (art. 2.39 APV of Speelautomatenhalverordening).

 

De Bibob-toets wordt niet uitgevoerd indien de aanvraag betrekking heeft op:

  • -

    een Drank‑ en Horecawetvergunning ten behoeve van een paracommerciële inrichting (art. 4 DHW);

  • -

    een wijziging van een bestaande Drank‑ en Horecawetvergunning (bijv. het opnemen van een nieuwe leidinggevende).

8 Controle en handhaving

Het sluitstuk van dit beleid is handhaving. Dit gebeurt op basis van het “Vernieuwend toezicht‑ en handhavingsbeleid”. Om overlast tegen te gaan is vooral handhaving van sluitingstijden, geluidsnormen en openbare orde en veiligheid van belang. Op basis van het Horecastappenplan, dat aangepast wordt naar aanleiding van deze uitvoeringsregels, zal het toezicht en de handhaving plaatsvinden. Dit wordt in nauwe samenwerking met de politie gedaan. Hierbij wordt de handhaving rondom de gewijzigde leeftijdsgrens voor het schenken van alcohol houdende dranken betrokken.

 

Bijlage 1 :

 

REGELING GEBRUIKSVERGOEDINGEN TERRASSEN OP GEMEENTEGRONDEN 2015

 

De huidige uniforme gebruiksvergoeding bedraagt € 102,15 voor terrassen onder de 50 m2 en € 2,97 voor elke m2 die het terras groter is dan deze 50 m2.

De nieuwe gebruiksvergoedingen zijn vastgesteld op basis van een onafhankelijk taxatierapport van Roijmans Makelaardij van 10 mei 2011.

 

Op basis hiervan vindt een aanpassing van de gebruiksvergoedingen plaats, die fasegewijs met ingang van 1 januari 2015 over 3 jaren wordt opgehoogd tot het geadviseerde marktconforme tarief. (volgens onderstaand schema)

2015 - 2016 (33,30%)

2016 - 2017 (66,60%)

2017 - 2018 (100%)

 

Het nieuwe tarief is gedifferentieerd per gebied:

- Tarief gebied A Markt en Sniederslaaan Bladel ) € 13,00 per m2 per jaar

- Tarief gebied B (Overig Bladel en Hapert ) € 10,00 per m2 per jaar

- Tarief gebied C (Hoogeloon, Casteren en Netersel) € 7,00 per m2 per jaar

 

Met als uitgangspunt het huidig te hanteren tarief wordt, met ingang van 1 januari 2015 in 3 jaar het tarief met een opwaardering van 33,30% per jaar gekomen tot de geadviseerde nieuwe tarieven per gebied. De exacte berekeningen worden op basis van bovenvermelde uitgangspunt kenbaar gemaakt in de nieuwe te sluiten overeenkomsten. Op 1 januari 2017 zal dan het geadviseerde nieuwe tarief worden gehanteerd

 

Bijlage 2 Standaard gebruiksovereenkomst terrassen

 

De huidige overeenkomst tot ingebruikneming terras

 

De ondergetekenden:

 

  • A.

    de gemeente, ten dezen vertegenwoordigd door (naam), (functie), ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet, verder te noemen “de gemeente”;

en

  • B.

    (naam horecabedrijf), vertegenwoordigt door (naam), gevestigd aan (adres), verder te noemen “de ingebruiknemer”;

 

Verklaren als volgt te zijn overeengekomen:

 

Artikel 1

1.De gemeente geeft vanaf (datum) aan ingebruiknemer in gebruik een perceel grond, kadastraal bekend (…), plaatselijk bekend (adres), groot ongeveer (…) m2, zoals nader aangegeven op bijgevoegde situatieschets.

2.De ingebruiknemer verklaart de grond, zoals in bijgaande situatietekening is aangegeven, in ontvangst te hebben genomen in de staat waarin deze zich heden bevindt.

 

Artikel 2

1. De door de ingebruiknemer te betalen vergoeding bedraagt € … per jaar

2. De ingebruiknemer is verplicht de vastgestelde jaarvergoeding, ingaande 1 januari van elk jaar, voor 1 maart te voldoen.

 

Artikel 3

De ingebruiknemer verbindt zich:

  • a.

    de in gebruik te nemen grond, behoudens het bepaalde in de punt e., onbebouwd te laten en deze uitsluitend te gebruiken als terras. De ter zake geldende bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening zijn van toepassing;

  • b.

    de in gebruik te nemen grond op een deugdelijke wijze te onderhouden;

  • c.

    aan de gemeente toestemming te verlenen ten behoeve van nutsbedrijven, alsmede voor zichzelf, te allen tijde over het onderhavige perceel te kunnen beschikken voor het leggen en onderhouden van kabels en leidingen, het wederopgraven en vervangen hiervan of het verrichten van herstel- of verbeteringswerkzaamheden zonder dat hiervoor van gemeentewege enigerlei schadevergoeding zal worden verstrekt;

  • d.

    Op de in gebruik te nemen gronden geen bouwwerken op te richten, die aard - en nagelvast aan de grond zijn verbonden;

  • e.

    voor het oprichten van overige bouwwerken op gemeentegrond dient de gemeente expliciet toestemming te verlenen.

 

Artikel 4

  • 1.

    De opzegging van deze overeenkomst kan te allen tijde door beide partijen schriftelijk geschieden met inachtneming wederzijds van een maand.

  • 2.

    Bij beëindiging van het gebruik kan de ingebruiknemer geen recht doen gelden op een schadevergoeding voor eventueel gemaakte kosten.

  • 3.

    De gemeente kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, te allen tijde de in gebruik gegeven grond terugvorderen indien:

  • a. de ingebruiknemer het onderhoud verwaarloost, de grond misbruikt of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze is bestemd;

  • b. de ingebruiknemer op enigerlei andere wijze handelt in strijd met de bepalingen van deze overeenkomst.

 

Artikel 5

De ingebruiknemer is aansprakelijk voor claims voortvloeiende uit het gebruik van de gemeentegrond ten behoeve van het terras behorende bij het horecapand.

 

Aldus overeengekomen, in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Bladel d.d.

 

De Gemeente Bladel,

 

 

De ingebruiknemer,

INHOUDSOPGAVE

 

0. Voorwoord

 

DEEL 1: EVENEMENTEN

 

1. Uitgangspunten

2. Wat zijn evenementen?

3. Vergunningaanvraag

4. Begin‑ en eindtijden

5. Locatie

6. Regulering aantal evenementen

7. Verkeersmaatregelen

8. Afsluitingen tijdens kermissen

9. Standplaatsen tijdens evenementen

10. (Brand)veiligheid

11. Geluid en muziek in de openlucht

12. Muziek door horeca tijdens kermissen

13. Muziek door horeca algemeen

14. Afval

15. Volksgezondheid

16. Kamperen

17. Verstrekken van alcoholhoudende dranken

18. Dierenwelzijn

19. Circussen

20. Bijzondere evenementen

21. Communicatie

22. Beveiliging

23. Controle en handhaving

 

DEEL 2: HORECA EN TERRASSEN

 

1. Terrassen

2. Sluitingsuur

3. Buitenactiviteiten

4. Speelautomaten

5. Paracommercie

6. Horeca in buitengebied

7. Wet Bibob

8. Controle en Handhaving

 

Bijlage 1 Nieuwe tarieven gebruiksvergoedingen terrassen op openbare grond

 

Bijlage 2 Standaard gebruiksovereenkomst terrassen