Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bronckhorst

Debiteurenbeleid Wwb, Ioaw, Ioaz gemeente Bronckhorst

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBronckhorst
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingDebiteurenbeleid Wwb, Ioaw, Ioaz gemeente Bronckhorst
CiteertitelDebiteurenbeleid Wwb, Ioaw, Ioaz gemeente Bronckhorst
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Art. 58 van de Wet werk en bijstand
  2. Art. 61 van de Wet werk en bijstand
  3. Art. 25 van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw)
  4. Art. 25 van de Wet Inkomensvoorziening en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz)
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201301-01-2013Nieuwe regeling

07-05-2013

Contact, 3 september 2013

Z55193 BenW13-00329

Tekst van de regeling

Intitulé

Debiteurenbeleid Wwb, Ioaw, Ioaz gemeente Bronckhorst

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst;

 

gelet op de artikelen 58 en 61 van de Wet werk en bijstand (Wwb), artikel 25 van de wet Inkomensvoorziening en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en artikel 25 van de wet Inkomensvoorziening en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);

 

Besluit:

 

vast te stellen "Debiteurenbeleid Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Bronckhorst"

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a. belanghebbende: de persoon waarop de gemeente een vordering in het kader van terugvordering of verhaal heeft;

  • b. bijstandsnorm: de bedragen genoemd in paragrafen 3.2 en 3.3 Wwb;

  • c. college: college van burgemeester en wethouders;

  • d. verwijtbaar gedrag: hieronder wordt tevens verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, lid 1 van de Wwb en artikel 13, lid 1 van de Ioaw en Ioaz en de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, lid 2 en 3 van Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 2 Toepassing bevoegdheid

Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:

  • a.

    terugvordering van de uitkering als bedoel in artikel 58, lid 2 van de Wwb en artikel 25, lid 2 van de Ioaw en Ioaz.

  • b.

    verhaal van bijstand als bedoeld in artikel 61 van de Wwb.

Hoofdstuk 2 Terugvordering

Artikel 3 Brutering

Bij niet tijdige betaling binnen het relevante fiscale jaar wordt de vordering gebruteerd als bedoeld in artikel 58, lid 5 van de Wwb, tenzij sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is vodaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Artikel 4 Geheel afzien van terugvordering

Het college ziet af van terugvordering als:

  • a.

    het terug te vorderen bedrag lager is dan € 150,-- en er geen sprake is terugvordering als gevolg van verwijtbaar gedrag van belanghebbende;

  • b.

    gelet op de omstandigheden van persoon en/of gezin, daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

Artikel 5 Gedeeltelijk afzien van terugvordering

  • 1.

    Het college kan op verzoek van belanghebbende gedeeltelijk afzien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering als:

    • a.

      redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet langer zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

    • b.

      redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, met uitzondering van de in artikel 6 genoemde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;

    • c.

      de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.

  • 2.

    Lid 1 is niet van toepassing bij de terugvordering van uitkering als gevolg van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende.

  • 3.

    Het besluit gedeeltelijk afzien van terugvordering of gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering treedt niet in werking voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen.

  • 4.

    Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd als:

    • a.

      niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid;

    • b.

      belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;

    • c.

      onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Artikel 6 Afzien van verdere terugvordering

  • 1.

    Het college ziet af van verdere terugvordering van de uitkering als bedoeld in artikel 58, lid 2 van de Wwb en artikel 25, lid 2 van de Ioaw en de Ioaz, als belanghebbende:

    • a.

      gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of

    • b.

      gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;

    • c.

      gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;

    • d.

      een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.

    • e.

      voorwaarden zijn dat verdere invordering gepaard gaat met onevenredige nadelige effecten voor belanghebbende, of belanghebbende een inkomen ontvangt dat naar verwachting langdurig niet meer bedraagt dan het geldende minimumloon.

  • 2.

    Als sprake is van terugvordering gepaard gaat met onevenredige nadelige effecten voor belanghebbende, of belanghebbende een inkomen ontvangt dat naar verwachting langdurig niet meer bedraagt dan het geldende minimumloon.

  • 3.

    De in het eerstel id, onder a en b genoemde termijn is drie jaar als:

    • a.

      het gemiddeld inkomen van belanghebbende in die periode de beslagvrije voet als bedoeld in artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en

    • b.

      de terugvordering niet het gevolg is van verwijtbaar gedrag.

Artikel 7 Niet afzien van terugvordering

Het college ziet niet af van terugvordering van de uitkering als deze in de vorm van een geldlening is verstrekt als bedoeld in artikel 50 van de Wwb.

Artikel 8 Betalingsverplichtingen

  • 1.

    Belanghebbende moet de vordering ineens voldoen.

     

  • 2.

    Als belanghebbende de vordering niet ineens kan voldoen, dan is de hoogte van de maandelijkse betalingsverplichting minimaal 6% van de geldende bijstandsnorm vermeerderd met 50% van het verschil tussen het netto inkomen en de geldende bijstandsnorm.

  • 3.

    Als belanghebbende een betalingsvoorstel in termijnen doet, dan gaat het college hiermee akkoord als de (rest)vordering binnen 12 maanden na datum van het voortel kan zijn voldaan.

Artikel 9 Periodiek onderzoek betalingsverplichtingen

  • 1.

    Het college verricht ten minste één keer per jaar een onderzoek naar de hoogte van de betalingsverplichtingen. De nakoming van de verplichtingen wordt maandelijks gecontroleerd in het kader van de inning van de bedragen.

  • 2.

    Als de hoogte van het inkomen daartoe aanleiding geeft, dan wordt de hoogte van de betalingsverplichting herzien.

Hoofdstuk 3 Verhaal

Artikel 10 Geheel afzien verhaal

Het college ziet af van verhaal van bijstand als het te verhalen bedrag in het kader van:

  • a.

    onderhoudsplicht als bedoeld in artikel 62 van de Wwb minder is dan € 50,-- per maand;

  • b.

    schenking en nalatenschap als bedoeld in artikel 62f van de Wwb minder is dan € 1.000,--;

  • b.

    gelet op de omstandigheden van persoon en/of gezin, daarvoor dirngende redenen aanwezig zijn.

Artikel 11 Gedeeltelijk afzien van verhaal

  • 1.

    Het college ziet op verzoek van belanghebbende gedeeltelijk af van verhaal van bijstand als:

    • a.

      redelijkerwijs te voorzien is dat het belanghebbende niet langer zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

    • b.

      redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vordering van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;

    • c.

      de vordering van de gemeente wegens verhaalde bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.

  • 2.

    Het besluit gedeeltelijk afzien van verhaal van bijstand treedt niet in werking voordat een schuldregeling overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen.

  • 3.

    Het besluit tot gedeeltelijk afzien van verhaal van bijstand wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd als:

    • a.

      niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen als bedoeld in lid 1;

    • b.

      belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;

    • c.

      onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

     

Artikel 12 Afzien van verder verhaal

  • 1.

    Het college kan afzien van verder verhaal in het kader van schenking en nalatenschap als belanghebbende:

    • a.

      gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of

    • b.

      gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;

    • c.

      gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;

    • d.

      een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost.

    • e.

      voorwaarden zijn dat verdere invordering gepaard gaat met onevenredige nadelige effecten voor belanghebbende, of belanghebbende een inkomen ontvangt dat naar verwachting langdurig niet meer bedraagt dan het geldende minimumloon.

  • 2.

    Als sprake is van terugvordering door verwijtbaar gedrag van belanghebbende dan kan van verdere terugvordering van uitkering worden afgezien, als belanghebbende naast de in het eerste lid genoemde periode van vijf jaar nog eens vijf jaar aan de betalingsverplichtingen heeft voldaan, mits er geen sprake is van herhaald terugvorderen van uitkering als gevolg van verwijtbaar gedrag.

  • 3.

    De in het eerste lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar als:

    • a.

      het gemiddeld inkomen van belanghebbende in die periode de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en

    • b.

      de terugvordering niet het gevolg is van verwijtbaar gedrag.

Artikel 13 Betalingsverplichtingen

  • 1.

    Belanghebbende dient de verhaalsvordering in het kader van:

    • a.

      onderhoudsplicht als bedoeld in artikel 62 van de Wwb maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;

    • b.

      schenking en nalatenschap als bedoeld in artikel 62f van de Wwb ineens te voldoen.

  • 2.

    Als belanghebbende de verhaalsvordering als bedoeld in het eerste lid onder a niet ineens kan voldoen, dan is de hoogte van de maandelijkse betalingsverplichting minimaal 6% van de geldende bijstandsnorm vermeerderd met 50% van het verschil tussen het netto inkomen en de geldende bijstandsnorm.

  • 3.

    Als belanghebbende een betalingsvoorstel in termijnen doet, dan gaat het college hiermee akkoord als de (rest)vordering binnen 12 maanden na datum van het voorstel kan zijn voldaan.

  • 4.

    Als belanghebbende de betalingsverplichting niet nakomt, dan maant het college hem aan het bedrag van zijn verplichting binnen twee weken na de datum van verzending van deze aanmaning te voldoen. Doet hij dat niet, dan besluit het college tot verrekening of beslaglegging.

Artikel 14 Periodiek onderzoek betalingsverplichtingen

  • 1.

    Het college verricht tenminste één keer per twee jaar een onderzoek naar de hoogte van de betalingsverplichtingen. De nakoming van de verplichtingen wordt maandelijks gecontroleerd in het kader van de inning van de betalingen.

  • 2.

    Als de hoogte van het inkomen daartoe aanleiding geeft , dan wordt de hoogte van de betalingsverplichting herzien.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 15 Kosten

Het colege brengt belanghebbende in rekening:

  • a.

    een vergoeding voor de aanmaning ter hoogte van de bedragen genoemd in artikel 4:113 Awb;

  • b.

    de kosten voor de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel ter hoogte van het bepaalde in artikel 1 van het Besluit buitengerechtelijke kosten.

Artikel 16 Hardheidsclausuel

  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel, als toepassing van de beleidsregel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

     

  • 2.

    Het college beslist in de gevallen waarin deze beleidsregel niet voorziet.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en zijn van toepassing op besluiten tot terugvordering en verhaal die genomen zijn na deze datum voor zover die betrekking hebben op de periode vanaf 1 januari 2013.

Artikel 18 Citeertiel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als 'Debiteurenbeleid Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Bronckhorst'.

 

Aldus op 1 mei 2013 vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst.

 

 

de secretaris, de burgemeester

 

 

A.H. van Hout H.A.J. Aalderink