Regeling vervallen per 01-01-2020

Beleidsregel Subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Geldend van 10-10-2017 t/m 31-12-2019

Intitulé

Beleidsregel Subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst, in haar vergadering van 2 oktober 2017,

BESLUIT:

I de beleidsregel Onderwijsachterstandenbeleid / Voorschoolse educatie 2016 in te trekken per 2 oktober 2017;

II per 2 oktober 2017 vast te stellen de volgende beleidsregel:

Beleidsregel subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Artikel 1 Subsidie grondslag

Grondslag voor de subsidieverstrekking is:

  • *

    De Wet OKE (Ontwikkelingskansen door Educatie en Kwaliteit) en het daarbij behorend Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2011-2014.

  • *

    Het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

  • *

    Algemene subsidieverordening (ASV) gemeente Bronckhorst

Artikel 2 Begrippen

  • 2.1 Voor- en vroegschoolse Educatie (VVE)

    Het aanbod van peuterwerk per kind aan kinderen met een indicatie: Voor- en vroegschoolse educatie (VVE-indicatie). De indicatie voor VVE wordt afgegeven doo rhet consultatiebureau. VVE is bestemd voor doelgroepkinderen van 2 en 3 jaar en wordt verzorgd op peuterspeelzalen en/of kinderdagverblijven.

  • 2.2 Doelgroepkind

    Onder een doelgroepkind wordt verstaan een kind met een (dreiging tot)

    ontwikkelingsachterstand, waarbij de nadruk wordt gelegd op taalachterstand. De achterstand kan ook betrekking hebben op sociaal-emotionele of psychosociale ontwikkeling.

  • 2.3 Peuterspeelplaats gesubsidieerd

    Het aanbod van peuterwerk per kind gedurende een bepaalde periode met een educatief programma, gedeeltelijk gefinancierd door de gemeente.

  • 2.4 Peuterwerk

    De verzorging, opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het moment waarop de kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.

  • 2.5 Peutergroep

    Een eenheid van maximaal 16 kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar waarin tegelijkertijd kinderen met een gemeentelijke subsidie, een VVE indicatie of kinderopvangtoeslag worden opgevangen.

  • 2.6 Kinderopvangorganisatie

    De kinderopvangorganisatie die verantwoordelijk is voor opvang en educatie en voldoet aan de wettelijke eisen voor alle kinderen die van de voorziening gebruik maken.

  • 2.7 Instroom-leeftijd

    De leeftijd om in te stromen op de peuteropvang. Dit is 2 jaar.

Artikel 3 Doel

  • 3.1 Het realiseren van een voldoende kwalitatief volwaardig aanbod aan peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie voor de ontwikkelings- en ontplooiingsmogelijkheden van een zo groot mogelijke doelgroep van kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar in de gemeente Bronckhorst.

Artikel 4 Subsidieontvangers

  • 4.1 Kinderopvangorganisaties die peuterwerk bieden waarmee de gemeente afspraken heeft gemaakt over de uitvoering van peuterwerk en VVE.

Artikel 5 Aanvraag

  • 5.1 Een aanvraag om subsidie moet door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld (digitaal)aanvraagformulier worden ingediend.

  • 5.2 Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    a. Verwacht aantal gesubsidieerde peuterplaatsen (incl. berekening)

    b. Verwacht aantal VVE gesubsidieerde peuterplaatsen (incl. berekening)

    c. Exploitatiebegroting

    d. Activiteitenplan

    e. Risicoparagraaf

    f. Opleidingsplan

  • 5.3 De aanvraag wordt ingediend uiterlijk vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 6 Subsidiebedrag

  • 6.1 Gesubsidieerde reguliere peuterplaats

    • a.

      De subsidie omvat 7 uur per week, verdeeld over twee dagen, gedurende maximaal 40 weken per jaar, met een maximum van 280 uur per kalenderjaar en per peuterplaats.

    • b.

      De subsidie wordt berekend op basis van het aantal uur dat een kind

      peuteropvang afneemt in een jaar.

    • c.

      De subsidie wordt berekend op basis van het in dat jaar geldende

      kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk. Er geldt een maximum uurtarief dat het Rijk jaarlijks vaststelt.

  • 6.2 Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

    • a.

      De subsidie omvat minimaal 10 uur per week en maximaal 14 uur per week, verdeeld over twee dagen, gedurende 40 weken per jaar.

    • b.

      Voor de eerste 7 uur VVE wordt dezelfde berekeningssytematiek gehanteerd als bij de subsidie voor de reguliere peuterplaats onder artikel 6.1.

    • c.

      Voor de aanvullende 3 tot 7 uur wordt 110% van het maximum uurtarief (jaarlijks vastgesteld door het Rijk) door de gemeente vergoed.

  • 6.3.1

    Het subsidiebedrag wordt, als een voorschot van 75%, in vier termijnen, binnen 14 dagen na de start van elk kwartaal overgemaakt.

  • 6.32

    Bij grote wijzigingen (door bijvoorbeeld opheffen of overnemen van een locatie) wordt door de kinderopvangorganisatie een herziene aanvraag ingediend. Naar aanleiding daarvan ontvangt de kinderopvangorganisatie een herziene beschikking.

Artikel 7 Subsidie criteria

  • 7.1 Kinderopvangorganisaties komen in aanmerking voor een gesubsidieerde

    peuterplaats indien zij plaats geven aan:

    • a.

      Peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar woonachtig in de gemeente Bronckhorst.

    • b.

      Peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (op grond van de Wkkp).

    • c.

      Peuters waarvan ouders de “verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag” ondertekenen.

  • 7.2 Kinderopvangorganisaties komen in aanmerking voor een VVE gesubsidieerde peuterplaats indien zij plaats geven aan:

    • a.

      Peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met een VVE-indicatie. Woonachtig in de gemeente Bronckhorst. Een VVE-indicatie wordt afgegeven door het consultatiebureau,

    • b.

      Peuters van ouders die door middel van de “Verklaring VVE” aangeven wel of geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 7.3 De Kinderopvangorganisatie verrekent de subsidie in het uurtarief dat ouders betalen.

  • 7.4 Het verlenen van de subsidie gaat in overleg met cluster Toezicht en Handhaving. Voor het al dan niet verlenen van de subsidie dienen de kwaliteitseisen nageleefd te worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de inspectierapporten van de GGD. Bij twijfel (door geen groen risicoprofiel van de GGD) vindt overleg plaats tussen aanvrager, medewerker handhaving en beleidsmedewerker onderwijs.

Artikel 8 Tussentijdse verantwoording

  • 8.1 De kinderopvangorganisaties leveren uiterlijk 31 mei, in het lopende subsidiejaar, eenoverzicht van de werkelijk aantal peuterplaatsen aan. Hiervoor gebruikt de kinderopvangorganisatie hetzelfde formulier/format als tijdens de aanvraag is ingediend.

Artikel 9 Subsidievaststelling

  • 9.1 De kinderopvangorganisatie dient een aanvraag tot vaststelling in op uiterlijk 31 mei van het jaar dat volgt op het betrokken subsidiejaar.

  • 9.2 Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier worden ingediend.

  • 9.2.1

    Bij de aanvraag tot vaststelling legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    a. Overzicht daadwerkelijk aantal peuters (incl. berekening)

    b. Inhoudelijk verslag met daarin:

    i. Verrichte gesubsidieerde activiteiten

    ii. Stand van zaken met resultaten

    iii. Verklaring voor afwijkingen

    iv. Voorstellen beleidsmatige en/of praktische bijsturing

    v. Registraties per locatie:

    1. Sociaal medische indicatie

    2. Verwijsadviezen

    3. Indicaties

    c. Financieel verslag en/of jaarrekening

    d. Balans van het afgelopen subsidietijdvak (met een toelichting daarop); en

    e. Bij subsidies vanaf € 75.000 een controle verklaring (opgesteld door een onafhankelijk accountant.)

  • 9.22 De gemeente doet elk jaar een steekproef onder de kinderopvangorganisaties naar aanwezigheid van de “Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag” en “Verklaring VVE”.

  • 9.3 Het subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van daadwerkelijk afgenomen peuterplaatsen.

  • 9.4 Er vindt een verrekening plaats tussen het subsidievoorschot en het vastgestelde subsidiebedrag.

Artikel 10 Citeertitel

  • 10.1

    Beleidsregel subsidie Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Artikel 11 Hardheidsclausule

  • 11.1

    Burgemeester en wethouders kunnen deze beleidsregels in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of- ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 12.1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag van de op de voorgeschreven wijze van bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 2 oktober 2017,
de secretaris, de voorzitter,
B. Drewes M. Besselink

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 Begrippen

Deze beleidsregel kent twee verschillende soorten peuterplaatsen. Een regulier

gesubsidieerde peuterplaats en een Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) peuterplaats.

Reguliere gesubsidieerde peuterplaats

Peuteropvang draagt bij aan de verzorging, opvoeding en ontwikkeling van kinderen in de leeftijd vanaf twee jaar, totdat zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.

Voor peuters in de gemeente Bronckhorst waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag is een regulier gesubsidieerde peuterplaats beschikbaar.

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Doel van VVE, het vroegtijdig signaleren van kinderen met een (taal)achterstand, zodat zo snel mogelijke (taal)ontwikkeling van deze kinderen kan worden gestimuleerd. Voorschoolse educatie is bestemd voor doelgroepkinderen van 2 en 3 jaar en wordt verzorgd op peuterspeelzalen en/of kinderdagverblijven.

Onder een doelgroepkind wordt verstaan een kind met een (dreiging tot)

ontwikkelingsachterstand, waarbij de nadruk wordt gelegd op taalachterstand. De achterstand kan ook betrekking hebben op sociaal-emotionele of psychosociale ontwikkeling.

De (mogelijke) ontwikkelingsachterstand wordt geïndiceerd door de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau.

De verwachting is dat kinderen met een VVE indicatie afkomstig zijn van ouders met een lager opleidingsniveau en daarbij behorend lager inkomen. De gemeente Bronckhorst stelt een vergoeding in om de VVE laagdrempelig te houden voor ouders door tegemoet te zien in de kosten van VVE.

Artikel 5 Subsidieaanvraag

De volgende gegevens worden gevraagd tijdens de subsidieaanvraag:

  • *

    Verwacht aantal gesubsidieerde peuterplaatsen: met bijbehorende berekening van de vergoeding, aangeleverd in het daarvoor bestemde format.

  • *

    Verwacht aantal VVE gesubsidieerde peuterplaatsen: met bijbehorende berekening van de vergoeding, aangeleverd in het daarvoor bestemde format.

  • *

    Exploitatiebegroting: Waaruit blijkt welke financiering feitelijk nodig is voor de exploitatie van de peuterplaatsen van het komende jaar.

  • *

    Activiteitenplan: Waarin de activiteiten zijn opgenomen die de Kinderopvangorganisatie het volgende jaar wil continueren en welke nieuwe activiteiten zij van plan is te ontwikkelen. De kinderopvangorganisatie levert hiermee input voor de gemeentelijke beleidsvoorbereiding.

  • *

    Risicoparagraaf: Waarin de risico’s worden beschreven en de feitelijk ondernomen maatregelen om deze risico’s af te dekken.

  • *

    Opleidingsplan: Waarin staat beschreven hoe kennis en vaardigheden van pedagogisch medewerkers in de voorschoolse voorziening wordt onderhouden.

Artikel 6 Subsidiebedrag

6.1. De maximale vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het maximale uurtarief dat is opgenomen in de Kinderopvangtoeslagtabel van Het Rijk.

6.2 Hierdoor betalen ouders geen eigen bijdrage over het derde en/of vierde dagdeel VVE.

6.3 Eigen bijdrage voor een reguliere plaats is inkomensafhankelijk.

Indien ouders minder dan 7 uur per week deelname wensen komen zij

niet in aanmerking voor een gesubsidieerde plaats.

Indien ouders meer dan 7 uur per week deelname wensen komen zij

voor de extra uren niet in aanmerking voor een gesubsidieerde plaats.

afbeelding binnen de regeling

Artikel 7 Subsdiecriteria

Ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag komen niet in aanmerking voor een gesubsidieerde reguliere peuterplaats. Vergoeding voor de peuteropvang gaat via de belastingdienst.

Anders is dit wanneer het gaat om een VVE peuterplaats. Hierbij komen ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen wel in aanmerking voor een gemeentelijke subsidie. De eerste 7 uur kennen een bijdrage vanuit de kinderopvangtoeslag. De aanvullende 3 tot 7 uur VVE wordt volledig door de gemeente vergoed. Voor deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. Om die reden wordt gevraagd de verklaring VVE te ondertekenen

en kenbaar te maken of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag of niet.

Artikel 8 Tussentijdse verantwoording

8.1 De tussentijdse verantwoording is er voor de gemeente om zicht te houden op de aantallen peuters en het budget beschikbaar voor peuteropvang en VVE.

Artikel 9 Subsidie vaststelling

5. De vaststelling van het subsidiebedrag kan leiden tot een afrekening over het ontvangen voorschot. Dat wil zeggen dat er een (terug)vordering kan plaatsvinden, gebaseerd opdaadwerkelijke aantallen en gebruik van peuterplaatsen over het subsidie jaar.

Registraties per locatie*:

o Hoeveel peuters geplaatst gebruik maken van een gesubsidieerde

peuterplaats

o Hoeveel peuters geplaatst zijn met een VVE indicatie

o Hoeveel peuters geplaatst zijn met een sociaal-medische indicatie

o Hoeveel verwijsadviezen naar een (gespecialiseerde) instantie of het sociaal

team aan ouders zijn gegeven

o Welke indicaties zijn afgegeven

* Het is hierbij niet noodzakelijk persoonsgegevens te verstrekken.