Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Ede

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en de invordering van reclamebelasting Ede Centrum 2020 (Verordening reclamebelasting Ede Centrum 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEde
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en de invordering van reclamebelasting Ede Centrum 2020 (Verordening reclamebelasting Ede Centrum 2020)
CiteertitelVerordening reclamebelasting Ede Centrum 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening reclamebelasting 2019.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 227 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-11-2019nieuwe regeling

14-11-2019

gmb-2019-284169

112268

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en de invordering van reclamebelasting Ede Centrum 2020 (Verordening reclamebelasting Ede Centrum 2020)

De raad van de gemeente Ede:

gelezen het voorstel "Reclamebelasting 2019" van burgemeester en wethouders d.d. 15-10-20198, met zaaknummer 112268;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting Ede Centrum 2020

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    tussenpersoon : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;

  • b.

    exploitant : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten.

  • c.

    kernwinkelgebied : een binnen het in artikel 2 lid 1 omschreven gebied gelegen gebied, dat in artikel 2 lid 2 nader gedefinieerd is.

  • d.

    aanloopgebied : een binnen het in artikel 2 lid 1 omschreven gebied gelegen gebied, dat in artikel 2 lid 3 nader gedefinieerd is.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

  • 1.

    De Verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Ede dat begrensd wordt door de volgende straten:

    Achterdoelen - Doelenplein - Raadhuisplein - Oude Kerkplein - Driehoek ( huisnummer10A tot Molenstraat) - Molenstraat (huisnummer 11 tot Bunschoterweg) - Bunschoterweg (vanaf Molenstraat tot Verlengde Amsterdamseweg) - Verlengde Amsterdamseweg - Bospoort (huisnummer 1 t/m 3) - Amsterdamseweg (vanaf Grotestraat tot Notaris Fischerstraat) - Notaris Fischerstraat - Molenstraat (vanaf Notaris Fischerstraat tot Telefoonweg) - Telefoonweg (vanaf Molenstraat tot Stationsweg) - Maanderweg - Stationsweg ( huisnummer 24 tot Breelaan) - Breelaan (vanaf Stationsweg t/m huisnummer 3) – Detmarlaan - Van Irhovenlaan 16 - Arnhemseweg (vanaf Detmarlaan tot huisnummer 16).

    Voor de genoemde straten en pleinen geldt dat beide zijden tot het gebied worden meegerekend. Eén en ander zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.

  • 2.

    Tot het kernwinkelgebied behoort het gebied dat begrensd wordt door en valt binnen de lijn Molenstraat – Telefoonweg – Stationsweg - Breelaan – Detmarlaan - Arnhemseweg (vanaf Detmarlaan tot grens gebied) - grens gebied van Arnhemseweg tot Driehoek - Driehoek.

  • 3.

    Tot het aanloopgebied behoort het gebied genoemd in artikel 2 lid 1 dat niet tot het kernwinkelgebied behoort.

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

 

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, de openbare aankondigingen zijn aangebracht.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, wordt de reclamebelasting voor openbare aankondigingen die zijn aangebracht door een exploitant als bedoeld in artikel 1 van deze verordening, geheven van die exploitant.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt de reclamebelasting voor openbare aankondigingen die zijn aangebracht ten behoeve van meerdere belastingplichtigen in één onroerende zaak geheven van degene die de onroerende zaak aan de belastingplichtigen ter beschikking stelt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak voor één of meer openbare aankondigingen die zijn aangebracht. Wanneer meerdere onroerende zaken door de gebruiker als één geheel worden gebruikt gelden deze voor de toepassing van deze verordening als één onroerende zaak.

 

  • 1.

    Het tarief betreft in het kernwinkelgebied 0,305 % van de WOZ-waarde die voor het betreffende kalenderjaar voor de onroerende zaak is vastgesteld, waarbij geldt dat het bedrag van de heffing minimaal € 507,00 en maximaal € 1.218,00 per onroerende zaak bedraagt.

 

  • 2.

    Het tarief betreft in het aanloopgebied 75% van het bedrag als berekend volgens onderdeel 5.1.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De reclamebelasting is verschuldigd bij het begin van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ont­hef­fing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschul­digde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalender­maanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen het gebied dat aan de reclamebelasting onderhevig is, verhuist en aldaar een andere onroerende zaak in gebruik neemt waarvoor de belastingplicht geldt, tenzij voor beide onroerende zaken een verschillend tarief geldt.

Artikel 8 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 9 Vrijstelling

De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen:

  • a.

    die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend;

  • b.

    die door of in opdracht van de gemeente zijn aangebracht, indien en voorzover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van een publiekrechtelijke taak;

  • c.

    die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;

  • d.

    op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan;

  • e.

    aangebracht op een voertuig, tenzij dat kennelijk is bestemd voor het voeren van reclame;

  • f.

    aangebracht op of bij bouwterreinen, voorzover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden.

  • g.

    betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak.

  • h.

    aankondigingen met uitsluitend naamsvermeldingen en/of openingstijden met een oppervlakte van minder dan 0,1 m²:

  • i.

    inhoudende niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek op openbare brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen wor­den betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening reclamebelasting 2019" van 13 december 2018, bekendgemaakt op 21 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Ede Centrum 2020'.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 14 november 2019, zaaknummer 112268.

De raad voornoemd,

De griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1 Kernwinkelgebied