Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Ermelo

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2013​

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieErmelo
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2013​
CiteertitelVerordening Afvalstoffenheffing 2013
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 229d lid 1 en 2 en 255aWet Miliebeheer, art. 15.33

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige

Uitvoeringsbesluit gemeentelijke belastingen

Beleidsregels ambtshalve verminderingenReglement automatische incasso 2011

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2013Onbekend

13-12-2012

Ermelo's Weekblad

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2013​

De raad van de gemeente Ermelo;

gelezen het voorstel van het college van 6 november 2012, nr. 12062379;

gelet op artikel 229d, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, en 255a van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t :

vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2013

 

 

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume;

  • b.

    verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer;

  • c.

    gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval;

  • d.

    restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval;

  • e.

    grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;

  • f.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 - Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 - Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 - Maatstaven van heffing en belastingtarieven

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 - Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 - Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onder 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onder 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

  • 5.

    De belastingschuld bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 8 - Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt voor aanslagen die worden opgelegd in het belastingtijdvak waarop zij betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag groter is dan of gelijk is aan € 30,00, maar minder is dan of gelijk is aan € 3.000,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor aanslagen die worden opgelegd in het belastingtijdvak waarop zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, groter is dan of gelijk is aan € 30,00 maar minder is dan of gelijk is aan € 3.000,00 en het totaalbedrag van dat aanslagbiljet door middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingtijdvak resteren. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid geldt voor aanslagen, gebaseerd op hoofdstuk 1, lid 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel behorende bij deze verordening, die opgelegd worden na het tijdvak waarop zij betrekking hebben, dat de aanslagen groter dan of gelijk aan € 30,00 moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 5.

    In afwijking van het eerste tot en met het vierde lid, moet de belasting worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid van deze Verordening:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving.

  • 6.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag of de kennisgeving.

  • 7.

    De Algemene Termijnen wet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 - Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 10 - Kwijtschelding

  • 1.

    Bij de invordering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt voor maximaal het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend.

  • 2.

    Bij de invordering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel wordt voor maximaal € 75,00 kwijtschelding verleend.

Artikel 11 - Tegemoetkoming kosten medisch afval

  • 1.

    Bij de invordering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2.1 en 1.2.2 van de tarieventabel wordt voor maximaal € 24,00 tegemoetkoming verleend wanneer de belastingplichtige, bij aanvang van het belastingjaar, of indien later, bij aanvang van de belastingplicht, daartoe een schriftelijk verzoek indient, voorzien van een schriftelijk bewijs (voor de noodzaak) van het gebruik van incontinentie-, stoma- en dialysemateriaal.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt slechts verleend op de aanslag die is vastgesteld in het belastingjaar waarin de aanvraag wordt gedaan.

Artikel 12 - Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening afvalstoffenheffing 2012" van 15 december 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2013".

Vastgesteld in de openbare vergadering

van

griffier, voorzitter,

Deze verordening zal worden/is gepubliceerd in:

Ermelo’s Weekblad van woensdag 19 december 2012

Tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2013.

Hoofdstuk 1 - Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

1.1 De belasting bedraagt per perceel voor het belastingtijdvak € 94,00

1.2.1 De belasting in 1.1 wordt vermeerderd per perceel per aanbieding

van een container bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval van:

80 liter € 0,35

140 liter € 0,60

240 liter € 1,05

1.2.2 De belasting in 1.1 wordt voorts vermeerderd per perceel per

aanbieding van een container bestemd voor de overige huis-

houdelijke afvalstoffen van:

140 liter € 3,50

240 liter € 5,95

1.2.3 Het aantal aanbiedingen per perceel wordt vastgesteld met behulp van

de containerherkennings- en registratieapparatuur op de inzamelwagen.

Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het aantal

malen dat een container, onderverdeeld naar de soort en het volume

daarvan, ter lediging wordt aangeboden, zoals is vastgesteld met

behulp van de containerherkennings- en registratieapparatuur op de

inzamelwagen.

1.3 De belasting in 1.1 wordt vermeerderd per perceel waar gebruik

1. gemaakt wordt van gezamenlijke containers (gestapelde bouw) € 77,00

Hoofdstuk 2 – Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor

het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen bij het

perceel per aanvraag per kubieke meter € 27,20

2.2 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor

het op aanvraag wisselen van een container, voor de tweede en

volgende omwisseling, per keer € 45,30

2.3 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor

het op aanvraag plaatsen van een slot op een minicontainer € 27,20

Behorend bij raadsbesluit van 19 december 2012, nummer 12062375

De griffier van de gemeente Ermelo,