Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gooise Meren

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGooise Meren
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2020
CiteertitelVerordening precariobelasting 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpFinanciën

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 228 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020Actualisatie

11-12-2019

gmb-2019-315354

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2020

De raad van de gemeente Gooise Meren;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders met nummer 1654837;

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2020.

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    jaar: een kalenderjaar;

  • b.

    maand: een kalendermaand;

  • c.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • d.

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • e.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • f.

    evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening met uitzondering van braderieën en kofferbakmarkten;

  • g.

    vaartuig: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;

  • h.

    woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot, dag- en/of nacht-verblijf van één of meer personen

  • i.

    ligplaats: plaats ingericht of gebruikt om er met een vaartuig ligplaats te hebben.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of -water , degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of –water heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

    • a.

      voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet;

    • b.

      voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

    • c.

      hebben van voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;

    • d.

      ter zake van het hebben van standplaatsen op de warenmarkt(en), waarvoor een recht verschuldigd is op grond van de verordening op de heffing en invordering van marktgeld;

    • e.

      ter zake van het hebben van spoorstaven;

    • f.

      ter zake van het hebben van glas-, papier- en bouwcontainers op voor de openbare dienst bestemde bouwgrond;

    • g.

      ter zake van het hebben van bouwketen, -steigers en -materialen;

    • h.

      voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten behoeve van openbare middelen van vervoer, zoals halteborden en wachthuisjes;

    • i.

      voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor:

      • de braderie op Koningsdag;

      • na ingrijpende reconstructies bij heropening van straten georganiseerde feestelijkheden;

    • j.

      voor de in gebruik gegeven c.q. genomen strook van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond voor het plaatsen en/of uitstallen van goederen tot één meter vanaf de voorgevelrooilijn van de weg, straat of plein;

    • k.

      van voorwerpen of werken ten dienste van het wegverkeer, zoals wegwijzers van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB;

    • l.

      voor de brievenbussen van Post NL en soortgelijke ondernemingen;

    • m.

      voor versieringen, aangebracht tijdens en ter gelegenheid van algemene nationale feestdagen;

    • n.

      van voorwerpen of werken, die worden gebezigd ten behoeve van het voeren van verkiezingsreclame;

    • o.

      voor het hebben van buizen tot lozing van fecaliën, van huishoud-, bedrijfs- of hemelwater, aansluitend op de gemeentelijke riolering;

    • p.

      het hebben van bloembakken, plantenbakken aan de gevel, voorzien van planten en of bloemen en uitsluitend gebezigd ten behoeve van opluistering, sfeer of versiering waarbij de bak niet groter is dan 0,5 m² horizontaal geprojecteerd;

    • q.

      voor het hebben van pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen, balkons, markiezen, zonneschermen bij woningen, mits deze zijn aangebracht door of namens en ten behoeve van de bewoners van die woningen;

    • r.

      van gehandicaptenvoertuigen, als bedoeld in artikel 1 van de RVV 1990.

Artikel 5 Grondslag en maatstaf van heffing

De precariobelasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt;

  • 2.

    Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald;

  • 3.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek;

  • 4.

    Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 5.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 6.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 7.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    Een aanslag moet worden betaald binnen een vier weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen vier weken na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Oude vergunningen

De vergunningen, welke tot op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend, worden onder de daaraan verbonden voorwaarden tot wederopzegging toe gehandhaafd, doch het bedrag van de verschuldigde belasting, hoe ook genaamd, wordt voortaan geregeld naar het in deze verordening geldende tarief.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Overgangsrecht

De Verordening precariobelasting 2019, vastgesteld door de raad van de gemeente Gooise Meren op 12 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening precariobelasting 2020’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Gooise Meren, gehouden op 11 december 2019.

de voorzitter

de griffier

Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2020

1. COMMERCIËLE DOELEINDEN

Tarief

Het tarief bedraagt voor het plaatsen en/of uitstallen van goederen direct of indirect ten verkoop bestemd c.q. het uitoefenen van enig beroep of bedrijf op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond per vierkante meter (m²):

-

per dag

0,85;

-

per week

4,57;

-

per maand

17,26;

-

per jaar

143,57;

-

per jaar op één dag van de week

23,63.

Het tarief bedraagt voor het houden van een:

a.

evenement, waarbij meer dan 2.500 m² voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond in gebruik wordt genomen

459,84 per dag;

b.

evenement, waarbij 2.500 m² of minder voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond in gebruik wordt genomen

229,91 per dag.

2. TERRASSEN

Het tarief bedraagt voor het plaatsen van voorwerpen op een terras

 

 

per vierkante meter (m²)

33,11.

3. AFTAPPUNTEN VOOR MOTORBRANDSTOF

Het tarief bedraagt voor het hebben van (een) aftappunt(en) voor de levering c.q. het aftappen van benzine of enige andere motorbrandstof voorzover de aftappunt(en) zich op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevind(t)en per aftappunt, per jaar

269,45

Behoort bij raadsbesluit van 11 december 2019.

de voorzitter

de griffier