Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent karakteristieke panden (Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBesluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent karakteristieke panden (Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019)
CiteertitelSubsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
  2. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Groningen/CVDR602497/CVDR602497_1.html
  3. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Groningen/CVDR610434/CVDR610434_1.html
  4. Erfgoedwet
  5. Besluit ruimtelijke ordening
  6. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Groningen/CVDR410825/CVDR410825_10.html
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-07-2019nieuwe regeling

09-07-2019

prb-2019-5162

K16333

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent karakteristieke panden (Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019)

Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op 9 juli 2019, nr. A.35, afdeling ECP, dossiernummer K16333 het volgende besluit hebben genomen:

 

 

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen:

 

 

Overwegende dat

  • -

    de provincie Groningen het van belang vindt een regierol te vervullen voor het gebiedsgerichte beleid met betrekking tot het gebouwd erfgoed. Belangrijk hierbij is de herbestemming van erfgoedpanden en de samenwerking met regionale partners. De provincie wil het gebruik van erfgoedpanden stimuleren vanuit de gedachte dat het gebruik van erfgoedpanden bijdraagt aan de instandhouding van het erfgoedpand;

  • -

    de provincie Groningen in deze pilot wil testen op welke wijze zij het behoud van karakteristieke panden kan realiseren en eigenaren zoveel mogelijk te faciliteren om dit behoud mogelijk te maken.

Gelet op:

  • -

    Groningen Erfgoedprogramma 2017-2021;

  • -

    Meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen 2017-2021;

  • -

    Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    Artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017

  • -

    Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • -

    Erfgoedwet;

  • -

    Besluit ruimtelijke ordening;

  • -

    Omgevingsverordening provincie Groningen 2016;

  • -

    de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • -

    de Landbouwvrijstellingsverordening;

  • -

    Beleidsregel versterken

 

Besluiten:

 

  • I.

    Vast te stellen de:

Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    AGVV: Verordening EU Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard, PbEU L 187/1 van 26 juni 2014 en Verordening EU 2017/1084 van de Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van Verordening EU Nr. 651/2014 wat betreft steun voor haven- en luchthaveninfrastructuur, aanmeldingsdrempels voor steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed en voor steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur, en regelingen inzake regionale exploitatiesteun voor ultraperifere gebieden, en tot wijziging van Verordening EU Nr. 702/2014 wat betreft de berekening van de in aanmerking komende kosten, PbEU L 156/1 van 20 juni 2017;

  • b.

    De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352);

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    Kaderverordening: Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • e.

    Procedureregeling: Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • f.

    provincie: provincie Groningen;

  • g.

    karakteristieke pand: gebouwen die per 1 januari 2019 door de gemeente Midden Groningen zijn aangewezen als karakteristiek pand vanwege de lokale cultuurhistorische waarde van de buitenzijde van het pand die op grond van hun karakteristieke hoofdvorm, typologie, architectuur, landschappelijke en of stedenbouwkundige situering, gaafheid of zeldzaamheid bijdragen aan de identiteit van de omgeving.

  • h.

    NCG: Nationaal Coördinator Groningen;

  • i.

    Overschild: gebied met de postcodes beginnend met 9625.

  • j.

    comfort maatregelen: aard- en nagelvaste maatregelen die bijdragen aan het gebruik- en wooncomfort.

  • k.

    energiebesparende maatregelen: aard en nagelvaste maatregelen gericht op het terugbrengen van het energiegebruik dan wel het overstappen naar gebruik van een andere energievorm zoals isolerende maatregelen aan vloer, dak en muren en vervangen van warmte installaties.

  • l.

    vervangende dakbedekking: vervangende dakbedekking die noodzakelijk is voor het voorkomen van (verdere) schade aan het karakteristieke pand dan wel het daadwerkelijk behoud van cultuurhistorische waarden voor de toekomst, waarbij de vervanging van de huidige dakbedekking aantoonbaar technisch noodzakelijk is. Het materiaal waarmee de bestaande dakbedekking wordt vervangen moet aansluiten bij het karakter van het karakteristieke pand.

  • m.

    onderhoud: sober en doelmatig onderhoud gericht op de instandhouding van het karakteristieke pand, technisch noodzakelijk en gericht op het maximale behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden aan de buitenzijde van het pand.

  • n.

    expert: architect, aannemer of deskundige met kennis en expertise op het gebied van sober en doelmatig onderhoud en energiebesparende maatregelen.

  • o.

    boerderij: gebouw met een agrarische en/of industriële bestemming.

  • p.

    oppervlakte woning: oppervlakte van de woningen zoals vastgelegd in het kadaster.

Artikel 2 Doel

Doel van de regeling is behoud en duurzaam maken van karakteristieke panden in Overschild.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door eigenaren van karakteristieke pand gelegen in Overschild.

Artikel 4 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    onderhoud van karakteristieke panden in Overschild;

  • b.

    energiebesparende maatregelen met betrekking tot karakteristieke panden in Overschild;

  • c.

    comfortmaatregelen met betrekking tot karakteristieke panden in Overschild;

  • d.

    vervangende dakbedekking met betrekking tot karakteristieke panden in Overschild;

  • e.

    inzet van expertise voor begeleiding van onderdeel a, b, c en d van artikel 5 met betrekking karakteristieke panden in Overschild.

Artikel 6 Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

    • b.

      de subsidieverstrekking naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet verenigbaar is met de artikelen 107 en 108 van het VWEU;

    • c.

      het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

    • d.

      niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling;

    • e.

      indien het karakteristiek pand volledig gesloopt is of volledig wordt gesloopt;

    • f.

      indien er al eerder op grond van deze regeling een subsidie is verstrekt voor het betreffende karakteristieke pand;

    • g.

      de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

      • i.

        subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

      • ii.

        de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • 2.

    De weigeringsgrond van artikel 2.5, eerste lid onder e, van de Procedureregeling is niet van toepassing, voor zover de uitvoering van de activiteit is gestart in 2019.

Artikel 7 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de uit te voeren werkzaamheden zijn beschreven in een projectplan met begroting en dekkingsplan;

  • b.

    het versterkingsadvies en de projectuitwerking hiervan zijn geaccordeerd door eigenaar, gemeente en zijn van positief advies voorzien door de NCG;

  • c.

    indien er sprake is van schade aan het karakteristieke pand, een actueel schaderapport van het karakteristieke pand;

  • d.

    een verklaring waaruit de instemming met het projectplan door de NCG blijkt;

  • e.

    indien in de aanvraag werkzaamheden zijn opgenomen waarvoor een Omgevingsvergunning vereist is, de verstrekte Omgevingsvergunning. De afweging of voor werkzaamheden een Omgevingsvergunning nodig is, kan alleen door de gemeente dan wel omgevingsdienst worden gemaakt.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidiabele kosten zijn:

    • a.

      kosten voor onderhoud van karakteristieke panden in Overschild;

    • b.

      kosten voor energiebesparende maatregelen van karakteristieke panden in Overschild;

    • c.

      kosten voor comfortmaatregelen van karakteristieke panden in Overschild;

    • d.

      kosten van vervangende dakbedekking van karakteristieke panden in Overschild;

    • e.

      kosten die ter zake van doe-het-zelf-werk of door niet-deskundigen worden gemaakt á maximaal 15 euro per uur voor karakteristieke panden in Overschild;

    • f.

      kosten voor inzet van een expert waaronder uitvoering van de energiescan van karakteristieke panden in Overschild.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.5, eerste lid onder a, van de Procedureregeling worden kosten die zijn gemaakt in 2019, maar voor de datum van indiening van de subsidieaanvraag wel subsidiabel geacht.

Artikel 9 Niet subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.5 van de Procedureregeling en artikel 8, tweede lid, komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het uitvoeren van herstelwerkzaamheden als gevolg van schade of versterking waarvoor een derde aansprakelijk kan worden gesteld;

  • b.

    kosten voor werkzaamheden gericht op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten ter versterking van de cultuurhistorische waarden gewenst zijn;

Artikel 10 Aanvraag en indieningstermijn

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling:

    • a.

      bevat een aanvraag ingeval aanvrager een rechtspersoon is en indien er sprake is van kosten voor het aanbrengen van energie besparende maatregelen of comfort maatregelen zoals bedoeld in artikel 5, onder b en c, een door de aanvrager ingevulde en ondertekende verklaring de-minimissteun;

    • b.

      indien in de aanvraag werkzaamheden zijn opgenomen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, de verstrekte Omgevingsvergunning.

    • c.

      vastgesteld schaderapport van NAM of TCMG

Artikel 11 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt voor de periode dag na bekendmaking Provinciaal Blad tot en met 31 december 2020 € 1.850.000,-.

Artikel 12 Hoogte van de subsidiabele kosten

  • 1.

    De maximaal subsidiabele kosten van woningen worden berekend aan de hand van de grootte van het oppervlak van de woning gebaseerd op een uittreksel van het Kadaster.

  • 2.

    De maximale subsidiabele kosten zijn als volgt:

    • a.

      oppervlakte woning tot 100 m2 maximaal € 70.000;

    • b.

      oppervlakte woning van 100 m2 tot 200 m2 maximaal € 80.000;

    • c.

      oppervlakte woning groter dan 200 m2 maximaal € 90.000.

  • 3.

    De maximaal subsidiabele kosten voor een boerderij zijn € 90.000.

  • 4.

    De hoogte van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5 sub c, bedragen maximaal € 10.000.

  • 5.

    De hoogte van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 5 sub e, bedragen maximaal 10 % van de subsidiabele kosten.

Artikel 13 Subsidiehoogte

De hoogte van de totale subsidie, bedoeld in artikel 5, bedraagt maximaal 70 % van de subsidiabele kosten

Artikel 14 Verdeelcriteria

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 15 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd overeenkomstig het ingediende projectplan en overeenkomstige het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening;

  • b.

    onvoorziene wijzigingen in het project of projectplan die het detailniveau overstijgen worden onverwijld schriftelijk ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten voorgelegd;

  • c.

    zodra de werkzaamheden starten dient dit te worden gemeld aan de provincie Groningen, waarbij tevens wordt aangegeven of de planning ongewijzigd is. Indien de planning van de werkzaamheden is gewijzigd, moet de aanleiding daarvan worden toegelicht en een aangepaste planning worden meegestuurd;

  • d.

    met de werkzaamheden wordt een aanvang gemaakt binnen zes maanden na de datum van de subsidieverlening.

  • e.

    de werkzaamheden aan een karakteristiek pand mogen alleen worden uitgevoerd onder leiding van een architect of deskundige met aantoonbare ervaring met onderhoud van erfgoedpanden.

  • f.

    de werkzaamheden zijn voltooid binnen twee jaar na de datum van de start.

  • g.

    verlenging van de termijnen, bedoeld in sub d en f, is slechts mogelijk indien voor het aflopen van de termijn vooraf een schriftelijk verzoek wordt ingediend met een toelichting op de reden van de vertraging of de voortgang van de activiteit en de verwachte duur van de vertraging. Deze verlenging is eenmalig en bedraagt maximaal één jaar.

  • h.

    in afwijking van sub h kunnen Gedeputeerde Staten vaker dan eenmaal instemmen met verlenging van de termijnen indien de vertraging van het project het gevolg is van overmacht, of in de gevallen waarbij er sprake is van geconstateerde aardbevingsschade aan het karakteristieke pand.

  • i.

    de eigenaar is verplicht controle toe te staan op de uitvoering van het project.

  • j.

    indien sprake is van verstrekking van opdrachten voor infrastructurele werken, leveringen of diensten, wordt voldaan aan de wet- en regelgeving voor aanbesteden, waarbij de geldende drempels en procedures van de Aanbestedingswet 2012 in acht worden genomen.

Artikel 16 Aanvraag tot vaststelling

  • 1.

    Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend uiterlijk 13 weken na voltooiing van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend en bestaat uit:

    • a.

      een financieel verslag van de realisatie van het project in relatie met de oorspronkelijke begroting en het dekkingsplan zoals opgenomen in de aanvraag

    • b.

      een inhoudelijk eindverslag over de realisatie van het project in relatie met de oorspronkelijke opzet zoals beschreven in de aanvraag alsmede met betrekking tot de invulling van de aanvullende voorschriften en verplichtingen zoals deze zijn opgenomen in de verleningsbeschikking;

  • 2.

    De vast te stellen subsidie wordt naar evenredigheid verlaagd indien de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan opgenomen in de projectbegroting of indien de werkelijke inkomsten hoger zijn dan geraamd in de projectbegroting zoals deze is opgenomen in de aanvraag.

Artikel 17 Bevoorschotting en betaling

Onverminderd artikel 2.9 van de procedureregeling vindt bevoorschotting en betaling als volgt plaats.

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken bij subsidies van € 25.000,- of meer een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze regeling wordt bekendgemaakt in het Provinciaal Blad en treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 19 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019.

 

Groningen, 9 juli 2019

Gedeputeerde Staten voornoemd:

F.J. Paas, voorzitter.

H. Schrikkema, locosecretaris.

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling pilot karakteristieke panden provincie Groningen 2019

 

Algemeen

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (Kaderverordening) en de Procedureregeling subsidies Groningen 2018 (Procedureregeling). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Kaderverordening en Procedureregeling. In de Procedureregeling staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.

Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Kaderverordening en Procedureregeling noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.