Regeling vervallen per 01-01-2017

Centrumregeling beschermd wonen, opvang en inloopvoorzieningen GGz Groningen

Geldend van 01-01-2017 t/m 31-12-2016

Intitulé

Centrumregeling beschermd wonen, opvang en inloopvoorzieningen GGz Groningen

De deelnemers,

de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Appingedam, Bedum, Bellingwedde, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Slochteren, Stadskanaal, Ten Boer, Veendam, Vlagtwedde, Winsum en Zuidhorn, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

overwegende dat,

  • de colleges en de burgemeesters belang hechten aan samenwerking in de regio Groningen omtrent de uitvoering van taken in het sociaal domein;

  • de verantwoordelijkheid voor opvang en beschermd wonen ligt bij alle gemeenten. Voor opvang en beschermd wonen is tussen Rijk en de VNG afgesproken te werken met centrumgemeenten. De regie voor opvang en beschermd wonen ligt bij de centrumgemeente. Aan deze afspraak is geen specifieke termijn verbonden;

  • de Centrumregeling beschermd wonen Groningen positief is geëvalueerd door de deelnemers van het bestuurlijk en ambtelijk OOGO;

  • de Centrumregeling wordt verlengd voor onbepaalde tijd en uitgebreid met alle taken rondom opvang;

  • er daarnaast de behoefte is om de intergemeentelijke samenwerking rondom de taken vanuit de beleidsterreinen “inloopvoorziening GGZ” voor onbepaalde tijd te continueren;

  • de regiogemeenten regionale inloopvoorzieningen GGZ en bovenregionale inloopvoorzieningen GGz voor specifieke doelgroepen willen organiseren waarvoor provinciale toegankelijkheid geldt en minimumeisen gelden.

  • conform artikel 1.2.1, sub b en sub c, van de Wmo 2015 de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen en opvang per 1 januari 2015 belegd wordt bij alle gemeenten;

  • De inloopvoorziening GGz een algemene voorziening is conform artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015 die gezamenlijk door de deelnemers bekostigd wordt;

  • een centrumregeling op grond van de Wgr een democratische controle op de samenwerking biedt. Een goede basis voor afspraken over de beheersing van de middelen, eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s;

  • voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken een publiekrechtelijke regeling als een gemeenschappelijke regeling de voorkeur verdient boven een privaatrechtelijke regeling;

  • de colleges de uitvoerende taken en bevoegdheden omtrent beschermd wonen, bovenregionale inloopvoorziening GGz en opvang willen opdragen aan de centrumgemeente (Groningen) en de burgemeesters de privaat-rechtelijke bevoegdheden op eenzelfde wijze willen regelen middels volmacht verlening;

gelet op,

  • artikel 1.1.1 lid 1 en 1.2.1, sub b en c, van de Wmo 2015;

  • artikelen 1 en 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • en de relevante bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht;

  • gezien de besluiten van de raden van de gemeenten Appingedam, Bedum, Bellingwedde, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Slochteren, Stadskanaal, Ten Boer, Veendam, Vlagtwedde, Winsum en Zuidhorn tot het verlenen van toestemming aan de colleges en de burgemeesters van deze gemeenten tot het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling.

Besluiten:

tot het wijzigen van de Centrumregeling beschermd wonen en opvang Groningen in werking getreden op 1 januari 2016 door deze te vervangen door de onderstaande Centrumregeling beschermd wonen, opvang en inloopvoorziening GGz Groningen ter uitvoering van beschermd wonen en opvang conform de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    regeling: Centrumregeling beschermd wonen, opvang en Inloopvoorziening GGz Groningen;

  • b.

    centrumgemeente: gemeente Groningen;

  • c.

    colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;

  • d.

    burgemeesters: burgemeesters van de deelnemende gemeenten;

  • e.

    beschermd wonen: wonen zoals bedoeld in artikel 1.1.1 Wmo 2015; wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;

  • f.

    regiogemeenten: de deelnemende gemeenten Appingedam, Bedum, Bellingwedde, De Marne, Delfzijl, Eemsmond, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Loppersum, Marum, Menterwolde, Oldambt, Pekela, Slochteren, Stadskanaal, Ten Boer, Veendam, Vlagtwedde, Winsum en Zuidhorn;

  • g.

    Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • h.

    uitvoeringsbudget beschermd wonen, opvang en inloopvoorziening GGz: het budget dat op voorstel van de centrumgemeente is vastgesteld door de regiogemeenten.

  • i.

    Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • j.

    opvang: onderdak en begeleiding zoals bedoeld in artikel 1.1.1 Wmo 2015; het bieden van onderdak en begeleiding aan personen die hun thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld en niet in staat zijn om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;

  • k.

    inloopvoorziening GGZ: algemene voorziening met inloopfunctie voor mensen die bekend zijn met psychische, psychiatrische en/of verslavingsproblematiek gericht op ontmoeting en signalering;

  • l.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • m.

    OOGO: op overeenstemming gericht overleg in de regio Groningen;

  • n.

    voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening.

Artikel 2 Doel en belang

De gemeenschappelijke regeling is aangegaan met als doel de taken en bevoegdheden van de regiogemeenten vanuit de Wmo 2015 op het gebied van beschermd wonen, opvang en de bovenregionale inloopvoorziening GGz door mandaat en volmacht op te dragen aan de centrumgemeente. Hierdoor wordt het behalen van schaalvoordelen, het stimuleren van de samenwerking tussen de deelnemers, de beheersing van de middelen en eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s geregeld.

Hoofdstuk 2 Centrumgemeente

Artikel 3 Centrumgemeente

De gemeente Groningen wordt aangewezen als centrumgemeente in deze regeling.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

  • 1. De colleges en burgemeesters van de regiogemeenten dragen aan het college en de burgemeester van de centrumgemeente taken op ter verwezenlijking van het doel, genoemd in artikel 2.

  • 2. De samenwerking zal zich in ieder geval richten op de gezamenlijke inkoop of subsidiëring van beschermd wonen, opvang en inloopvoorzieningen GGz. Deze samenwerking zal nader uitgewerkt worden in het dienstverleningshandvest.

  • 3. De bevoegdheden betreffen de volgende deelgebieden en voorzieningen van het sociaal domein:

    • a.

      beschermd wonen;

    • b.

      opvang;

    • c.

      inloopvoorziening GGz

  • 4. De centrumgemeente taken omvatten:

    • a.

      het uitwerken van het meerjarenprogramma van beschermd wonen naar wonen met begeleiding op maat;

    • b.

      het ontwikkelen van een integrale benadering (met partijen als jeugdhulp, onderwijs, wonen en welzijn) rond opvang, huiselijk geweld en beschermd wonen;

    • c.

      het inrichten en door ontwikkelen van een centrale ingang beschermd wonen en opvang;

    • d.

      het verzorgen van de indicaties en herindicaties voor beschermd wonen en opvang;

    • e.

      het bevorderen en treffen van algemene voorzieningen voor beschermd wonen en opvang;

    • f.

      het afgeven van een beschikking en een plaatsingsadvies voor beschermd wonen en opvang;

    • g.

      het daadwerkelijk verstrekken van beschermd wonen en opvang;

    • h.

      de vertegenwoordiging in de bezwaar- en beroep procedure ten aanzien van beschermd wonen en opvang;

    • i.

      het behandelen van klachten conform hoofdstuk 9 van de Awb voor beschermd wonen, opvang en inloopvoorziening GGZ

    • j.

      het houden van toezicht op de WMO-voorzieningen die vallen onder deze regeling;

    • k.

      het zorgdragen voor afstemming van de toezichthouder van de centrumgemeente met de toezichthouder van de regiogemeente, dan wel een andere door de regiogemeente aangewezen functionaris en daartoe worden nadere afspraken gemaakt tussen de centrumgemeente en de regiogemeente;

    • l.

      voor zover opgedragen het verzorgen van de financiering en administratie aangaande beschermd wonen, opvang en inloopvoorziening GGz.

  • 5. Groningen zal haar rol als centrumgemeente in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 invullen.

Artikel 5 Bevoegdheden colleges en burgemeesters

  • 1. De colleges van de regiogemeenten dragen ter verwezenlijking van het doel, als bedoeld in artikel 2, de taken die aan hen zijn toegekend in het kader van beschermd wonen, bovenregionale inloopvoorziening GGz en opvang op en mandateren de daarbij behorende bevoegdheden aan het college van de centrumgemeente.

  • 2. De regiogemeenten kunnen in het kader van deze regeling taken opdragen aan de centrumgemeente.

  • 3. De colleges van de regiogemeenten staan toe dat het college van de centrumgemeente voor de gemandateerde bevoegdheden ondermandaat verleent aan medewerkers.

  • 4. Ter verwezenlijking van het doel, als bedoeld in artikel 2 geven de burgemeesters van de regiogemeenten volmacht aan de burgemeester van de centrumgemeente.

Artikel 6 Samenwerking en overleg

  • 1. Er vindt overleg en afstemming plaats tussen de deelnemers met betrekking tot beschermd wonen, opvang en inloopvoorziening GGz.

  • 2. Er is een bestuurlijk overleg tussen verantwoordelijke wethouders van de deelnemers en er is een ambtelijk overleg tussen medewerkers van de deelnemende gemeenten. In deze op overeenstemming gerichte overlegvormen (OOGO) wordt het samenwerkingsoverleg omtrent de centrumregeling gevoerd.

Artikel 7 Uitvoeringsbudget en daadwerkelijke gebruik van zorg

  • 1. De centrumgemeente ontvangt van het Rijk het macrobudget beschermd wonen en opvang. Dit budget bestaat uit een onderdeel voor de vergoeding van het daadwerkelijke gebruik van de zorg en een onderdeel voor de technische uitvoering van deze gemeentelijke taak.

  • 2. De kosten voor het uitvoeren van de taak bovenregionale inloopvoorziening GGz worden naar rato omgeslagen per inwoner van de regiogemeente.

  • 3. Het uitvoeringsbudget voor de technische uitvoering van deze taken door de centrumgemeente is het uitvoeringsbudget beschermd wonen en opvang zoals gedefinieerd in artikel 1 sub h.

  • 4. Het budget zoals genoemd onder lid 3 voor de taakuitvoering van de centrumgemeente mag niet overschreden worden. Indien dit verwijtbaar overschreden wordt, is dit voor rekening en risico van de centrumgemeente. In alle andere gevallen vindt een verdeling plaats van de overschrijding van het budget over alle andere deelnemers.

  • 5. De centrumgemeente dient bij dreigende overschrijding van de begroting aanvullende voorstellen doen aan de deelnemende colleges ter verhoging van het budget.

  • 6. Voor wat betreft de vergoeding van het daadwerkelijke gebruik van voorzieningen wordt de kostenverdeling tussen de deelnemers tijdelijk omgeslagen naar rato van het aantal inwoners per regiogemeente.

  • 7. Een regiogemeenten die voor zich of tezamen met anderen taken van de regeling uitvoert ontvangt daarvoor een uitvoeringsbudget van de centrumgemeente en een bedrag voor de kosten voor het in stand houden van voorzieningen. De vergoedingen worden zoveel mogelijk naar rato van het aantal inwoners per regiogemeente verdeeld.

  • 8. De centrumgemeente stelt jaarlijks voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt een begroting op met de integrale kosten voor haar dienstverlening ten behoeve van gemeenten. Deze begroting wordt besproken in het bestuurlijk OOGO alvorens deze door de centrumgemeente wordt vastgesteld.

Artikel 8 Informatie- en verantwoordingsplicht

  • 1. Het college respectievelijk de burgemeester van de centrumgemeente geeft het college respectievelijk de burgemeester van de regiogemeente schriftelijk de door een of meer leden van het college respectievelijk burgemeester van de regiogemeenten gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

  • 2. Het college respectievelijk de burgemeester van de regiogemeente geeft het college respectievelijk de burgemeester van de centrumgemeente alle inlichtingen die het college respectievelijk de burgemeester van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, genoemd in artikel 4, nodig heeft.

  • 3. De colleges en burgemeesters van gemeenten zijn zorgvuldig in het verstrekken van informatie dat nodig is om de dienstverlening goed en doelmatig te kunnen uitvoeren.

Artikel 9 Dienstverleningshandvest

  • 1. In een tussen de colleges van de regiogemeenten en de centrumgemeente te sluiten dienstverleningshandvest, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze regeling. In het dienstverleningshandvest wordt in ieder geval geregeld:

    • a.

      de uitvoeringskaders behorende bij genoemde taken;

    • b.

      de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de centrumgemeente moet voldoen;

    • c.

      de uitwerking van de informatie- en verantwoordingsplicht van het college van de centrumgemeente aan de colleges van de regiogemeenten;

    • d.

      de nadere uitwerking van het vereveningsprincipe voor wat betreft de vergoeding van het daadwerkelijke gebruik van voorzieningen;

    • e.

      de nadere uitwerking van de financiële afwikkeling bij uittreden.

  • 2. Het dienstverleningshandvest kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden gewijzigd, waarbij instemming van alle deelnemers is vereist.

Hoofdstuk 3 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing

Artikel 10 Wijziging van de regeling

  • 1. Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot wijziging van de regeling.

  • 2. De gewijzigde regeling wordt pas voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, indien alle deelnemers met de gewijzigde regeling akkoord zijn.

  • 3. De deelnemers gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemers.

  • 4. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag volgend op die waarop deze door de deelnemers bekend is gemaakt, tenzij bij de gewijzigde regeling anders is bepaald.

  • 5. Op de wijziging van deze regeling is artikel 18 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11 Toetreding tot de regeling

  • 1. Iedere deelnemer kan een voorstel doen tot toetreding van een college en burgemeester van een gemeente aan deze regeling.

  • 2. Bij toetreding van een college maken de deelnemers afspraken over een herschikking van de financiële budgetten.

  • 3. De toetreding wordt pas ter toestemming voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers en de gemeenteraad van het toetredende college en burgemeester indien over de toetreding overeenstemming met de andere deelnemers is bereikt.

  • 4. Op toetreding tot deze regeling is artikel 18 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Naar aanleiding van het toetreden wijzigen de overige deelnemers de regeling, conform artikel 10.

Artikel 12 Uittreding uit de regeling

  • 1. Een deelnemer die wenst uit te treden dient dit voornemen schriftelijk kenbaar maken aan de overige deelnemers.

  • 2. Een deelnemer besluit tot uittreding nadat zijn raad hiertoe toestemming heeft verleend en dit besluit heeft bekendgemaakt.

  • 3. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan een jaar na afloop van het kalenderjaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.

  • 4. Aan de uittreding van een deelnemer zijn kosten verbonden en er dient een financiële afwikkeling te komen. Een en ander zal nader uitgewerkt worden in het dienstverleningshandvest.

  • 5. Naar aanleiding van het uittreden wijzigen de overige deelnemers de regeling, conform artikel 10.

Artikel 13 Opheffing van de regeling

  • 1. De regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van alle colleges (instemming) van de deelnemers.

  • 2. Iedere deelnemende gemeente is bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling gehouden aan de centrumgemeente de financiële verplichtingen te voldoen welke ten laste van de centrumgemeente zijn of zullen blijven ter uitvoering van de taken beschermd wonen en opvang zolang Groningen als centrumgemeente door het Rijk als centrumgemeente voor die taken is aangewezen.

    De centrumgemeente is belast met de uitvoering van het besluit zoals genoemd in lid 1 van dit artikel.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen

Artikel 14 Evaluatie

De uitvoering van deze regeling zal jaarlijks in april geëvalueerd worden door de deelnemers in het bestuurlijk en ambtelijk OOGO.

Artikel 15 Ingangsdatum en duur van de regeling

  • 1. De wijziging van de Centrumregeling beschermd wonen en opvang Groningen door deze te vervangen door de Centrumregeling beschermd wonen, opvang en inloopvoorziening GGz Groningen treedt in werking op 1 januari 2017.

  • 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 16 Geschillen

Onverminderd het bepaalde in artikel 28 Wgr worden geschillen over deze regeling eerst onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. Voordat een dergelijk advies wordt gevraagd, dient het geschil besproken te worden met een afvaardiging van de deelnemende colleges. Wanneer dit niet leidt tot overeenstemming, wijst iedere deelnemer een onafhankelijke deskundige aan. De aangewezen deskundigen benoemen gezamenlijk een deskundige die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het opdrachtgeverschap aan de commissie wordt door de deelnemers gezamenlijk ingevuld.

Artikel 17 Klachten

Klachten die betrekking hebben op de uitoefening van bevoegdheden die in mandaat van de centrumgemeente worden uitgevoerd door medewerkers van de centrumgemeente worden afgehandeld volgens de externe klachtenregeling van de centrumgemeente.

Artikel 18 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente

Het college van de centrumgemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr.

Artikel 19 Archivering

De archivering met betrekking tot de door de centrumgemeente uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die de centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert.

Artikel 20 Privacy

Het in achtnemen van de privacy met betrekking tot de door de centrumgemeente uitgevoerde taken geschiedt op basis van de bepalingen die de centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert conform de privacy wet- en regelgeving.

Artikel 21 Citeerwijze

Deze regeling kan worden aangehaald als: Centrumregeling beschermd wonen en opvang Groningen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haren.
in zijn vergadering d.d. 10 januari 2017.
Burgemeester, Secretaris.