Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Heerlen

Gemeente Heerlen - Verordening van de gemeenteraad van Heerlen houdende bepalingen met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting 2020 (Precarioverordening 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHeerlen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeente Heerlen - Verordening van de gemeenteraad van Heerlen houdende bepalingen met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting 2020 (Precarioverordening 2020)
CiteertitelVerordening precariobelasting 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpprecariobelasting

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 228 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-12-2019Nieuw regeling, oude regeling 2019 (obm- 1800173 vervalt)

07-11-2019

gmb-2019-298250

OBM-19000020

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeente Heerlen - Verordening van de gemeenteraad van Heerlen houdende bepalingen met betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting 2020 (Precarioverordening 2020)

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze verordening en van de daarbij behorende tarieventabel wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:

  • a.

    jaar: een kalenderjaar;

  • b.

    maand : een kalendermaand;

  • c.

    gevellijn : de aanwezige of geprojecteerde snijlijn van het grootste gevelvlak van een pand met het grondvlak.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

 

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die het voorwerp of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het hebben van:

  • 1.

    voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke overeenkomst een vergoeding is verschuldigd;

  • 2.

    voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens recht van bezit of enig ander zakelijk recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke in gebruik zijn bij derden;

  • 3.

    kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden;

  • 4.

    voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

  • 5.

    buizen in de grond tot lozing van faecaliën, van huishoud- of hemelwater;

  • 6.

    dakgoten, vensterbanken en gevelroosters en afvoerbuizen van hemelwater;

  • 7.

    voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden;

  • 8.

    sierverlichting, zoals contourbalken, neonbuizen, lampenlijnen en dergelijke, geen reclamevoorwerpen zijnde, die dienst doen als feestverlichting in de winkelcentra;

  • 9.

    voorwerpen als bedoeld onder 05.03, 05.04 en 05.04a van onderdeel 05 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien sprake is van een of meerdere van deze voorwerpen en deze voorkomen aan één onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening onroerendezaakbelastingen Heerlen 2020" en tezamen minder belopen dan 4 m2;

  • 10.

    lampen en lantaarns als bedoeld onder 05.06 van onderdeel 05 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien deze voorkomen aan één onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de ‘Verordening onroerende zaakbelastingen 2020’ en sprake is van minder dan 2 van deze voorwerpen.

 

Artikel 5 Belastingtijdvak

Indien de belasting wordt geheven naar een jaar- of maandtarief, is het belastingtijdvak het jaar respectievelijk de maand(en) dat de voorwerpen aanwezig zijn.

 

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

  • 1.

    De belasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Belastingaanslagen van € 10,00 en minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag.

 

Artikel 7 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting worden gedeelten van de in de tarieventabel genoemde eenheden van tijd en andere eenheden als volle eenheid aangemerkt.

  • Indien het heffingstijdvak een kortere periode dan een jaar omvat en het tarief uitsluitend per jaar is vastgesteld, wordt het recht naar tijdsgelang berekend. Hierbij wordt een gedeelte van een maand voor een gehele maand gerekend.

  • 2.

    Indien een oppervlaktetarief voor voorwerpen boven de gemeentegrond is vastgesteld, wordt de belasting als volgt berekend. Er wordt uitgegaan van de oppervlakte van het grootste gemeten vlak of bij niet rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen die loodrecht op elkaar staan.

  • 3.

    Indien een oppervlaktetarief voor voorwerpen op de gemeentegrond is vastgesteld, wordt de belasting als volgt berekend. Er wordt uitgegaan van de oppervlakte van de gemeentegrond die daadwerkelijk door de voorwerpen wordt ingenomen.

 

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Voor elk nieuw belastbaar feit kan een afzonderlijke aanslag worden opgelegd.

 

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting

  • 1.

    De naar jaartarieven geheven precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak aanvangt, is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.

  • 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

 

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

 

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting.

 

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Precarioverordening 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking;

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Precarioverordening 2020’.

 

 

 

Tarieventabel 2020 behorende bij de Precarioverordening 2020

 

Tarieventabel 2020 behorende bij de Precarioverordening 2020

 

Nr.

Omschrijving

Eenheid

Bedrag

01.

Algemeen

 

 

01.01

Voor het hebben van voorwerpen onder, op of

 

 

 

boven voor de openbare dienst bestemde

 

 

 

gemeentegrond, indien voor het hebbben van

 

 

 

die voorwerpen in de navolgende nummers niet

 

 

 

in een bijzonder tarief is voorzien, voorzover

per m1 of m2

 

 

daarvoor niet ingevolge een andere verordening

per jaar

23,80

 

rechten zijn verschuldigd.

per maand

2,10

 

 

 

 

02.

Automaten

 

 

02.01

Automatische verkoop-, weeg-, of andere

 

 

 

toestellen die zich bevinden:

per 0,25 m2 front-

 

 

 

oppervlakte

 

02.01.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

21,50

02.01.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

15,60

 

 

 

 

03.

Benzine, oliepompen, tanks e.d.

 

 

03.01

Vaste aftappunten met toebehoren voor motor-

 

 

 

brandstof

per tappunt, per jaar

142,80

03.02

Verplaatsbare aftappunten met toebehoren voor

 

 

 

motorbrandstof

per tappunt, per jaar

43,50

03.03

Aftappunten met toebehoren voor lucht of water

per tappunt, per jaar

39,20

03.04

Vulputten, kraanputten, e.d.

per put, per jaar

39,20

03.05

Opslagtanks voor motorbrandstof, olie, etc.,

 

 

 

daaronder ook begrepen tanks t.b.v. centrale

 

 

 

verwarmingsinstallaties

per tank, per m2, per jaar

39,20

03.06

Luifels of overkappingen

per m2, per jaar

11,00

03.07

Pompheuvels (perrons of voetstukken)

per m2, per jaar

16,10

03.08

Lichtmasten

per stuk, per jaar

11,00

 

 

 

 

04.

Buizen, kabels transportleidingen e.d.

 

 

04.01

Buizen, kabels transportleidingen e.d.

per m1, per jaar

0,30

 

 

 

 

05.

Diverse voorwerpen

 

 

05.01

Hijsbalken, katrollen, kikkers e.d.

per stuk, per jaar

19,30

05.02

Funderingen, perrons, putten, steigers, vlonders,

 

 

 

plankieren, e.d.

per m2, per jaar

3,00

05.03

Luifels, balkons, erkers, uitbouwen, overbouwingen

 

 

 

e.d. onderdelen van gebouwde eigendommen

per m2, per jaar

5,70

05.04

Zonneschermen en markiezen andere dan bedoeld

 

 

 

in 7.03 (d.w.z. zonder reclame) exclusief

per m2

 

 

de oppervlakte van de volanten:

 

 

05.04.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

7,40

05.04.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

5,70

05.04.a

Volanten zonder reclame hangende aan

per m2

 

 

zonneschermen en markiezen als bedoeld

 

 

 

in 5.04 en 7.03

 

 

05.04.a1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

7,40

05.04.a2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

5,70

05.05

Windschermen, hekken, afrasteringen, e.d.

per m1, per jaar

2,00

 

 

 

 

05.06

Lampen, lantaarns, lichtmasten

per stuk, per jaar

11,00

Nr.

Omschrijving

Eenheid

Bedrag

 

06.

Etalages

 

 

06.01

Etalages, uitstalkasten, vitrines, e.d.

per m2

 

 

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

19,60

 

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

12,90

 

 

 

 

07.

Reclamevoorwerpen

 

 

07.01

Reclameborden, uithangborden of uithangtekens,

 

 

 

letteropschriften, letterreclames of andere dergelijke

 

 

 

voorwerpen zonder kunstverlichting voor zover

per 0,5 m2 oppervlakte van

 

 

buiten de gevellijn uitstekend:

het voorwerp

 

07.01.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

30,60

07.01.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

5,10

07.02

Reclameborden, uithangborden of uithangtekens,

 

 

 

letteropschriften, letterreclames of andere dergelijke

 

 

 

voorwerpen metkunstverlichting voor zover

per 0,5 m2 oppervlakte van

 

 

buiten de gevellijn uitstekend:

het voorwerp

 

07.02.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

64,80

07.02.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

11,00

7.03

Zonneschermen en markiezen met reclame

per m2

 

 

exclusief de oppervlakte van de volanten:

 

 

07.03.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

125,60

07.03.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

19,30

07.03.a

Volanten met reclame hangende aan zonneschermen

per m2

 

 

en markiezen als bedoeld in 5.04 en 7.03

 

 

07.03.a1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

125,60

07.03.a2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

19,30

07.04

Andere reclamevoorwerpen, waarvoor de in deze

 

 

 

rubriek vermelde tarieven niet toegepast kunnen

 

 

 

worden.

per stuk, per jaar

47,40

 

 

 

 

08.

Rijwielhekken

 

 

08.01

Rijwielhekken

per m2, per jaar

8,10

 

 

 

 

09.

Terassen e.d.

 

 

09.01

Banken, tafeltjes, stoelen, tochtschermen,

 

 

 

bloemen- of plantenbekken, e.d. (zgn. terrassen)

per m2

 

09.01.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per maand

2,00

09.01.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per maand

0,30

 

 

 

 

10.

Uitstellen en verkopingen

 

 

10.01

Uitstallen van goederen langs en aan gevels:

per m2

 

10.01.1

- in het stadscentrum Heerlen (wijk 33)

per jaar

102,40

10.01.2

- in de overige wijken, buurten van de gemeente

per jaar

31,50

10.02

Plaatsen van voertuigen, kraampjes, e.d. anders dan

 

 

 

voor de markthandel.

per m2, per maand

1,30

 

BEHOORT BIJ HET BESLUIT VAN DE RAAD VAN 7 november 2019

 

Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen van 7 november 2019.

voorzitter,

E.G.M. Roemer

griffier,

drs. T.W. Zwemmer