Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Verordening reclamebelasting 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening reclamebelasting 2020
CiteertitelVerordening reclamebelasting 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpVerordening reclamebelasting 2020

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 227 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-12-2019nieuwe regeling

18-12-2019

gmb-2019-312611

2019-034230

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening reclamebelasting 2020

Nijverdal, 18 december 2019 Nr. 2019-034230

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

b e s l u i t: vast te stellen

de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2020

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo’s, symbolen of kleuren, of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;

  • c.

    waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde;

  • d.

    vestiging:

    • 1.

      de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of een deel daarvan, dat door één organisatie, instelling of bedrijf wordt gebruikt;

    • 2.

      twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie, instelling of bedrijf voor één doel worden gebruikt;

  • e.

    gebruiker: degene die aan het begin van het kalenderjaar de onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

  • f.

    exploitant: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten;

  • g.

    jaar: een kalenderjaar;

  • h.

    tijdelijke aankondiging: aankondiging die blijkens het opschrift en/of de constructie bedoeld is om maximaal 13 weken ter plaatse te blijven;

  • i.

    bedrijf: een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal die deelneemt aan het economisch verkeer met het oogmerk om economisch voordeel respectievelijk winst te behalen;

  • j.

    volgtijdig gebruik: het kortstondig gebruik van een vestiging door wisselende gebruikers.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing binnen de gebieden van de gemeente Hellendoorn, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart van bijlage 1.

  • 2.

    Een vestiging die geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen het Centrumwinkelgebied van Nijverdal, als vermeld op kaart 1 van bijlage 1, behoort voor de belastingheffing tot het Centrumwinkelgebied.

  • 3.

    Een vestiging die gelegen is buiten het Centrumwinkelgebied van Nijverdal, maar binnen het rood omlijnde gebied als vermeld op kaart 1 van bijlage 1, behoort voor de belastingheffing tot het Centrumgebied-overig.

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de gebieden zoals nader aangewezen op de bij deze verordening behorende kaart van bijlage 1, een directe belasting geheven voor een reclameobject dat op 1 januari van het kalenderjaar zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meerdere reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid wordt, indien er ten aanzien van een vestiging geen gebruiker kan worden aangewezen, de reclamebelasting geheven van de eigenaar van de vestiging.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het bepaalde in de voorgaande leden wordt het ter beschikking stellen van een vestiging voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de vestiging ter beschikking heeft gesteld.

  • 4.

    In afwijking in zoverre van het bepaalde in de voorgaande leden wordt de reclamebelasting voor een reclameobject, dat is aangebracht door tussenkomst van een exploitant, geheven van die exploitant.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van reclameobjecten, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend.

Artikel 5 Wetsfictie

Indien op 1 januari van het belastingjaar een openbare aankondiging ontbreekt, wordt deze niettemin aanwezig geacht, ingeval een openbare aankondiging:

  • -

    in de maand december voorafgaand aan het belastingjaar aanwezig was èn

  • -

    in de maand januari van het belastingjaar aanwezig was.

Artikel 6 Belastingobject

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven per vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

  • 2.

    Indien met betrekking tot een reclameobject geen relatie te onderkennen is met de gebruiker van een vestiging, wordt de reclamebelasting, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geheven per reclameobject.

  • 3.

    In afwijking van het voorgaande lid worden alle reclameobjecten van één exploitant aangemerkt als één reclameobject.

Artikel 7 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per vestiging dat vermeerderd wordt met een bedrag dat afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het belastingobject vastgestelde waarde, zoals deze geldt voor het kalenderjaar.

  • 2.

    Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, bedraagt de heffingsmaatstaf een vast bedrag, vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de WOZ-waarde die geldt voor het kalenderjaar.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffingsmaatstaf, indien de vestiging deel uitmaakt van één onroerende zaak, als bedoeld in artikel 16 Wet WOZ, een vast bedrag, vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van het deel van de vastgestelde WOZ-waarde dat aan de vestiging is toegerekend.

  • 4.

    Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 16, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ.

  • 5.

    Indien de WOZ-waarde naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag reclamebelasting ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag.

  • 6.

    In afwijking van de voorgaande leden wordt de reclamebelasting geheven naar een vast bedrag per reclameobject, indien artikel 6, tweede lid van toepassing is.

Artikel 8 Belastingtarief

1.

Het tarief van de reclamebelasting voor de gebruiker van een belastingobject gelegen in:

 

a.

het Centrumwinkelgebied, bedraagt

590,65

 

 

vermeerderd, bij een waarde:

 

 

-

tot € 200.000,00, met

126,55

 

 

-

vanaf € 200.000,00, tot € 300.000,00 met

316,40

 

 

-

vanaf € 300.000,00, tot € 400.000,00 met

506,25

 

 

-

vanaf € 400.000,00, tot € 650.000,00 met

696,10

 

 

-

van € 650.000,00 of meer met

780,50

 

b.

het Centrumgebied-overig, bedraagt

116,00

 

 

vermeerderd, bij een waarde:

 

 

-

tot € 200.000,00, met

52,75

 

 

-

vanaf € 200.000,00, tot € 300.000,00 met

116,00

 

 

-

vanaf € 300.000,00, tot € 400.000,00 met

179,30

 

 

-

vanaf € 400.000,00, tot € 650.000,00 met

242,60

 

 

-

van € 650.000,00 of meer met

274,25

2.

Indien er sprake is van een reclameobject op, aan, bij of in een leegstaande vestiging die in afwachting is van verkoop of verhuur, bedraagt het tarief in afwijking van het eerste lid:

 

a.

in het Centrumwinkelgebied

590,65

 

b.

in het Centrumgebied-overig

116,00

3.

Indien er sprake is van een reclameobject van een exploitant, bedraagt het tarief in afwijking van het eerste lid:

 

a.

in het Centrumwinkelgebied

590,65

 

b.

in het Centrumgebied-overig

116,00

Artikel 9 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor reclameobjecten:

  • a.

    door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;

  • b.

    die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer;

  • c.

    door organisaties met ideële doelstellingen aangebracht en betrekking hebbend op activiteiten die een charitatief of godsdienstig belang dienen;

  • d.

    van politieke aard in verkiezingstijd;

  • e.

    op bouwterreinen voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • f.

    die met vermelding van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woonruimten, roerende bedrijfsruimten of onroerende zaken;

  • g.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bevat een aanduiding van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan;

  • h.

    zijnde een tijdelijke aankondiging;

  • i.

    alleen bestaande uit de Nederlandse-, provinciale- of gemeentelijke vlag;

  • j.

    die worden gedaan zonder verkoopoogmerk c.q. prijsaanduiding en een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel doel dienen en die worden gedaan in etalages van leegstaande panden door culturele, maatschappelijke of onderwijsinstellingen c.q. hun leden;

  • k.

    van instellingen, die door de rijksbelastingdienst zijn aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) of die voldoen aan de criteria van de rijksbelastingdienst voor een Sociaal Belang Behartigende instelling (SBBI), en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw of de naam van de instelling.

Artikel 11 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de vierde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Overgangsrecht

De "Verordening reclamebelasting 2019”, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2018, nr. 18INT02661, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reclamebelasting 2020".

 

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter

 

Bijlage 1

Kaart gebied behorende bij de Verordening reclamebelasting 2020

 

Behoort bij raadsbesluit van 18 december 2019, nr. 2019-034230.

 

De griffier,