Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hellendoorn

Verordening afvalstoffenheffing 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHellendoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening afvalstoffenheffing 2020
CiteertitelVerordening afvalstoffenheffing 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpVerordening afvalstoffenheffing 2020

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 15.33 van de Wet milieubeheer
  2. artikel 156 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

08-02-2020wijziging hoofdstuk 1 Tarieventabel

04-02-2020

gmb-2020-33176

2020-002035
24-12-201908-02-2020nieuwe regeling

18-12-2019

gmb-2019-312663

2019-034230

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening afvalstoffenheffing 2020

Nijverdal, 18 december 2019 Nr. 2019-034230

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2020

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2.

    Als perceel wordt aangemerkt:

    • a.

      de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

    • b.

      de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

    • c.

      een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • d.

      een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

    • e.

      het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 3 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    hoogbouwcomplex: een verzameling percelen, gesitueerd in één gebouw over verschillende bouwlagen, die niet afzonderlijk afvalcontainers in bruikleen hebben, doch gebruik kunnen maken van (een) gemeenschappelijke afvalcontainer(s), die ten behoeve van dat hoogbouwcomplex daar door de gemeente is/zijn geplaatst;

  • b.

    recreatiecomplex: een verzameling percelen, gesitueerd in één recreatiepark, die niet afzonderlijk afvalcontainers in bruikleen hebben, doch gebruik kunnen maken van (een) gemeenschappelijke afvalcontainer(s), die ten behoeve van dat recreatiepark daar door de gemeente is/zijn geplaatst;

  • c.

    afvalpas: een toegangsbewijs voor het afvalbrengpunt, dat is uitgereikt aan (één van) de gebruiker(s) van een perceel in de gemeente Hellendoorn waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan;

  • d.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting, bedoeld in hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving, aan de belastingschuldige bekend gemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang van de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld bedoeld in hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van de tarieventabel

De belasting is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 10 Termijnen van betaling voor de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder is dan € 5.000,00, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid geldt dat, in geval op enig moment het openstaande verschuldigde bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen kleiner of gelijk is aan € 10,00, het voornoemde bedrag in de eerstvolgende termijn volledig geïncasseerd wordt.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Termijnen van betaling voor de belasting, bedoeld in de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 van de tarieventabel

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting, bedoeld in de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 van de tarieventabel, worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 21 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel 12 Kwijtschelding

Aan de belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen en conform

  • -

    de uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;

  • -

    de Leidraad kwijtschelding gemeentelijke belastingen van de gemeente Hellendoorn;

waarbij 100 procent van de bijstandsuitkering wordt aangemerkt als kosten van bestaan, kan bij de invordering van de afvalstoffenheffing, die wordt geheven op grond van hoofdstuk 1 van bijgaande tarieventabel, geheel of gedeeltelijk kwijtschelding worden verleend.

Artikel 13 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een tariefsverlaging betreffen;

  • c.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt of is getreden;

met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders de raad zo snel mogelijk achteraf informeert over de toegepaste bevoegdheid.

Artikel 14 Overgangsrecht

De "Verordening afvalstoffenheffing 2019", vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2018, nr. 18INT02654, gewijzigd bij raadsbesluit van 5 februari 2019, nr. 2019-002588, gewijzigd bij raadsbesluit van 24 september 2019, nr. 2019-027405, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2020.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2020".

 

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter

 

Tarieventabel

Behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2020.

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1

Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

 

 

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

145,68

1.2

De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een:

 

 

1.2.1

container van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per container met

0,00

1.2.2

container van 240 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per container met

0,00

1.2.3

container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per container met

65,40

1.2.4

container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per container met

111,24

1.3

In afwijking van het vorenstaande bedraagt de belasting per perceel per belastingjaar, indien het perceel gelegen is in een hoogbouwcomplex

145,68

 

vermeerderd met,

72,36

1.4

In afwijking van het vorenstaande bedraagt de belasting per perceel per belastingjaar, indien het perceel gelegen is in een recreatiecomplex,

145,68

 

vermeerderd met,

119,52

Hoofdstuk 2

Maatstaven en tarieven inzamelen grove huishoudelijke afvalstoffen

 

 

2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen

 

 

2.1.1

per aanvraag

25,00

2.1.2

onverminderd het bepaalde in 2.1.1 voor afvalstoffen, niet zijnde groente-, fruit- en tuinafval, per aanbieding van maximaal 1 m3, of een gedeelte daarvan

35,00

2.1.3

onverminderd het bepaalde in 2.1.1 voor grof tuinafval, of daarmee vergelijkbaar materiaal, per aanbieding van maximaal 2 m3

10,00

Hoofdstuk 3

Maatstaven en tarieven achterlaten huishoudelijke afvalstoffen op afvalbrengpunt

 

 

3.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op het afvalbrengpunt

 

 

3.1.1

voor afvalstoffen in de categorieën papier, glas, PMD (plastic-, metalen- en drankenkartons)verpakkingen, textiel, ijzer, wit- en bruingoed en klein chemisch afval

0,00

3.1.2

voor afvalstoffen in de categorie groenafval of grof tuinafval per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,00

3.1.3

voor afvalstoffen in de categorie grond/zand en puin, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,03

3.1.4

voor afvalstoffen in de categorie hout A (onbehandeld hout) en B (geverfd, gelakt of verlijmd hout), per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,05

3.1.5

Voor afvalstoffen in de categorie hout C (geïmpregneerd hout en bielzen), per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,10

3.1.6

voor afvalstoffen in de categorie asbest-cementplaten en soortgelijke materialen, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,17

3.1.7

voor afvalstoffen in de categorie dakleer, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,21

3.1.8

voor afvalstoffen die niet vallen onder de voornoemde categorieën en al het overige niet gescheiden aangeboden afval, per aanbieding van 1 kg of een gedeelte daarvan

0,15

3.2

a.

De tarieven genoemd in artikel 3.1.1, 3.1.3 tot en met 3.1.8 vinden toepassing voor houders van een gemeentelijke afvalpas, met een jaarlijks aanbod tot en met 1.000 kg per categorie.

 

 

 

b.

Het tarief genoemd in artikel 3.1.2 vindt toepassing voor houders van een gemeentelijke afvalpas, met een jaarlijks aanbod tot en met 500 kg.

 

 

 

c.

Bij het tarief genoemd in artikel 3.1.6 is een belastingvrije voet van toepassing van 100 kg per jaar voor houders van een gemeentelijke afvalpas.

 

 

 

d.

Indien de onder punt a tot en met c genoemde hoeveelheden zijn overschreden, zijn de tarieven van toepassing, die genoemd worden in het meest recente besluit 'Tarievenbesluit bedrijfsafval en gevaarlijk afval'.

 

 

Hoofdstuk 4

Maatstaven en tarieven voor het omruilen van een container voor huishoudelijke afvalstoffen

 

 

4.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een afvalcontainer, per keer

 

 

4.1.1

op de gemeentewerf:

 

 

 

a.

voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een afvalcontainer tijdens de jaarlijkse omruilactie in december

0,00

 

b.

voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een afvalcontainer na een verhuizing in de maand van de verhuizing en de daaropvolgende maand

0,00

 

c.

voor het verkrijgen, omruilen of inleveren van een afvalcontainer op andere momenten dan vermeld in lid 4.1.1 onder punt a. en punt b.

15,00

 

d.

voor het verkrijgen van een tweede afvalcontainer voor restafval/GFT/PMD/papier

40,00

4.1.2

bij dienstverlening aan huis worden de tarieven van artikel 4.1.1 verhoogd met

25,00

Hoofdstuk 5

Administratiekosten

 

 

5.1

Indien betaling van de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op het afvalbrengpunt niet plaatsvindt op de voet van artikel 11, onder a, worden de tarieven, vermeld in hoofdstuk 2, 3 en 4 van de tarieventabel, verhoogd met een toeslag voor administratiekosten van

10,00

5.2

Bij verhuizing of vestiging kan één bewoner binnen drie maanden na het betrekken van de nieuwe woning gratis een nieuwe afvalpas aanvragen. Bij alle overige aanvragen, bijvoorbeeld buiten voornoemde periode of vanwege verlies of diefstal, zijn administratiekosten verschuldigd van

5,00

 

Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2019, nr. 2019-034230.

De griffier,