Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Mandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2003

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
OrganisatietypeWaterschap
Officiële naam regelingMandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2003
CiteertitelMandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2003
Vastgesteld doordagelijks bestuur
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbestuur – waterschappen
Externe bijlageLijst bij het Mandaat- en volmachtbesluit 2003

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Dit besluit vervangt het Mandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 1998.De lijst waarnaar in artikel 1 wordt verwezen, kunt u als PDF-bestand vinden onder bijlage.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Waterschapswet, artikel 88
  2. Algemene wet bestuursrecht,

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-07-2018wijziging bijlage

20-03-2018

wsb-2018-6646

1364555
12-04-201610-07-2018wijziging bijlage

12-04-2016

Wsb 2016, 3035

1028697
15-04-201521-04-2016wijziging bijlage

24-03-2015

Wsb 2015, 4860

917661
01-03-201515-04-2015wijziging bijlage

17-02-2014

Wsb 2015, 4859

896230
15-04-201401-03-2015wijziging bijlage

15-04-2014

-

809553
05-12-201315-04-2014wijziging toelichting en bijlage

12-11-2013

Wsb 2013/6, AD UN en AD GH 04-12-2013

760338
23-08-201105-12-2013wijziging bijlage

23-08-2011

-

434474
01-10-201023-08-2011wijziging bijlage

28-09-2010

AD UN/GH 01-10-2010

328261
25-08-201001-10-2010wijziging bijlage

06-07-2010

AD UN/GH 25-8-2010

286608
09-03-201025-08-2010wijziging bijlage

09-03-2010

Onbekend.

275301
22-12-200909-03-2010wijziging bijlage

15-12-2009

AD UN/GH 21-12-2009

09.BO/158
16-06-200922-12-2009wijziging bijlage

16-06-2009

-

08.MO/202
10-06-200316-06-2009wijziging bijlage

10-06-2003

-

FBB/03.088
10-03-200310-06-2003nieuwe regeling

10-03-2003

-

AIZ/02.119

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2003

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;

De dijkgraaf van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;

De secretaris-directeur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden;

Overwegende, dat voor wat betreft de implementatie van de organisatiestructuur, is afgesproken dat het bestuur op hoofdlijnen stuurt en met name een beleidsbepalende functie vervult;

dat de beleidsuitvoering door middel van mandaat en volmacht zoveel mogelijk wordt overgelaten aan de ambtenaren, zodat de organisatie zo doelmatig mogelijk kan functioneren;

B E S L U I T E N

I. het Mandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 1998 in te trekken.

II. het Mandaat- en Volmachtbesluit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2003 als volgt vast te stellen en over te gaan tot mandatering/volmachtverlening aan de secretaris-directeur en vervolgens tot ondermandatering aan ambtenaren van het waterschap:

Inhoud

Artikel 1

  • 1.

    Alle in de lijst aangegeven mandaten en volmachten kunnen worden uitgeoefend door de secretaris-directeur of een andere ambtenaar, waaraan de in de lijst aangegeven ambtenaar verantwoording schuldig is.

  • 2.

    De in de lijst bedoelde ambtenaren zijn volledig verantwoordelijk tegenover dijkgraaf en hoogheemraden danwel de dijkgraaf voor alle besluiten die krachtens mandaat en volmacht zijn genomen.

Artikel 2

  • 1.

    Een mandaat kan uitsluitend worden uitgeoefend voor zover een en ander de van toepassing zijnde beleidskaders niet te buiten gaat en voor de eventueel daaruit voortvloeiende verplichtingen financiële dekking in de begroting is.

  • 2.

    Naast de in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde uitsluitingen wordt mandaat niet verleend indien het een bevoegdheid betreft tot:

    • a.

      de vaststelling van stukken die van dijkgraaf en hoogheemraden of de dijkgraaf uitgaan en aan het algemeen bestuur zijn gericht;

    • b.

      de vaststelling van nieuw beleid of de wijziging van bestaand beleid;

    • c.

      uitingen, gericht aan andere overheidsorganen, tenzij ter uitvoering van een reglementaire taak en in overeenstemming met het bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij een wettelijke regeling (of bij jurisprudentie) bepaald beleid;

    • d.

      alle handelingen waarvan bekend is of waarbij verwacht kan worden dat een ander overheidsorgaan er zich meer dan gebruikelijk betrokken zal voelen, er bezwaren tegen heeft of zal hebben;

    • e.

      handelingen waarvan verwacht kan worden dat deze in het bestuur gevoelig liggen en/of de algemene aandacht zullen trekken;

  • 3.

    Er wordt geen mandaat verleend voor het tekenen van de volmacht ter uitvoering van de notariële akte nodig bij het in de lijst genoemde onderdeel "privaatrechtelijke rechtshandelingen". Deze volmacht wordt ondertekend door de dijkgraaf.

  • 4.

    Het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder c, d en e is niet van toepassing indien het de uitvoering betreft van een besluit met een zodanige nauwkeurige inhoud dat geen nadere afweging meer nodig is.

Artikel 3

Indien een ambtenaar twijfelt aan zijn bevoegdheid tot het verrichten van een bepaalde handeling legt hij de vraag ter beslissing voor aan zijn hoofd. Uiteindelijk beslist de secretaris-directeur of hij de handeling zelf zal verrichten of dat aan dijkgraaf en hoogheemraden danwel de dijkgraaf zal voorstellen.

Artikel 4

  • 1.

    De gemandateerde ondertekent de besluiten die genomen zijn op grond van mandaat en volmacht, doch uitdrukkelijk namens dijkgraaf en hoogheemraden danwel de dijkgraaf.

  • 2.

    Bij het verlenen van mandaat kan worden bepaald dat het betreffende besluit door een ander dan de gemandateerde wordt ondertekend.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking.

Houten, 10 maart 2003

  • a.

    Dijkgraaf en Hoogheemraden

    ir. D. Vergunst, dijkgraaf

    drs. E. Th. Meuleman, secretaris-directeur (plv.)

  • b.

    De dijkgraaf,

    ir. D. Vergunst

  • c.

    De secretaris-directeur (plv.),

    drs. E. Th. Meuleman

 

Algemene toelichting

Bij mandaat gaat het om de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Mandaat omvat zowel de voorbereidings- als de uitvoeringshandelingen gericht op het tot stand komen van een besluit. Aangezien gebleken is dat het in de praktijk vrijwel uitgesloten is dat het bestuursorgaan alle toegekende bevoegdheden zelf uitoefent, komt het veelvuldig voor dat mandaat wordt gegeven aan de ambtenaren die het verantwoordelijke bestuursorgaan bijstaan bij zijn taakuitoefening. Het bestuursorgaan kan daardoor slagvaardiger, flexibeler en efficiënter opereren. Bovendien brengt de ambtelijke rechtspositie met zich mee dat het bestuursorgaan mede leiding geeft aan de werkzaamheden en daarbij te allen tijde bevoegd is aanwijzingen te geven; de ambtenaar is verplicht zich conform die aanwijzingen te gedragen.

Mandaatverlening is het middel bij uitstek om te komen tot een rationele taakverdeling zonder daarbij de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van die bevoegdheden te verliezen. Immers, het betrokken bestuursorgaan blijft de zeggenschap houden. Rechtens geldt een in mandaat genomen besluit als een besluit van de mandaatgever: de rechtsgevolgen zijn precies dezelfde als wanneer de mandaatgever zelf het besluit had voorbereid en tot stand had gebracht. Uiteraard houdt het "zeggenschap houden" ook in dat de zeggenschap moet kunnen worden uitgeoefend door het bestuursorgaan. Mandatering heeft ook de verplichting in zich van informeren dan wel rapporteren aan het bestuur. In de mandateringslijst is in de kolom opmerkingen dan ook een paar keer expliciet opgenomen dat over een bepaald onderwerp het bestuur één of twee keer per jaar een rapportage wil ontvangen.

In de mandateringslijst zijn de mandaten beschreven die door het bestuursorgaan zijn overgedragen aan de ambtenaren en op welk niveau. Mandatering kan alleen plaatsvinden aan een ondergeschikte (dus aan iemand die werkzaam is onder verantwoordelijkheid) van de mandaatgever en voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich niet tegen mandatering verzet. Uitzendkrachten en arbeidscontractanten hebben een bijzondere positie, zij zijn in arbeidsrechtelijke verhouding geen ondergeschikte, want in dienst van een uitzendbureau of andere privaatrechtelijke organisatie. Veelal vervangen zij echter wel een ondergeschikte en nemen zij diens taken integraal over inclusief het toepassen van de toegekende mandaten. Voor mandaatverlening aan niet-ondergeschikten is op grond van de Algemene wet bestuursrecht instemming van de gemandateerde vereist. Hoewel uit de feitelijke toepassing van de gemandateerde bevoegdheid al impliciet een instemmende wilsuiting is af te leiden, is het toch wenselijk de instemming expliciet vast te leggen door middel van het ondertekenen van een verklaring bij aanvang van de werkzaamheden.

 

Bij mandatering dient ervoor gezorgd te worden dat de kwaliteit van de uitgaande stukken op het vereiste niveau blijft. Dit vereist van de betrokken ambtenaar nauwgezetheid en zekere redactionele vaardigheden. In dit verband speelt ook de CorrespondeerWijzer van juni 2002 een belangrijke rol.

Onder volmacht wordt verstaan de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten. Dit begrip vormt dus de tegenhanger van de publiekrechtelijke mandaatfiguur. Bij volmacht gaat het om de vertegenwoordiging van de publiekrechtelijke rechtspersoon HDSR en niet van een bestuursorgaan dat de volmacht heeft verleend. De regeling van de volmacht is te vinden in het Burgerlijk Wetboek (artikel 3:79 e.v. BW). Hierin is onder meer bepaald dat het verlenen van een volmacht ook buiten het vermogensrecht toepasbaar is. Dit strekt zich in beginsel ook uit tot het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Omdat het publiekrecht een bijzonder karakter kent, kan de figuur van de volmacht niet zonder meer worden overgenomen. Daarom is in de Awb (artikel 10:12) bepaald dat de specifieke publiekrechtelijke waarborgen van verantwoordelijkheid en controle ook gelden voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die bestuursorganen verrichten voor de rechtspersoon.

Overigens blijft het verlenen van volmacht aan een niet-ondergeschikte van het bestuursorgaan volledig beheerst door de regels van het BW. Dit laatste doet zich bijvoorbeeld voor indien het waterschap zich bij de rechter laat bijstaan door een advocaat.

Onder machtiging wordt verstaan de bevoegdheid tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Dit zijn dus de feitelijke handelingen. Ook hiervoor geeft de Awb (in artikel 10:12) aan dat de afdeling over mandaat ook op dit onderdeel van overeenkomstige toepassing is verklaard. Te denken valt aan niet-schriftelijke beslissingen.

In de bijbehorende lijst is aangegeven wie wat mag verrichten.

 

Artikelsgewijze toelichting

Onderstaand zal op diverse artikelen een toelichting worden gegeven. Een aantal artikelen spreekt voor zich of is overgenomen uit de Awb en behoeft dus geen nadere toelichting.

 

Artikel 1

In principe alle handelingen die door ons (dijkgraaf en hoogheemraden) en/of de dijkgraaf kunnen worden verricht, maar die wij niet zelf hoeven te doen, zijn vermeld op de bij dit besluit behorende lijst. Dit betekent overigens dat een gegeven mandaat of ondermandaat ook altijd weer door het bestuur zelf kan worden uitgeoefend.

De overige handelingen, die dus niet gemandateerd worden, zijn aangegeven in artikel 3, waarover hierna meer.

Bij elke handeling is aangegeven welke functionaris die kan verrichten. Tot elke handeling behoren zoals reeds aangegeven in de algemene toelichting de voorbereidings- en uitvoeringshandelingen, tenzij die in de lijst (bij opmerkingen) aan een ander zijn toegewezen.

De bevoegdheden worden toegekend aan ambtenaren die in een bepaalde functie zijn benoemd en hun officiële vervangers. Als een ambtenaar afwezig is, kan dus een aan hem toegekend mandaat pas door een ander worden uitgeoefend als die ander de formele opdracht heeft het werk over te nemen. Dit laatste geldt overigens niet voor medewerkers die niet ondergeschikt zijn aan het waterschapsbestuur, zoals sommige uitzendkrachten en personen die met het waterschap een overeenkomst tot het verlenen van diensten hebben gesloten. Zij dienen uitdrukkelijk in te stemmen met het hen toegekende mandaat. 

Het tweede lid geeft aan dat een verleend(e) mandaat/volmacht de hiërarchische lijnen niet doorbreekt. Weliswaar geven wij bij de lijsten rechtstreeks opdrachten aan bepaalde ambtenaren, maar dat houdt niet in dat die ambtenaren met betrekking tot die opdrachten dan alleen nog aan ons verantwoording schuldig zouden zijn. Hun verantwoordelijkheid jegens hun hoofden blijft ongewijzigd in stand.

 

Artikel 2

Een aantal handelingen dient altijd door ons en/of de dijkgraaf te worden verricht. Zij komen dan ook niet op de lijst voor. Dit betreft in ieder geval alle in artikel 10:3 van de Awb genoemde uitsluitingen. Daarnaast worden ook de volgende handelingen niet gemandateerd: stukken voor de commissies van advies en bijstand uit het algemeen bestuur, voor het algemeen bestuur zelf en het instellen van beroep. Bij andere handelingen hoeft het niet altijd om het onderwerp zelf te gaan, maar kunnen de omstandigheden beslissend zijn. Het verlenen van een bepaalde vergunning kan bijvoorbeeld onder normale omstandigheden aan een afdelingshoofd zijn opgedragen en staat dus op de lijst. Maar als zo'n vergunning in een bijzonder geval sterk de aandacht zou trekken omdat een ander overheidsorgaan er bezwaar tegen zou hebben of omdat het bestaande beleid daardoor gewijzigd zou worden, dan wordt in zo'n geval de beslissing toch door ons genomen.

onderdeel c

Contacten met andere overheidsorganen worden altijd door ons en/of de dijkgraaf bepaald. Uitvoering van de bij of krachtens de wet toegekende taken, zoals het verlenen van vergunningen, kan bij mandaat gebeuren.

onderdelen d en e

Of handelingen die bestuurlijk gevoelig zijn of zouden kunnen worden, voor mandatering in aanmerking komen, wordt door ons en/of de dijkgraaf bepaald. Dit beperkt zich niet uitsluitend tot uitingen richting andere overheidsorganen. Het kan ook gaan om publicitair gevoelige uitingen richting burgers of bedrijven waarover in het algemeen bestuur vragen zouden kunnen worden gesteld of waartegen een betrokken gemeentebestuur bezwaren zou kunnen hebben.

Dit geldt ook voor handelingen waarvan bekend is of verwacht mag worden dat actiegroepen, burgers in het algemeen of de media er zich voor zullen interesseren.

 

Artikel 3

Mandaat en volmacht verlening houdt vooral tekeningsbevoegdheid in: het vaststellen van stukken op grond van mandaat heeft voor derden geen betekenis. Als de stukken namens ons zijn opgesteld, dan wordt de wij vorm gehanteerd, gaat het stuk uit van de dijkgraaf, dan dient de ik-vorm gebruikt te worden. Zie hiervoor ook de CorrespondeerWijzer van juni 2002

Dus bij mandaat als volgt:

Hoogachtend,

Dijkgraaf en Hoogheemraden,/ De dijkgraaf,

namens hen, / namens hem,

………………………………………………

(handtekening)

Bij volmacht gaat de ondertekening als volgt:

………………………………………………

(handtekening)

……………………………………………….

(naam)

……………………………………………….

(functie)