Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Huizen

Verordening op de heffing en invordering van leges 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHuizen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van leges 2020
CiteertitelLegesverordening 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet art. 229 lid 1
  2. Paspoortwet art. 2 lid 2 en art. 7

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-11-2019nieuwe regeling

31-10-2019

Gemeenteblad van Huizen 2019-12 d.d. 20-11-2019

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van leges 2020

Raadsbesluit

Bijlage 9

De raad van de gemeente Huizen;

in vergadering bijeen op 31 oktober 2019;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van d.d. 22 oktober 2019;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

b e s l u i t :

vast te stellen de

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LEGES 2020

(LEGESVERORDENING 2020)

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    ’maand’: het tijdvak dat loopt van 1e dag in de kalendermaand tot de 1e dag in de volgende kalendermaand;

  • d.

    ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de 1e dag in een kalenderjaar tot de 1e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

1 Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

  • b.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

2 Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • 1.

    attestaties de vita tot ontvangst van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen;

  • 2.

    stukken, legalisatie van handtekeningen op stukken, betreffende militaire zaken;

  • 3.

    stukken ten behoeve van ambtenaren of hun weduwen voor het verkrijgen van pensioen;

  • 4.

    afschriften of afdrukken van stukken, die ten behoeve van de pers, krachtens besluit van het college van burgemeester en wethouders, worden afgegeven;

  • 5.

    beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen;

  • 6.

    beschikkingen op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas;

  • 7.

    verzoeken betreffende een verklaring omtrent het bedrag, behoudens rijksleges, met een ideële instelling;

  • 8.

    voor de afgifte van een standplaatsvergunning ten behoeve van politieke partijen;

  • 9.

    voor de afgifte van een vergunning ten behoeve van het gebruik van openbare gemeentegrond en waarvan de opbrengst ten gunste komt aan charitatieve doelen;

  • 10.

    voor de afgifte van een gebruiksvergunning (op basis van de brandbeveiligingsverordening) en APV-vergunning voor activiteiten waarvan de opbrengst ten goede komt aan charitatieve doelen;

  • 11.

    voor de afgifte van een gebruiksvergunning (op basis van de brandbeveiligingsverordening) en APV-vergunning voor evenementen, feesten e.d.;

  • 12.

    voor de afgifte van een gebruiksvergunning (op basis van de brandbeveiligingsverordening) en APV-vergunning welke door stichtingen en verenigingen worden gebruikt voor niet-bedrijfsmatige activiteiten ter uitvoering van statutaire doelstellingen;

  • 13.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • 14.

    diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.

  • 2.

    Voor het in behandeling van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    In de in het eerste lid, sub b genoemde gevallen kan het college van burgemeester en wethouders vorderen, dat ter voldoening van de verschuldigde leges een voorlopig gevorderd bedrag wordt betaald. Bedoeld bedrag wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarop het te vorderen bedrag van de leges vermoedelijk zal worden vastgesteld.

  • 3.

    Het voorlopig gevorderde bedrag wordt in mindering gebracht op het vastgestelde bedrag van de leges.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Abonnementen

Een abonnement wordt geacht te zijn aangegaan op de dag waarop het verschuldigde recht is voldaan, tenzij een andere datum is overeengekomen.

Een abonnement wordt gesteld op naam; het is noch geheel noch gedeeltelijk voor overdracht vatbaar.

Artikel 9 Kwijtschelding

De in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde kwijtschelding wordt voor deze belasting niet verleend.

Artikel 10 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 11 Overdracht van bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die inwerking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      onderdeel 1.1.9 (akten burgerlijke stand);

    • 2.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 3.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 4.

      onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratiepersonen);

    • 5.

      onderdeel 1.8.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 6.

      hoofdstuk 14 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Legesverordening 2019 laatst vastgesteld bij raadsbesluit van 1 november 2018 en gewijzigd bij raadsbesluit van 13 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Legesverordening 2020’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 31 oktober 2019.

de griffier, de voorzitter,

J.Veenstra Drs. K.S. Heldoorn

Raadsbesluit

Indeling tarieventabel

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

Hoofdstuk 5 (vervallen)

Hoofdstuk 6 Bestuursstukken

Hoofdstuk 7 Vastgoedinformatie

Hoofdstuk 8 Overige publiekszaken

Hoofdstuk 9 Gemeentearchief

Hoofdstuk 10 Leegstandwet

Hoofdstuk 11 Gemeentegarantie

Hoofdstuk 12 (vervallen)

Hoofdstuk 13 (vervallen)

Hoofdstuk 14 Kansspelen

Hoofdstuk 15 Telecommunicatie

Hoofdstuk 16 Verkeer en vervoer

Hoofdstuk 17 Diversen

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysiekeleefomgeving/omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordelen conceptaanvraag

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 4 Teruggaaf

Hoofdstuk 5 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Hoofdstuk 6 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

Hoofdstuk 7 Uitingen van reclame aan een bouwwerk

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde beschikking

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1 Horeca

Hoofdstuk 2 Prostitutiebedrijven

Hoofdstuk 3 Marktstandplaatsen

Hoofdstuk 4 Winkeltijdenwet

Hoofdstuk 5 Overige vergunningen op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV)

Hoofdstuk 6 Huisvestingswet 2014

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2020

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op alle aangewezen locaties en in het gemeentehuis.

 

1.1.1

op maandag tot en met vrijdag, tussen 9.00 uur en 16.30 uur

€ 474,20

1.1.1.2

op andere dagen en tijden

€ 830,00

1.1.3

Het tarief bedraagt voor een tijdelijke benoeming van een trouwambtenaar die in een andere gemeente als zodanig is aangesteld

€ 94,00

1.1.3.1

Het tarief bedraagt voor het éénmalig aanwijzen van een bijzondere trouwlocatie.

€ 94,00

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek

€ 94,00

1.1.5

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of een partnerschapboekje, per stuk

€ 29,60

1.1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het getuigen bij een huwelijk door een ambtenaar, per getuige

€ 25,05

1.1.7

Voor de afgifte van een verklaring van huwelijksbevoegdheid wordt het wettelijk vastgesteld tarief geheven.

 WT*

1.1.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het houden van een toespraak door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand bij het gratis voltrekken van een huwelijk of geregistreerd partnerschap

€ 86,80

 

Overige burgerlijke stand

 

1.1.9

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand worden de rechten geheven zoals die zijn opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand of zoals dit Besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

WM*

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

WM*

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

WM*

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

WM*

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

WM*

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

WM*

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

WM*

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

WM*

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

WM*

1.2.6

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

 WM*

 1.2.7

Toeslag bezorging reisdocument of NIK

€15,65

 

 

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

WM*

1.3.2

Het tarief, als genoemd in onderdeel 1.3.1., wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

WT*

1.3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van gegevens uit het Centraal Register Rijbewijzen

WM*

1.3.4

Indien bij het in behandeling nemen van een aanvraag om afgifte van een nieuw rijbewijs het oorspronkelijk afgegeven document niet (compleet) overgelegd kan worden, worden de leges ter zake verhoogd met

WM*

1.3.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het waarmerken van een kopie van het rijbewijs

€4,65

 

 

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

1.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen en/of het geautomatiseerde bevolkingsregister moet worden geraadpleegd, per inlichting

WM*

1.4.2

Voor het verstrekken van inlichtingen uit de oude registers of kaartenverzamelingen van de bevolkingsadministratie, niet behorende tot het in het voormalig Besluit Bevolkingsboekhouding (ingetrokken per 1 oktober 1994) genoemde register, wordt het dubbele van het onder 1.4.1 genoemde tarief geheven.

 

1.4.3

De in 1.4.1. en 1.4.2 bedoelde leges worden eveneens geheven indien de gevraagde inlichting niet leidt tot het door de aanvrager beoogde doel of geen inlichting als gewenst kan worden verstrekt.

 

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een selectie uit het geautomatiseerde bestand:

 

1.4.4.1

per selectie

€ 86,80

1.4.4.2

vermeerderd bedrag, per inlichting

€ 0,75

1.4.5

In de gevallen, waarin inlichtingen in de vorm van fotokopieën of reproducties worden verlangd, komen behalve de ingevolge één van de voorgaande leden geheven leges ook ten laste van de aanvrager, de kosten van het vervaardigen van fotokopieën of reproducties, waarvoor een tarief is verschuldigd van

WM**

1.4.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld van het Besluit basisregistratie personen, per verstrekking

€ 3,15

1.4.7

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken een bericht, als bedoeld in de Wet basisregistratie personen wordt het maximale tarief berekend van

€ 7,45

1.4.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag op een verzoek om een persoonslijst overeenkomstig de Wet basisregistratie personen

WM*

 

 

 

Hoofdstuk 5 (vervallen)

Hoofdstuk 6 Bestuursstukken

1.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.6.1.1

een afschrift/kopie uit de boekwerken, behorende bij de gemeentebegroting en -rekening, per pagina

€ 0,35

1.6.1.2

verordeningen, raadsagenda’s, voorstellen aan de raad, raads- besluiten, raadsnotulen, en overige voor het publiek ter inzage gelegde stukken betreffende de raadsvergaderingen, per bladzijde indien toegezonden

€ 0,35

1.6.1.3

een afzonderlijk abonnement, geldig gedurende een jaar, op agenda's, de voorstellen en de notulen van de raad, indien toegezonden

€ 257,20

1.6.1.4

een afzonderlijk abonnement, geldig gedurende een jaar, op de agenda en voorstellen van de raad, indien toegezonden

€ 200,00

1.6.1.5

een afzonderlijk abonnement, geldig gedurende een jaar, op de notulen van de raad, indien toegezonden

€ 121,40

1.6.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een abonnement, geldig gedurende een jaar, op de notulen van de raadscommissies, per commissie, indien toegezonden

€ 71,70

 

 

 

Hoofdstuk 7 Vastgoedinformatie

1.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.1.1

een fotokopie van kaarten en tekeningen uit het gemeentearchief, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart, behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.7.2., structuurplan of stadsvernieuwingsplan, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen :

 

1.7.1.1.1

in formaat A-4 (21 x 29,7 cm) of kleiner, per bladzijde

€ 1,05

1.7.1.1.2

in formaat A-3 (42 x 29,7 cm), per bladzijde

€ 2,35

1.7.1.1.3

in formaat A-2 (42 x 59,4 cm), per bladzijde

€ 4,85

1.7.1.1.4

in formaat A-1 (59,4 x 84,1 cm), per bladzijde

€ 9,75

1.7.1.1.5

in formaat A-0, per bladzijde

€ 19,75

1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om het raadplegen van Kadastrale gegevens:

 

1.7.2.1

voor objectgegevens, per perceel of appartementsrecht

WM**

1.7.2.2

voor subjectgegevens, per rechthebbende

WM**

1.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.7.3.1

een digitaal bestand * van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) per geleverde hectare:

 

1.7.3.1.1

Landelijk gebied

€ 20,05

1.7.3.1.2

Bebouwd gebied

€ 36,95

1.7.3.1.3

* Voor alle digitale producten dient eerst een gebruikersverklaring getekend te worden dat het digitale product alleen voor dat doeleind wordt gebruikt en niet ten behoeve van andere projecten.

 

1.7.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kleurenplot:

 

1.7.4.1

A-0 formaat

€ 150,25

1.7.4.2

A-1 formaat

€ 86,30

1.7.4.3

A-2 formaat

€ 54,40

1.7.4.4

A-3 formaat

€ 38,45

1.7.4.5

A-4 formaat

€ 30,30

1.7.5

Voor het vervaardigen van een kleurenplot worden de bedragen verhoogd met:

 

1.7.5.1

voor ieder daaraan besteed uur

€ 74,00

1.7.5.2

voor ieder daaraan besteed kwartier of deel daarvan

€ 18,35

1.7.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit:

 

1.7.6.1

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) per adres of object

WM**

1.7.6.2

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb)

WM**

 

 

 

Hoofdstuk 8 Overige publiekszaken

1.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

1.8.1

een verklaring omtrent het gedrag (VOG), het wettelijk maximum tarief zoals vastgesteld door het Ministerie van Justitie.

 

1.8.2

een attestatie de vita, een bewijs van opneming in het persoonsregister of voor enige verklaring, tot welker afgifte op aanvraag van particulieren, het gemeentebestuur of de burgemeester bevoegd is:

 

1.8.2.1

voor één persoon

WM**

1.8.2.2

voor meerdere personen

€ 19,55

1.8.3

een legalisatie van een handtekening

WM**

 

 

 

Hoofdstuk 9 Gemeentearchief

1.9.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier of een deel daarvan

€ 10,20

1.9.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

1.9.2.1

een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina

€ 8,10

1.9.2.2

een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina

€ 8,10

1.9.3

De in de onderdelen 1.9.2.1. en 1.9.2.2. genoemde leges worden eveneens geheven als de gevraagde inlichting niet leidt tot het door de aanvrager beoogde doel of als geen inlichting als gewenst, kan worden verstrekt.

 

 

 

 

Hoofdstuk 10 Leegstandwet

1.10

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.10.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte, als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandswet

€ 161,80

1.10.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte, als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de Leegstandswet

€ 161,80

 

 

 

Hoofdstuk 11 Gemeentegarantie

1.11

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening op grond van laatst genoemde regeling dan wel de regeling zoals zij luidde op het tijdstip waarop het betrokken besluit tot garantieverklaring is genomen.

€ 71,70

 

 

 

Hoofdstuk 12 (vervallen)

Hoofdstuk 13 (vervallen)

Hoofdstuk 14 Kansspelen

1.14.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning, als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

1.14.1.1

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd

WT*

1.14.1.2

voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd

WT*

 

 

 

Hoofdstuk 15 Telecommunicatie

1.15.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet:

 

1.15.1.1

indien het betreft een melding tot en met 25 m1

€ 91,70

1.15.1.2

indien het betreft een instemmingsbesluit vanaf 25 m1 tot en met 1500 m1

€ 190,40

1.15.2

indien er met betrekking tot een instemmingsbesluit overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met

€ 379,60

1.15.3

Het in onderdeel 1.15.1 genoemde tarief wordt verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld;

 

1.15.3.1

indien het een tracé betreft vanaf 1500 m1

 

1.15.3.2

indien onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt;

 

1.15.3.3

indien, gezien de omvang van de werkzaamheden, wijk- en/of gemeentebrede communicatie plaatsvindt;

 

1.15.4

Indien een begroting als bedoeld in onderdeel 1.15.3 is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken

 

 

 

 

Hoofdstuk 16 Verkeer en vervoer

1.16

Het tarief bedraagt voor de afgifte van een aanvraag:

 

1.16.1

voor het verlenen van een ontheffing van parkeerverboden, parkeerzones en het voetgangersgebied:

 

1.16.1.1

indien het een eerste aanvraag betreft, het eerste jaar

€ 48,90

1.16.1.2

indien het een verlenging betreft, voor een jaar

€ 24,40

1.16.1.3

indien het een tijdelijke ontheffing betreft

€ 24,40

1.16.2

Het tarief bedraagt voor de afgifte van een landelijke gehandicaptenparkeerkaart, als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):

 

1.16.2.1

indien het een eerste aanvraag betreft

€ 59,65

1.16.2.2

indien het een verlenging betreft of een vermissing

€ 27,20

 

 

 

Hoofdstuk 17 Diversen

1.17

Fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling is opgenomen, per pagina

€ 0,35

 

 

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

aanlegkosten:

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

2.1.1.2

bouwkosten:

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de bouwkosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

2.1.1.3

Sloopkosten:

 

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen.

Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

2.1.1.4

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

2.1.2

De in deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

De in deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

2.2

Het tarief bedraagt voor het beoordelen van een conceptaanvraag voor een omgevingsvergunning (schriftelijke reactie op verzoek over de haalbaarheid van een voorgenomen project).

De kosten voor een conceptaanvraag worden in mindering gebracht op de leges indien binnen 26 weken na de datum van afhandeling van het verzoek voor de beoordeling van een conceptaanvraag een Wabo-aanvraag wordt ingediend.

€ 288,00

 

 

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project:

de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk.

In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

2.3.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

vermeerderd met 2% van de bouwkosten.

€ 206,15

2.3.1.2

Indien de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan, waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges gebaseerd op artikel 2.3.1.1. verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van de tarieven, als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen met dien verstande dat zij niet minder zullen bedragen dan het in het betreffende onderdeel genoemde vaste bedrag.

Er vindt geen restitutie plaats van (een gedeelte van) de voor de primaire vergunning betaalde leges.

Dit onderdeel is niet van toepassing indien de afwijking zodanig is, dat naar de omstandigheden beoordeeld van een nieuw bouwplan sprake is.

 

2.3.1.3

Indien de aanvraag om een vergunning na de indiening er van wordt ingetrokken en deze op dat moment nog niet in behandeling is genomen, zijn geen leges verschuldigd.

 

 

Beoordeling bodemrapport

 

2.3.1.4

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1. bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

2.3.1.4.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

 

2.3.1.4.1.1

bij een bouwkavel tot 500 m²

€ 269,05

2.3.1.4.1.2

bij een bouwkavel van 500 m² tot 5.000 m²

€ 801,10

2.3.1.4.1.3

bij een bouwkavel groter dan 5.000 m²

€ 1.605,65

2.3.1.4.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

 

2.3.1.4.2.1

bij een bouwkavel tot 500 m²

€ 269,05

2.3.1.4.2.2

bij een bouwkavel van 500 m² tot 5.000 m²

€ 801,10

2.3.1.4.2.3

bij een bouwkavel groter dan 5.000 m ²

€ 1.605,65

2.3.1.5

Achteraf ingediende aanvraag

Indien de afgifte van een noodzakelijke vergunning betrekking heeft op een zonder vergunning (illegaal) al aangevangen bouw of gerealiseerd bouwwerk, wordt het minimumbedrag en het legespercentage verhoogd met 10% met een maximum van €1.000,00

 

2.3.1.6

Indien voor een bouwwerk een gedoogbeschikking wordt afgegeven, waarmee (soms tijdelijk) wordt toegestaan dat het bouwwerk in stand mag worden gehouden, zijn overeenkomstig voorgaande onderdelen dezelfde leges verschuldigd als wanneer een omgevingsvergunning zou zijn verleend, als bedoeld in onderdeel 2.3.1.5.

 

2.3.1.7

Indien aan de gedoogbeschikking een weigering van de vergunning voor hetzelfde bouwwerk is voorafgegaan, dan worden de in dat kader verschuldigde leges in mindering gebracht op de in onderdeel 2.3.1.6. bedoelde leges.

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

2.3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor een aanlegactiviteit, als bedoeld in artikel 2,1, eerste lid , onder b van de Wabo

€ 109,20

 

Beoordeling bodemrapport

 

2.3.2.2

Onderdeel 2.3.1.4. vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in onderdeel 2.3.2.1. bedoelde aanvraag.

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouw of aanlegactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit, als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouw of aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder a, onderscheidelijk b van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.3.1 en 2.3.2.:

 

2.3.3.1

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo (binnenplanse afwijking):

1% van de bouw- of aanlegkosten:

 

2.3.3.1.1

met een minimumbedrag van

€ 271,50

2.3.3.1.2

met een maximumbedrag van

€ 6.531,15

2.3.3.2

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo (buitenplanse kleine afwijking) : 1% van de bouw- of aanlegkosten:

 

2.3.3.2.1

met een minimumbedrag van

€ 391,60

2.3.3.2.2

met een maximumbedrag van

€ 6.531,15

2.3.3.3

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo (buitenplanse afwijking): 1% van de bouw- of aanlegkosten :

 

2.3.3.3.1

met een minimumbedrag van

€ 1.305,75

2.3.3.3.2

met een maximumbedrag van

€ 13.062,65

2.3.3.4

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo (tijdelijke afwijking):

1% van de bouw- of aanlegkosten:

vervallen

2.3.3.4.1

met een minimumbedrag van

vervallen

2.3.3.4.2

met een maximumbedrag van

vervallen

2.3.3.5

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo (afwijking van exploitatie-plan):

1% van de bouw- of aanlegkosten.

 

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1., derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving) wordt overeenkomstig in onderdeel 2.3.3.1. t/m 2.3.3.5. genoemde tarief verhoogd met 1 % van de bouw- of aanlegkosten:

 

2.3.3.6.1

met een minimumbedrag van

€ 652,70

2.3.3.6.2

met een maximumbedrag van

€ 6.531,15

2.3.3.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving) wordt overeenkomstig in onderdeel 2.3.3.1.t/m 2.3.5.5. genoemde tarief verhoogd met 1% van de bouw- of aanlegkosten:

 

2.3.3.7.1

met een minimumbedrag van

€ 652,70

2.3.3.7.2

met een maximumbedrag van

€ 6.531,15

2.3.3.8

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo (afwijking van voorbereidingsbesluit) :

1% van de bouw- of aanlegkosten:

 

2.3.3.8.1

met een minimumbedrag van

€ 652,70

2.3.3.8.2

met een maximumbedrag van

€ 6.531,15

2.3.3.9

Onverminderd het bepaalde in het volgende onderdeel wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een hogere grenswaarde voor de geluidbelasting moet worden vastgesteld, als bedoeld in de artikelen 83 e.v. van de Wet geluidshinder, het overeenkomstig in onderdeel 2.3.3.1. t/m 2.3.3.8. berekende bedrag verhoogd met

€ 639,25

2.3.3.10

Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.3.3.1 t/m 2.3.3.9. wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een hogere grenswaarde voor de geluidsbelasting moet worden vastgesteld, als bedoeld in artikel 83 e.v. van de Wet geluidshinder en in verband daarmee de gemeente gegevens aanlevert van de geluidsbelasting op de gevels van het bouwplan en ook de aanvraag moet worden gepubliceerd, bedraagt het tarief:

€ 695,80

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouw of aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.4.1

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo (binnenplanse afwijking):

€ 271,50

2.3.4.2

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo (buitenplanse kleine afwijking):

€ 391,60

2.3.4.3

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo (buitenplanse afwijking):

€ 1.305,75

2.3.4.4

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo (tijdelijke afwijking):

vervallen

2.3.4.5

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo (afwijking van het exploitatieplan):

€ 652,70

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1., derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 652,70

2.3.4.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 652,70

2.3.4.8

indien de aanvraag een verzoek betreft om toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 652,70

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot de brandveiligheid.

 

2.3.5.1.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder d, van de Wabo bedraagt het tarief.

€ 270,45

2.3.5.1.1.1

vermeerderd met een toeslag:

voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte:

Categorie Aantal m² Toeslag (euro's)

1 0 t/m 100 € 266,75

2 101 t/m 500 € 125,90 + € 1,35 per m²

3 501 t/m 2.000 € 604,00 + € 0,50 per m²

4 2.001 t/m 5.000 € 1.508,00 + € 0,15 per m²

5 5.001 t/m 50.000 € 2.071,95 + € 0,03 per m²

6 meer dan 50.000 € 3.301,50 + € 0,015 per m²

 

2.3.5.1.2

Indien de aanvraag om een vergunning, als bedoeld onder 2.3.5.1.1. betrekking heeft op een vergunning tot wijziging dan wel uitbreiding van een vergunning bedraagt het legestarief indien het betreft:

 

2.3.5.1.2.1.

een uitbreiding van de inrichting, met dien verstande dat de uitbreiding ten minste 10% van de oorspronkelijke gebruiksoppervlakte beslaat het legestarief in onderdeel 2.3.5.1.1. met dien verstande dat de toeslag, zoals genoemd in onderdeel 2.3.5.1.1.1., uitsluitend wordt berekend over de oppervlakte van de uitbreiding.

 

2.3.5.1.2.2

een herindeling, een interne verbouwing, een bouwkundige aanpassing of een gewijzigd gebruik van de gehele inrichting dan wel een deel van de inrichting, met dien verstande dat deze herindeling ten minste 10% van de gebruiksoppervlakte beslaat 50% van het legestarief zoals vermeld in onderdeel 2.3.5.1.1., met dien verstande dat de toeslag, zoals genoemd in onderdeel 2.3.5.1.1.1., uitsluitend wordt berekend over de oppervlakte van de herindeling etc.

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in het gemeentelijke beschermd dorpsgezicht bedoeld in artikel 2.2., eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van het gemeentelijk bestemmingsplan een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

€ 109,20

2.3.6.2

Aanvraag wijziging monument

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f van de Wabo of artikel 2.2, onder b van die wet, bedraagt het tarief :

vermeerderd met 1% van de bouwkosten

€ 109,20

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht

 

2.3.7.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief :

 

2.3.7.1.1

In gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening, monument of voorbereidingsbesluit is bepaald, als bedoeld in artikel 2.1., eerste lid onder g van de Wabo:

€ 109,20

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo in samenhang met de provinciale wegenverordening of artikel 2:11 van de APV bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 524,35

2.3.9

Uitweg/inrit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of het veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en onder e, van de Wabo in samenhang met de provinciale wegenverordening bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 301,90

2.3.10

Kappen

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2., eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 21,65

2.3.11

Opslag van roerende zaken

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

 

2.3.11.1

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo:

€ 224,65

2.3.11.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo:

€ 224,65

2.3.12

Natura 2000-Activiteiten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 178,35

2.3.13

Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten)

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 178,35

2.3.14

Andere activiteiten

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

 

2.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 109,20

2.3.14.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

€ 109,20

2.3.14.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft:

het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning;

 

2.3.14.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft:

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Indien een begroting, als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2,5, eerste lid van de Wabo, bedraagt het tarief :

 

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase:

het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft.

 

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase:

het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

2.3.16

Advies

 

2.3.16.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo:

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.16.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.16.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

2.3.17

Verklaring van geen bedenkingen

 

2.3.17.1

Indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

2.3.17.2

Indien een begroting, als bedoeld in 2.3.17.1.1., is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

Hoofdstuk 4 Teruggaaf

2.4.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking of weigering van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten.

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, activiteiten, als bedoeld in onderdeel 2.3.1, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

2.4.1.1

Indien de aanvraag wordt ingetrokken na het in behandeling nemen ervan doch vóór het verlenen van de vergunning, wordt op verzoek teruggaaf van 50 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges verleend.

 

2.4.1.2

Indien de gevraagde vergunning niet wordt verleend, wordt op verzoek teruggaaf van 40% van de verschuldigde leges verleend met een minimaal verschuldigd bedrag van:

 

2.4.1.2.1

voor aanvragen ingevolge hoofdstuk 3., onderdeel 2.3.1.1.:

€ 206,15

2.4.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking of weigering van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, een exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het afwijken van een bestemmingsplan, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit, als bedoeld in de onderdelen 2.3.3. en 2.3.4., intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges.

 

2.4.2.1

Indien de aanvraag wordt ingetrokken na het in behandeling nemen ervan doch vóór het verlenen van de vergunning, wordt op verzoek teruggaaf van 50% van de op grond van de onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges verleend.

 

2.4.2.2

Indien de gevraagde vergunning niet wordt verleend, wordt op verzoek teruggaaf van 40% van de verschuldigde leges verleend, met een minimaal verschuldigd bedrag van:

 

2.4.2.2.1

Voor aanvragen ingevolge hoofdstuk 2.3., onderdelen 2.3.3.1. t/m 2.3.3.8. en 2.3.4.1. t/m 2.3.4.8.:

€ 206,15

2.4.2.3

Indien een aanvraag om een vergunning wel in behandeling is genomen, maar de vergunning van rechtswege is verleend zijn de betreffende leges eveneens verschuldigd.

Wel wordt op verzoek teruggaaf verleend voor de werkzaamheden die niet zijn uitgevoerd.

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging object

2.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, anders dan bedoeld in onderdeel 2.3.1.2

€ 206,15

 

 

 

Hoofdstuk 6 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

2.6

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:

 

2.6.1

een partiële herziening van het bestemmingsplan dan wel een wijzigings- of uitwerkingsplan wordt een bedrag geheven gelijk aan 2,5% van de bouwkosten van het te realiseren bouwplan:

 

2.6.1.1

met een minimum van

€ 1.782,55

2.6.1.2

en een maximum van

€ 17.837,95

 

 

 

Hoofdstuk 7 Uitingen van reclame aan een bouwwerk

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een vergunning ten behoeve van een handelsreclame, als bedoeld in artikel 2.2., eerste lid onder h en i van de Wabo

€ 299,65

 

 

 

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde beschikking

2.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking, voor zover niet in deze titel elders genoemd

€ 109,20

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1 Horeca

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 279,90

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing, als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 21,25

 

 

 

Hoofdstuk 2 Prostitutiebedrijven

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het vestigen van een seksinrichting, een escortbedrijf of thuiswerker, als bedoeld in artikel 3.1.1., van de Algemene plaatselijke verordening

€ 279,90

 

 

 

Hoofdstuk 3 Marktstandplaatsen

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

3.3.2

inschrijving op de wachtlijst ten behoeve van de markt of andere standplaats, niet zijnde op de markt

€ 20,95

3.3.2

verlenging van de inschrijving, als bedoeld in onderdeel 1.12.1

€ 20,95

 

 

 

Hoofdstuk 4 Winkeltijdenwet

3.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet

€ 21,30

3.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.4.3

voor het verlenen een ontheffing ten behoeve van een avondwinkel, als bedoeld in art. 6 en 7, lid 1 van de Winkeltijdenverordening 1996

€ 179,45

3.4.4

voor het verlenen van een ontheffing van de toegestane winkeloppervlakte van een avondwinkel, als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Winkeltijdenverordening 1996

€ 35,45

 

 

 

Hoofdstuk 5 Overige vergunningen op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV)

3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een exploitatievergunning op grond van artikel 2.3.1.2. van de Algemene plaatselijke verordening, inclusief een terrasvergunning

€ 93,25

 

 

 

Hoofdstuk 6 Huisvestingswet 2014

3.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.6.1

tot het verlenen van een vergunning voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014

€ 71,75

3.6.2

tot het verlenen van een vergunning voor het samenvoegen van woonruimte met andere woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014

€ 71,75

3.6.3

tot het verlenen van een vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014

€ 71,75

 

 

 

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

€ 21,30

 

 

 

WT = Wettelijk tarief

WM* = Wettelijk maximum

WM** = gerelateerd aan Wettelijk maximum

In verband met de praktische uitvoerbaarheid worden de door het Rijk vastgestelde (maximum)tarieven in Titel 1 Algemene Dienstverlening naar beneden afgerond op eenheden van 5 eurocent.

Behorende bij raadsbesluit van 31 oktober 2019

De griffier van Huizen,