Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maasdriel

Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Maasdriel 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaasdriel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening bezwaarschriftencommissie gemeente Maasdriel 2017
CiteertitelVerordening bezwaarschriftencommissie gemeente Maasdriel 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht, art. 7:13

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-04-2017nieuwe regeling

16-02-2017

Gemeenteblad 2017, 31616

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Maasdriel 2017

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Maasdriel;

ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

b e s l u i t e n:

vast te stellen de volgende: Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Maasdriel 2017.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

  • b.

    commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften / bezwaarschriftencommissie;

  • c.

    wet: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    enkelvoudige kamer: een kamer bestaand uit een voorzitter of een lid.

Artikel 2. Inleidende bepaling commissie

  • 1.

    Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. Door of namens het college kan worden besloten om bepaalde bezwaarschriften niet door de commissie te laten behandelen.

  • 2.

    De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 3. Samenstelling van de commissie

  • 1.

    De commissie wordt verdeeld in drie kamers:

    • -

      kamers 1 en 2: Algemene Zaken

    • -

      kamer 3: Personele Aangelegenheden.

  • 2.

    Elke kamer bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en twee onafhankelijke leden, met dien verstande dat voor kamer 3 één van de leden wordt benoemd op voordracht van de werknemersorganisaties.

  • 3.

    De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 4.

    De commissie regelt de onderlinge vervanging.

Artikel 4. Secretaris

Het college wijst één of meer ambtenaren aan als secretaris van de commissie en haar kamers.

Artikel 5. Zittingsduur

  • 1.

    De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden.

  • 2.

    Het college kan voor het aflopen van de benoemingstermijn als bedoeld in het eerste lid, als het betreffende commissielid niet naar behoren functioneert, dan wel als door veranderde omstandigheden het lidmaatschap van het commissielid niet meer verenigbaar is met de (onafhankelijke)aard van de commissie, het betreffende commissielid ontslaan.

  • 3.

    De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

  • 4.

    De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6. Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb  worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie:

  • a.

    artikel 2:1, tweede lid;

  • b.

    artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

  • c.

    artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

  • d.

    artikel 7:4, tweede lid;

  • e.

    artikel 7:6, vierde lid.

Artikel 7. Vooronderzoek

  • 1.

    De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

  • 2.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging door of namens het college vereist.

Artikel 8. Hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

  • 2.

    De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb .

  • 3.

    Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

  • 4.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen besluiten het horen te laten plaatsvinden door één voorzitter of lid van de commissie.

Artikel 9. Uitnodiging zitting

  • 1.

    De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

  • 2.

    Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

  • 3.

    De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

  • 4.

    De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 10. Horen van kinderen

  • 1.

    Het horen van kinderen die belanghebbende zijn bij een procedure die voortvloeit uit de Jeugdwet of een procedure op grond van de Wet tijdelijk huisverbod gebeurt door een deskundige. Dit kan een persoon zijn die geen lid is van de commissie.

  • 2.

    De deskundige brengt een schriftelijk verslag uit aan de commissie.

  • 3.

    De deskundige heeft een specifieke opleiding gevolgd voor het horen van (meestal kwetsbare) kinderen.

  • 4.

    Bij het horen is geen ander persoon aanwezig dan degene die hoort en het kind dat gehoord wordt; het kind kan zich laten bijstaan.

  • 5.

    Het horen gebeurt nadat het kind op correcte wijze is geïnformeerd over de procedure en zoveel mogelijk op zijn of haar gemak is gesteld.

  • 6.

    Het verslag van het horen is primair bestemd voor de voorzitter en de leden van de commissie.

  • 7.

    Het kind bepaalt of het verslag dat van het horen wordt gemaakt naar de ouders/verzorgers of andere instanties gaat of niet. Het kind krijgt voldoende tijd om het verslag te bestuderen.

  • 8.

    Artikel 11 van deze verordening is niet van toepassing.

Artikel 11. Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is. Dit geldt niet in geval toepassing is gegeven aan artikel 8, vierde lid.

Artikel 12. Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Artikel 13. Openbaarheid zitting

  • 1.

    De zitting van de commissie is openbaar.

  • 2.

    De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

  • 3.

    Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.

  • 4.

    De zittingen van de kamer Personele aangelegenheden zijn niet openbaar.

Artikel 14. Schriftelijke verslaglegging

  • 1.

    Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

  • 2.

    Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

  • 3.

    Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden, niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 4.

    Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

  • 5.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

  • 6.

    In plaats van een afzonderlijk verslag kan ook in het advies aan het bestuursorgaan een beknopte weergave van hetgeen ter zitting is besproken, worden opgenomen.

Artikel 15. Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

  • 2.

    De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

  • 3.

    De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dat verzoek.

  • 4.

    Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16. Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

  • 2.

    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

  • 3.

    Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

  • 4.

    Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

  • 5.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 6.

    Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17. Uitbrengen advies en verdaging

  • 1.

    Het advies wordt, onder medezending van het verslag, bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

  • 2.

    Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb  , ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.

  • 3.

    Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

Artikel 18. Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks vóór 1 april aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 19. Vergoeding

De voorzitter en de leden van de commissie ontvangen per vergadering een vergoeding. Het college bepaalt de hoogte van de vergoeding.

Artikel 20. Intrekking oude regeling

De Verordening behandeling bezwaarschriften 2006 vastgesteld op 20 april 2006 wordt ingetrokken.

Artikel 21. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 april 2017.

Artikel 22. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Maasdriel 2017.

Vastgesteld op 20 december 2016.

De burgemeester,

H. van Kooten

Vastgesteld in de collegevergadering van 20 december 2016.

Het college van Maasdriel,

mr. ing. A.P.J.M. de Jong H. van Kooten

secretaris burgemeester

Vastgesteld door de raad van de gemeente Maasdriel op 16 februari 2017.

griffier

Mw. drs. H.P. vanOmmeren

voorzitter

H. vanKooten