Inspraakverordening gemeente Oss 2007

Geldend van 08-07-2007 t/m heden

Intitulé

Inspraakverordening gemeente Oss 2007

Inspraakverordening gemeente Oss 2007

De raad van de gemeente Oss;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 april 2007;

gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;

gezien het advies van commissie Bestuur, Organisatie en Bedrijvigheid;

besluit vast te stellen de:

Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening gemeente Oss 2007).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen.

De verordening verstaat onder:

  • a.

    inspraak: een wettelijke vorm van burgerparticipatie, waarbij ingezetenen en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding van

    gemeentelijk beleid;

  • b.

    inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;

  • c.

    beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid en besluiten die een algemeen geldende werking hebben.

Artikel 2

Onderwerp van inspraak

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. De gemeenteraad is in dit kader verantwoordelijk voor het stellen van beleidskaders en het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van beleid.

  • 2.

    Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.

  • 3.

    Geen inspraak wordt verleend:

    • a.

      ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

    • b.

      indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • c.

      indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • d.

      inzake de begroting, de tarieven voor de gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

    • e.

      indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

    • f.

      indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving;

    • g.

      ten aanzien van de toepassing van artikel 41 c van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Artikel 3 Inspraakgerechtigden

Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

Artikel 4 Inspraakprocedure

  • 1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van

    toepassing.

  • 2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere

    inspraakprocedure vaststellen.

Artikel 5 Eindverslag

  • 1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.

  • 2. Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een beschrijving van de gevolgde inspraakprocedure;

    • b.

      een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.

  • 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

  • 4. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.

Artikel 6 Intrekking oude verordening

De Inspraakverordening Gemeente Oss 1995 wordt ingetrokken en vervalt met ingang van

de dag van de inwerkingtreding van deze verordening.

Inspraakprocedures die zijn aangevangen op de dag voor inwerkingtreding van de

Inspraakverordening gemeente Oss 2007 worden volgens de bepalingen van die

Inspraakverordening 1995 voortgezet.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt 8 dagen na de dag van bekendmaking in werking.

Artikel 8 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente Oss 2007.

Aldus vastgesteld door de raad van 21 juni 2007

Algemene toelichting

Artikel 150 van de Gemeentewet

Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. Dit artikel luidt sinds juni 2006 aldus:

“1. De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken”

2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht , voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

De inspraakverordening moet worden aangepast vanwege diverse wetswijzigingen op nationaal niveau. Allereerst is aanpassing nodig omdat de huidige Gemeentewet verwijst naar de eveneens gewijzigde uniforme openbare voorbereidingsprocedure van artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, die ook per 1 juli 2005 is gewijzigd. Daarnaast is aanpassing nodig vanwege:

  • -

    het klachtrecht dat inmiddels in hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen,

  • -

    de dualisering van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur)

  • -

    de inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten (zoals artikel 47 van de Wet Werk en Bijstand en artikel 7a van de Wet stedelijke vernieuwing).

In verband hiermee heeft de VNG een nieuw model gepresenteerd waarin ook de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving zijn verwerkt.

Afdeling 3.4 Awb (oud/nieuw)

Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. Bij het inwerkingtreden van de Awb in 1994 bestond naast deze afdeling nog een afdeling 3.5 die een uitgebreidere voorbereidingsprocedure kende. Met de nieuwe Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb wordt beoogd deze twee procedures ineen te schuiven en tegelijkertijd te vereenvoudigen. Bij de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb wordt de nieuwe afdeling in verschillende bijzondere wetten van toepassing verklaard. In de Gemeentewet zelf is afdeling 3.4 (nieuw) van toepassing verklaard op de inspraak bij provincies en gemeenten.

Uit de laatste zinsnede van het nieuwe tweede lid van artikel 150 van de Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4 Awb zijn toegestaan. Zo zou voor kleinere plannen een kortere reactietermijn kunnen worden bepaald.

Inspraakprocedure/ deregulering

Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven. De VNG heeft gekozen voor een sobere regeling.Nu resteert een bondige en goed leesbare verordening van slechts acht artikelen. Bovendien maakt een globale raamregeling het mogelijk dat recht wordt gedaan aan de behoefte van insprekers en gemeentebestuur mede in relatie tot aard, schaal en reikwijdte van het beleidsvoornemen waarop inspraak plaatsvindt. Een gedetailleerde en daardoor rigide wijze van regelgeving dient niet de belangen van insprekers.

Alternatieven voor inspraak

Inspraak is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Aan de burgers wordt een mening gevraagd met het oog op een concreet te nemen besluit of beleidsvoornemen.

Inspraak moet naar het oordeel van de VNG worden onderscheiden van andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raads- en/of commissievergaderingen, het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren, het houden van informatie- bijeenkomsten, referenda etc.

Inspraak kan ook worden onderscheiden van interactieve beleidsvorming. Interactieve beleidsvorming is een werkwijze, met name bedoeld voor complexe beleidsprocessen waarbij meerdere actoren betrokken zijn. De gemeente betrekt daarbij in een zo vroeg mogelijk stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere overheden bij het beleid om zo in een open en evenwichtige wisselwerking of samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering of evaluatie van beleid te komen. Interactieve beleidsvorming mobiliseert daarbij de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand niet weet – of nog niet wil bepalen – hoe deze opgelost zullen worden.

Inspraak, inspreekrecht, interactieve beleidsvorming, binnengemeentelijke democratie zijn alle vormen van burgerparticipatie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

a.Inspraak: er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid.

Inspraak is daartoe het eindpunt van het communicatieproces. Het is een georganiseerd proces waarbij de mening van de burgers wordt gevraagd met het oog op een te nemen besluit. Met inspraak kan het bestuursorgaan het eindoordeel van de burgers of instellingen definitief

beoordelen en/of meewegen.

b.Inspraakprocedure.

De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt als gevolg van artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Artikel 4, tweedelid, van het model geeft elk bestuursorgaan (raad, college en burgemeester) de ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, nadere regeling en organisatie van de inspraak.

c.Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Dat kunnen ook concrete besluiten zijn, mits die niet individualiseerbaar zijn. In dat laatste geval kunnen burgers

Individueel benaderd worden.

Artikel 2 Onderwerp van inspraak

In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of een vorm van inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.

In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder is opgesomd welke wettelijke verplichtingen gelden. De VNG heeft ervan afgezien om dit op te nemen in de tekst van artikel 2 zelf. Allereerst omdat bij een nieuwe wettelijke verplichting direct de verordening zou moeten worden aangepast. In de tweede plaats is het een zodanig uitgebreide opsomming dat de verordening hiermee onoverzichtelijk wordt.

Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij:

  • a.

    de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (artikel 7a Wet stedelijke vernieuwing);

  • b.

    de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM));

  • c.

    de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26, tweede lid, WM);

  • d.

    ontwerp-plan van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning

  • e.

    De plannen en beleidsverslagen gericht op realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (art 47), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder d) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (artikel 42, eerste lid, onder d);

  • f.

    de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als bedoeld in artikel 12,tweede lid onder a en b, van de Woningwet (artikel 12, vierde lid).

Artikel 2, derde lid

In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend. De gevallen spreken voor zich. Indien het gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, die gebaseerd zijn op bestaand beleid en of bestaande wetgeving waarin geen enkele ruimte tot beleidsvrijheid bestaat, kan het verlenen van inspraak buiten toepassing worden gelaten.

Het kan ook een afweging zijn geen inspraak te verlenen indien het beleidsvoornemen al uitgebreid met de belanghebbenden is besproken en inspraak alleen nog maar een onnodig uitstel betekent. (zie onder 2 h) Duidelijk moet dan wel zijn, dat de inhoud van het ontwerpbesluit niet meer ter discussie staat.

Artikel 41 c van de Wet Ruimtelijke Ordening is buiten toepassing verklaard, omdat dit artikel betrekking heeft op de coördinatie van gemeentelijk ruimtelijk beleid.

Artikel 3 Inspraakgerechtigden

De omschrijving van inspraakgerechtigde vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden ‘in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen’ vervangen door: belanghebbenden. Het begrip ‘belanghebbende’ is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd: degene wiens belang rechtstreeks bij het beleid is betrokken.

Artikel 4 Inspraakprocedure

In het kort komt deze procedure op het volgende neer.

Na de terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb: vier weken) schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Zo kan in bepaalde gevallen van de procedure worden afgeweken. Een voorbeeld is als het beleid slechts een beperkte groep burgers aangaat met wie het beleidsvoornemen al uitgebreid besproken is bv via wijk –en dorpsraden. Dit kan het geval zijn bij inrichtingsplannen.

Artikel 5 Eindverslag

Een eindrapportage dient een zo een volledig mogelijk overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.

Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.

In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar maakt. Het ligt voor de hand om degenen die hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking.

In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om elk eindverslag te melden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet.

Artikel 6 Intrekking oude verordening

Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking treedt. Tevens is voorzien in een overgangssituatie.