Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Peel en Maas

Verordening reinigingsheffingen Peel en Maas

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatiePeel en Maas
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening reinigingsheffingen Peel en Maas
CiteertitelVerordening reinigingsheffingen Peel en Maas
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 216 van de Gemeentewet
  2. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 15.33 van de Wet milieubeheer
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

14-12-2019nieuwe regeling

03-12-2019

gmb-2019-303161

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening reinigingsheffingen Peel en Maas

DE RAAD VAN DE GEMEENTE PEEL EN MAAS

 

 

Gelet op het raadsvoorstel 2019

Zaaknummer: 1894/2019/2108155

 

Gelet op het bepaalde in artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

 

Gehoord de beraadslagingen

 

 

BESLUIT

 

 

Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsheffingen Peel en Maas

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepalingen

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • 1.

    een afvalstoffenheffing;

  • 2.

    reinigingsrechten.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    “gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

  • 2.

    huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;

  • 3.

    klein chemisch afval (k.c.a.): de van particuliere huishoudens afkomstige chemische afvalstoffen;

  • 4.

    herbruikbare afvalstoffen: de als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezen afvalstoffen (o.a. oud papier, karton, glas, textiel, oud ijzer/metalen en elektrische en elektronische apparatuur).

Hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor het gebruikmaken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van:

    • a.

      degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

    • b.

      degene op wiens aanvraag afval wordt opgehaald;

    • c.

      degene die afvalstoffen achterlaat op één daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid, sub a, wordt:

    • a.

      gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

    • b.

      gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

    • c.

      het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en belastingtarief afvalstoffenheffing

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het verschuldigde bedrag is vermeld.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde afvalstoffenheffing

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

  • 5.

    Het aantal personen dat deel uitmaakt van een huishouden aan het begin van het belastingjaar of zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht, is bepalend voor de tariefstelling van een éénpersoonshuishouding of meerpersoonshuishouding.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige afvalstoffenheffing

De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvraag tot inzameling van afval of bij aanvang van het gebruik van de ter beschikking gestelde plaats.

Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.

Over de rechten is B.T.W. verschuldigd.

Artikel 11 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 14 Wijze van heffing

De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 15 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1.

    De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van de diensten of gemeentebezittingen gebruik maakt.

Hoofdstuk 4 Nadere bepalingen

Artikel 16 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald:

    • a.

      bij niet-automatische incasso: in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

    • b.

      bij automatische incasso: in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, onder b geldt, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later;

  • 3.

    De in hoofdstuk 2 van de tarieventabel opgenomen bedragen moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 21 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 17 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend voor de in hoofdstuk 1 van de tarieventabel opgenomen onderdelen 1.1 en 1.2.1.

Artikel 18 Overgangsrecht

  • 1.

    De Verordening reinigingsheffingen Peel en Maas vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 19, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 19, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van reinigingsheffingen in die periode plaatsvindt.

Artikel 19 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen Peel en Maas”

 

 

 

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van : 3 december 2019

De raad van de gemeente Peel en Maas,

de griffier, de voorzitter,

drs. N.G.M.T. Jansen W.J.G. Delissen-van Tongerlo

Tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen Peel en Maas

 

Deze bijlage omvat de in de artikelen 5 en 12 van genoemde verordening aangehaalde tarieventabel per 1-1-2020

Hoofdstuk 1 Afvalstoffenheffing

 

1.

Basisbedrag

 

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 147,00

1.2.

Toeslag

 

1.2.1

Indien het in onderdeel 1.1 bedoelde perceel, wordt gebruikt door meer dan één persoon, wordt het in dat onderdeel genoemde bedrag verhoogd met:

€ 50,00

1.2.2

Indien het in onderdeel 1.1 bedoelde perceel wordt voorzien van een extra gft-container, wordt het in dat onderdeel genoemde bedrag per gft-container verhoogd met

€ 95,00

 

Hoofdstuk 2 Overige maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

2.

Het toegangstarief voor het milieupark Peel en Maas bedraagt:

 

2.1

Voor grof huishoudelijk afval (inclusief matrassen en zakken restafval), bouwen en sloopafval (o.a. hout, puin, dakleer asbest gips):

  • Kofferbaktarief: tot 0,5 m3 én aanleveren in kofferbak van auto

  • Tot 1 m3

  • Tot 2 m3

  • Iedere m3 extra

 

 

€ 5,00

€ 10,00

€ 20,00

€ 10,00

2.1.1

Voor banden met velg en overige banden, per stuk

€ 5,00

2.1.2

De belasting genoemd onder 2.1 wordt niet geheven voor het achterlaten van:

a. Klein chemisch afval

 

b. Per soort gescheiden herbruikbare afvalstoffen (textiel, alle soorten glas, elektra, oud papier, frituurvet, tl-lampen, tuinafval, oud ijzer, PMD, GFT, luiers, harde kunststoffen, piepschuim enz.).

 

c. personenautobanden zonder velg (max. 4 stuks).

 

2.2

Voor het op aanvraag aan huis ophalen van grof huishoudelijk afval (geen bouw- en sloopafval) bedraagt:

 

2.2.1

het voorrijdtarief

€ 20,00

2.2.2

vermeerderd met per m3 afval (maximaal 2 m3 per keer)

€ 10,00

2.3

Voor het op aanvraag ophalen van snoeiafval (maximaal 2 m3 per keer)

 

2.3.1

bedraagt het voorrijdtarief

€ 20,00

 

Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten

 

3

Bedrijven en (niet commerciële) instellingen kunnen meeliften met het inzamelsysteem voor de huishoudens. Voorwaarde is dat de aard, samenstelling en hoeveelheid van de aangeboden afvalstoffen vergelijkbaar is met die van een huishouden.

Het tarief bedraagt per perceel per belastingjaar voor:

 

3.1.1

verenigingen en niet commerciële Instellingen die meeliften met de

inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

€ 147,00

3.1.2

de overige gebruikers (niet-natuurlijke personen) van een perceel die

meeliften met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen

€ 197,00

3.2.1

Het tarief als bedoeld in artikel 3.1.1 en 3.1.2 wordt voor het beschikbaar stellen, het gebruik en/of ledigen van een gft-container van 140 liter, per container verhoogd met

€ 95,00

 

Behoort bij besluit van 3 december 2019

De griffier