Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend 2016

Geldend van 14-10-2016 t/m heden

Intitulé

Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend 2016

De raad van de gemeente Purmerend;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 juni 2016, met nummer 1297408

BESLUIT:

ARTIKEL I

de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008 in te trekken

ARTIKEL II

vast te stellen de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend 2016

Inleidende bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet;

  • b.

    aanvraag: de aanvraag van een instemmingsbesluit of vergunning;

  • c.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • d.

    huisaansluiting: één of meer aansluitingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • e.

    instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet;

  • f.

    kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen Telecomkabels alsmede begrepen lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

  • g.

    melding: schriftelijke melding als bedoeld in artikel 2.1 tweede lid van deze verordening. Het betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is.

  • h.

    netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een aanbieder;

  • i.

    openbaar elektronisch communicatienetwerk: netwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet;

  • j.

    openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet, waaronder wegen, wateren en andere plaatsen die voor eenieder toegankelijk zijn;

  • k.

    telecomkabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet;

  • l.

    vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van deze verordening.

    Het betreft een vergunning voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden, niet zijnde een Telecomkabel.

  • m.

    werkzaamheden van niet ingrijpende aard: een nader door het college vast te stellen categorie van werkzaamheden, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is, maar kan worden volstaan met een melding.

Artikel 1.2. Toepasselijkheid

  • 1. Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden.

  • 2. Het college voert de regie over de efficiënte ordening van werkzaamheden in verband met kabels en leidingen zoals bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het bepaalde in deze verordening.

Instemmingsbesluit en vergunning

Artikel 2.1. Vereiste van instemming of vergunning

  • 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college. Het college kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 2.5 van deze verordening.

  • 3. Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd.

  • 4. Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan het college. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.

  • 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak.

Artikel 2.2. De aanvraag en de melding

  • 1. Een aanvraag wordt ingediend bij het college.

  • 2. De aanvrager levert op schriftelijk verzoek van het college de resultaten van het overleg tussen de aanvrager en de andere (privaatrechtelijke) grondeigenaren of grondbeheerders aan, indien het college dit noodzakelijk acht voor de besluitvorming.

  • 3. Een melding wordt minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan het college gedaan.

Artikel 2.3. Gegevensverstrekking

Het college stelt nadere regels vast over de te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking bij een aanvraag of bij een melding.

Artikel 2.4. Beslistermijnen

  • 1. Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte.

  • 3. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  • 4. Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een aanvraag buiten behandeling.

Artikel 2.5. Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden

  • 1. Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van:

    • a)

      de openbare orde;

    • b)

      de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer;

    • c)

      het voorkomen of beperken van overlast;

    • d)

      de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen;

    • e)

      de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken;

    • f)

      de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen;

    • g)

      het uiterlijk aanzien van de omgeving;

  • 2. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald.

  • 3. De wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen geschiedt conform de door het college vast te stellen nadere regels.

  • 4. De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd.

Artikel 2.6. Wijziging en intrekking

  • 1. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen of intrekken, indien:

    • a)

      de netbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in het instemmingsbesluit of de vergunning is begonnen;

    • b)

      de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;

    • c)

      het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;

    • d)

      de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften niet naleeft;

    • e)

      na het verlenen van het instemmingsbesluit of de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van het instemmingsbesluit of de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan het verleende instemmingsbesluit of de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen.

  • 2. Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:

    • a)

      de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld;

    • b)

      dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.

  • 3. Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit of de vergunning dan nadat het college de houder van het instemmingsbesluit of de vergunning heeft gehoord.

  • 4. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van het instemmingsbesluit of de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) aan te passen of deze te verwijderen.

  • 5. Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in indien de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken.

  • 6. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning op schriftelijk verzoek van de houder op naam stellen van een andere netbeheerder.

Overige bepalingen

Artikel 3.1. (Mede)gebruik van voorzieningen

  • 1. Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.

  • 2. Lid 1 vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, op technische of economische gronden niet uitvoerbaar is.

  • 3. Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een alternatief tracé aanwijzen.

Artikel 3.2 Verplichtingen netbeheerder

  • 1. Indien de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels en leidingen wijzigt, stelt de netbeheerder het college onverwijld schriftelijk van deze wijziging in kennis.

  • 2. Een instemmingsbesluit of een vergunning geldt voor een specifieke kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald.

  • 3. De netbeheerder levert op verzoek van het college informatie over een kabel of leiding.

Artikel 3.3. Zorgplicht netbeheerder

De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.

Artikel 3.4. Verontreiniging, gevaar en hinder

  • 1. De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.

  • 2. Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de aanleg en de exploitatie van kabels en leidingen.

  • 3. Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels en leidingen opschorting gelasten van de aanleg en de exploitatie van de betreffende kabels en leidingen.

Artikel 3.5 Overleg en afstemming tijdens planvorming

  • 1.

    De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch tenminste eenmaal per jaar plaats.

  • 2.

    Het college initieert in de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het aantal overleggen en de regelmaat daarvan.

  • 3.

    Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur de noodzakelijkeinformatie met elkaar uit.

Artikel 3.6. Schadevergoeding

  • 1. Het college stelt een schadevergoedingsregeling vast.

  • 2. De in het eerste lid genoemde regeling bevat voorschriften omtrent de door het college op aanvraag toe te kennen nadeelcompensatie in het geval dat een netbeheerder, niet zijnde aanbieder, schade lijdt als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid onderdeel e of artikel 2.6, tweede lid onderdeel b., dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.

  • 3. De in het eerste lid genoemde regeling bevat voor een aanbieder bepalingen van procedurele aard omtrent de toekenning van vergoeding op grond van artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet.

Artikel 3.7 Herstraat- en degeneratiekosten

  • 1. Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels en leidingen in of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening conform de door het college vast te stellen nadere regels.

  • 2. Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat.

Artikel 4.1. Overgangsbepalingen

  • 1. Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening.

  • 2. Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing.

  • 3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning of instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008.

Artikel 4.2. Toezicht op de naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.

Artikel 4.3. Sancties

Overtreding van de artikel 2.1, lid 1, 2 en 4, artikel 2.5, lid 4, en artikel 3.3 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 4.4. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend 2016.

  • 3.

    De Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008 wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Purmerend 2016 ingetrokken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 september 2016
de griffier,
J.F. Kamminga
de voorzitter,
D. Bijl

Toelichting op de AVOI

Algemeen:

Deze algemene verordening ondergrondse infrastructuur (verder aangeduid als AVOI) is een verordening die regels bevat met betrekking tot het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen. In deze verordening zijn zowel regels gesteld betreffende kabels en leidingen ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken als regels voor de overige kabels en leidingen.

Kernpunten van deze AVOI en de daarop gebaseerde besluiten zijn:

  • ·

    de bruikbaarheid en het aanzien van de weg;

  • ·

    de veiligheid van de kabels en leidingen;

  • ·

    het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en dier;

  • ·

    te stellen eisen aan de ordening en allocatie van kabels en leidingen;

  • ·

    te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud van kabels en leidingen;

  • ·

    te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van kabels en leidingen.

De regels voor werkzaamheden betreffende een openbaar elektronisch communicatienetwerk waren voorheen opgenomen in de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008 . Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Avoi wordt de Verordening voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen gemeente Purmerend 2008 ingetrokken.

Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (Tw) het kader voor de regels in deze verordening.

Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving.

In deze verordening is het regime voor kabels en leidingen vallende onder de Tw en voor de overige kabels en leidingen zo veel als mogelijk geïntegreerd. Het onderscheid in de toepassing blijkt expliciet uit de gebezigde tekst en uit de definities van ‘telecomkabel’ (alleen Tw) en ‘kabels en leidingen’ (alle kabels en leidingen inclusief telecomkabels).

Artikelsgewijze toelichting

Inleidende bepalingen

Artikel 1.1

Algemeen

In dit artikel zijn de begripsbepalingen opgenomen. Voor een goed begrip van de Avoi is het van belang om op te merken dat in beginsel alle leidingen (waaronder ook rioolbuizen) in openbare gronden waarover de bevoegdheid van het gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de verordening vallen. Voor de definitie van ‘openbare gronden’ is aansluiting gezocht bij de definitie in de Telecommunicatiewet.

Uit de definitie van ‘openbare gronden’ blijkt dat het bereik van de verordening niet beperkt blijft tot kabels en leidingen die in de grond liggen, maar ook ziet op kabels en leidingen en bijbehorende voorzieningen die in of op kunstwerken zijn of worden gelegd. Met kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor kabels en leidingen is aangelegd om bijvoorbeeld een barrière (zoals een snelweg of een waterweg) over te kunnen steken. Hierbij valt te denken aan leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook worden voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening als kunstwerken beschouwd. Kabelgoten vallen, voor zover zij in openbare gronden zijn gelegen, eveneens onder de werkingssfeer van de verordening.

Kabels en leidingen die zich niet in of op openbare gronden bevinden (zoals bovengrondse hoogspanningsleidingen) vallen niet onder de werkingssfeer van de verordening.

sub a aanbieder

Met het begrip ‘aanbieder’ wordt bedoeld: een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in de zin van de Telecommunicatiewet. Op deze ‘aanbieder’ zijn de rechten en plichten van hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet van toepassing. De verordening bevat enkele bepalingen die slechts van toepassing zijn op ‘aanbieders’.

sub b aanvraag

Met het begrip ‘aanvraag’ wordt bedoeld: een aanvraag om een instemmingsbesluit (conform de Telecommunicatiewet) of een vergunning (overige kabels en leidingen). De aanvraag moet onderscheiden worden van de melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard op grond van artikel 2.1 lid 2 van de verordening.

sub c college

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de taken voortvloeiende uit de AVOI af te handelen, waarbij deze bevoegdheden voor wat betreft de uitvoering om praktische redenen deels gemandateerd zijn of worden aan een of meer daartoe aangewezen ambtenaren. Deze functie betreft enerzijds het houden van toezicht en anderzijds het coördineren en verlenen van instemmingen en vergunningen. Indien en voor zover de bevoegdheden op het gebied van coördinatie, het verlenen van vergunningen en instemmingbesluiten en het houden van toezicht gemandateerd zijn aan een of meer functionarissen, wordt met ‘college’ tevens deze functionaris bedoeld.

sub d huisaansluiting

De definitie van ‘huisaansluiting’ is afgeleid uit de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. Hiermee is een objectief criterium gehanteerd, zodat niet voor verschillende soorten kabels en leidingen verschillende definities van ‘huisaansluiting’ hoeven te gelden.

In de Wet waardering onroerende zaken wordt in artikel 16 als een onroerende zaak aangemerkt:

  • a)

    een gebouwd eigendom;

  • b)

    een ongebouwd eigendom;

  • c)

    een gedeelte van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

  • d)

    een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

  • e)

    een geheel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen, of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan, of in onderdeel d bedoelde samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt geëxploiteerd.

sub e instemmingsbesluit

De Telecommunicatiewet bevat een gedoogplicht voor de aanleg van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. De aanbieder dient echter wel instemming te verkrijgen van de gemeente binnen wier grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden. De instemming geldt enkel voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming.

Voor andere kabels en leidingen geldt de Telecommunicatiewet en de daarin opgenomen gedoogplicht niet. De toestemming om netten aan te leggen, in stand te houden en op te ruimen dient bij deze netten door middel van een vergunning plaats te vinden. In verband met de verschillende regimes is het noodzakelijk om tussen een instemmingsbesluit en een vergunning onderscheid te maken.

sub f kabels en leidingen

‘Kabels en leidingen’ is zodanig gedefinieerd dat hier in principe alle kabels en leidingen onder vallen, waaronder mede wordt begrepen de daarbij behorende onderdelen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, zoals brandkranen, afsluiters, mantelbuizen, kasten en gebouwen. Kabels die onder de Telecommunicatiewet vallen en die in openbare gronden liggen of worden gelegd vallen eveneens onder deze definitie.

sub g melding

De melding in de zin van deze verordening dient onderscheiden te worden van het begrip ‘melding’ in de zin van artikel 5.4 lid 4 van de Telecommunicatiewet. Met het begrip ‘melding’ wordt in deze verordening uitsluitend de melding van werkzaamheden van niet ingrijpende aard bedoeld.

sub h netbeheerder

Deze definitie is ontleend aan de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. In de verordening wordt een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk gelijkgesteld met een netbeheerder, tenzij uitdrukkelijk gesproken wordt van een ‘aanbieder’.

sub i openbaar elektronisch communicatienetwerk

Artikel 1.1, onder h van de Telecommunicatiewet kent de volgende definitie van ‘openbaar elektronisch communicatienetwerk’: elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma's voor zover dit aan het publiek geschiedt.

sub j openbare gronden

Onder ‘openbare gronden’ dient te worden verstaan: openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken, maar ook wateren met daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.

sub k telecomkabel

De definitie van ‘kabel’ in de Telecommunicatiewet luidt:

Fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen.

Hieronder worden in ieder geval begrepen koper- en glasvezelverbindingen, handholes en kasten. Hieronder vallen tevens ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken (zoals mantelbuizen) waarin of waarop geen fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten zijn aangebracht, en die aangelegd worden of zijn met het oogmerk deel uit te gaan maken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk.

sub m werkzaamheden van niet ingrijpende aard

Het definiëren van het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard vloeit voort uit artikel 5.4, lid 5 Telecommunicatiewet, maar geldt ook voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen. Om welke werkzaamheden het gaat wordt door het college vastgesteld in de nadere regels. Naast werkzaamheden aan huisaansluitingen worden andere niet ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen, zolang de werkzaamheden voldoen aan de vastgestelde eisen en randvoorwaarden. Dit kan omdat deze werkzaamheden veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en de impact relatief beperkt en kortstondig is. Voor deze niet ingrijpende werkzaamheden geldt een verkorte meldingsprocedure.

Het college kan ook bepalen dat voor werkzaamheden aan bepaalde categorieën kabels en leidingen, of binnen een bepaald gebied, niet met een melding kan worden volstaan, maar altijd een vergunning of een instemmingsbesluit moet worden aangevraagd.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid

Zoals in de toelichting bij het begrip ‘openbare gronden’ reeds is aangegeven, vallen ook kunstwerken onder dit begrip. Voor kabels en leidingen die niet onder de Telecommunicatiewet vallen geldt de vergunningplicht slechts voor openbare gronden die in beheer zijn bij de gemeente. Voor telecomkabels zijn de regels van toepassing op alle openbare gronden, ongeacht wie deze beheert.

De verordening heeft ten doel de regie te regelen met betrekking tot kabels en leidingen van partijen die in door de gemeente beheerde grond willen werken. De gemeente is als eigenaar van de grond en als hoeder van de openbare ruimte de aangewezen partij om deze rol op zich te nemen. Ten aanzien van telecomkabels is deze taak reeds aan de gemeente opgedragen in de Telecommunicatiewet. Om een efficiënte regie door de gemeente mogelijk

te maken is het noodzakelijk dat de gemeente ook ten aanzien van overige kabels en leidingen door middel van vergunningverlening deze taak op zich neemt. De regisseur is onafhankelijk en streeft naar afstemming van onder- en bovengrondse infrastructuur en naar samenwerking van alle betrokken partijen bij een project.

De belangen die worden gediend met deze regie in de ondergrond zijn de volgende:

Gemeente (wegbeheerder en regisseur):

  • ·

    Zo min mogelijk verstoring van de openbare ruimte en verkeersafwikkeling

  • ·

    Zo min mogelijk hinder voor ondernemers en omgeving

Netbeheerder

  • ·

    Ongestoorde ligging kabels en leidingen

  • ·

    Geen onnodige werkzaamheden en verleggingen

  • ·

    Vlotte uitvoering projecten

Deze regie kan zich op de volgende manieren per projectfase uiten:

Planvormingsfase

  • ·

    De gemeente initieert een overleg met de betrokken netbeheerders teneinde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren.

  • ·

    De gemeente attendeert netbeheerders op toekomstige plannen en gebiedsontwikkeling.

  • ·

    De gemeente neemt geen aanvragen in behandeling zonder verkregen gebiedsinformatie naar aanleiding van een oriëntatieverzoek of een graafmelding.

Voorbereidingsfase

  • ·

    De gemeente stimuleert de initiatiefnemer van een project om actief netbeheerders en anderen te benaderen voor het combineren van werkzaamheden en voor medegebruik van voorzieningen.

  • ·

    De gemeente initieert één of meer overleggen tussen de initiatiefnemer van een project en betrokken netbeheerders om informatie met elkaar uit te wisselen.

  • ·

    De gemeente legt afspraken (bijvoorbeeld over fasering, verkeersmaatregelen en het voorkomen van hinder) vast door middel van vergunningvoorschriften.

  • ·

    De gemeente kan de nieuwe inrichting/plaatsbepaling van de ondergrondse infrastructuur vaststellen of hier een voorstel toe doen.

Uitvoeringsfase

  • ·

    De gemeente handhaaft de voorschriften bij de vergunning of het instemmingsbesluit.

  • ·

    De gemeente bemiddelt, op verzoek van partijen, bij conflicten.

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behelst de zogenaamde lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen). Dit leerstuk is niet van toepassing op de beschikkingen op grond van deze verordening. Dat betekent dat bij het verstrijken van de beslistermijnen de vergunning niet van rechtswege wordt geacht te zijn verleend. Gelet op de grote publieke belangen die in het geding kunnen zijn, zoals het waarborgen van bereikbaarheid voor politie, brandweer en ambulance en de veiligheid voor het publiek, is het niet verantwoord dat zonder meer met de werkzaamheden mag worden begonnen als de gemeente verzuimd zou hebben binnen de gestelde termijn te beslissen. Dat laat natuurlijk onverlet dat, indien de gemeente in gebreke is, daartegen rechtsmiddelen openstaan.

Hetzelfde geldt overigens voor de instemming voor de werkzaamheden in verband met aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk (de instemming als bedoeld in artikel 5.4, lid 1, sub b, Tw). Het maatschappelijk risico van het stilzwijgend verlenen van de instemming wordt onwenselijk groot geacht, afgezet tegen het maatschappelijk voordeel van een tijdige vergunningverlening (zie de opvatting in de brief van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer, d.d. 9 juni 2009, TK 29515, nr.293, in het bijzonder de bijlage 2; laatstelijk herbevestigd door de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen, TK 32549, nr.3, pp.29-31).

Instemmingsbesluit en vergunning

Artikel 2.1

Uitgangspunt van de Avoi is dat werkzaamheden in openbare gronden verboden zijn, tenzij men beschikt over een vergunning of een instemmingbesluit. De vergunningplicht geldt alleen voor openbare gronden die in beheer zijn van de gemeente. Bij telecomkabels is dat anders als gevolg van het stelsel van de Telecommunicatiewet. Een instemmingsbesluit is namelijk vereist voor werkzaamheden in openbare gronden binnen de gemeente, ongeacht door wie deze beheerd worden. Een instemmingsbesluit vervalt nadat de werkzaamheden zijn voltooid.

Voor een categorie werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan worden volstaan met een lichtere meldingsprocedure (zowel voor telecomkabels als overige kabels en leidingen). De categorie werkzaamheden waarvoor dit geldt wordt door het college vastgesteld in de nadere regels. Het college kan echter ook een geografisch gebied vaststellen (opgenomen in de nadere regels) waarbinnen altijd een vergunning of instemmingsbesluit moet worden aangevraagd.

In geval van storingen waarbij reparatie geen uitstel kan lijden, bijvoorbeeld in het geval van een kabel- of leidingbreuk, kan uiteraard geen procedure van 5 werkdagen gelden. Deze dienen wel onverwijld, dus zo spoedig mogelijk en bij voorkeur nog voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, te worden gemeld. De burgemeester kan om redenen van openbare orde en veiligheid besluiten dat de werkzaamheden op een ander tijdstip moeten plaatsvinden.

Voor werkzaamheden rond de kabels en leidingen van de gemeente zelf, zoals de riolering maar ook eventuele andere kabels en leidingen, is om praktische redenen de verordening (en het daarin opgenomen verbod) niet procedureel van toepassing. Om redenen van effectiviteit en kwaliteit zullen intern binnen de gemeente de doelstellingen van deze verordening wel zoveel mogelijk worden nageleefd.

Artikel 2.2.

In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding of aanvraag bij de gemeente plaatsvinden. Formeel gebeurt dat bij het college van burgemeester en wethouders, maar in de praktijk bij de gemachtigde ambtenaar. Op het verlenen van een vergunning of instemmingsbesluit zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zoals het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Een aanvrager kan vooroverleg voeren met het college om de aanvraag voor te bereiden.

De in lid 2 opgenomen verplichting stelt de gemeente in staat om informatie op te vragen indien zij dit noodzakelijk acht voor haar besluitvorming. Overeenstemming tussen grondeigenaren en netbeheerders is een privaatrechtelijke aangelegenheid en kan in principe geen afwegingskader zijn van het besluit. Er zijn vanuit het beoordelingskader van de gemeente echter situaties voorstelbaar dat het wel van belang is (bijvoorbeeld indien een tracé meerdere percelen doorkruist en niet uitvoerbaar is als de toestemming van een der eigenaren is gegeven). Op deze wijze is voor het college de mogelijkheid gecreëerd om bij de aanvrager deze informatie op te vragen welke in bijzondere gevallen benodigd is voor het nemen van een zorgvuldig besluit.

Artikel 2.3.

De gemeente heeft als beheerder van openbare gronden informatie nodig voor een juiste beoordeling van werkzaamheden en inzicht in de belangen die worden geraakt. De te verstrekken gegevens worden om praktische redenen niet in de verordening zelf opgesomd maar in de nadere regels.

Artikel 2.4.

Dit artikel regelt in het eerste lid dat er in beginsel binnen acht weken moet worden beslist op de aanvraag. De maximale termijn van acht weken is conform het bepaalde in de Awb. De termijn voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard is korter. Lukt het niet om binnen deze termijn een besluit te nemen dan geeft het derde lid de mogelijkheid om de beslistermijn met nog eens acht weken te verlengen. Uiteraard zal er naar worden gestreefd om zo spoedig mogelijk op de aanvragen te beslissen en gelden de genoemde termijnen als maximale beslistermijnen.

De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van overige benodigde vergunningen voor zijn werkzaamheden (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning). Als de aanvrager hierom verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen bevorderen.

In geval dat de netbeheerder een aanvraag wenst in te trekken, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan het college. Het college stelt de aanvraag na dit schriftelijk verzoek buiten behandeling.

Artikel 2.5.

Dit artikel biedt de basis om aan een instemmingsbesluit of vergunning voorschriften en beperkingen te verbinden of de vergunning te weigeren. De verordening en de nadere regels zoals opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen vormen daarvoor gezamenlijk het kader. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de voorschriften en beperkingen slechts mogen strekken tot bescherming van die belangen welke deze Avoi beoogt te beschermen.

Meestal kan door het verbinden van voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit of de vergunning worden bereikt dat aan hetgeen in deze verordening is gesteld kan worden voldaan en de belangen waartoe deze verordening strekt voldoende worden beschermd. Indien ook door het stellen van voorschriften en beperkingen de genoemde belangen niet voldoende kunnen worden beschermd dan moet de vergunningaanvraag worden geweigerd. Een instemmingsbesluit kan op basis van de Telecommunicatiewet formeel niet worden geweigerd. Aan een instemmingsbesluit kunnen wel voorschriften en beperkingen worden verbonden. Daarnaast geldt dat een aanbieder, ondanks het ontbreken van een vergunningplicht, ingevolge artikel 5.2, lid 10 van de Telecommunicatiewet gebonden is aan voorschriften die gelden bij of krachtens andere wetten, zoals de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de Monumentenwet.

Burgemeester en wethouders maken in haar besluitvorming ten aanzien van het verzoek tot instemming de afweging welke voorschriften er dienen te worden opgenomen. Indien het college verwacht dat andere belanghebbenden, bijvoorbeeld omwonenden, bedenkingen zullen hebben tegen hetgeen zij voornemens is in het te nemen instemmingsbesluit op te nemen, is zij op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht deze belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze naar voren te brengen. Dit kan het geval zijn als er bijvoorbeeld sprake is van plaatsing van een POP-station, welke effect kan hebben op het uiterlijk aanzien van de omgeving. Omwonenden kunnen dan in de besluitvorming hun stem laten gelden binnen de grenzen van de te behartigen publieke belangen.

In de belangenafweging kan ‘visuele hinder’ opwegen tegen het belang van een netbeheerder. Indien bijvoorbeeld de eventueel door de derde belanghebbende voorgestelde alternatieve situering voor een netbeheerder geen (financiële) consequenties heeft, dan kan het belang van de derde belanghebbende zwaarder wegen dan de oorspronkelijke locatiekeuze van de netbeheerder. Met behulp van lid 1 sub g kunnen er voorschriften worden opgenomen in de vergunning of het instemmingsbesluit. De voorschriften moeten wel zien op de in de Avoi omschreven doelen. De voorschriften in het kader van het uiterlijk aanzien van de omgeving kunnen zodoende nooit de wettelijke voorschriften uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de daarbij behorende regelgeving doorkruisen.

Het tweede lid beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit of vergunning om uitvoering geruime tijd na afgifte te voorkomen. Een gewijzigd gebruik van gronden kan de werkzaamheden inmiddels onwenselijk maken. Zo nodig kan in het instemmingsbesluit of de vergunning de werkingsduur van het besluit worden verlengd.

De in de nadere regels voorgeschreven wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen dient altijd te worden nageleefd door de aanvrager, tenzij hiervan expliciet is afgeweken in het instemmingsbesluit of de vergunning.

De aanvrager van een instemmingsbesluit of vergunning is verantwoordelijk voor de naleving van die besluiten en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen en kan daar op worden aangesproken, ook wanneer hij werkzaamheden laat uitvoeren door ondergeschikten of derden (bijvoorbeeld (onder)aannemers).

Artikel 2.6.

Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning of instemmingsbesluit in te trekken of te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het eerste lid genoemde situaties. Een instemmingsbesluit vervalt nadat de werkzaamheden zijn voltooid. Daardoor kan een instemmingsbesluit alleen worden gewijzigd of ingetrokken gedurende de werkzaamheden.

Allereerst kan de vergunning of het instemmingsbesluit worden ingetrokken of gewijzigd indien de netbeheerder niet binnen zes maanden, of binnen een eventueel in de vergunning opgenomen afwijkende termijn, is begonnen met het werk en in de situatie waarin de werkzaamheden langer dan een periode van zes maanden stil liggen.

Indien de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens de Avoi, waaronder de nadere regels, of de vergunning(voorschriften) niet naleeft, kan het college de vergunning of het instemmingsbesluit eveneens intrekken of wijzigen. Dit middel zal echter pas worden ingezet als de netbeheerder geen gehoor heeft gegeven aan een waarschuwing van het college wegens niet-naleving.

Onderdeel e is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in te grijpen indien er ernstige gevolgen voor de gezondheid of het milieu dreigen als gevolg van het in stand houden van het instemmingsbesluit of de vergunning. Deze bevoegdheid zal pas als laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door aanpassing van het instemmingsbesluit of de vergunning, of door het stellen van nadere eisen.

Wanneer kabels of leidingen (niet vallende onder de Telecommunicatiewet) definitief buiten gebruik worden gesteld, kan de vergunning worden ingetrokken. In gevallen waarin kabels of leidingen nog wel worden onderhouden of in reserve worden gehouden zal er in beginsel geen sprake zijn van het intrekken van een vergunning.

Onderdeel b van het tweede lid is van toepassing wanneer de gemeente vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak van oordeel is dat aanpassing van kabels of leidingen noodzakelijk is. Dit is het geval wanneer de gemeente werken uitvoert die het algemeen belang dienen, waardoor deze kabels of leidingen niet kunnen blijven liggen of moeten worden aangepast. In de meeste gevallen zal hierbij sprake zijn van een gedeeltelijke verlegging van de bestaande kabel of leiding. Per situatie zal door het college worden beoordeeld of met het wijzigen van de bestaande vergunning kan worden volstaan, of dat er een nieuwe vergunning afgegeven wordt. Bij deze keuze houdt het college rekening met de gerechtvaardigde belangen van de vergunninghouder.

Wanneer de gemeente puur handelt als private/commerciële partij is geen sprake van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. Uit jurisprudentie blijkt echter wel dat een zeker commercieel belang niet in de weg staat aan de toepassing van de verordening (ABRvS 5 december 2012, 201108899/1/A3, rechtsoverweging 6.1). Het is echter op een dergelijk moment ter beoordeling aan het college hoe wordt omgegaan met het al dan niet toekennen van nadeelcompensatie, althans vergoeding.

Voor wijzigingen in kabels of leidingen die in het verleden zijn gelegd en waarvoor geen expliciete vergunning is verleend dient een nieuwe vergunning op grond van deze Avoi te worden aangevraagd.

De hoorplicht in lid 3 vloeit voort uit de eisen die de Awb stelt aan de zorgvuldige voorbereiding van besluiten.

Lid 4 geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de betreffende kabel of leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen. Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft dit de netbeheerder vervolgens de mogelijkheid om een beroep te doen op de Schadevergoedingsregeling, waarin de procedure en voorwaarden voor tegemoetkoming in de schade die de netbeheerder door de opgelegde verplichting lijdt, is geregeld. Overigens zal per geval ook altijd worden bezien of verwijdering van leidingdelen wel wenselijk is en ook technisch mogelijk is.

Overige bepalingen

Artikel 3.1.

De in dit artikel neergelegde bepalingen over medegebruik zijn ontleend aan de Telecommunicatiewet en zijn alleen van toepassing op telecomkabels. Medegebruik van bestaande voorzieningen beperkt het graven in de openbare gronden.

Voorschriften bij het instemmingsbesluit kunnen het medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven instemmingsbesluit.

Artikel 3.2.

De verplichtingen in dit artikel zijn erop gericht dat de gemeente over de actuele informatie beschikt die zij nodig heeft om de doelstellingen van de Avoi te kunnen behartigen.

Het in of uit gebruik nemen van telecomkabels is van belang in verband met artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet, waarin is bepaald dat aan de gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een kabel geen onderdeel uitmaakt van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Om die reden is het van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis wordt gesteld van het in- of uit gebruik stellen van telecomkabels ten einde bij overschrijding van die termijn over te kunnen gaan tot een verzoek tot verwijdering van de kabel.

Het college kan op grond van het derde lid informatie over specifieke kabels of leidingen bij de netbeheerder opvragen. Dit gebeurt alleen indien het college dit noodzakelijk acht in het licht van de belangen die de Avoi behartigt. Het college kan ook vragen om informatie over het al dan niet in gebruik zijn, de diameter, het materiaal, of de leeftijd van kabels of leidingen. Deze informatie is doorgaans niet bij het Kadaster geregistreerd.

Art 3.3.

Deze bepaling heeft een algemene vangnetfunctie en verwoordt dat een netbeheerder (logischerwijs) primair verantwoordelijk is voor een goede staat van onderhoud van kabels of leidingen. Wanneer kabels en leidingen als gevolg van een slechte staat van onderhoud een gevaar vormen voor de openbare orde en veiligheid of voor de overige belangen die deze verordening behartigt, biedt dit artikel aan de gemeenten een handvat om de netbeheerder hierop aan te spreken.

Artikel 3.4.

Dit artikel heeft betrekking op het voorkomen of bestrijden van verontreiniging, gevaar of hinder die veroorzaakt wordt door kabels en leidingen. De kosten voor deze maatregelen komen in beginsel ten laste van de netbeheerder. In situaties waarbij het niet redelijk is om alle kosten bij de netbeheerder te leggen kan worden afgeweken van dit uitgangspunt.

Van de bevoegdheid van lid 2 zal de gemeente slechts gebruik maken wanneer de belangen die de verordening behartigt in het gedrang (dreigen te) komen. Deze bepaling is aanvullend ten opzichte van sectorale wetgeving op de genoemde gebieden.

Als sluitstuk kan het college opschorting van de werkzaamheden vorderen. Bij het opleggen van dergelijke maatregelen vormen de belangen die beschermd worden met deze verordening het beoordelingskader.

Artikel 3.5.

Dit artikel benadrukt de regisserende rol die de gemeente kan hebben bij projecten. De gemeente zal als beheerder van de openbare ruimte de belangen van diverse gebruikers van die openbare ruimte trachten te behartigen en voor zover mogelijk ook proberen samen te brengen.

De gemeente zal periodiek een overleg initiëren tussen alle betrokken partijen over alle uit te voeren projecten in de gemeente.

Het college neemt het initiatief tot overleg met alle betrokken partijen in de planfase dan wel voorafgaand aan de start van een specifiek door of vanwege de gemeente uit te voeren werk met mogelijke gevolgen voor de ondergrondse infrastructuur.

Het uitwisselen van informatie voorafgaand aan een werk moet leiden tot een betere afstemming tussen boven- en ondergrond en tussen netbeheerders onderling. Alle partijen hebben hier belang bij en kunnen profiteren van deze informatie-uitwisseling.

De gemeente zoekt met de netbeheerder naar geschikte tracés, maar is hierin niet leidend.

Artikel 3.6.

In dit artikel is nadeelcompensatie (ofwel schadevergoeding voor rechtmatig overheidshandelen) voor aanpassingen aan kabels en leidingen geregeld. Hierbij is zoveel mogelijk geanticipeerd op de inwerkingtreding van titel 4.5 van de Awb, waarin nadeelcompensatie in het algemeen is gecodificeerd. Tot het moment van inwerkingtreding van deze titel houdt dit artikel de grondslag in voor nadeelcompensatie en is de Schadevergoedingsregeling hierop gebaseerd. Vanaf de inwerkingtreding van titel 4.5 Awb

ligt de grondslag voor nadeelcompensatie in art. 4:126 Awb en fungeert de Schadevergoedingsregeling als wetsinterpreterende beleidsregel.

Ten aanzien van aanpassingen aan kabels en leidingen zijn er drie situaties waarin een netbeheerder in aanmerking komt voor nadeelcompensatie:

  • 1.

    de intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.6 lid 1 onder e van de Avoi;

  • 2.

    de intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.6 lid 2 onder b van de Avoi;

  • 3.

    de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, waarbij geen vergunning wordt gewijzigd of ingetrokken (bijvoorbeeld omdat de aan te passen kabel of leiding niet in openbare gronden van de gemeente ligt, de zogenaamde buitenleidingen).

In algemene termen bestaat nadeelcompensatie uit schade die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een netbeheerder in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. De concrete toepassing en procedure van nadeelcompensatie voor aanpassingen aan kabels en leidingen wordt uitgewerkt in de Schadevergoedingsregeling kabels en leidingen die door het college wordt vastgesteld en wordt opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen.

Voor kabels die onder de Telecommunicatiewet vallen is geen sprake van nadeelcompensatie, maar van het regime van artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet. De procedurele bepalingen in de Schadevergoedingsregeling zijn echter van overeenkomstige toepassing, tenzij dit in de betreffende bepalingen uitdrukkelijk is uitgesloten.

Artikel 3.7.

De kosten voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde (graaf)werkzaamheden worden bij de netbeheerder in rekening gebracht. Zie hiervoor in het bijzonder de Schaderegeling

Ingravingen die een onderdeel vormt van de nadere regels. Deze regeling is afgeleid van de VNG-richtlijnen op dit gebied.

In bijzondere gevallen zullen de netbeheerder en het college vooraf vaststellen wat er wordt verstaan onder ‘de oude staat’. Dit kan als bijzondere voorwaarde bij een instemmingsbesluit of vergunning worden opgenomen.

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 4.1.

Deze bepaling bevat het overgangsrecht. Aan de netbeheerders van de talloze kabels en leidingen die thans in openbare gronden aanwezig zijn, is in de meeste gevallen – al dan niet privaatrechtelijk dan wel door middel van een vergunning – een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden verbonden zijn. Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de netbeheerders hoge kosten moeten maken is er voor gekozen de bestaande toestemmingen te beschouwen als een instemming of vergunning in de zin van deze verordening. Overigens geldt voor kabels en leidingen die onrechtmatig in de openbare grond liggen hoe dan ook dat een aanvraag moet worden ingediend om een vergunning op grond van deze verordening te kunnen verkrijgen.

De gemeente zal bij de toepassing van deze bepaling rekening houden met de omstandigheden waaronder in het verleden kabels en leidingen zijn gelegd en met de ouderdom van die kabels en leidingen. Het is voldoende wanneer aannemelijk gemaakt kan worden dat een kabel of leiding destijds rechtmatig is aangelegd.

Artikel 4.2.

Beoogd wordt één of meer gemeentelijke functionarissen aan te wijzen als toezichthouders. Zij zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften bij of krachtens deze verordening, waaronder ook de verleende vergunningen en instemmingsbesluiten.

Artikel 4.3.

Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke handhavings-instrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in beginsel een uiterst handhavingsmiddel.