Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Raalte

Nadere Regeling Individueel Keuzebudget DOWR

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieRaalte
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNadere Regeling Individueel Keuzebudget DOWR
CiteertitelNadere Regeling Individueel Keuzebudget DOWR
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 160

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2017nieuwe regeling

13-12-2016

Gemeenteblad 2016, nr188934

10370-2016

Tekst van de regeling

Intitulé

Nadere Regeling Individueel Keuzebudget DOWR

Nota nr. 10370-2016

Raalte, 13 december 2016

Burgemeester en wethouders van Raalte,

Gelet op hoofdstuk 3 §5 en§6 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR);

Gelet op 160, eerste lid onder c van de Gemeentewet;

Gelet op de instemming van de commissie voor Bijzonder Georganiseerd Overleg op 17 november 2016;

BESLUITEN

Tot het vaststellen van de Nadere Regeling Individueel Keuzebudget DOWR

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van de navolgende artikelen wordt verstaan onder:

  • a.

    MedewerkerDe ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR niet zijnde een medewerker als bedoeld in artikel 1:2 of in dienst bij wijze van stage.

  • b.

    Persoonlijk budgetHet bedrag dat jaarlijks door burgemeester en wethouders per formatieplaats kan worden vastgesteld om aan te wenden voor in deze regeling vastgestelde keuzemogelijkheden dan wel de keuzemogelijkheden als bedoeld in artikel 3:29 CAR.

  • c.

    IKBHet individueel keuzebudget als bedoeld in artikel 3:28 CAR vermeerderd met het persoonlijk budget als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

  • d.

    Keuzemogelijkheden: Arbeidsvoorwaarden die de medewerker voor de bronnen terugkrijgt.

Artikel 2 Persoonlijk budget

  • 1.

    Burgemeester en wethouders stellen een persoonlijk budget vast per kalenderjaar per formatieplaats na overleg met de Commissie voor Georganiseerd Overleg.

  • 2.

    Parttime medewerkers ontvangen dit persoonlijk budget naar rato van de dienstbetrekking. De aanstellingsomvang per 1 januari van het kalenderjaar is hiervoor bepalend.

  • 3.

    Het persoonlijk budget wordt afgerond op hele euro’s en kan worden ingezet naast het IKB voor de keuzemogelijkheden beschreven in artikel 6 van deze regeling.

  • 4.

    Het persoonlijk budget komt in twaalf maandelijkse termijnen ter beschikking van de medewerker.

  • 5.

    Als de medewerker geen keuze maakt, of bij zijn keuze slechts een deel van zijn persoonlijk budget gebruikt, dan wordt het persoonlijk budget over die maand, of het resterende deel daarvan, gereserveerd. De medewerker kan het gereserveerde persoonlijk budget op een later moment in het lopende kalenderjaar besteden.

  • 6.

    Heeft de medewerker na de sluitingsdatum van de salarisverwerking in december nog een resterend persoonlijk budget dan wordt dit bij de salarisbetaling van die maand uitbetaald.

  • 7.

    De hoogte van dit jaarbedrag wordt periodiek geëvalueerd met de medezeggenschap teneinde te bezien of voor een volgend kalenderjaar een ander bedrag wordt vastgesteld.

Artikel 3 Aanvraag verkoop bovenwettelijk verlof

  • 1.

    In het keuzesysteem wordt de mogelijkheid geboden om overeenkomstig artikel 3:36 CAR om het in dat jaar aanwezige bovenwettelijk verlof te laten uitbetalen tot een maximum van 72 uur per fulltime dienstverband. Voor parttime medewerkers geldt dit maximum naar rato van hun deelbetrekking op 1 januari.

  • 2.

    Dit uit te betalen bedrag kan worden uitbetaald of naast het IKB worden ingezet voor de keuzemogelijkheden beschreven in artikel 4 van deze regeling.

Artikel 4 Keuzemogelijkheden

  • 1.

    Naast de bestedingsdoelen genoemd in artikel 3:29 eerste lid CAR, worden de volgende bestedingsdoelen toegevoegd gevolg gevend aan artikel 3:29 tweede lid:

    • a)

      reiskosten woon-werkverkeer,

    • b)

      verhuiskosten

    • c)

      levensloopverlof voor rechthebbenden

    • d)

      vergoeding werkkostenforfait (zijnde: fiets, fietsaccessoires, bedrijfsfitness, internetverbinding thuis, vakbondscontributie, lidmaatschap beroepsvereniging)

  • 2.

    Aan elke keuzemogelijkheid zijn fiscale of administratieve voorwaarden verbonden, die nader in deze regeling uitgewerkt worden

Artikel 5 Wijze van aanvragen

  • 1.

    De medewerker kan via het daartoe bestemde keuzesysteem van 20 januari tot en met 15 november van het lopende kalenderjaar een keuze maken op welke wijze hij zijn IKB dan wel het persoonlijk budget en/of de uitbetaling van bovenwettelijk verlof wil besteden.

  • 2.

    Komt een medewerker op of na 15 november in dienst dan wordt zijn IKB en zijn persoonlijk budget bruto uitbetaald in de maand december.

  • 3.

    Een aanvraag moet uiterlijk op de 1e dag van de lopende maand zijn ingediend, wil deze diezelfde maand nog kunnen worden verwerkt in de salarisbetaling. Aanvragen na die dag worden verwerkt in de maand daaropvolgend.

  • 4.

    Een aanvraag ten aanzien van de maand december moet uiterlijk op 15 november zijn ingediend.

  • 5.

    De medewerker verplicht zich bij het maken van een keuze om, indien dat wordt verlangd, alle door burgemeester en wethouders gewenste informatie of (bewijs)stukken te verstrekken, die nodig zijn voor honorering van de betreffende keuzemogelijkheid binnen de aangegeven aanvraagperiode. Onvolledig ingevulde aanvragen dan wel aanvragen, waarbij de juiste bewijsstukken ontbreken worden niet in behandeling genomen c.q. gehonoreerd.

Artikel 6 Behandeling aanvraag

  • 1.

    Als de aanvraag compleet is, wordt de aanvraag verwerkt.

  • 2.

    De aan- of verkoop van verlofuren wordt na verwerking tevens doorgevoerd in de verlofadministratie.

  • 3.

    De medewerker ontvangt een bevestiging van zijn gemaakte keuze(s) via het keuzesysteem.

Artikel 7 Uitdienst tijdens kalenderjaar

Als een medewerker na het maken van een keuze uit dienst gaat, vindt de salarisverrekening plaats op het moment van uitdiensttreding, waarbij eveneens een verrekening plaatsvindt van de keuzemogelijkheden naar rato van het dienstverband in het betreffende kalenderjaar.

Artikel 8 Gevolgen van de keuze

Als (een deel van) het persoonlijk budget of (een deel van) de verkoop van verlofuren wordt uitbetaald, wordt het uitbetaalde bruto bedrag voor het kalenderjaar daaropvolgend meegeteld in het pensioengevend inkomen en wordt hierover pensioenpremie berekend.

Artikel 9 Onrechtmatig gebruik

Wanneer de medewerker onjuiste gegevens verstrekt en/of onrechtmatig gebruik maakt van deze regeling, worden de totale kosten –met inbegrip van rente, verhaalskosten e.d.- die de werkgever maakt met terugwerkende kracht op de medewerker verhaald.

Artikel 10 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan door of namens burgemeester en wethouders een bijzondere voorziening worden getroffen.

Artikel 11 Voorwaarden uitruil t.b.v. reiskosten woonwerkverkeer

  • 1.

    De medewerker mag zijn IKB, zijn persoonlijk budget en verkocht bovenwettelijk verlof uitruilen ter verkrijging van een belastingvoordeel voor het reizen tussen zijn woning en zijn werkadres.

  • 2.

    ”Het maximaal uit te ruilen bedrag is: “aantal reisdagen per jaar” x “aantal kilometers per dag” x € 0,19, minus het bedrag dat voor het reizen woon-werkverkeer wordt vergoed door de werkgever.

  • 3.

    Ter bepaling van het aantal dagen per jaar dat de medewerker reist in verband met woon-werkverkeer wordt uitgegaan van het door de belastingdienst bepaalde maximum aantal werkdagen per jaar zijnde 214 bij een volledig dienstverband, waarbij gemiddeld genomen 5 dagen per week wordt gereisd tussen woning en werkadres. Bij medewerkers die een gemiddeld arbeidspatroon hebben van minder dagen per week, wordt dit aantal dagen gecorrigeerd naar rato van het gemiddeld aantal werkdagen waarop gereisd wordt voor het woon-werkverkeer.

  • 4.

    Ter bepaling van het aantal kilometers per dag is 2 maal het aantal kilometers enkele reis, verkregen via www.routenet.nl, keuze ‘optimaal’ en ‘per auto’, leidend. Maximaal mag de afstand enkele reis 75 kilometer bedragen. De op deze wijze berekende afstand wordt neergelegd in het keuzesysteem.

  • 5.

    Voor het bepalen van het gemiddelde arbeidspatroon als bedoeld in lid 3 en de reisafstand als bedoeld in lid 4 is de werkelijke situatie per 1e van de aanvraagmaand leidend. Wijziging van arbeidspatroon en/of reisafstand in de loop van het kalenderjaar beïnvloedt de maximale fiscale ruimte om uit te ruilen. Er kan nooit meer worden uitgeruild dan de maximale fiscale ruimte.

Artikel 12 Verhuiskostenvergoeding

  • 1.

    De medewerker mag zijn IKB, zijn persoonlijk budget en/of verkocht bovenwettelijk verlof gebruiken voor de verkrijging van een belastingvoordeel voor het verhuisd zijn in verband met aanvaarden van een functie bij de gemeente.

  • 2.

    De verhuizing moet plaatsvinden binnen twee jaar na aanvaarden van de functie en vóór aanvaarding van de functie woonde de medewerker tenminste 25 kilometer vanaf de nieuwe standplaats. De afstand nieuwe woonplaats naar standplaats moet door de verhuizing tenminste met 60% zijn bekort.

  • 3.

    Het maximaal uit te ruilen bedrag is € 7.750 plus de kosten voor het overbrengen van de boedel. Op dit bedrag wordt in mindering gebracht een eventueel door de werkgever verstrekte bijdrage in de verhuizing.

  • 4.

    Bij de aanvraag overlegt de medewerker een op naam gestelde factuur voor het overbrengen van de boedel waaruit de verhuisdatum blijkt. De verhuisdatum dient te liggen in het jaar van de aanvraag en ligt binnen de twee jaar na aanvaarding van de functie bij gemeente.

Artikel 13 Uitruil t.b.v. levensloop

De medewerker mag zijn IKB, zijn persoonlijk budget en/of verkocht bovenwettelijk verlof inzetten voor de financiering van levensloopverlof, als hij voldoet aan de voorwaarden om op dat verlof aanspraak te maken.

Artikel 14 Voorwaarden uitruil vergoeding werkkostenforfait.

De medewerker mag zijn IKB, zijn persoonlijk budget en/of verkocht bovenwettelijk verlof inzetten ter verkrijging van een belastingvoordeel voor een vergoeding werkkostenforfait. De vergoeding werkkostenforfait dient als vergoeding voor de aanschaf van een fiets en/of fietsaccessoires, thuisinternet, bedrijfsfitness, vakbondscontributie, en/of lidmaatschap beroepsvereniging. De maximale uitruil hiervoor per medewerker bedraagt € 300,- per jaar. De hoogte van dit bedrag wordt periodiek geëvalueerd met de medezeggenschap teneinde te bezien of voor een volgend kalenderjaar een ander bedrag wordt vastgesteld.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2017, onder intrekking van de Regeling Keuzemodel DOWR.

Aldus besloten in de vergadering van 13 december 2016

Burgemeester en wethouders van Raalte,

de secretaris,

Mw. K.M. Cornelissen

de burgemeester,

M.P. Dadema