Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Sint Anthonis

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSint Anthonis
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2019
CiteertitelVerordening toeristenbelasting 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpBelasting en Finaciën

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 224 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019Nieuwe Regeling

13-12-2018

gmb-2019-1574

Z-18-28522 INT/025780

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2019

 

De Raad van de gemeente Sint Anthonis;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 november 2018;

 

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

 

B E S L U I T:

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2019.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    pension: een accommodatie met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend een-, twee-, en vierpersoonskamers tegen boeking anders dan per nacht;

  • b.

    onder pensions worden mede begrepen “Bed & Breakfast” accommodaties;

  • c.

    groepsaccommodatie: een verblijfsobject dat bedoeld en geschikt is voor het gezamenlijk overnachten door groepen van 10 of meer personen en beschikt over een gezamenlijke ruimte voor minimaal 10 personen.

  • d.

    kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

  • e.

    kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen merendeels, ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

  • f.

    vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar.

  • g.

    volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.

  • h.

    woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen.

  • i.

    particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf.

  • j.

    particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.

  • k.

    logiesverblijven: verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde verblijven als bedoeld onder a tot en met j, die voor overnachting ter beschikking worden gesteld aan derden.

  • l.

    bruto omzet logiesopbrengsten: de omzet in het boekjaar welke direct verbonden is met het bieden van gelegenheid tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2. De omzet dient in de financiële administratie van belastingplichtige te zijn verantwoord en middels een accountantsverklaring te zijn onderbouwd.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente Sint Anthonis in de basisadministratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

  • 3.

    van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;

  • 4.

    op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

 

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze bij logiesverblijven

In afwijking van artikel 5 wordt voor logiesverblijven op een bij aangifte gedaan verzoek het aantal nachten vastgesteld op 118 nachten per bed.

 

Artikel 7 Opteren voor maatstaf van heffing op basis van bruto omzet logiesopbrengsten.

  • 1.

    In afwijking van artikel 5 kan de maatstaf van heffing – op schriftelijk verzoek van belastingplichtige – worden gesteld op de bruto omzet logiesopbrengsten in het belastingjaar.

  • 2.

    Het schriftelijk verzoek tot toepassing van de maatstaf van heffing op basis van de bruto omzet logiesopbrengsten dient door belastingplichtige voorafgaand aan het belastingjaar te worden gedaan, doch tenminste vóór 1 april van het belastingjaar.

  • 3.

    Of en in hoeverre het schriftelijk verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingewilligd is ter beoordeling van de heffingsambtenaar. Het verzoek kan door de heffingsambtenaar enkel om gegronde redenen – gemotiveerd – worden afgewezen.

Artikel 8 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,00.

  • 2.

    Het tarief bedraagt bij verblijf in logiesverblijven en alle niet onder artikel 1, letters a tot en met j genoemde accommodaties 75% van € 1,00,maal de maatstaf als bedoeld in artikel 6.

  • 3.

    Het tarief bedraagt, bij toepassing van de maatstaf van heffing op basis van de bruto omzet logiesopbrengsten als bedoeld in artikel 7, 8,30% van de bruto omzet logiesopbrengsten.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11 Aanslaggrens

Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

Artikel 12 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en dan elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 2.

    Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.

  • 3.

    Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moet(en) de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

 

Artikel 13 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 14 Inwerkingtreding

  • 1.

    De ‘Verordening toeristenbelasting 2018’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2019”.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Sint Anthonis van 13 december 2018.

De Raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

mr. A. (Ton) P.J.L. Keijzers M. (Marleen) L.P. Sijbers