Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Uden

Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant
CiteertitelGemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-1995Nieuwe regeling

01-06-1995

Infopagina 11-07-1995

1995/41

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant

De Raad en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Uden;

gelet op de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

b e s l u i t e n

vast te stellen de

Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant

 

HOOFDSTUK 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

    • b.

      Welstandszorg Noord-Brabant: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

    • c.

      deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente;

    • d.

      het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van Welstandszorg Noord-Brabant;

    • e.

      de dienst: de dienst als bedoeld in artikel 4;

    • f.

      commissies: de commissies als bedoeld in artikel 4;

    • g.

      de directeur: de directeur van de dienst;

    • h.

      gedeputeerde staten: gedeputeerde staten' van Noord-Brabant.

  • 2.

    Waar in de regeling artikelen van de gemeentewet of enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in plaats van: de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk: Welstandszorg Noord-Brabant, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

  • 3.

    Waar in de regeling over personen een mannelijk voornaamwoord danwel een mannelijk functionarisbegrip wordt gebruikt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.

Artikel 2. Naam, plaats van vestiging en bestuur

  • 1.

    Er is een openbaar lichaam, genaamd Welstandszorg Noord-Brabant. Het is gevestigd te Veldhoven. Het omvat de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het bestuur van Welstandszorg Noord-Brabant bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.

  • 3.

    Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van Welstandszorg Noord-Brabant.

  • 4.

    De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

Artikel 3. Doel

Welstandszorg Noord-Brabant heeft tot doel de deelnemende gemeenten bij te staan in hun zorg voor de vormgeving van gebouwen en bouwwerken zowel op zichzelf als in verband met de bestaande omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan.

Artikel 4. Middelen

  • 1.

    Welstandszorg Noord-Brabant tracht het doel te bereiken door middel van het instandhouden van een dienst en van adviescommissies, die de deelnemende gemeenten adviseren met betrekking tot de in artikel 3 omschreven zorg.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de samenstelling, taak en werkwijze van de commissies en de tegemoetkomingen en vergoedingen van haar leden.

Artikel 5. Adviezen

  • 1.

    De adviezen van de in het vorige artikel genoemde commissies worden zo spoedig mogelijk aan de betrokken gemeentebesturen medegedeeld.

  • 2.

    Is nader overleg met gemeentebesturen of architecten nodig, dan geschiedt dit op de wijze door het dagelijks bestuur aangegeven.

  • 3.

    De deelnemende gemeenten zijn gehouden om aan Welstandszorg Noord-Brabant de stukken over te leggen, die het voor een juiste vervulling van haar taak nodig heeft.

Artikel 6. Opdrachten

Het dagelijks bestuur kan van niet aan de regeling derden deelnemende openbare lichamen opdrachten aanvaarden met betrekking tot de in artikel 3 omschreven zorg.

HOOFDSTUK 11. Bestuur

Paragraaf 1. Algemeen Bestuur

Artikel 7. Aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden

  • 1.

    Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente.

  • 2.

    De leden worden door de raden van de deelnemende gemeenten uit hun midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, op aanbeveling van burgemeester en wethouders aangewezen.

  • 3.

    De raden wijzen tevens uit hun midden, de voorzitter van de raad inbegrepen, op aanbeveling van burgemeester en wethouders, een plaatsvervangend lid aan. Bepalingen van de regeling, geldende voor de leden van het algemeen bestuur, zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende leden.

  • 4.

    De raden besluiten zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode, doch uiterlijk binnen drie maanden na het begin van die periode, tot de aanwijzing van de leden en de plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.

  • 5.

    Van de aanwijzing van de leden en de plaatsvervangende leden doen burgemeester en wethouders binnen acht dagen aan de voorzitter mededeling.

  • 6.

    De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dat schriftelijk in bij de voorzitter van de raad die hen heeft aangewezen.

  • 7.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege Welstandszorg Noord-Brabant aangesteld of daaraan ondergeschikt.

  • 8.

    Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijk gesteld zij die in dienst van Welstandszorg Noord-Brabant op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

Artikel 8. Zittingsduur

  • 1.

    De zittingsperiode van het algemeen bestuur is gelijk aan die van de raden.

  • 2.

    Indien en zo lang de leden hun kwaliteit om aangewezen te worden behouden, blijven zij na periodieke aftreding of na ontslagname hun functie als lid van het algemeen bestuur waarnemen, totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 3.

    In tussentijdse vacatures wordt door de raad die het aangaat zo mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering voorzien.

  • 4.

    Indien een tussentijdse vacature is ontstaan delen burgemeester en wethouders dat binnen acht dagen aan de voorzitter mede; na de aanwijzing van een nieuw lid ter voorziening in die vacature delen burgemeester en wethouders dat eveneens binnen acht dagen aan de voorzitter mede.

Artikel 9.

Vergaderingen

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oórdelen, of het door een vijfde van de leden schriftelijk met opgave van redenen, wordt gevraagd.

  • 2.

    De voorzitter stelt, met inachtneming van hetgeen daaromtrent in het reglement van orde is bepaald, dag, uur en plaats van de vergadering vast. Hij roept de leden tenminste eenentwintig dagen v66r het houden der vergadering schriftelijk op, door middel van een kennisgeving, houdende dag, uur en plaats der vergadering en bevattende tevens een agenda van de te behandelen punten. Hij zendt de kennisgeving gelijktijdig aan de burgemeesters van de deelnemende gemeenten met het verzoek dag en uur van de vergadering ter openbare kennis te brengen.

  • 3.

    De vergaderingen zijn openbaar. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over:

    • a.

      het vaststellen of wijzigen van de begroting;

    • b.

      het voorlopig vaststellen van de jaarrekening en

    • c.

      het wijzigen of opheffen van deze regeling.

      4.Het voorschrift van het vorige lid belet niet dat te allen tijde, wanneer de handhaving van de orde zulks mocht vorderen, de voorzitter van de bij artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen juncto artikel 72, tweede zinsnede, van de gemeentewet, bedoelde bevoegdheid gebruik kan maken.

Stemrecht

5.Elk lid heeft in de vergadering één stem.

Artikel 10.

De directeur woont de vergaderingen van het algemeen bestuur bij. Hij heeft daarin een raadgevende stem.

De voorzitters van de commissies kunnen op uitnodiging van de voorzitter de vergaderingen van het algemeen bestuur bijwonen. Zij hebben daarin een raadgevende stem.

Paragraaf 2. Dagelijks bestuur

Artikel 11. Samenstelling

Het dagelijks bestuur bestaat uit:

  • a.

    de voorzitter en

  • b.

    zeven andere leden, door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen.

Bij de aanwijzing van de leden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een spreiding over de provincie Noord-Brabant.

Artikel 12.

Aanwijzing van de leden

1.De leden van het dagelijks bestuur worden zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van het algemeen bestuur aangewezen. Zij treden als zodanig af op de dag, waarop de zittingsperiode van het algemeen bestuur afloopt.

Beëindiging lidmaatschap

  • 2.

    Zij houden op lid van het dagelijks bestuur te zijn op de dag waarop zij ophouden lid van het algemeen bestuur te zijn.

  • 3.

    Zij kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dat schriftelijk in bij het algemeen bestuur.

  • 4.

    In de gevallen voorzien in de leden een, twee en drie van dit artikel blijven de leden van het dagelijks bestuur hun functie waarnemen, zolang zij hun functie als lid van het algemeen bestuur blijven vervullen of op grond van lid twee van artikel 8 waarnemen en in hun opvolging als lid van het dagelijks bestuur niet is voorzien.

  • 5.

    Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, voorziet het algemeen bestuur daarin ten spoedigste. Gaat het openvallen van een plaats gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuw lid uit, totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet.

Tijdelijke waarneming

6.Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur kan het algemeen bestuur een lid uit zijn midden aanwijzen, dat tijdelijk de functie van lid van het dagelijks bestuur waarneemt.

Artikel 13. Vergaderingen

  • 1.

    De voorzitter stelt dag, uur en plaats van de vergadering vast.

  • 2.

    De artikelen 52, eerste en tweede zinsnede, en 98 van de gemeentewet zijn van toepassing.

  • 3.

    Elk lid heeft in de vergadering één stem.

  • 4.

    Artikel 10 is van toepassing.

Artikel 14. Taak van het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur heeft tot taak:

  • a.

    het houden van toezicht op al wat Welstandszorg Noord-Brabant aangaat;

  • b.

    het behoorlijk voorbereiden van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

  • c.

    het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;

  • d.

    het beheren van de inkomsten en de uitgaven van Welstandszorg Noord-Brabant;

  • e.

    de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

  • f.

    het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechten, en het doen van wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.

Paragraaf 3. Voorzitter

Artikel 15. Aanwijzing

  • 1.

    De voorzitter wordt zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.

  • 2.

    Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis wordt hij vervangen door een ander door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

Artikel 16. Taak van de voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

  • 2.

    Tot zijn taak als voorzitter behoort onder meer:

    • a.

      het tekenen van alle stukken die van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur uitgaan. Artikel 75, tweede volzin, van de gemeentewet is van toepassing;

    • b.

      het uitvoeren van de besluiten van het dagelijks bestuur;

    • c.

      het vertegenwoordigen van Welstandszorg Noord-Brabant in en buiten rechten. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aangewezen gemachtigde opdragen.

  • 3.

    In rechtsgedingen tussen Welstandszorg NoordBrabant en de gemeente, waarvan hij lid is van het bestuur, wordt hij vervangen door een ander door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

Paragraaf 4. Secretaris en penningmeester

Artikel 17. Aanwijzing

  • 1.

    Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan. Het is bevoegd deze functies door één persoon te doen bekleden.

  • 2.

    De functies van secretaris en penningmeester zijn met die van voorzitter onverenigbaar.

  • 3.

    Bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis voorziet het dagelijks bestuur in de vervanging.

Artikel 18. Taken van de secretaris

  • 1.

    Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de secretaris mede-ondertekend.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor de notulering van het in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur verhandelde.

Artikel 19. Taken van de penningmeester

De penningmeester heeft toezicht op de geldmiddelen en op de tijdige inning van alle inkomsten en het doen van alle betalingen.

Paragraaf 5. Inlichtingen en verantwoording

Artikel 20. Inlichtingen en verantwoording van leden aan de raden

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur is verplicht aan de raad, die dit lid heeft aangewezen, de door één of meer leden van die raad verlangde inlichtingen te verstrekken.

  • 2.

    Ieder lid van het algemeen.'bestuur kan door de raad, die dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

Artikel 21. Ontslag

  • 1.

    De raad kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslaan.

  • 2.

    Artikel 87a, met uitzondering van de eerste zinsnede, van de gemeentewet is daarop van toepassing.

Artikel 22. Inlichtingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur

  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven te dien aanzien alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen.

  • 2.

    Ieder lid van het algemeen bestuur heeft het recht aan het dagelijks bestuur en/of een of meer leden daarvan schriftelijk vragen te stellen over zaken Welstandszorg Noord-Brabant betreffende. Hij geeft daarbij aan of schriftelijk dan wel mondeling antwoord wordt verlangd. De vragen worden bij de voorzitter ingediend.

  • 3.

    De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur beantwoord. Indien om een schriftelijke beantwoording is gevraagd geschiedt deze binnen één maand, nadat de vragen zijn ingediend. Een afschrift van de gestelde vragen en, indien de beantwoording schriftelijk is geschied, een afschrift van het antwoord worden aan de leden van het algemeen bestuur ter kennisname toegezonden.

  • 4.

    Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo spoedig mogelijk daarna schriftelijk. In dit geval wordt zulks de vragensteller en de leden van het algemeen bestuur onder opgave van redenen, tijdig medegedeeld.

  • 5.

    Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel vragen heeft gesteld, kan bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering van het algemeen bestuur en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende vergadering, zonder verlof van het algemeen bestuur, nadere inlichtingen vragen omtrent door het dagelijks bestuur of een lid daarvan gegeven antwoord.

Artikel 23. Verantwoording van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur

  • 1.

    Indien een lid van het algemeen bestuur het dagelijks bestuur, of een lid van dat college afzonderlijk, ter verantwoording wenst te roepen omtrent een onderwerp, vreemd aan de orde van de dag, verzoekt hij daartoe het verlof van het algemeen bestuur.

  • 2.

    Spoedeisende gevallen uitgezonderd, stelt hij dit verzoek, met de vragen welke hij wenst te stellen, tenminste vier maal vierentwintig uur vóór de aanvang van de vergadering in handen van de voorzitter. Deze zorgt dat de leden van het algemeen bestuur daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis krijgen.

  • 3.

    Ingeval het verlof wordt verleend, bepaalt het algemeen bestuur tevens in welke vergadering de interpellatie kan worden gehouden.

  • 4.

    De verlangde inlichtingen worden mondeling gegeven.

Artikel 24. Ontslag

  • 1.

    Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur, dat zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslaan.

  • 2.

    Artikel 87a, met uitzondering van de eerste zinsnede, van de gemeentewet is daarop van toepassing.

Artikel 25. Inlichtingen van het algemeen bestuur aan de raden

  • 1.

    Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk.

  • 2.

    Een verzoek om inlichtingen wordt door het lid van de raad ingediend bij de voorzitter van zijn raad, die het onmiddellijk doorzendt aan het desbetreffende orgaan van het lichaam.

  • 3.

    Het algemeen bestuur verstrekt aan de desbetreffende raad, door tussenkomst van zijn voorzitter, de inlichtingen in ieder geval binnen drie maanden; het dagelijks bestuur en de voorzitter binnen één maand.

HOOFDSTUK III. Vergoedingen en tegemoetkomingen

Artikel 26.

  • 1.

    De leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen.

  • 2.

    De leden van commissies van advies als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die geen burgemeester, wethouder of lid van de raad zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt de bedragen van de vergoedingen en de tegemoetkomingen vast.

HOOFDSTUK IV. Dienst

Artikel 27. Dagelijkse leiding; directeur

  • 1.

    De dagelijkse leiding van de dienst wordt, onder toezicht van het dagelijks bestuur, opgedragen aan de directeur, die de organen van Welstandszorg Noord-Brabant bij de uitoefening van hun taak bijstaat.

  • 2.

    De directeur wordt, op aanbeveling van het dagelijks bestuur, door het algemeen bestuur benoemd en ontslagen. Schorsing vindt plaats door het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt voor de directeur een .instructie vast.

  • 4.

    Aan de dienst wordt het nodige personeel toegevoegd.

Artikel 28. Rechtspositie van het personeel

  • 1.

    Het algemeen bestuur regelt overeenkomstig het bepaalde in de Ambtenarenwet 1929 de rechtspositie van de ambtenaren en van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

  • 2.

    Indien het algemeen bestuur daartoe besluit regelt het dagelijks bestuur de bezoldiging van de ambtenaren en van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

  • 3.

    Voor zover in deze rechtspositieregeling door het algemeen bestuur niet zelf is voorzien, gelden de rechtspositieregels van de gemeente Veldhoven.

Artikel 29.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid van artikel 27 worden de ambtenaren en het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. De directeur wordt daarover gehoord.

HOOFDSTUK V. Financiële bepalingen

Artikel 30. Bekostiging

  • 1.

    Voor zoveel de kosten niet door andere inkomsten worden gedekt, dragen de deelnemende gemeenten de kosten van Welstandszorg Noord-Brabant naar door het algemeen bestuur jaarlijks, bij het vaststellen van de begroting, vast te stellen regelen.

  • 2.

    De vaststelling van het door elke gemeente verschuldigde bedrag geschiedt door het dagelijks bestuur na afloop van het kalenderjaar, uiterlijk in de maand maart.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur doet van de in het tweede lid bedoelde vaststelling mededeling aan de deelnemende gemeenten.

  • 4.

    Zo spoedig mogelijk na toezending van de in het vorige lid bedoelde mededeling doen de deelnemende gemeenten de door haar verschuldigde bedragen toekomen aan Welstandszorg Noord-Brabant.

  • 5.

    Op de bedragen, bedoeld in het tweede lid worden 'door de deelnemende gemeenten volgens door het dagelijks bestuur te stellen regelen voorschotten verleend.

  • 6.

    Voor zover de bijdragen van de gemeenten worden berekend naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarover de bijdrage is verschuldigd. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

Artikel 31. Begroting

  • 1.

    Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur maakt elk jaar een ontwerpbegroting voor het volgende jaar. Daarbij wordt een ontwerppersoneelsformatie, die voor dat begrotingsjaar zal gelden, gevoegd.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur zendt beide ontwerpen zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 4.

    De raden leggen de ontwerpbegroting veertien dagen ter inzage en stellen haar tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar.

  • 5.

    De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting en de ontwerppersoneelsformatie het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 6.

    Uiterlijk vier weken vódr de behandeling van de ontwerpbegroting en de ontwerp-personeelsformatie in het algemeen bestuur, wordt deze door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur aangeboden.

  • 7.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting en de personeelsformatie uiterlijk 1 juli, voorafgaande aan het jaar waarop ze betrekking heeft, vast. Daarna zendt het dagelijks bestuur de begroting aan:

    • a.

      de raden van de deelnemende gemeenten, die terzake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken en

    • b.

      Gedeputeerde Staten met het verzoek om de begroting goed te keuren.

  • 8.

    Het dagelijks bestuur deelt de beslissing van Gedeputeerde Staten omtrent de goedkeuring van de begroting mede aan het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 9.

    Het bepaalde in het derde, zesde, zevende en achtste lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 32. Rekening

  • 1.

    Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    De penningmeester maakt onmiddellijk na de sluiting van de dienst de rekening van Welstandszorg Noord-Brabant over het voorafgaande dienstjaar op en legt deze v66r 1 april aan het dagelijks bestuur over.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur biedt de rekening, na toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid, ingesteld door de op grond van artikel 34 aangewezen deskundige, en hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden, ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aan.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de rekening met het bijbehorende verslag bovendien aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze kunnen daaromtrent binnen zes weken het.dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij de rekening.

  • 5.

    Het algemeen bestuur onderzoekt vervolgens de rekening en stelt ze uiterlijk 1 juli volgende op het jaar waarop ze betrekking heeft, voorlopig vast.

  • 6.

    Zij wordt binnen een maand na de voorlopige vaststelling met alle bijbehorende stukken, aan Gedeputeerde Staten ter vaststelling aangeboden.

  • 7.

    Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur, de penningmeester en de ambtenaren, aangewezen op grond van de krachtens artikel 33 gestelde regelen, tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Artikel 33. Administratief en geldelijk beheer

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten regelen vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het geldelijk beheer. Deze regelen dienen te waarborgen, dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan.

  • 2.

    De financiële administratie en het geldelijk beheer worden door het dagelijks bestuur opgedragen aan een of meer daartoe bij de in het eerste lid bedoelde regelen aan te wijzen ambtenaren.

Artikel 34. Controleregelen

Het algemeen bestuur stelt onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten regelen vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en het geldelijk beheer van de in het tweede lid van artikel 33 bedoelde ambtenaren. Deze controle wordt opgedragen aan een of meer bij de bedoelde regelen aan te wijzen deskundigen.

Artikel 35. Verzekeringgelden

Het algemeen bestuur stelt regelen vast omtrent de verzekering van de gelden tegen benadeling door zijn personeel of door anderen.

HOOFDSTUK VI. Overige bepalingen

Artikel 36. Archief

  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig de door het algemeen bestuur vast te stellen regelen.

  • 2.

    De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door het algemeen bestuur vast te stellen regelen.

Artikel 37. Jaarverslag

Het dagelijks bestuur maakt elk ]'aar een verslag van hetgeen in het afgelopen jaar door Welstandszorg Noord-Brabant is verricht. Het zendt gelijktijdig met de aanbieding van de rekening een exemplaar van dit verslag aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

HOOFDSTUK VII. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 38. Toetreding

  • 1.

    Voor de toetreding van gemeenten wordt met een besluit van de raad en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente volstaan, mits het algemeen bestuur met de toetreding instemt. Het algemeen bestuur kan aan de instemming voorwaarden verbinden.

  • 2.

    De toetreding gaat in op een door het dagelijks bestuur in overleg met het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente te bepalen datum, die ligt na de datum. waarop het besluit tot toetreding door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd en in de registers, als bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is ingeschreven.

Artikel 39. Uittreding

  • 1.

    Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het dagelijks bestuur van een daartoe strekkend besluit van de raad en het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt binnen een jaar nadat het in het eerste lid bedoelde besluit is ontvangen de financiële en de overige gevolgen van de uittreding voor de uittredende gemeente.

  • 3.

    De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de in het tweede lid bedoelde gevolgen zijn geregeld, mits het besluit tot uittreding voordien door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd en in de registers als bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is ingeschreven. Indien op voormelde datum aan die voorwaarden niet is voldaan, gaat de uittreding in op de eerste dag volgende op die waarop die voorwaarden zijn vervuld. Met inachtneming van het vorenstaande kan het dagelijks bestuur in overeenstemming met het desbetreffende gemeentebestuur een andere datum van uittreding vaststellen.

Artikel 40. Wijziging

  • 1.

    Deze regeling kan worden gewijzigd en worden opgeheven bij eensluidend besluit van de raden en colleges van burgemeester en wethouders van tenminste drie vierde der deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Ingeval van opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daartoe de nodige regels op.

  • 3.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur vastgesteld.

Artikel 41. Overgangsbepalingen

  • 1.

    De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt de eerste maal plaats binnen vier weken na de inwerkingtreding van de regeling.

  • 2.

    Het algemeen bestuur komt in eerste vergadering bijeen binnen twee maanden na de inwerkingtreding van de regeling. In deze vergadering worden de voorzitter en de andere leden van het dagelijks bestuur aangewezen.

  • 3.

    De personen, die op de dag dat de opheffing van de gemeenschappelijke regelingen voor Welstandszorg Oost-Brabant en Welstandszorg West-Brabant van kracht wordt, lid van de dagelijkse besturen van die lichamen zijn, oefenen tezamen de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van Welstandszorg Noord-Brabant uit, totdat het vorige lid toepassing heeft gevonden. Zij wijzen uit hun midden een tijdelijke voorzitter aan.

  • 4.

    De tijdelijke voorzitter roept de leden voor de in het tweede lid bedoelde vergadering bijeen. Hij bepaalt datum, plaats en uur der vergadering. Hij opent en leidt de eerste vergadering tot een voorzitter is aangewezen.

Artikel 42. Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking op 1 januari 1993, mits de regeling voordien door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd en in de registers als bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is ingeschreven. Indien op voormelde datum aan die voorwaarden niet is voldaan, treedt de regeling in werking op de eerste dag volgende op die waarop die voorwaarden zijn vervuld.

Artikel 43. Toezending aan Gedeputeerde Staten

Voor de uitvoering van artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeente Veldhoven aangewezen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van

de gemeente d.d.

De secretaris, De burgemeester,

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van

de gemeente d.d.

De secretaris, De burgemeester,

InhoudsopgaveBladzijde

HOOFDSTUK 1. Inleidende bepalingen 1

Artikel 1. Begripsbepalingen 1

Artikel 2. Naam, plaats van vestiging en bestuur 1

Artikel 3. Doel 1

Artikel 4. Middelen 2

Artikel 5. Adviezen 2

Artikel 6. Opdrachten 2

HOOFDSTUK 11. Bestuur 2

Paragraaf 1. Algemeen Bestuur 2

Artikel 7. Aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden 2

Artikel 8. Zittingsduur 2

Artikel 9. 3

Vergaderingen 3

Stemrecht 3

Artikel 10. 3

Paragraaf 2. Dagelijks bestuur 3

Artikel 11. Samenstelling 3

Artikel 12. 3

Aanwijzing van de leden 3

Beëindiging lidmaatschap 4

Tijdelijke waarneming 4

Artikel 13. Vergaderingen 4

Artikel 14. Taak van het dagelijks bestuur 4

Paragraaf 3. Voorzitter 4

Artikel 15. Aanwijzing 4

Artikel 16. Taak van de voorzitter 4

Paragraaf 4. Secretaris en penningmeester 5

Artikel 17. Aanwijzing 5

Artikel 18. Taken van de secretaris 5

Artikel 19. Taken van de penningmeester 5

Paragraaf 5. Inlichtingen en verantwoording 5

Artikel 20. Inlichtingen en verantwoording van leden aan de raden 5

Artikel 21. Ontslag 5

Artikel 22. Inlichtingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur 5

Artikel 23. Verantwoording van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur 6

Artikel 24. Ontslag 6

Artikel 25. Inlichtingen van het algemeen bestuur aan de raden 6

HOOFDSTUK III. Vergoedingen en tegemoetkomingen 6

Artikel 26. 6

HOOFDSTUK IV. Dienst 7

Artikel 27. Dagelijkse leiding; directeur 7

Artikel 28. Rechtspositie van het personeel 7

Artikel 29. 7

HOOFDSTUK V. Financiële bepalingen 7

Artikel 30. Bekostiging 7

Artikel 31. Begroting 7

Artikel 32. Rekening 8

Artikel 33. Administratief en geldelijk beheer 8

Artikel 34. Controleregelen 9

Artikel 35. Verzekeringgelden 9

HOOFDSTUK VI. Overige bepalingen 9

Artikel 36. Archief 9

Artikel 37. Jaarverslag 9

HOOFDSTUK VII. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing 9

Artikel 38. Toetreding 9

Artikel 39. Uittreding 9

Artikel 40. Wijziging 10

Artikel 41. Overgangsbepalingen 10

Artikel 42. Inwerkingtreding 10

Artikel 43. Toezending aan Gedeputeerde Staten 10

Toelichting Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant 1

Artikel 3. 1

Artikel 6. 1

Artikel 9. 1

Artikel 10. 1

Artikel 11. 1

Artikel 13. 2

De artikelen 14 tot en met 25 komen nagenoeg letterlijk in beide regelingen voor. 2

Artikel 26. 2

Artikel 30. 2

Artikelen 31 en 32. 2

Artikel 39. 2

Toelichting Gemeenschappelijke regeling Welstandszorg Noord-Brabant

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3.

De doelomschrijving, (die tevens het belang waarvoor de regeling wordt getroffen aanduidt) is gerelateerd aan artikel 34, eerste lid, van de Model-bouwverordening, luidende: "Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk zowel op zichzelf als in verband met de bestaande omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan voldoet aan redelijke eisen van welstand".

Artikel 12 van de nieuwe Woningwet is inhoudelijk daarmede in overeenstemming.

Artikel 6.

Dit artikel vormt de basis voor de samenwerking met het Streekgewest Brabant-Noordoost.

Artikel 9.

Artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) verklaart de artikelen 46 tot en met 48, 52 tot en met 59 en 72, tweede, derde en vierde lid, van de gemeentewet op het houden en de orde van de vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het algemeen bestuur tenminste tweemaal per jaar moet vergaderen. Een en ander betekent, dat de bepalingen met betrekking tot het bijeenroepen van de leden, de onschendbaarheid, het quorum en het stemmen in de raadsvergadering, het reglement van orde en de handhaving van de orde in Is raadd'vergadering van toepassing zijn.

Artikel 22 bepaalt verder, dat de vergaderingen van het algemeen bestuur openbaar zijn, dat de deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

Ingevolge het derde lid moeten de volgende onderwerpen in een openbare vergadering worden behandeld:

  • a.

    het vaststellen of wijzigen van de begroting;

  • b.

    het voorlopig vaststellen van de jaarrekening en

  • c.

    het wijzigen of opheffen van deze regeling.

De redactie van dit lid is ten opzichte van beide bestaande regelingen verbeterd. Punt c kent de regeling van Oost-Brabant niet.

In verband hiermede wordt verwezen naar de bijlage die de belangrijkste van toepassing zijnde bepalingen van de gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regeling bevat.

Artikel 10.

Dit artikel bepaalt, dat de directeur aan de vergaderingen van het algemeen bestuur deelneemt. Hij heeft daarin een raadgevende stem.

De voorzitters van de adviescommissies als bedoeld in artikel 4 kunnen worden uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. Ook zij hebben daarin een raadgevende stem.

Opgemerkt wordt dat het bestuur uiteraard te allen tijde bevoegd is personen, die geen deel van Welstandszorg uitmaken, toe te laten teneinde voorlichting of advies te geven.

Artikel 11.

Ingevolge dit artikel bestaat het dagelijks bestuur uit de voorzitter en zeven andere leden. Rekening is gehouden met de indeling van Noord-Brabant in zeven gewesten en de wenselijkheid, vrijheid te hebben bij het kiezen van de voorzitter, onafhankelijk van de vraag uit welk deel van de provincie hij afkomstig is.

Artikel 13.

De van toepassing verklaarde artikelen van de gemeentewet hebben betrekking op het quorum en de besluitvorming.

De artikelen 14 tot en met 25 komen nagenoeg letterlijk in beide regelingen voor.

Artikel 26.

Ingevolge artikel 21 WGR kunnen de leden van het bestuur een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Daarbij is bepaald, dat de hoogte daarvan in een redelijke verhouding moet staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden en kosten. Bovendien moet rekening worden gehouden met de vergoeding voor werkzaamheden en de tegemoetkoming in de kosten, welke het bestuurslid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van het gemeentebestuur. Andere vergoedingen ten laste van het openbaar lichaam mogen niet worden genoten.

Ingevolge artikel 24 WGR kunnen de organen van een openbaar lichaam commissies van advies instellen. Deze bevoegdheid wordt rechtstreeks bij de wet toegekend, zodat de regeling daaromtrent geen voorschriften behoeft te bevatten. Het betreft hier commissies die de bestuursorganen van het openbaar lichaam adviseren. Dit artikel heeft dus geen betrekking op de adviescommissies bedoeld in artikel 4 van het ontwerp. Ten aanzien van de adviescommissies bedoeld in de WGR kan een vergoedingsregeling worden vastgesteld die afwijkt van die welke voor de bestuursleden kan worden getroffen. Als leden van een adviescommissie burgemeester, wethouder of raadslid zijn kunnen zij namelijk geen vergoeding of tegemoetkoming ontvangen.

Artikel 30.

Dit artikel bepaalt dat, voor zoveel de kosten niet door andere inkomsten worden gedekt, de deelnemende gemeenten de kosten dragen naar door het algemeen bestuur bij het vaststellen van de begroting vast te stellen regelen. De kosten worden thans over de gemeenten omgeslagen naar rato van het aantal inwoners. Deze wijze van bekostiging kan op basis van artikel 30 worden gehandhaafd.

De verwachte ontwikkelingen in het welstandswerk pleiten er voor dit artikel zodanig te redigeren dat er ruimte is voor een andere wijze van bekostiging. Verwacht wordt immers, dat de gemeenten in de toekomst een gedifferentieerd pakket van werkzaamheden zullen afnemen, waardoor behoefte zal ontstaan de thans geldende wijze van bekostiging te veranderen. Het voorgestelde artikel 30 biedt daartoe de mogelijkheid.

Artikelen 31 en 32.

Deze artikelen geven voorschriften omtrent de begroting en de rekening. Zij zijn van procedurele aard. De inhoudelijke bepalingen, die voor de begroting en de rekening van de gemeente gelden, zijn op grond van artikel 33 WGR van toepassing.

Artikel 39.

In beide gemeenschappelijke regelingen is bepaald, dat uittreding van een gemeente niet eerder ingaat dan na verloop van een jaar na toezending van haar besluit tot uittreding. De gevolgen voor de uittredende gemeente worden eerst vastgesteld binnen één jaar na de datum van ingang van de uittreding.

Het bezwaar tegen deze regeling is, dat eerst nadat de uittreding een feit is de gevolgen voor de uittredende gemeente worden bepaald. Het gemeentebestuur kent bij uittreding dus niet de voor de gemeente daaraan verbonden financiële en ' andere gevolgen. Bovendien is de desbetreffende gemeente bij het regelen van die gevolgen geen deelgenote meer van de gemeenschappelijke regeling, zodat zij daarover in de vergadering van het algemeen bestuur haar stem niet kan laten horen.

Aan deze bezwaren wordt in het voorgestelde artikel 39 tegemoet gekomen. Ingevolge het tweede lid van dat artikel regelt het algemeen bestuur binnen een jaar nadat bericht van uittreding is ontvangen de gevolgen voor de uittredende gemeente. Op dat moment is die gemeente nog deelgenote van de regeling en kan zij op haar besluit nog terugkomen. Verder gaat de uittreding pas in op 1 januari van het jaar volgende op dat waarin door het algemeen bestuur de gevolgen zijn vastgesteld.

Besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regelinq van Welstandszorg Oost-Brabant.

Ingevolge artikel 40 van de Gemeenschappelijke regeling voor Oost-Brabant zal, nadat tot opheffing is besloten, door het algemeen bestuur een liquidatieplan moeten worden vastgesteld. Artikel 38 van de regeling voor Welstandszorg WestBrabant bevat dezelfde bepaling. Deze bepaalt bovendien, in afwijking van de Oost-Brabantse regeling, dat-het liquidatieplan goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft.

Met de afspraken, die met het Streekgewest Brabant-Noordoost zijn gemaakt, zal bij het ontwerpen van het liquidatieplan voor Welstandszorg Oost-Brabant rekening moeten worden gehouden.

Opgemerkt wordt dat dit besluit ingevolge artikel 39 WGR geen goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft doch enkel aan dat College moet worden medegedeeld.