Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Uden

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020
CiteertitelVerordening marktgelden Uden 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2019Nieuwe regeling

12-12-2019

gmb-2019-318098

D00165626

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

De Raad van de gemeente Uden;

 

gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

 

gelet op het artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit

 

vast te stellen de

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    markt: de warenmarkt die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 2 van de Marktverordening gemeente Uden vastgestelde dag, tijd en plaats;

  • b.

    kwartaal: kalenderkwartaal;

  • c.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • d.

    standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • e.

    dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld, indien een vaste standplaats niet wordt ingenomen, dan wel niet als vaste standplaats is toegekend;

  • f.

    vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

  • g.

    standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;

  • h.

    vergunninghouder: degene aan wie door het college van burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

  • i.

    promotiegelden: het bedrag dat in rekening wordt gebracht voor promotionele activiteiten ten behoeve van de markt.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats op een markt en voor het genot van de diensten die in verband daarmee worden verleend.

Artikel 3. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    Marktgelden worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.

  • 2.

    Voor de berekening van het marktgeld wordt een gedeelde van een marktdag aangemerkt als een gehele marktdag.

Artikel 4. Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig voor het gebruik van een marktplaats is degene aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld.

  • 2.

    Promotiegelden worden geheven van de vergunninghouder van een vaste standplaats.

Artikel 5. Belastingtijdvak

  • 1.

    Indien een vergunning is verleend voor een vaste standplaats, dan is het belastingtijdvak de periode waarvoor een vergunning voor een standplaats geldt, met dien verstande dat bij een voor vergunning voor meer dan drie maanden het belastingtijdvak gelijk is aan het kwartaal.

  • 2.

    Marktgelden voor een dagplaats of standwerkersplaats worden per dag geheven.

Artikel 6. Wijze van heffing

  • 1.

    Marktgelden voor een vaste standplaats worden per kwartaal in rekening gebracht en worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een nota (elektronische toezending daaronder begrepen).

  • 2.

    Marktgelden voor een dagplaats of standwerkersplaats worden bij wege van mondelinge of schriftelijke kennisgeving (elektronische toezending daaronder begrepen), waaronder mede wordt begrepen een nota.

Artikel 7. Ontstaan belastingschuld, ontheffing

  • 1.

    Marktgelden zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien dit later is, op het tijdstip waarop de belastingplicht aanvangt.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is het naar kwartaaltarieven geheven marktgeld verschuldigd voor zoveel derde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde rechten als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt wanneer op verzoek van de vergunninghouder de vergunning wordt ingetrokken, wordt ingeval er is geheven naar kwartaaltarief, ontheffing verleend tot het bedrag dat na toepassing van het desbetreffende dagtarief verschuldigd zou zijn geweest.

Artikel 8. Tijdstip van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten marktgelden worden betaald ingeval:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan; op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 9. Verlenen kwijtschelding

Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10. Nadere regels door het College van burgemeester en wethouders

Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van marktgelden.

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1.

    De ‘Marktgeldenverordening 2019’ van 20 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgelden Uden 2020’.

     

Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2019

De Raad voornoemd

de griffier

drs. M.A.J.R.Hermans

de burgemeester

drs. H.A.G.Hellegers

TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING MARKTGELDEN 2020

 

Hoofdstuk 1. Marktgelden en promotiegelden

1.1.

Het recht voor een ter beschikking gestelde standplaats voor kramen, tenten, tafels, voertuigen of dergelijke inrichtingen, bestemd tot het uitstallen, aanbieden of verkopen van onverschillig welke goederen of diensten, alsmede voor het los op de grond uitstallen, aanbieden of verkopen van onverschillig welke goederen of diensten, per strekkende meter of gedeelte daarvan in gebruik genomen grond, gemeten langs de zijde, waaraan normaal wordt verkocht op het marktterrein aangewezen plaatsen

€ 1,77

1.2.

Voor de berekening van de oppervlakte wordt de ingenomen oppervlakte naar boven afgerond op hele meters

 

1.3.

Indien sprake is van een vaste standplaats, bedraagt het verschuldigde recht het dertienvoudige van het in 1.1 genoemde recht per belastingtijdvak

 

1.4.

Het recht voor gebruikmaking van diensten ten behoeve van reclame- en promotieactiviteiten bedraagt bij een vaste standplaats op de markt per kwartaal

€ 7,85

Hoofdstuk 2. Elektriciteit

2.1

Het recht als bedoeld in 1.1 en 1.3 wordt voor het gebruik en vastrecht van een elektriciteitsinstallatie:

 

2.1.1

Bij een abonnement per kwartaal

€ 11,40

2.1.2

Voor een dagplaats per dag

€ 0,87

 

Behoort bij besluit van de Raad van 19 december 2019.

Mij bekend,

de griffier

drs. M.A.J.R.Hermans