Regeling vervallen per 13-01-2018

Beleidsregel subsidieverstrekking gemeentelijke monumenten 2008

Geldend van 04-12-2008 t/m 12-01-2018 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2008

Intitulé

Beleidsregel subsidieverstrekking gemeentelijke monumenten 2008

Beleidsregel subsidieverstrekking gemeentelijke monumenten 2008

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Uden

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de Kaderverordening verstrekking subsidies gemeente Uden 2008 en de Algemene beleidsregel subsidieverstrekkingen 2008;

b e s l u i t

vast te stellen de

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    eigenaar : de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een monument;

  • b.

    gebouwd monument : een onroerend monument dat overeenkomstig de Monumentenverordening 1994 als beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst;

  • c.

    groenmonument : een overeenkomstig artikel 14 op de lijst van groenmonumenten geplaatst groenelement;

  • d.

    Monumentencommissie : de commissie ingesteld bij de Verordening regelende de taak en samenstelling van de Monumentencommissie;

  • e.

    onderhoud : werkzaamheden aan een groenmonument die noodzakelijk zijn om het als zodanig in stand te houden;

  • f.

    restauratie : werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en gericht zijn op de opheffing van gebreken, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van een gebouwd monument.

Artikel 2. Toepassingsbereik

De Algemene beleidsregel subsidieverstrekking 2008 is van toepassing, behoudens voor zover daar in de onderhavige beleidsregel van wordt afgeweken.

Artikel 3. Subsidieplafond

  • 1. Het bedrag dat in enig jaar ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies krachtens deze beleidsregel is gelijk aan het totaalbedrag van de Voorziening uitvoering Monumentenverordening, opgenomen in de gemeentebegroting voor dat jaar.

  • 2. Het College van burgemeester en wethouders kan voor gebouwde monumenten en groenmonumenten afzonderlijke maxima vaststellen, mits het totaalbedrag bedoeld in het eerste lid niet wordt overschreden.

  • 3. Indien meer subsidie wordt gevraagd dan er middelen beschikbaar zijn, vindt verdeling plaats met inachtneming van de volgende criteria:

    • a.

      het belang van het monument;

    • b.

      de urgentie van de uit te voeren werkzaamheden;

    • c.

      het verband met overige verbouwings- of verbeteringswerkzaamheden;

    • d.

      eerdere subsidieverleningen.

Artikel 4. Subsidiariteit

Een subsidie wordt niet verstrekt voor zover uit een andere bron middelen worden of kunnen worden verkregen.

Hoofdstuk 2. Gebouwde monumenten

Paragraaf 1. Restauratie

Artikel 5. Subsidie voor restauratie

  • 1. Het College van burgemeester en wethouders kan, gehoord de Monumentencommissie, per jaar voor ten hoogte twee restauraties van een gebouwd monument subsidie verlenen.

  • 2. De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de vastgestelde subsidiabele kosten.

  • 3. De subsidiabele kosten bedragen inclusief btw nooit meer dan € 45.378,02.

  • 4. Indien voor de restauratie van een monument eerder een subsidie ten laste van de gemeente is verstrekt, kan de totale subsidie nooit meer bedragen dan € 36.302,42.

  • 5. Een subsidie die kleiner is dan € 226,89 per jaar wordt niet verstrekt.

Artikel 6. Subsidiabele kosten

  • 1. Subsidiabele kosten zijn kosten die noodzakelijk zijn om een monument op een sobere en doelmatige wijze te herstellen of te conserveren.

  • 2. Als subsidiabele kosten kunnen mede worden aangemerkt:

    • a.

      de kosten van schilderwerk, voor zover de te schilderen onderdelen gerestaureerd worden en de kosten daarvan subsidiabel zijn;

    • b.

      leges naar evenredigheid van de verhouding tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten.

  • 3. Indien de eigenaar de restauratie geheel of gedeeltelijk zelf uitvoert, zijn diens loonkosten niet subsidiabel, tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming.

  • 4. Indien restauratiekosten op grond van een verzekering worden gedekt, worden de subsidiabele kosten verminderd met het bedrag dat ontstaat door het bedrag van de verzekeringspenningen te vermenigvuldigen met de breuk die ontstaat door de subsidiabele restauratiekosten te delen door de restauratiekosten.

    Artikel 7. Aanvraag

    • 1.

      De aanvraag gaat vergezeld van een restauratieplan en een begroting van de restauratiekosten.

    • 2.

      Het restauratieplan bestaat uit:

    • a.

      een beschrijving van de technische staat van het monument, waarin de gebreken van het monument nauwkeurig vermeld staan;

    • b.

      tekeningen van de bestaande toestand entekeningen waarop de voorgenomen herstellingen of wijzigingen staan aangegeven;

    • c.

      een bestek of werkomschrijving gebaseerd op de onder a. bedoelde beschrijving per onderdeel van de toe te passen constructie, materialen, afwerkingen en kleuren, alsmede van de wijze van verwerking daarvan.

    • 3.

      De begroting omvat alle kosten van de restauratie, is niet ouder dan twee jaar en is gespecificeerd in hoeveelheden uren en materialen.

    • 4.

      De aanvraag gaat voorts vergezeld van een verklaring van de eigenaar dat hij de door restauratie te verkrijgen toestand van het monument in stand zal houden en dat hij het monument daartoe in voldoende mate zal onderhouden.

    Artikel 8. Weigeringsgronden

    Een subsidie wordt in elk geval geweigerd, indien:

    • a.

      de kosten niet inredelijke verhouding staan tot het te verwachten resultaat en de wenselijke restauratie;

    • b.

      de restauratie noodzakelijk is geworden door een aan de eigenaar te verwijten nalatigheid of achterstallig groot onderhoud.

      Artikel 9. Voorschriften

      • 1.

        Aan het verlenen van een subsidie worden ten minste de volgende voorschriften verbonden:

        • a.

          de werkzaamheden dienen oordeelkundig te worden uitgevoerd;

        • b.

          binnen zes maanden na het verlenen van de subsidie moet met de restauratie een aanvang zijn gemaakt;

        • c.

          de restauratie moet binnen achttien maanden na het verlenen van de subsidie zijn voltooid.

      • 2.

        Het College van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen afwijking van de in het eerste lid, onder b en c, vermelde termijnen toestaan.

      Artikel 10. Vaststelling van de subsidie

      De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend binnen drie maanden na het voltooien van de restauratie.

      Artikel 11. Accountantsverklaring

      • 1.

        Indien rekeningen en bewijzen van betaling betrekking hebben op kosten van personeel dat in loondienst is bij de eigenaar, gaat de financiële verantwoording vergezeld van een verklaring van een accountant waaruit blijkt hoeveel uren door dat personeel besteed is aan subsidiabele werkzaamheden.

      • 2.

        Het College van burgemeester en wethouders kan ook in andere gevallen vorderen dat een verklaring wordt overgelegd van een accountant.

      Artikel 12. Voorschotten

      • 1.

        Het College van burgemeester en wethouders kan één of meer voorschotten verlenen, mits een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden en de voortgang van werkzaamheden voldoende is verzekerd.

      • 2.

        De bevoorschotting bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie.

    Paragraaf 2. Monumentenwacht

    Artikel 13. Monumentenwacht

    • 1.

      Op verzoek of met instemming van de eigenaar van een gebouwd monument voorziet het College van burgemeester en wethouders in een periodieke bouwkundige inspectie van de staat van onderhoud van een gebouwd monument.

    • 2.

      De kosten van de inspectie en daarmee verband houdende kosten komen ten laste van de voorziening bedoeld in artikel 3, eerste lid.

    • 3.

      De inspectie wordt uitgevoerd door een deskundige die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het College.

    • 4.

      De deskundige brengt de inhoud van een inspectierapport uitsluitend met toestemming van de eigenaar van het monument ter kennis van een gemeentelijk bestuursorgaan.

    Hoofdstuk 3. Groenmonumenten

    Paragraaf 1. Lijst van groenmonumenten

    Artikel 14. Plaatsing op de lijst

    • 1.

      Het College van burgemeester en wethouders stelt een lijst op van groenmonumenten.

    • 2.

      Op de lijst worden waardevolle groenelementen geplaatst waarvan het behoud wordt voorgestaan.

    • 3.

      Met betrekking tot de wijze van totstandkoming en wijziging van de lijst zijn de artikelen 3, 5 en 6 van de Monumentenverordening 1994 van overeenkomstige toepassing.

    • 4.

      Een groenelement wordt niet op de lijst geplaatst, indien het is aangewezen als of onderdeel uitmaakt van een beschermd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument in de zin van de Monumentenverordening 1994.

    • 5.

      Zodra een groenmonument dat op de lijst is geplaatst wordt aangewezen als of onderdeel gaat uitmaken van een beschermd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument in de zin van de Monumentenverordening 1994 vervalt zijn plaatsing op de lijst van groenmonumenten.

    Paragraaf 2. Specifiek onderhoud

    Artikel 15. Subsidie voor specifiek onderhoud

    • 1.

      Het College van burgemeester en wethouders kan voor het onderhoud van bomen die geplaatst zijn op de lijst van groenmonumenten een subsidie vaststellen.

    • 2.

      De subsidie voor het onderhoud van een knot- of leiboom wordt ten hoogste eenmaal per drie jaar verstrekt en bedraagt € 11,34 per boom.

    • 3.

      De subsidie voor het onderhoud van een andere dan een knot- of leiboom wordt ten hoogste eenmaal per zes jaar verstrekt en bedraagt € 34,03 per boom.

    Artikel 16. Voorschriften

    Aan de subsidievaststelling worden ten minste de volgende voorschriften verbonden:

    • a.

      de werkzaamheden dienen oordeelkundig te worden uitgevoerd;

    • b.

      de werkzaamheden moeten binnen zes maanden na de subsidievaststelling zijn voltooid.

    Paragraaf 3. Achterstallig onderhoud

    Artikel 17. Subsidie voor achterstallig onderhoud

    • 1.

      Het College van burgemeester en wethouders kan voor het uitvoeren van achterstallig onderhoud aan bomen die geplaatst zijn op de lijst van groenmonumenten een subsidie verlenen.

    • 2.

      De subsidie wordt voor een zelfde boom slechts eenmaal verleend en bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

    • 3.

      De subsidiabele kosten bedragen inclusief BTW ten hoogste € 680,67 per boom.

    Artikel 18. Subsidiabele kosten

    • 1.

      Subsidiabele kosten zijn kosten die noodzakelijk zijn om een groenmonument op een sobere en doelmatige wijze te herstellen.

    • 2.

      Indien de eigenaar het achterstalling onderhoud geheel of gedeeltelijk zelf uitvoert, zijn diens loonkosten niet subsidiabel, tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming.

    Artikel 19. Aanvraag

    De aanvraag om een subsidie te verlenen gaat vergezeld van een opgave van werkzaamheden en een gespecificeerde offerte van een erkende boomverzorger.

    Artikel 20. Beschikking

    • 1.

      Het College van burgemeester en wethouders beschikt op een aanvraag om een subsidie te verlenen binnen 6 weken na ontvangst.

    • 2.

      Het College kan de beslissing eenmaal met ten hoogste drie weken verdagen.

    Artikel 21. Weigeringsgronden

    Een subsidie wordt in elk geval geweigerd, indien:

    • a.

      de kosten niet inredelijke verhouding staan tot het te verwachten resultaat;

    • b.

      het onderhoud niet wordt uitgevoerd door een erkende boomverzorger.

      Artikel 22. Voorschriften

      • 1.

        Aan het verlenen van een subsidie worden ten minste de volgende voorschriften verbonden:

      • a.

        het onderhoud dient door een erkende boomverzorger te worden uitgevoerd;

      • b.

        binnen drie maanden na het verlenen van de subsidie moet met het onderhoud een aanvang zijn gemaakt;

      • c.

        de werkzaamheden moeten binnen zes maanden na het verlenen van de subsidie zijn voltooid.

      • 2.

        Het College van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen afwijking van de in het eerste lid, onder b en c, vermelde termijnen toestaan.

      Artikel 23. Vaststelling van de subsidie

      De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend binnen drie maanden na het voltooien van de werkzaamheden.

    Artikel 24. Voorschotten

    • 1.

      Het College van burgemeester en wethouders kan één of meer voorschotten verlenen, mits een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden en de voortgang van werkzaamheden voldoende is verzekerd.

    • 2.

      De bevoorschotting bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie.

    Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

    Artikel 25. Inwerkingtreding

    Deze beleidsregel treedt in werking een dag na de dag van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2008.

    Artikel 26. Citeertitel

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel subsidieverstrekking gemeentelijke monumenten 2008.

    Uden, 25 november 2008

    Burgemeester en wethouders van Uden

    de secretaris de burgemeester

    mr. J.M. Smarius dr. J.W. Kersten