Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Uitvoeringsorganisatie Laborijn

Besluit van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter van Laborijn houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur (Besluit mandaat directeur Laborijn 2018)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieUitvoeringsorganisatie Laborijn
OrganisatietypeRegionaal samenwerkingsorgaan
Officiële naam regelingBesluit van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter van Laborijn houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur (Besluit mandaat directeur Laborijn 2018)
CiteertitelBesluit mandaat directeur Laborijn 2018
Vastgesteld dooralgemeen bestuur
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt het Besluit mandaat directeur Laborijn 2016.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. afdeling 10.1.1 Algemene wet dagelijks bestuursrecht
  2. artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek
  3. Gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Laborijn
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2018nieuwe regelng

01-12-2017

Blad gemeenschappelijke regeling 2017, 690

.

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit mandaat directeur Laborijn2018

Het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter van Laborijn, ieder voor zover bevoegd

Gelet op

de afdeling 10.1.1 van de Algemene wet dagelijks bestuursrecht;

titel 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

de Gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Laborijn;

Besluiten

vast te stellen:

Besluit mandaat directeur Laborijn 2018.

Artikel 1: Begripsbepalingen

Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling Laborijn is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:

a.

algemeen directeur:

de directeur van Laborijn, bedoeld in artikel 37, van de regeling.

Artikel 2: Mandaat organisatorische- en personele aangelegenheden

  • 1.

    Aan de directeur wordt in mandaat de bevoegdheid verleend tot:

    • a.

      het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren;

    • b.

      het leidinggeven aan en aansturen van de medewerkers van de ambtelijke organisatie;

    • c.

      het beslissen tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van Laborijn, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de regeling;

    • d.

      het vertegenwoordigen van Laborijn in en buiten rechte;

    • e.

      het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, waaronder mede wordt verstaan alle noodzakelijke proceshandelingen voor Laborijn, nadat het terzake bevoegde bestuursorgaan van Laborijn hiertoe heeft besloten;

    • f.

      het doen van aangifte bij politie ten aanzien van Laborijn veroorzaakte schade en het desgewenst voegen in eventuele strafprocedures;

    • g.

      het aanvragen van subsidies en overheidsbijdragen voor zover deze dienstbaar zijn aan de taakuitoefening van Laborijn, en

    • h.

      het nemen van besluiten tot het al dan niet verstrekken van informatie op basis van de Wet openbaarheid bestuur. De bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin, behelst niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

    • i.

      het vaststellen van de vereiste functies en teams binnen de afdelingen, alsmede het vaststellen en wijzigen van de benodigde formatie. De bevoegdheid genoemd in de vorige volzin wordt slechts uitgeoefend na overleg met het management team, bedoeld in artikel 1, onderdeel d van het Organisatiebesluit Laborijn.

  • 2.

    De directeur besluit slechts tot het benoemen, schorsen en ontslaan van afdelingsmanagers en de concerncontroller van Laborijn nadat het dagelijks bestuur in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen.

Artikel 3: Mandaat taken Laborijn

  • 1.

    Aan de directeur wordt in mandaat de bevoegdheid verleend tot het uitvoeren van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de regeling, behorend bij de taken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de regeling.

  • 2.

    De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, omvat eveneens het behandelen en beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover:

    • a.

      de directeur het besluit in primo, waartegen het bezwaar zich richt, niet zelf in mandaat heeft genomen maar dit in ondermandaat is genomen, en

    • b.

      de beslissingen in overeenstemming is met het advies dat de bezwarencommissie.

Artikel 4: Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    volmacht om namens Laborijn privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en

  • b.

    machtiging om namens Laborijn handelingen te verrichten die een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 5: Ondermandaat

  • 1.

    De directeur kan de bevoegdheden, genoemd in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met h, schriftelijk in ondermandaat verlenen aan afdelingsmanagers van Laborijn voor de uitvoering van de taken van hun afdeling.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid kan, voor zover van toepassing, slechts ondermandaat worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 50.000,00.

  • 3.

    De directeur kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in ondermandaat verlenen aan medewerkers van de ambtelijke organisatie van Laborijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die behoren tot hun functie. De bevoegdheid, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan niet in ondermandaat worden verleend.

  • 4.

    De directeur verleent ondermandaat uitsluitend schriftelijk.

Artikel 6: Kaders mandaat

De uitoefening van bevoegdheden in mandaat, verleend bij of krachtens dit besluit, geschiedt met inachtneming van de:

  • a.

    ter zake geldende instructies per geval of in algemene zin van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter,

  • b.

    door het algemeen dagelijks bestuur vastgestelde begroting en het meerjaren beheersplan en voor zover in die begroting voor de betreffende rechtshandeling financiële middelen zijn opgenomen en deze niet zijn uitgeput,

  • c.

    de Financiële verordening Laborijn 2016, en

  • d.

    het Organisatiebesluit Laborijn.

Artikel 7: Informatieplicht

  • 1.

    De directeur verschaft het terzake bevoegde bestuursorgaan van Laborijn gevraagd of ongevraagd informatie over de uitvoering van de aan hem opgedragen taken.

  • 2.

    De directeur informeert het terzake bevoegde bestuursorgaan van Laborijn bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.

  • 3.

    De directeur legt een voorgenomen besluit op basis van dit besluit voor goedkeuring voor aan het terzake bevoegde bestuursorgaan van Laborijn indien het beleid van het betreffende bestuursorgaan hierbij is betrokken, of op overige wijze beleidsmatige aspecten kent. Het bedoelde in de vorige volzin is in ieder geval van toepassing indien:

    • a.

      het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan gevoerde beleid;

    • b.

      uit het besluit, naar verwachting grote politiek bestuurlijke of publicitaire gevolgen kunnen voortvloeien;

    • c.

      het bevoegde bestuursorgaan van Laborijn dit kenbaar heeft gemaakt, en

    • d.

      het een schrijven of verzoek aan het terzake bevoegde bestuursorgaan van Laborijn betreft met een persoonlijk karakter of het besluit het terzake bevoegde bestuursorgaan persoonlijk aangaat.

  • 4.

    De directeur houdt een register bij van krachtens dit besluit genomen ondermandaatbesluiten.

  • 5.

    Dit besluit en andere mandaatbesluiten worden ter inzage gelegd bij het bestuurs- en directiesecretariaat van Laborijn.

Artikel 8: Ondertekening

  • 1.

    Indien een besluit wordt genomen door de directeur op basis van artikel 2, eerste lid, onder a tot en met c en e tot en met i, luidt de ondertekening:

    Het dagelijks bestuur van Laborijn

    namens deze:

    De directeur van Laborijn

    Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.

  • 2.

    Indien een besluit wordt genomen door de directeur op basis van artikel 2, eerste lid, onder d, luidt de ondertekening:

    Laborijn

    Voor deze de voorzitter van Laborijn

    namens deze:

    De directeur van Laborijn

    Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.

  • 3.

    Indien een besluit wordt genomen door de directeur op basis van artikel 3, luidt de ondertekening:

    Het algemeen bestuur van Laborijn

    namens deze:

    De directeur van Laborijn

    Gevolgd door de handtekening en naam van de functionaris.

Artikel 9 Slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het is bekendgemaakt, doch niet eerder dan 1 januari 2018, onder gelijktijdige intrekking van het Besluit mandaat directeur Laborijn 2016.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat directeur Laborijn 2018.

Aldus besloten door de voorzitter van Laborijn op 24 november 2017

F.H.T. Langeveld

Aldus besloten door het dagelijks bestuur van Laborijn op 24 november 2017

De secretaris, De voorzitter,

Drs. J.E. Talstra F.H.T. Langeveld

Aldus besloten door het algemeen bestuur van Laborijn op 1 december 2017

De secretaris, De voorzitter,

Drs. J.E. Talstra F.H.T. Langeveld