Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Waalre

Verordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWaalre
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018.
CiteertitelVerordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpVerordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018
Externe bijlageArtikelsgewijze toelichting

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 44 van de Gemeentewet
  2. artikel 95 van de Gemeentewet
  3. artikel 96 van de Gemeentewet
  4. artikel 97 van de Gemeentewet
  5. artikel 99 van de Gemeentewet
  6. artikel 108 van de Gemeentewet
  7. artikel 147 van de Gemeentewet
  8. artikel 22 van het Rechtspositiebesluit wethouders
  9. artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders
  10. artikel 27a van het Rechtspositiebesluit wethouders
  11. artikel 2 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
  12. artikel 7a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
  13. artikel 13 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

04-10-2018nieuwe regeling

18-09-2018

gmb-2018-210102

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018.

 

De raad van de gemeente Waalre

 

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 4 september 2018, nr. 2018-64;

 

gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 97, 99, 108 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid van het Rechtspositiebesluit wethouders en de artikelen 2, 7a, vierde lid en 13, tweede lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

“Verordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018”

 

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;

  • b.

    Wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders, niet zijn burgemeester;

  • c.

    College: college van burgemeester en wethouders, als bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet;

  • d.

    Griffier: de griffier, als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;

  • e.

    Gemeentesecretaris: de secretaris, als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;

  • f.

    Commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet;

  • g.

    Fractievertegenwoordiger: de als zodanig door de raad benoemde vertegenwoordiger van een raadsfractie, welke gerechtigd is om plaatsvervanger van een raadslid te zijn tijdens beeldvormende en oordeelsvormende bijeenkomsten en bijeenkomsten van door de raad ingestelde werkgroepen dan wel projectcommissies, als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

  • h.

    beeldvormende bijeenkomst: bijeenkomst met als doel het verkennen en afbakenen van vraagstukken, het horen van het maatschappelijke veld en het inventariseren van knelpunten en keuzes, met inbegrip van werkbezoeken, workshops, themabijeenkomsten en raadsinformatieavonden;

  • i.

    oordeelsvormende bijeenkomst: bijeenkomst, als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;

  • j.

    raadswerkgroep: een tijdelijke overlegorgaan die is samengesteld uit raadsleden of fractievertegenwoordigers waarin een specifiek onderwerp wordt besproken;

  • k.

    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;

  • l.

    Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.

§ 2 Voorzieningen voor raadsleden en fractievertegenwoordigers

Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden

Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

Artikel 3 Onkostenvergoeding

  • 1.

    Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

  • 2.

    Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

Artikel 4 Vergoeding voor het bijwonen van beeldvormende en oordeelsvormende bijeenkomsten en raadswerkgroepen

Aan een fractievertegenwoordiger wordt een vergoeding voor het bijwonen van elke afzonderlijke beeldvormende of oordeelsvormende bijeenkomst of raadswerkgroep toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

Artikel 5 Berekening en betaling vaste vergoedingen

  • 1.

    Hij/zij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en in artikel 2 van deze verordening, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij/zij in dat jaar raadslid is geweest.

  • 2.

    De betaling van de vergoedingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en in artikel 2 van deze verordening, geschiedt in maandelijkse termijnen.

Artikel 6 Reis- en verblijfskosten

  • 1.

    Aan het raadslid en de fractievertegenwoordiger worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:

    • a.

      bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.

  • 3.

    De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid en de fractievertegenwoordiger vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 7 Scholing

  • 1.

    De kosten voor deelname van het raadslid of de fractievertegenwoordiger aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing, komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is voor de vervulling van de functie van raadslid of fractievertegenwoordiger.

  • 2.

    Het raadslid of de fractievertegenwoordiger die wenst deel te nemen aan een niet-partijpolitiek georiënteerde scholing dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de griffie, die ondertekend is door de voorzitter van zijn fractie.

  • 3.

    De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 4.

    De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het derde lid.

  • 5.

    In voorkomende gevallen van disputen of tegenstrijdigheden beslist het presidium op basis van meerderheid van stemmen.

Artikel 8 Computer en internetverbinding

  • 1.

    Het raadslid schaft zelf een computer en eventueel bijbehorende apparatuur aan.

  • 2.

    Het raadslid is persoonlijk verantwoordelijk voor de computer en bijbehorende apparatuur als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

  • 3.

    Een tegemoetkoming in de aanschafkosten van een computer en bijbehorende apparatuur, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kan na een verzoek daartoe door het raadslid en vergezeld van de benodigde bewijsstukken, aan hem/haar worden toegekend.

  • 4.

    De tegemoetkoming over de aanschafkosten dient te voldoen aan de gebruikelijkheidstoets, waardoor het bedrag niet meer dan 30% mag afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is; dit tot een maximum van €1000,- inclusief BTW.

  • 5.

    De tegemoetkoming als bedoeld in derde lid van dit artikel wordt gespreid over 36 maanden in gelijke maandelijkse termijnen uitbetaald. Op aanvraag kan een voorschot voor de tegemoetkoming worden gegeven.

  • 6.

    Indien het raadslidmaatschap binnen 36 maanden na installatie van het raadslid beëindigd wordt, vervallen de resterende termijnen als bedoeld in vijfde lid van dit artikel. Het teveel betaalde aan het onder het vijfde lid genoemde voorschot dient het raadslid terug te betalen.

  • 7.

    Aan het raadslid wordt een raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld.

  • 8.

    Bij tussentijdse aanvaarding, dan wel beëindiging van het raadslidmaatschap vindt bijstelling c.q. verrekening van de in het derde lid bedoelde tegemoetkoming plaats naar evenredigheid van de zittingsduur van het raadslid.

  • 9.

    Ten laste van de gemeente wordt aan de fractievertegenwoordiger voor de uitoefening van zijn taken een tegemoetkoming van €10,- per maand verleend voor het gebruik van een computer, bijbehorende apparatuur en software. De betaling van de tegemoetkoming geschiedt eenmaal per jaar.

  • 10.

    Aan de fractievertegenwoordiger wordt een raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld.

Artikel 9 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid

Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, in het geval een raadslid een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

Artikel 10 Uitkering bij beëindiging raadslidmaatschap vanwege arbeidsongeschiktheid

  • 1.

    Als het raadslid ten gevolge van invaliditeit het raadslidmaatschap niet meer kan uitoefenen, kan hij met ingang van de dag waarop zijn raadslidmaatschap eindigt, aanspraak maken op een uitkering gedurende 24 maanden.

  • 2.

    De uitkering bedraagt over de eerste periode van 12 maanden 80% en de tweede periode van 12 maanden 70% van de in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedoelde vergoeding.

  • 3.

    Het college kan het betreffende raadslid verplichten zich aan een medisch onderzoek te onderwerpen ter beantwoording van de vraag of het raadslid op medische gronden niet meer in staat is tot het verrichten van de werkzaamheden van raadslid.

Artikel 11 Compensatie korting werkloosheidsuitkering

  • 1.

    In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.

  • 2.

    In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.

Artikel 12 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

§ 3 Voorzieningen voor wethouders

Artikel 13 Bezoldiging wethouders

  • 1.

    Aan de wethouder wordt een bezoldiging voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.

  • 2.

    Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de in tabel I genoemde bedragen van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig gewijzigd.

  • 3.

    De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 14 Reiskosten woon-werkverkeer

Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten woon-werkverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 15 Zakelijke reis- en verblijfkosten

Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 16 Computer

  • 1.

    Wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.

  • 2.

    Aan de wethouder wordt een raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld.

Artikel 17 Communicatieapparatuur

Wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.

Artikel 18 Verhuis-, reis-en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele woonlasten bij benoeming

Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:

  • 1.

    Reis- en pensionkosten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders, en

  • 2.

    Dubbele woonlasten en verhuiskosten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.

Artikel 19 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen genoemd in artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 3 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

§ 4 De procedure van declaratie

Artikel 20 Betaling vaste vergoedingen

De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor de wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis, tenzij het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden of de Regeling rechtspositie wethouders anders bepalen.

Artikel 21 Betaling en declaratie van (on)kosten

  • 1.

    De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, of

    • b.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, vergezeld van een begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld.

  • 2.

    Een aanvraag om een vergoeding of tegemoetkoming van de (on)kosten, als bedoeld in dit artikel, gaat vergezeld van bewijsstukken.

  • 3.

    Het declaratieformulier en het begeleidingsformulier worden volledige ingevuld en ondertekend.

  • 4.

    Het declaratieformulier, het begeleidingsformulier en de factuur worden, onder bijvoeging van originele bewijsstukken binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door:

    • a.

      raadsleden en fractievertegenwoordigers ingediend bij de griffie;

    • b.

      wethouders ingediend bij de gemeentesecretaris.

§ 5 Slotbepalingen

Artikel 22 Intrekking oude regeling

De “Verordening rechtspositie raadsleden en fractievertegenwoordigers” wordt ingetrokken.

Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raadsleden, fractievertegenwoordigers en wethouders 2018.

 

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 18 september 2018.

De raad van de gemeente Waalre,

de griffier, de voorzitter,

W.A. Ernes drs. J.W. Brenninkmeijer