Verordening behandeling bezwaren waterschap Scheldstromen

Geldend van 14-01-2011 t/m 16-11-2023 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2011

Intitulé

Verordening behandeling bezwaren waterschap Scheldstromen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    het waterschap: het waterschap Scheldestromen;

  • b.

    een bestuursorgaan: de algemene vergadering, het dagelijks bestuur, de dijkgraaf van het waterschap of een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed, ieder voor zover zijn bevoegdheid betreffende;

  • c.

    de wet: de Wet van 2 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht), Stb. 1992, 315, zoals deze sindsdien is gewijzigd;

  • d.

    de commissie: een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet;

  • e.

    de voorzitter: de voorzitter van de commissie;

  • f.

    de secretaris: de secretaris van de commissie;

  • g.

    de leden: de leden van de commissie.

Artikel 2 Commissie

Er is een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de wet voor de voorbereiding van de beslissing op bezwaren.

Artikel 3 Beslissing op bezwaren

Het bestuursorgaan beslist op de bij hem ingediende bezwaren na advies van de commissie.

Artikel 4 Samenstelling van de commissie

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de algemene vergadering, op voorstel van het dagelijks bestuur. Op dezelfde wijze worden een voldoende aantal plaatsvervangende leden en een plaatsvervangend voorzitter benoemd, op wie de voor de leden dan wel voor de voorzitter van toepassing zijnde bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.

  • 2 Tot voorzitter en leden zijn niet benoembaar personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1 De voorzitter en de leden treden af gelijk met het aftreden van de algemene vergadering.

  • 2 De voorzitter en de leden kunnen te allen tijde ontslag nemen, door dit schriftelijk mede te delen aan het dagelijks bestuur.

  • 3 De aftredende voorzitter en leden blijven hun functie waarnemen tot in hun opvolging is voorzien.

Artikel 6 Secretariaat

  • 1 Als secretaris van de commissie treedt op een door de secretaris van het waterschap aan te wijzen ambtenaar van het waterschap. De secretaris van het waterschap wijst tevens een ambtenaar aan als plaatsvervangend secretaris.

  • 2 Met betrekking tot zijn werkzaamheden als zodanig is de secretaris uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

Artikel 7 Ontvangst van het bezwaarschrift

  • 1 Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2 Het bestuursorgaan stelt het bezwaarschrift zo spoedig mogelijk in handen van de commissie.

Artikel 8 Inlichtingen en advies

  • 1 De voorzitter kan ten behoeve van de voorbereiding van het advies rechtstreeks alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen.

  • 2 De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van een van de andere commissieleden bij deskundigen advies inwinnen en deze zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien aan het inwinnen van advies kosten zijn verbonden is daarvoor vooraf machtiging van het dagelijks bestuur vereist.

Artikel 9 Plaats en tijdstip van de zitting

De voorzitter bepaalt plaats, datum en tijdstip van de zitting, waarin de belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

Artikel 10 Uitnodiging voor de zitting

  • 1 De voorzitter deelt de belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk mede dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

  • 2 Indien een belanghebbende of het bestuursorgaan wijziging wenst van het tijdstip van de zitting dient zulks binnen drie dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling, onder opgaaf van redenen, te worden verzocht aan de voorzitter.

  • 3 De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch ten minste twee weken voor de zitting, schriftelijk aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan medegedeeld.

Artikel 11 Overdracht van de bevoegdheden

  • 1 De voorzitter kan, zoals bedoeld in artikel 6:6 van de wet, een termijn stellen waarbinnen de indiener alsnog kan voldoen aan de vereisten voor het indienen van een bezwaarschrift.

  • 2 De voorzitter kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

  • 3 Indien een belanghebbende zich laat vertegenwoordigen, zendt de voorzitter de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde.

  • 4 De voorzitter legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.

  • 5 De voorzitter kan om gewichtige redenen van geheimhouding achterwege laten om partijen op de hoogte te stellen van het verhandelde ter zitting in geval zij niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord.

Artikel 12 Quorum

  • 1 Voor het houden van de zitting is het, behoudens het bepaalde in lid 2, vereist dat de meerderheid van de leden van de commissie, waaronder de voorzitter, aanwezig is.

  • 2 De commissie kan in voorkomende gevallen het horen opdragen aan de voorzitter.

Artikel 13 Onpartijdigheid van de voorzitter en van de leden van de commissie

De voorzitter, de plaatvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden nemen niet deel aan de voorbereiding van en beraadslaging over het advies inzake de beslissing op het bezwaar indien bij hen sprake is van vooringenomenheid of persoonlijk belang bij de beslissing.

Artikel 14 Openbaarheid van de zitting

  • 1 De zitting is openbaar.

  • 2 De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de aanwezige leden dat nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe verzoekt.

  • 3 Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

Artikel 15 Vastlegging van de zitting

  • 1 Het verslag van de zitting als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezige belanghebbenden en de namen van de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan alsmede hun hoedanigheid. Het vermeldt voorts kort hetgeen tijdens de zitting is gezegd en voorgevallen.

  • 2 Indien de zitting geheel of gedeeltelijk niet openbaar was of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord wordt dit in het verslag vermeld.

  • 3 Het verslag verwijst naar de tijdens de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

  • 4 Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 16 Nader onderzoek

  • 1 Indien na afloop van de zitting, doch voor het uitbrengen van advies, nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek houden. Verkregen informatie of adviezen worden in afschrift aan de leden van de commissie, aan het bestuursorgaan en aan belanghebbenden toegezonden.

  • 2 De leden, het bestuursorgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie of adviezen aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het houden van een nieuwe hoorzitting. De commissie beslist op een dergelijk verzoek.

  • 3 Op een nieuwe hoorzitting als bedoeld in het voorgaande lid zijn de bepalingen van deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17 Advies

  • 1 De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies.

  • 2 De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Van minderheidsstandpunten wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

  • 3 Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel aan het bestuursorgaan voor de te nemen beslissing op het bezwaar.

  • 4 Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 18 Verdaging van de beslissing

  • 1 Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken als bedoeld in artikel 7:10 van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van advies door de commissie en het nemen van een beslissing op het bezwaar door het bestuursorgaan, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing op het bezwaar te verdagen.

  • 2 Van de beslissing tot verdagen ontvangt de commissie een afschrift.

Artikel 19 Uitzonderingsbepaling

Deze verordening is niet van toepassing op bezwaren die ingediend zijn tegen beschikkingen gebaseerd op belastingverordeningen van het waterschap en de Algemene wet inzake rijksbelastingen dan wel op bezwaren ingediend door ambtenaren van het waterschap tegen een besluit of handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een ambtenaar als zodanig.

Artikel 20 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

  • 1 De verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2011.

  • 2 Met ingang van het in het vorige lid bedoelde tijdstip worden de verordeningen behandeling bezwaren van de waterschappen die per 1 januari 2011 zijn opgegaan in het waterschap Scheldestromen ingetrokken met dien verstande dat die verordeningen wel blijven gelden voor procedures die voor bedoeld tijdstip zijn gestart.

  • 3 In de periode van 1 januari 2011 tot aan de benoeming van de leden van de commissie als bedoeld in artikel 2 van deze verordening geldt het volgende. De commissies die zijn ingesteld op grond van de in lid 2 van dit artikel bedoelde verordeningen van waterschap Zeeuws-Vlaanderen en waterschap Zeeuwse Eilanden worden geacht commissies op grond van artikel 2 van deze verordening te zijn, met dien verstande dat ieder van de commissies adviseert over bezwaren tegen besluiten met betrekking tot het gebied van het voormalige waterschap waarvoor zij tot 1 januari 2011 ook geadviseerd hebben. Betreft het besluit de gebieden van beide voormalige waterschappen, dan treedt de commissie van voormalig waterschap Zeeuwse Eilanden op als commissie in de zin van artikel 2.

  • 4 Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening behandeling bezwaren waterschap Scheldestromen'.