Regeling vervallen per 21-03-2023

Gedragscode ambtelijke integriteit Provincie Zeeland 2016

Geldend van 17-07-2016 t/m 20-03-2023

Intitulé

Gedragscode ambtelijke integriteit Provincie Zeeland 2016

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland d.d. 12 juli 2016, kenmerk 16010139, houdende vaststelling van de Gedragscode ambtelijke integriteit Provincie Zeeland 2016, onder gelijktijdige intrekking van de Handreiking gedragscode provinciale ambtenaren.

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • overwegende dat naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet Huis voor Klokkenluiders per 1 juli 2016, aangesloten wordt bij het van CAP naar CAPito-traject waarin de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) wordt hertaald;

  • dat in verband daarmee de vigerende Handreiking gedragscode provinciale ambtenaren als uitvoeringregeling van de CAP wordt ingetrokken;

  • dat de Provincie op grond van de Ambtenarenwet en de CAP onder meer verplicht is integriteitsbeleid en een gedragscode voor provinciale ambtenaren vast te stellen;

  • dat dit integriteitsbeleid in de vorm van een gedragscode voor provinciale ambtenaren thans opnieuw wordt vastgesteld als separate decentrale regelgeving ter nadere uitvoering van de verplichtingen uit de Ambtenarenwet en de CAP, met als titel: Gedragscode ambtelijke integriteit Provincie Zeeland 2016;

  • dat de inhoud van de vigerende Handreiking gedragscode provinciale ambtenaren ongewijzigd blijft, doch in verband met een betere kenbaarheid de citeertitel wijzigt;

  • gelet op de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUITEN VAST TE STELLEN

Artikel I Gedragscode ambtelijke integriteit Provincie Zeeland 2016

1. Inleiding

De overheid is er voor de burgers. Zij verkeert vaak in een monopolypositie: de burger die iets wil of juist niet wil, kan niet om de overheid heen. Dit stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de overheid en van degenen die daarin werkzaam zijn. Integriteit is daarvan een wezenlijk onderdeel. Als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen kan de integriteit onder druk komen te staan. Te noemen zijn de toenemende complexiteit van de samenleving en van het openbaar bestuur, de steeds sterkere verstrengeling van het publieke en private domein, de agressieve lobby vanuit de samenleving en het opleggen van bedrijfseconomische normen aan het overheidsmanagement.

Voor het adequaat functioneren van de overheid zijn gezaghebbende bestuurders noodzakelijk. Bestuurders die het vertrouwen genieten van de burgers omdat ze deskundig, gedreven en integer zijn. Dit geldt ook voor de commissaris van de Koning, de gedeputeerden en de statenleden. De provincies hebben de nodige inspanningen geleverd om de bestuurlijke integriteit te versterken. Hetzelfde geldt voor de gemeenten. Het IPO, de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben ter stimulering en ondersteuning de provincies en gemeenten een handreiking voor de bestuurlijke integriteit aangeboden. In die handreiking wordt voor een aantal onderwerpen aangegeven wat de integriteitsrisico’s zijn en hoe daarmee kan worden omgegaan. De handreiking bevat een groot aantal aanbevelingen en als bijlage is een model voor gedragsregels opgenomen.

Voor de provinciale ambtenaren is er op het punt van integriteit het nodige geregeld in onder meer de Ambtenarenwet en de rechtspositie. De Ambtenarenwet verplicht de provincies onder meer om een gedragscode voor hun personeel op te stellen. Sociale partners in het SPA geven hoge prioriteit aan een verdere versterking van de integriteit en onderschrijven het belang van de handreiking integriteit voor de provinciale bestuurders. Hierin staat ook veel dat ook voor provinciale ambtenaren van belang is.

De handreiking richt zich primair op werknemers in provinciale dienst. Vanzelfsprekend zullen gedragsregels inzake integriteit ook moeten gelden voor hen die bij de provincie anders dan in dienstverband werkzaam zijn (uitzendkrachten, gedetacheerden). De provincies moeten ervoor zorgen dat dit steeds goed is geregeld. Integriteit is echter meer dan gedragsregels. Integriteit is in de eerste plaats een kwestie van mentaliteit en bewustwording. Net als de bestuurders moeten ook de provinciale ambtenaren zich er permanent van bewust zijn dat zij voor de gemeenschap werken en uit gemeenschapsgeld worden betaald.

De handreiking integriteit bestuurders benadrukt daarnaast het grote belang van een goede organisatie van het integriteitsbeleid en van de ontwikkeling van integriteitsmanagement. Bij een goed integriteitsbeleid hoort een organisatieproces dat kwetsbare plekken in de organisatie opspoort en zoveel mogelijk afdekt. Integriteit is gediend met een transparante organisatie waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden helder zijn toegedeeld (waar nodig met functiescheiding en/of functieroulatie) en die een sluitend systeem van controle en verantwoording kent. Een goede administratieve organisatie is daarbij van groot belang. Maatregelen op dit terrein zullen in elke provincie afzonderlijk moeten worden getroffen en passen bij een eigen organisatiestructuur en cultuur.

De gedragscode voor ambtenaren bevat normen en waarden waaraan de provinciale organisatie en de daarin werkende ambtenaren zich dienen te houden. De ambtenaren zijn op de naleving van de gedragscode aanspreekbaar. De gedragscode bestaat uit drie paragrafen.

Paragraaf 1 beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het vraagstuk in een breder kader. Zij vormen als het ware de algemene uitganspunten voor de gedragscode.

Paragraaf 2 bevat de feitelijke gedragsregels, waarbij een aantal thema’s wordt onderscheiden.

Paragraaf 3 bevat een opsomming van bestaande wettelijke en rechtspositionele gedragsregels die betrekking hebben op de ambtelijke integriteit. In samenhang met deze handreiking hebben sociale partners in het SPA ook afspraken gemaakt over een procedure voor het melden van misstanden binnen de provinciale organisatie en de bescherming van de ambtenaar die vermoedens van misstanden volgens die procedure heeft gemeld. Deze procedure sluit aan op de Wet Huis voor de Klokkenluiders en maakt als Bijlage 3 integraal onderdeel uit van de CAP.

2. Gedragscode ambtelijke integriteit

Paragraaf 1 Kernbegrippen van ambtelijke integriteit

Provinciale ambtenaren stellen bij hun handelen de kwaliteit van de provinciale dienstverlening centraal. Integriteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de provincie, en in het verlengde daarvan de belangen van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Ambtelijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover rekenschap af te leggen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend een plaatst de ambtelijke integriteit in een breder perspectief.

  • Dienstbaarheid

    Het handelen van een ambtenaar is altijd volledig gericht op het belang van de provincie en op de organisaties en burgers die daar onderdeel vanuit maken;

  • Professionaliteit

    Ambtenaren zijn vakmensen op hun terrein. Zij beschikken over de juiste kennis en vaardigheden en weten met nieuwe situaties om te gaan. Zij houden hun vak bij en nemen waar nodig initiatief;

  • Onafhankelijkheid

    Het handelen van een ambtenaar wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden;

  • Verantwoordelijkheid

    De ambtenaar krijgt en neemt de verantwoordelijkheid die bij zijn functie past en is bereid daarover verantwoording af te leggen aan collega’s, leidinggevenden, provinciebestuur en de burger;

  • Betrouwbaarheid

    Op een ambtenaar moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven;

  • Zorgvuldigheid

    Het handelen van een ambtenaar is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de hierna volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen kunnen worden getoetst.

Paragraaf 2 Gedragsregels ambtelijke integriteit

1. Algemene bepalingen

  • 1.1. De gedragscode is openbaar.

  • 1.2. De ambtenaar ontvangt bij indiensttreding een exemplaar van de gedragscode.

  • 1.3. In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of waarbij toepassing niet eenduidig is, beslissen gedeputeerde staten.

2. Aannemen van geschenken en giften

  • 2.1. Geschenken en giften worden nooit aangenomen in ruil voor een tegenprestatie.

  • 2.2. Geschenken en giften die een ambtenaar uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de provincie. Er wordt een provinciale bestemming voor gezocht.

  • 2.3. Geschenken en giften die een waarde vertegenwoordigen van minder dan € 50, kan de ambtenaar in afwijking van punt 2.2 behouden. Zij worden wel gemeld.

  • 2.4. Geschenken en giften – van welke waarde dan ook – worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd wordt dit aan de leidinggevende gemeld en wordt een beslissing genomen over de bestemming van het geschenk of de gift.

  • 2.5. Geschenken en giften worden niet geaccepteerd zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

3. Excursies, werkbezoeken, studiereizen, congressen en evenementen

  • 3.1. Excursies, werkbezoeken, studiereizen en congressen moeten functioneel zijn en in het belang van de provincie. Voor evenementen zal dat niet steeds een voorwaarde kunnen zijn. Hier geldt als regel dat meerdere personen of instanties moeten zijn uitgenodigd zodat de openheid gegarandeerd wordt

  • 3.2. Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.

  • 3.3. Er moet vooraf toestemming zijn verleend.

  • 3.4. De uitnodiging moet binnen de grenzen van de redelijkheid liggen.

  • 3.5. De provincie betaalt in ieder geval de reis- en verblijfkosten.

  • 3.6. Uitnodigingen worden vermeden zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

4. Lunches, diners en recepties

  • 4.1. Lunches, diners en receptie moeten functioneel zijn.

  • 4.2. Uitnodigingen worden nooit aanvaard in ruil voor een tegenprestatie.

  • 4.3. Uitnodigingen worden gemeld, zo mogelijk vooraf.

  • 4.4. Bij lunches en diners moet waar mogelijk sprake zijn van wederkerigheid (bijvoorbeeld om de beurt betalen.

  • 4.5. Uitnodigingen worden vermeden zolang overleg- en onderhandelingssituaties gaande zijn.

5. Verrichten van incidentele diensten voor derden in werktijd (houden van presentatie of lezing e.d.)

  • 5.1. Verzoeken aan ambtenaren om incidenteel in werktijd diensten voor derden te verrichten worden vooraf ter goedkeuring voorgelegd.

  • 5.2. Vergoedingen als blijk van waardering in de vorm van cadeaubonnen, flessen wijn e.d., voor zoveel de waarde daarvan niet meer is dan € 50, mogen worden behouden.

  • 5.3. Vergoedingen en geldbedragen komen ten goede van de provincie voor

6. Draaideurconstructies

Ambtenaren kunnen, anders dan bij hoge uitzondering, niet woorden ingehuurd om tegelijkertijd als externe voor de provincie werkzaamheden te verrichten. Voormalige provinciale ambtenaren worden niet binnen twee jaar na ontslag ingehuurd voor het verrichten van provinciale werkzaamheden.

Paragraaf 3 Bestaande wettelijke en rechtspositionele gedragsregels inzake integriteit

Ambtenaren kunnen, anders dan bij hoge uitzondering, niet woorden ingehuurd om tegelijkertijd als externe voor de provincie werkzaamheden te verrichten. Voormalige provinciale ambtenaren worden niet binnen twee jaar na ontslag ingehuurd voor het verrichten van provinciale werkzaamheden.

Paragraaf 3 Bestaande wettelijke en rechtspositionele gedragsregels inzake integriteit

Een groot aantal gedragsregels die van belang zijn in verband met de integriteit van de provinciale ambtenaar is neergelegd in wettelijke en rechtspositionele voorschriften.

Wetboek van Strafrecht

  • verduistering (artikel 359);

  • vervalsing (artikel 360);

  • verduistering, beschadiging, vernieling van akten, bewijsmateriaal, bescheiden e.d. (artikel 361);

  • fraude en corruptie (artikelen 362 en 363).

Wetboek van Strafvordering

Verder kan worden genoemd de verplichting voor de ambtenaar om aangifte te doen van misdrijven (artikel 162)

 

Ambtenarenwet

In de Ambtenarenwet zijn diverse zaken ten aanzien van de integriteit geregeld:

  • 1.

    De Ambtenarenwet bevat de algemene verplichting voor provincies en hun medewerkers om zich te gedragen als een goed werkgever, onderscheidenlijk een goed ambtenaar;

  • 2.

    De provincies moeten daarnaast;

    • -

      een integriteitsbeleid voeren dat is ingebed in het personeelsbeleid, o.a. via functioneringsgesprekken, werkoverleg, scholing en vorming;

    • -

      een gedragscode integriteit opstellen;

    • -

      het (jaarlijks) afleggen van verantwoording aan provinciale staten over het gevoerde integriteitsbeleid en over de gedragscode regelen.

  • 3.

    De provincies moeten ook:

    • -

      de verplichte eed of belofte voor ambtenaren bij hun aanstelling regelen; en

    • -

      voorschriften vaststellen over verbod, melding, registratie en openbaarmaking van nevenwerkzaamheden van hun ambtenaren, alsmede over verbod van financiële belangenverstrengeling en over melding van hun financiële belangen.

  • 4.

    Verder verplicht de Ambtenarenwet provincies om een procedure vast te stellen voor de melding van vermoedens van misstanden in de organisatie en biedt de Ambtenarenwet de “klokkenluider” rechtsbescherming.

  • 5.

    Tenslotte is in de Ambtenarenwet geregeld dat de ambtenaar verplicht is tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

 

Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP)

In meer algemene zin is geregeld dat de provincie en de ambtenaren verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed ambtenaar te gedragen, dat de ambtenaar verplicht is zich te gedragen naar de maatregelen van orde en dat de ambtenaar disciplinair kan worden gestraft als hij opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt.

 

Daarnaast is in de CAP, onder meer ter uitvoering van de verplichtingen in de Ambtenarenwet, een aantal specifieke gedragsregels opgenomen. Die hebben betrekking op:

  • de melding, registratie en openbaarmaking van nevenwerkzaamheden;

  • het verbod om bepaalde nevenwerkzaamheden te verrichten;

  • de verplichting om inkomsten uit q.q.-nevenfuncties in de provinciale kas te storten;

  • het verbod om deel te nemen aan aannemingen of leveringen ten behoeve van de provincie;

  • het verbod tot verzoeken of aannemen van steekpenningen of andere vormen van bevoordeling;

  • het verbod ten eigen bate of ten bate van derden diensten te laten verrichten door provinciale ambtenaren;

  • provinciale eigendommen te gebruiken of gebruik te maken van kennis uit hoofde van zijn functie;

  • de verplichting voor de ambtenaar om bij aanstelling de eed of belofte af te leggen;

  • de melding en registratie van financiële belangen; en

  • het verbod van financiële belangenverstrengeling.

De hierboven genoemde verboden hebben overigens niet steeds een absoluut karakter. Om te voldoen aan de wettelijke verplichting uit de Wet Huis voor Klokkenluiders, is in de CAP in een bijlage een regeling opgenomen voor het melden van vermoeden van een misstand.

II

De Uitvoeringsregelingen van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies worden als volgt gewijzigd:

De Handreiking gedragscode provinciale ambtenaren wordt ingetrokken.

III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het is geplaatst.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van gedeputeerde staten van 12 juli 2016.
Drs. J.M.M. Polman, voorzitter
A.W. Smit, secretaris
Uitgegeven 15 juli 2016
De secretaris, A.W. Smit