Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zwolle

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZwolle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingAlgemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2020
CiteertitelAlgemene verordening ondergrondseiInfrastructuur gemeente Zwolle 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpRuimtelijke ordening
Externe bijlageToelichting op de AVOI

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Regels met betrekking tot het aanleggen, instand houden en opruimen van kabels en leidingen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen 2020

Nadere regels AVOI 2020 Zwolle

Regeling aanvullende gegevens vergunningaanvraag AVOI

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2021nieuwe regeling

26-10-2020

gmb-2020-286643

rb 2020-10.26

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2020

Gemeente Zwolle, bekendmaking Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2020

De Raad van de gemeente Zwolle heeft in de vergadering van 26 oktober 2020 de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur 2020 vastgesteld.

Deze verordening treedt 1 januari 2021 in werking.

1. Algemene bepalingen

1.1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet;

  • aanvraag: de aanvraag van een instemmingsbesluit of vergunning;

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet;

  • kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

  • melding: een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is.

  • netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een aanbieder;

  • openbaar elektronisch communicatienetwerk: netwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

  • openbare gronden: openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

  • spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden waarvan uitstel niet mogelijk is ten gevolge van een calamiteit of ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening;

  • telecomkabel: een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

  • vergunning: een vergunning voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden, niet zijnde telecomkabels;

1.2. Toepasselijkheid

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden.

  • 2.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

2. Instemmingsbesluit en vergunning

2.1. Vereiste van instemming of vergunning

  • 1.

    Het is verboden om zonder of in afwijking van een door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen in of op openbare gronden.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een melding aan het college . Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van categorieën van werkzaamheden van niet ingrijpende aard.

  • 3.

    Het college kan één of meer gebieden aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd.

  • 4.

    Spoedeisende werkzaamheden dienen onverwijld te worden gemeld aan het college. Na ontvangst van de melding kunnen, in afwijking van het eerste lid, de werkzaamheden plaatsvinden, tenzij de burgemeester, op grond van de APV of een andere hem toekomende bevoegdheid, in verband met de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar de uitvoering van de werkzaamheden verbiedt. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van melding en uitvoering van deze werkzaamheden.

  • 5.

    Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak of op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening.

2.2. De aanvraag en de melding

  • 1.

    Een aanvraag wordt ingediend bij het college .

  • 2.

    Een melding wordt minimaal vijf werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan het college gedaan.

  • 3.

    Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij een aanvraag of melding te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.

2.3. Beslistermijnen

  • 1.

    Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen zowel een aanvraag op grond van deze verordening als een aanvraag op grond van een andere wet is ingediend, al dan niet bij een ander bestuursorgaan, dan stelt de aanvrager het college hiervan op de hoogte.

  • 3.

    Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn van ten hoogste acht weken waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  • 4.

    Op schriftelijk verzoek van de aanvrager stelt het college een aanvraag buiten behandeling.

2.4 Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden  

  • 1.

    Het college kan aan een instemmingsbesluit, vergunning of melding voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer;

    • c.

      het voorkomen of beperken van overlast;

    • d.

      de bereikbaarheid van of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gronden gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen;

    • e.

      de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt de bescherming van reeds in de grond aanwezige werken;

    • f.

      de bescherming van eventuele archeologische vondsten en van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen;

    • g.

      het uiterlijk aanzien van de omgeving;

  • 2.

    De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald.

  • 3.

    De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd.

  • 4.

    Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels of leidingen.

2.5. Wijziging en intrekking

  • 1.

    Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning wijzigen of intrekken, indien:

    • a.

      de netbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het instemmingsbesluit of de vergunning, of de in het instemmingsbesluit of de vergunning opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in het instemmingsbesluit of de vergunning is begonnen;

    • b.

      de in het instemmingsbesluit of de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;

    • c.

      het instemmingsbesluit of de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;

    • d.

      de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet naleeft;

  • 2.

    Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken, indien:

    • a.

      de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld;

    • b.

      dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.

  • 3.

    Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit of de vergunning dan nadat het college de houder van het instemmingsbesluit of de vergunning heeft gehoord.

  • 4.

    Aan het besluit tot wijziging of intrekking van het instemmingsbesluit of de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels of leidingen aan te passen of deze te verwijderen.

  • 5.

    Het college trekt het instemmingsbesluit of de vergunning in indien de houder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer daarvan te willen maken.

  • 6.

    Een instemmingsbesluit of een vergunning geldt voor een specifieke kabel of leiding en is overdraagbaar, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald. Het college kan het instemmingsbesluit of de vergunning op schriftelijk verzoek van de houder op naam stellen van een andere netbeheerder.

3. Overleg, afstemming en overige verplichtingen

3.1. Overleg en afstemming tijdens planvorming

  • 1.

    De gemeente initieert en faciliteert nader overleg tussen alle betrokken partijen over alle projecten in openbare gronden. Dit overleg vindt periodiek, doch tenminste tweemaal per jaar plaats.

  • 2.

    De gemeente initieert in de planfase van een door of vanwege de gemeente uit te voeren project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van kabels en leidingen te analyseren. De gemeente doet per bedoeld project een voorstel ten aanzien van het aantal overleggen en de regelmaat daarvan.

  • 3.

    Op initiatief van de gemeente wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur de noodzakelijke informatie met elkaar uit.

3.2. Verplichtingen netbeheerder

  • 1.

    De netbeheerder is verplicht zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen.

  • 2.

    Indien de eigendom, de exploitatie, het beheer of het gebruik van kabels of leidingen wijzigt, stelt de netbeheerder het college onverwijld schriftelijk van deze wijziging in kennis. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de bij de kennisgeving te verstrekken gegevens en de wijze van verstrekking.

  • 3.

    De netbeheerder levert op verzoek van de gemeente informatie over een kabel of leiding.

3.3. Medegebruik van voorzieningen

  • 1.

    Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van telecomkabels in openbare gronden zoveel mogelijk medegebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netbeheerders dan wel door of in opdracht van de gemeente aangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels.

  • 2.

    Het eerste lid vindt geen toepassing indien de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik op technische of economische gronden niet haalbaar is.

  • 3.

    Indien het gekozen tracé niet kan worden uitgevoerd, is het aan de aanbieder om een alternatief tracé te kiezen. Ook kan het college een alternatief tracé aanwijzen.

3.4. Verontreiniging, gevaar en hinder

  • 1.

    De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.

  • 2.

    Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van kabels en leidingen opschorting gelasten van de aanleg of de exploitatie van de betreffende kabels en leidingen.

4. Financiële bepalingen

4.1. Nadeelcompensatie

  • 1.

    Het college kent een netbeheerder, niet zijnde aanbieder, die schade lijdt of zal lijden als gevolg van een besluit van het college als bedoeld in artikel 2.5 tweede lid, onder b, dan wel als gevolg van de rechtmatige uitoefening door het college van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, wanneer de schade uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en hem in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft.

  • 2.

    Het college stelt een nadeelcompensatieregeling vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.

4.2. Herstraat- en degeneratiekosten

  • 1.

    Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan kabels of leidingen in of op openbare gronden worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van openbare gronden die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening.

  • 2.

    Het uitgangspunt bij het herstel van gronden is dat de grond wordt teruggebracht in de oude staat.

  • 3.

    Het college stelt nadere regels vast over de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.

5. Handhaving

5.1. Toezicht op de naleving

Het college wijst de personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

5.2. Strafbepaling

Overtreding van de artikelen 2.1 eerste en tweede lid, 2.4 derde lid en 3.2 eerste lid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.

6. Overgangs- en slotbepalingen

6.1. Overgangsbepalingen

  • 1.

    Voor kabels en leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig aanwezig en in gebruik zijn geldt de door de gemeente verleende toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening.

  • 2.

    Voor zover er sprake is van privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en netbeheerders en tot het moment waarop deze zijn beëindigd, zijn de bepalingen in deze verordening, voor zover strijdig met de bepalingen in deze overeenkomsten, niet van toepassing.

  • 3.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning danwel een instemmingsbesluit is aangevraagd op grond van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente 2012, waarop nog niet is beslist, wordt deze aanvraag beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente 2012.

6.2. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt na publicatie in werking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Zwolle 2020.

  • 3.

    De Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente 2012 wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Zwolle 2020 ingetrokken.

     

Aldus besloten in de openbare vergadering van 26 oktober 2020

P. Snijders, voorzitter

A. ten Have, griffier