Nadere regels seksinrichtingen en escortbedrijven

Geldend van 01-03-2003 t/m heden

Intitulé

Nadere regels seksinrichtingen en escortbedrijven

NADERE REGELS SEKSINRICHTINGEN EN ESCORTBEDRIJVEN

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    seksinrichting: een seksinrichting als bedoeld in artikel 3.1.1., sub c van de Algemene Plaatselijke Verordening

  • b.

    escortbedrijf: een escortbedrijf als bedoeld in artikel 3.1.1., sub d van de Plaatselijke Algemene Verordening

Paragraaf 2 Inrichtingseisen seksinrichtingen

Artikel 2.1 Reikwijdte

Het gestelde in deze paragraaf is niet van toepassing op een seksbioscoop en een seksautomatenhal

Artikel 2.2 Verhouding met Bouwbesluit

  • 1. Voor de toepassing van deze nadere regels worden de gebouwen waarin seksinrichtingen gevestigd zijn aangemerkt als kamerverhuurbedrijven. De voorschriften als bedoeld in hoofdstuk 7a alsmede bijlage 9 van de Bouwverordening Zwolle zijn van overeenkomstige toepassing op seksinrichtingen als bedoeld in deze nadere regels.

  • 2. De gebruiksvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 6 en bijlage 2 en 3 van de Bouwverordening Zwolle zijn van overeenkomstige toepassing op seksinrichtingen als bedoeld in deze nadere regels.

Paragraaf 3 Eisen ten aanzien van de bedrijfsvoering van seksinrichtingen en escortbedrijven

Artikel 3.1 Algemeen

  • 1. Het is verboden vanuit een seksinrichting klanten te werven die zich op of aan de weg bevinden.

  • 2. De exploitant en beheerder van de seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs kan worden gevergd om hinder en overlast van bezoekers voor de omgeving te voorkomen of te beperken.

  • 3. Het is de exploitant en beheerder van een seksinrichting verboden bezoekers beneden de leeftijd van 18 jaar toegang te verlenen tot de seksinrichting.

Artikel 3.2 Toegang ambtenaren van politie

De exploitant en beheerder van de seksinrichting zijn verplicht ervoor te zorgen dat ambtenaren van politie onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot de seksinrichting:

  • a.

    gedurende de tijd dat de seksinrichting voor bezoekers geopend is; dan wel

  • b.

    gedurende de tijd dat het bedrijf gesloten dient te zijn en indien ambtenaren van politie hun vermoeden uiten dat daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn

Artikel 3.3. Bescherming van de gezondheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee

  • 1. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht maatregelen te treffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituee, alsmede de bescherming van de volksgezondheid

  • 2. De exploitant en de beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht de in het bedrijf werkzame prostituees in de gelegenheid te stellen zich regelmatig te laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen overeenkomstig de landelijke richtlijnen van de stichting SOA-bestrijding

  • 3. Indien een arts vast verbonden is aan de seksinrichting of het escortbedrijf, meldt de exploitant of beheerder de naam en adres van deze arts aan de GGD.

  • 4. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht medewerkers van de GGD toegang te verlenen tot de seksinrichting of het escortbedrijf om voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren en voorlichtingsmateriaal te verstrekken gericht op bevordering en instandhouding van de gezondheidssituatie van de in de seksinrichting of escortbedrijf werkzame prostituees.

  • 5. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht er zorg voor te dragen dat onder de in een seksinrichting of escortbedrijf werkzame prostituees voldoenden informatie- en voorlichtingsmateriaal in verschillende talen wordt verspreid over de aan prostitutie verbonden gezondheidsrisico’s en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van instellingen op het gebied van de gezondheidszorg en hulpverlening.

  • 6. De exploitant en beheerder van een seksinrichting of escortbedrijf zijn verplicht een bedrijfsbeleid te voeren waarin de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee centraal staan.

  • 7. De in het vorige lid bedoelde verplichting houdt in ieder geval in:

    • a.

      in de werkruimten te allen tijde voldoende wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn

    • b.

      de prostituee het werken zonder comdoom mag weigeren;

    • c.

      de prostituee klanten en/of bepaalde diensten mag weigeren;

    • d.

      de prostituee mag weigeren met de klant alcoholhoudende dranken te drinken;

    • e.

      de prostituee niet verplicht kan worden zich geneeskundig te laten onderzoeken;

    • f.

      de prostituee het recht heeft op een vrije artsenkeuze;

    • g.

      voor een seksinrichting of escortbedrijf geen reclame wordt gemaakt waarbij de garantie wordt gegeven of op andere wijze wordt aangegeven dat de in het bedrijf werkzame prostituees vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Artikel 3.4. Sociale veiligheid

  • 1. In iedere werkruimte dient de veiligheid van de prostituee gewaarborgd te zijn.

  • 2. Ruimten in de seksinrichting waarin zich één of meer prostituees plegen te bevinden, moeten zijn voorzien van duidelijk kenbare gelegenheden tot ontvluchting indien de normale uitgangen daartoe onvoldoende zijn. Deze moeten, mede gelet op het aantal andere personen dat zich in die ruimten pleegt te bevinden, in aantal, ligging en grootte toereikend zijn om de prostituees op een zo veilig mogelijke wijze een zo veilig mogelijke plaats te doen bereiken. Vorenbedoelde gelegenheden tot ontvluchting moeten zijn vrijgehouden van obstakels.

  • 3. De toegangsdeur(en) van een werkruimte dienen van binnenuit te allen tijde te openen te zijn zonder gebruikmaking van losse voorwerpen.

  • 4. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien een toegangsdeur van een werkruimte is gelegen aan de weg.

  • 5. Een werkruimte waarvan de toegangsdeur is gelegen aan de weg moet in open verbinding staan met andere ruimten.

  • 6. Indien het voldoen aan hete bepaalde in het vierde lid niet mogelijk is of niet kan worden gevergd, dienen maatregelen te worden getroffen waardoor de veiligheid van de prostituees anderszins wordt gewaarborgd.

Artikel 3.5 Bed- en handlinnen

  • 1. Het bedlinnen in de werkruimten moet dagelijks worden verschoond

  • 2. Het handlinnen moet na gebruik door schoon handlinnen worden vervangen.

Artikel 3.6 Toezicht ip voldoende hygiëne van de inrichting

  • 1. De exploitant en beheerder van een seksinrichting zijn verplicht om mee te werken aan de screening en advisering vanuit de GGD inzake hygiëne in de inrichting.

  • 2. De exploitant en de beheerder van een escortbedrijf zijn verplicht om mee te werken aan de screening en advisering vanuit de GGD inzake de hygiëne van de bedrijfsvoering

  • 3. De exploitant verleent de GGD toegang tot de seksinrichting en werkt mee aan het bezoek van de medewerker van de GGD die de technische-hygiënische inspectie uitvoert.

  • 4. Van de jaarlijkse hygiëne-inspectie wordt door de GGD een rapport gemaakt.

Artikel 3.7 Hulp bij ongevallen

  • 1. Voor het verlenen van eerste hulp bij ongelukken moeten voldoende en doelmatige middelen beschikbar en direct voor gebruik bereikbaar zijn.

  • 2. Op de trommels, kisten of kasten waarin de middelen verpakt zijn, moet duidelijk door een opschrift of door een gebruikelijk kenteken aangegeven zijn dat zij middelen voor eerste hulp bij ongelukken bevatten.

Paragraaf 4 Inwerkingtreding en overgangsbepaling

Artikel 4.1 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op 1 oktober 2000 en kunnen worden aangehaald als nadere regels seksinrichtingen en escortbedrijven.

Artikel 4.2 Overgangsbepaling

Het gestelde in artikel 2.2. is niet van toepassing op seksinrichtingen die voorkomen op de lijst als bedoeld in artikel 3.5.1. lid 1 APV gedurende 1 jaar na inwerkingtreding van deze nadere regels.