Verordening op de rekenkamer

Geldend van 01-02-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening op de rekenkamer

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

wet:

Gemeentewet;

b.

voorzitter:

voorzitter van de rekenkamer;

c.

college:

college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Instelling en taak

  • 1. Er is een rekenkamer die door de raad is ingesteld.

  • 2. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de wet.

Artikel 3 Samenstelling

  • 1. De rekenkamer bestaat uit drie of vijf leden.

  • 2. De leden van de rekenkamer zijn niet ondergeschikt aan enig orgaan.

Artikel 4 Benoeming

  • 1. De raad benoemt de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer op voorstel van het presidium.

  • 2. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Zij kunnen éénmaal worden herbenoemd.

  • 3. Bij de samenstelling van de rekenkamer ziet de raad toe op een evenwichtige spreiding van competenties, welke voor het goed functioneren van de rekenkamer van belang zijn. Daartoe stelt het presidium namens de raad voor iedere vacature van lid van de rekenkamer een profielschets op in overleg met de rekenkamer. Eén van de zittende leden van de rekenkamer heeft zitting in de selectiecommissie.

    Een afvaardiging van de ambtelijke staf van de rekenkamer, waaronder de secretaris van de rekenkamer, een adviserende rol te geven in de selectie van een voorkeurs-kandidaat.

  • 4. Het presidium doet het voorstel als bedoeld in het eerste lid vergezeld gaan van een verklaring van iedere kandidaat bevattende:

    • a.

      de mededeling dat hij/zij de benoeming als lid zal aanvaarden;

    • b.

      een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij bekleedt.

  • 5. De rekenkamer wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan, die bij afwezigheid van de voorzitter diens taken waarneemt.

  • 6. Als de voorzitter door de raad wordt ontslagen of op non-actief wordt gesteld, kan de raad voor de tijdelijke vervanging in de functie van voorzitter een van het zesde lid afwijkende voorziening treffen.

Artikel 5 Eed

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de in artikel 81g van de wet bedoelde eed (verklaring en belofte) af.

Artikel 6 Ontslag en non-activiteit

  • 1. De leden van de rekenkamer kunnen door de raad worden ontslagen respectievelijk op non-activiteit gesteld.

  • 2. Het presidium bericht de raad als zich één van de gronden voor ontslag respectievelijk non-activiteit voordoet als bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid of van artikel 81d, eerste of tweede lid van de wet.

  • 3. In de gevallen als bedoeld in artikel 81c, zevende lid en in artikel 81d, tweede lid van de wet adviseert het presidium de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag respectievelijk het op non-actief stellen van het desbetreffende lid.

  • 4. Het presidium adviseert de raad tevens omtrent de beslissing tot verlenging of beëindiging van het op non-actief stellen van het desbetreffende lid.

Artikel 7 Budget

  • 1. De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting door de raad beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de kosten gebracht betreffende:

    • a.

      de vergoedingen aan de leden;

    • b.

      de ambtenaren van de rekenkamer;

    • c.

      de externe deskundigen die eventueel door de rekenkamer zijn ingeschakeld;

    • d.

      overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

  • 3. De rekenkamer verantwoordt jegens de raad de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag als bedoeld in artikel 185, vierde lid van de wet.

  • 4. De leden van de rekenkamer voeren jaarlijks overleg met het presidium over het budget voor de rekenkamer voor het komende begrotingsjaar en kunnen hier vóór 1 april voorstellen voor doen.

  • 5. Om jaarlijkse fluctuaties in de (externe) onderzoeksuitgaven van de rekenkamer te kunnen opvangen wordt eventuele onderuitputting van het jaarbudget jaarlijks meegenomen naar het volgende begrotingsjaar, tot een maximumbedrag ter hoogte van 10% van het jaarbudget

Artikel 8 Vergoeding voor de voorzitter en de overige leden

  • 1. Ingevolge artikel 81k van de wet ontvangen de voorzitter en de leden van de rekenkamer een vaste maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden en een vaste maandelijkse tegemoetkoming in de kosten.

  • 2. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde maandelijkse vergoeding is  gelijk aan het bedrag genoemd in klasse 9 van Tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor de voorzitter en 63% van het bedrag, genoemd in klasse 9 van Tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor de leden.

  • 3. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde maandelijkse tegemoetkoming in de kosten is gelijk aan het bedrag genoemd in klasse 9 van Tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor de voorzitter en 63% van het bedrag, genoemd in klasse 9 van Tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden voor de leden.​

  • 4. De tegemoetkoming genoemd in het eerste lid is inclusief reis-, verblijf- en overige kosten.

Artikel 9 Reglement van orde

De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en overige werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling ter kennisneming aan de raad.

Artikel 10 Onderwerpselectie en onderzoeksopzet

  • 1. De rekenkamer kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 2. De rekenkamer zendt de in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet ter kennisneming aan de raad.

  • 3. Indien de raad een verzoek tot het instellen van een onderzoek heeft gedaan, bericht de rekenkamer uiterlijk binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek zal worden voldaan.

Artikel 11 Werkwijze

  • 1. De rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2. De rekenkamer hanteert voor het opvragen van documenten en inlichtingen zoals bedoeld in artikel 183 en 184 van de wet een informatieprotocol ter bevordering van een tijdige en volledige verkrijging van informatie ten behoeve van het onderzoek waarvoor de informatie is opgevraagd.

  • 3. De rekenkamer kan besluiten de raad tussentijds te informeren over de voortgang van het onderzoek.

  • 4. De rekenkamer vergadert in beslotenheid; haar rapporten zijn openbaar.

  • 5. De rekenkamer kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 6. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamer, met inachtneming van het beschikbare budget, externe deskundigheid inschakelen.

  • 7. De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste drie weken bedraagt, hun reactie aan de rekenkamer te geven op de juistheid en volledigheid van het concept onderzoeksrapport. Betrokkenen zijn in elk geval degenen, wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt voorts wie als betrokkenen wordt aangemerkt. De rekenkamer stelt vervolgens het college in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste drie weken bedraagt, zijn reactie aan de rekenkamer te geven op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksrapport.

  • 8. De rekenkamer zendt een afschrift van haar onderzoeksrapport, de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het (concept)rapport, aan de raad, het college en aan de betrokkenen. De rekenkamer formuleert de aanbevelingen zo veel mogelijk in de vorm van amendeerbare conceptbesluiten van de raad.

  • 9. Zo mogelijk binnen drie maanden na het verschijnen van het rapport beraadslaagt de raad over het rapport van de rekenkamer.

  • 10 Conform artikel 185a van de wet zendt het college de raad jaarlijks bij de programmarekening een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.

    De raad betrekt dit overzicht bij de behandeling van de programmarekening, tezamen met de brieven van de rekenkamer over de mate waarin het college zichtbaar opvolging heeft gegeven aan de raadsbesluiten op grond van de door de rekenkamer gedane voorstellen.

Artikel 12 Rechtspositie ambtenaren van de rekenkamer

  • 1. De rekenkamer wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een of meer ambtenaren.

  • 2. Personen die op voordracht van de voorzitter door het college zijn benoemd als ambtenaar van de rekenkamer zijn aan de rekenkamer verantwoording schuldig. Zij verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente.

  • 3. De gemeentelijke rechtspositie is op deze ambtenaren van toepassing, voor zover deze geen ondergeschiktheid aan een ander orgaan van de gemeente impliceert.

Artikel 13 Intrekking oude verordening

De Verordening op de rekenkamercommissie (nr.5/2003, zoals laatstelijk gewijzigd op 22 september 2005) wordt ingetrokken.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2008.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de rekenkamer”.