Verordening financiële en materiële gelijkstelling onderwijs gemeente Aa en Hunze

Geldend van 19-02-2014 t/m heden

Intitulé

Verordening financiële en materiële gelijkstelling onderwijs gemeente Aa en Hunze

raad van de gemeente Aa en Hunze;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 december 2012;

gelet op artikel 140 van de Wet op het primair onderwijs juncto artikel 134 van de Wet op de expertisecentra juncto artikel 96g van de Wet op het voortgezet onderwijs, juncto hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht;

HEEFT BESLOTEN:

Vast te stellen de: Verordening financiële en materiële gelijkstelling onderwijs

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze

  • b.

    schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;

  • c.

    school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs;

  • school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

  • school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

  • school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs.

  • d.

    nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de expertisecentra, artikel X van de wet van 31 mei 1995 (Stb. 319) of artikel 75 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;

  • e.

    voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening;

  • f.

    aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld;

  • g.

    indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend;

  • h.

    toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening;

  • i.

    tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;

  • j.

    subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening;

  • k.

    feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld;

  • l.

    subsidievaststelling: een beschikking zoals bedoeld in artikel 4:42 van de wet;

  • m.

    wet: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Subsidieplafond en verdelingsregels

  • 1.

    De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 2.

    De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.

  • 3.

    Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend.

Artikel 3 Aanvullende voorziening

  • 1.

    Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening.

  • 2.

    Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening.

Artikel 4 Jaarlijks overzicht

Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending.

Hoofdstuk 2 Procedures

2.1 Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden

Artikel 5 Toevoegen, wijzigen en intrekken

Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college.

Artikel 6 Indiening aanvraag

  • 1.

    Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen.

  • 2.

    De aanvraag vermeldt:

    • a.

      naam en adres van het schoolbestuur;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      de gewenste voorziening;

    • d.

      de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school;

    • e.

      een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria.

Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 7 Beslissingstermijn

  • 1.

    Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeft het college de reden voor de verlenging aan.

  • 3.

    Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:

  • a.

    de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening;

  • b.

    niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;

  • c.

    door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

2.2 Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden

Artikel 9 Indiening aanvraag

  • 1.

    Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college.

  • 2.

    Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing.

Artikel 10 Beslissingstermijn

Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 11 Weigeringsgronden

Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien:

  • a.

    de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is;

  • b.

    niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria.

2.3 Toekenning; intrekking of wijziging; verbod vervreemding

Artikel 12 Inhoud beschikking tot toekenning; betaling

  • 1.

    De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:

    • a.

      Feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of

    • b.

      een subsidievaststelling.

  • 2.

    De beschikking bevat:

    • a.

      het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend;

    • b.

      de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren.

  • 3.

    De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts:

    • a.

      het bedrag van de subsidie;

    • b.

      voor zover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college.

    • c.

      de bepaling dat de wet van toepassing is en voor zover van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen hierop van kracht zijn.

  • 4.

    De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats.

Artikel 13 Intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering

Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel terugvordering van gegeven subsidie is titel 4.2 van de wet van toepassing.

Artikel 14 Terugvordering

Vervallen.

Artikel 15 Verbod tot vervreemding

Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 16 Informatieverstrekking

Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 17 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 18 Citeertitel; inwerkingtreding

  • 1.

    De verordening kan worden aangehaald als: Verordening financiële en materiële gelijkstelling onderwijs gemeente Aa en Hunze.

  • 2.

    De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 februari 2013;
De griffier, De voorzitter,
P. van Corbach H.F. van Oosterhout

Bijlage Voorzieningen Bijlage Voorzieningen

Bijlage Voorzieningen

Voorziening CULTUUR

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: Cultuur.

  • Cultuur / Kunstmenu is een project waarin kinderen in de basisschoolperiode kennismaken met cultuur, in de meest ruime zin van het woord.

    Alle basisscholen nemen deel aan het Kunstmenu (Cultuurmenu). Dit menu wordt in opdracht van de gemeente en het onderwijs (openbaar en bijzonder) uitgevoerd door Kunst en Cultuur Drenthe en het ICO. Zowel het onderwijs als de gemeente betaalt hiervoor een bijdrage. De scholen betalen aan Kunst en Cultuur Drenthe en de gemeente betaalt haar deel aan het ICO.

    De stuurgroep Kunstmenu heeft de regie over het cultuur/kunstmenu. Zij bespreekt het programma voor het nieuwe schooljaar, de actuele stand van zaken, evalueert per schooljaar het uitgevoerde programma en bereidt de nieuwe projectperiode van 4 jaar voor. In de stuurgroep zit een vertegenwoordiging van het openbaar- en bijzonder onderwijs, Kunst en Cultuur Drenthe, ICO en de gemeente.

  • b.

    Indieningsdatum: niet van toepassing.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend:

    De bijdrage voor “Kunstmenu” wordt voor een periode van 4 schooljaren toegekend. De huidige periode loopt tot en met het schooljaar 2013/2014

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening:

    *Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs.

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid:

    zie a.

  • f.

    Subsidieplafond: er is geen subsidieplafond.

Opmerking:

Museumbezoeken en bezoeken aan andere culturele instellingen worden (desgewenst) door de scholen zelf georganiseerd en betaald.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Cultuur en Welzijn

Voorziening BIBLIOTHEEK

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: bibliotheek.

    De gemeente subsidieert de bibliotheek.

    Een van de doelstellingen is dat de bibliotheek zich richt op de doelgroep jeugd.

    Het onderwijs kan daardoor gebruik maken van gesubsidieerd aanbod van de bibliotheek.

  • b.

    Indieningsdatum: scholen kunnen voortdurend deelnemen.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend: er is geen specifiek tijdvak bepaald.

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening:

    Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs.

  • e.

    e. Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid:

    Er vindt geen directe betaling aan de scholen plaats, er vindt een doorlopende bekostiging plaats van de bibliotheek;

  • f.

    f. Subsidieplafond: er is geen subsidieplafond.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Cultuur en Welzijn

Voorziening SPEELTOESTELLEN

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: speeltoestellen.

    Mbt de speelvoorzieningen geldt dat de gemeente het onderhoud en de inspecties van de speeltoestellen en de ondergrond voor haar rekening neemt omdat deze veelal op gemeentelijke grond staan.

    Bij vervanging van de speeltoestellen draagt de gemeente 50% van de vervangingswaarde bij. De andere helft betaalt de school.

  • b.

    Indieningsdatum: Als een speeltoestel niet meer veilig is en niet meer te repareren is neemt de school contact op met de gemeente waarna het speeltoestel wordt verwijderd en een vervangingstraject (indien gewenst) in gang wordt gezet.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend:

    Over het algemeen wordt een levensduur van 10 jaar voor een speeltoestel aangehouden. Een speeltoestel komt voor vervanging in aanmerking als dit niet meer te repareren is en niet meer veilig is.

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening:

    Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs.

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid:

  • zie a.

  • f.

    Subsidieplafond: er is geen subsidieplafond.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Cultuur en Welzijn

Voorziening COMBINATIEFUNCTIES

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: SportCombi’s.

  • b.

    Indieningsdatum: Geen.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend: per schooljaar.

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening: a. Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs.

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid: De gemeente heeft combinatiefunctionarissen in dienst. Deze functionarissen verrichten hun werkzaamheden voor zowel de openbare als de bijzondere scholen.

    Inzet is maatwerk: de vraag vanuit de scholen en de verenigingen wordt opgepakt en vertaald in concrete (naschoolse) activiteiten voor de jeugd.

  • f.

    Subsidieplafond: er is geen subsidieplafond.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Sport

Voorziening SCHOOLLOGOPEDIE

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: Schoollogopedie.

    De gemeente heeft een schoollogopedist in dienst die alle scholen bezoekt. De gemeente geeft dus hiervoor geen subsidie aan de scholen, maar de logopedist wordt rechtstreeks door de gemeente bekostigd.

  • b.

    Indieningsdatum: doorlopend.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend: is gekoppeld aan de aanmelding en de aard van de logopedische ondersteuning.

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening: Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid:

    Er wordt feitelijk maximaal 36 uur per week schoollogopedie beschikbaar gesteld aan de basisscholen. Deze uren worden over de basisscholen verdeeld naar rato van het aantal aanmeldingen.

    Om de lijnen kort te houden en voldoende binding met de scholen te houden wordt er naar gestreefd één keer in de veertien dagen de scholen te bezoeken.

    De standaard screening van alle kleuters die naar groep 2 gaan wordt gespreid over het schooljaar.

    Bij het vermoeden van een logopedisch probleem wordt het kind aangemeld voor preventieve logopedie.

    De aangeboden logopedie beperkt zich tot de preventieve logopedie; voor de curatieve logopedie wordt doorverwezen naar de vrij gevestigde logopedisten.

  • f.

    Subsidieplafond: maximaal de financiële kosten voor 36 uur per week schoollogopedie voor alle basisscholen in totaliteit.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Volksgezondheid en Onderwijs

Voorziening VERVOER VAN EN NAAR GYMACCOMMODATIES

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: Vervoer naar gymnastiekaccommodaties.

  • b.

    Indieningsdatum: voor 1 juni.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend: per schooljaar.

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening:

    • a.

      Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs

    • b.

      De basisschool heeft geen beschikbare gymaccommodatie met een hoog plafond in de nabijheid van de school.

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid:

    • a.

      De basisschool heeft recht op 2 x 45 minuten bewegingsonderwijs per week.

    • b.

      Een van de lessen wordt in de “lage” locatie verzorgd; de andere les kan plaatsvinden in een hoge locatie. Voor het vervoer van de leerlingen van en naar deze accommodatie is busvervoer beschikbaar.

  • f.

    Subsidieplafond: er is geen subsidieplafond.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Accommodaties

Voorziening GEBRUIK VAN OVERIGE RUIMTEN VOOR KLEUTERGYMNASTIEK

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: gebruik overige ruimte voor kleutergymnastiek.

  • b.

    Indieningsdatum: n.v.t..

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend: per schooljaar.

  • d.

    Toekenningscriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening: *Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid: Jaarlijks wordt aan de hand van de beleidsregel het aantal groepen bepaald en een onderverdeling gemaakt tussen 4 en 5 jarigen (onderbouw) en 6 jarigen en ouder.

    Voor de groep 4-5 jarigen worden 3,75 klokuren bewegingsonderwijs toegekend t.b.v. de huur van een ruimte voor bewegingsonderwijs (b.v. bij dorpshuis, MFC of een gemeentelijke accommodatie).

    Indien een schoolbestuur meer bewegen in de onderbouw wenst en hiervoor een accommodatie huurt, komen deze kosten (boven de 3,75 klokuren) voor rekening van het schoolbestuur

    De gemeente betaalt in 2 termijnen (aug-dec en jan-juli) aan de verhuurder van de accommodatie.

  • f.

    Subsidieplafond: er is geen subsidieplafond.

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Accommodaties

Voorziening Praktisch verkeersexamen

  • a.

    Aanduiding van de voorziening: deelname aan het praktisch verkeersexamen om de kinderen zich bewust te maken van hun rol in het verkeer en hun veiligheid in het verkeer te vergroten.

    Het verkeersexamen bestaat uit 2 delen: een theoretisch (schriftelijk) deel en een praktijkdeel. Het theoretisch/schriftelijk deel wordt klassikaal afgenomen.

    Doel van de beschikbaarstelling van de voorziening is dat alle leerlingen in het primair onderwijs in de gemeente Aa en Hunze het theoretische en het praktische verkeerexamen afleggen.

    De school is zelf verantwoordelijk voor de voorbereiding en organisatie van het theoretisch deel van het verkeersexamen.

    Het praktisch verkeersexamen wordt per cluster van scholen door deze clusters georganiseerd

  • b.

    Indieningdatum: Aan het begin van het schooljaar ontvangen de scholen van Veilig Verkeer Nederland (via de verkeersouder) een uitnodiging en een inschrijfformulier voor de voorziening. In onderling overleg met de clusters wordt een examendatum vastgesteld. Het moment van afspreken voor de examendatum geldt als aanmelding.

  • c.

    Tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend:

    De voorziening wordt aangeboden in de maanden januari t/m juli. De feitelijke duur van de afname van het theoretisch examen is een dagdeel; deelname aan de praktische proef duurt eveneens een dagdeel.

  • d.

    Toekenningcriteria waaronder het schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening:

  • a. Schoolsoort: scholen voor basisonderwijs.

  • e.

    Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningeenheid:

    Schoolbesturen bestellen zelf het materiaal voor het theoretisch verkeersexamen.

    De factuur wordt (na toezending) betaald door de regio uit het regionaal budget verkeerseducatie.

    Praktisch verkeersexamen worden in cluster georganiseerd.

    Elke leerling in groep 8 van het basisonderwijs mag eenmalig aan het verkeersexamen deelnemen. Voor kleinere scholen geldt soms dat de groepen 7 en 8 gecombineerd deelnemen.

  • f.

    Subsidieplafond: geen

Contactpersoon gemeente Aa en Hunze:

Beleidsmedewerker Verkeer en Vervoer

Overige zaken:

  • 4 mei herdenking: (informatie: bestuurssecretariaat): de gemeente subsidieert de organiserende comités: de scholen kunnen deelnemen via deze comités aan bv. herdenking bij een geadopteerd document: geen rechtstreekse bekostiging of beschikbaarstelling vanuit de gemeente aan scholen.

  • Anne Frankkrant: deze wordt uit het budget “Onderwijsleerpakket” door de scholen zelf vergoed: geen bekostiging bekend vanuit de gemeente.

  • Natuur- en milieu educatie: (informatie: beleidsmedewerker Milieu): voorheen werd natuur- en milieueducatie uitgevoerd door IVN. IVN kreeg middelen van de gemeente en betrok de scholen bij de uitvoeringsprogramma’s. Later is een verdeelsleutel gekomen dat scholen en gemeente 50/50 bijdroegen. De structurele geldstroom vanuit de gemeente is beëindigd.

    In 2012 is een éénmalige subsidie beschikbaar gesteld aan het IVN (“proefMNE”: initiatief van IVN (Mark Tuit) en school Annerveenschekanaal). Weth. Wassing heeft aangegeven daarna de zaak opnieuw te willen bezien. Onzekerheid over de voortgang na 2012. Er is in geen geval bekostiging aan/via de scholen.

Klimaatvoorzieningen in scholen voor basisonderwijs.

I Aanduiding van de voorziening

Het aanbrengen van frisse maatregelen bij de basisscholen. In 2014 worden de lokalen van 7 scholen aangepast aan de vereisten van Klasse C, van de Programma van Eisen(PvE) van Frisse Scholen (april 2012).

Het PvE Frisse Scholen is een leidraad voor scholen met speciale aandacht voor een gezond binnenmilieu. Het PvE geeft (prestatie)eisen voor de aspecten: energie, binnenluchtkwaliteit, thermisch comfort, visueel comfort en akoestisch comfort. De eisen zijn opgesteld op 3 ambitieniveaus: Klasse C (acceptabel), Klasse B (goed) en Klasse A (zeer goed).

II Indieningdatum

Niet aan de orde.

III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend

Deze bijlage is van toepassing voor de periode vanaf de bekendmaking van dit besluit tot 31 december 2014.

IV Toekenningcriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening

  • 1.

    Op basis van de rapporten van VH-Engineering komen alleen de openbare basisscholen, Jan Thies, Anloo, De Eshoek, Prins Willem Alexander, De Drift, Bonnen en de christelijke basisschool De Marke voor deze voorzieningen in aanmerking. Uitgangspunt is dat met de beschikbare subsidie de maatregelen in de betreffende lokalen bij deze 7 scholen aangebracht kunnen worden.

  • 2.

    Na aanbrenging van de aanpassingen moet blijkens een bijlage, bij de verantwoording gevoegd, de lokalen, van de genoemde scholen, zoals genoemd in het rapport van VH engineering (blz. 10), tenminste te voldoen aan klasse C van het Programma van Eisen Frisse Scholen.

  • 3.

    De schoolbesturen die in aanmerking komen voor de subsidie worden aangewezen als co financier. Het schoolbestuur verklaart door gebruikmaking van deze subsidieregeling ermee akkoord om de toegekende voorziening aan te vullen met 50 % van de in het rapport van VH-engineering genoemde normvergoedingen.

  • 4.

    Bij de verantwoording, dient het schoolbestuur, binnen 4 weken na uitvoering van de eerder genoemde aanpassingen en uiterlijk 31 december 2014 een financieel eindverslag per school in, zijnde een overzicht van de genomen maatregelen voor de betreffende lokalen, alsmede een uitgavenoverzicht.

  • 5.

    In alle externe communicatie over het project moet worden vermeld dat deze mede mogelijk gemaakt is door een bijdrage van de Gemeente Aa en Hunze.

IVa Schoolsoort

De voorzieningen staan open voor scholen voor basisonderwijs.

IVb Voorziening staat niet open voor een nevenvestiging van een hoofdvestiging in een andere gemeente

Voor nevenvestigingen op het grondgebied van deze gemeente staat de voorziening open indien de hoofdvestiging van de school, gelegen in een andere gemeente, in die gemeente geen aanspraak kan maken op deze zelfde voorzieningen, onafhankelijk van de vraag of deze aanspraken ook daadwerkelijk worden gehonoreerd.

IVc Hoofdgebouw/ dislocatie/ nevenvestiging

De voorziening staat uitsluitend open voor (delen van) hoofdgebouwen, dislocaties en nevenvestigingen met een permanente bouwaard, waarvan de opleveringsdatum is gelegen vóór 31 december 2003. De voorziening staat niet open voor een nevenvestiging die niet is gelegen op het grondgebied van deze gemeente.

V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningseenheid

Voorlopige subsidietoekenningen zijn inmiddels verzonden.

VI Voor deze voorziening wordt een subsidieplafond gehanteerd

Het subsidieplafond is € 100.000,-.

Artikelsgewijze toelichting

Aanhef

In de aanhef wordt aangegeven op welke bepaling uit de wet deze verordening is gebaseerd. Indien de gemeente zelf geen openbare school in stand houdt of als openbare scholen ontbreken, en de gemeente wenst aanvullend eigen beleid te voeren, is de wettelijke grondslag van de verordening artikel 140 van de WPO, artikel 134 van de WEC en artikel 96g van de WVO (voor zover de betreffende onderwijssoorten binnen de gemeente aanwezig zijn). In dit geval moet de gemeente de verordening vaststellen.

Indien de gemeente wel openbaar onderwijs in stand houdt (integraal bestuur of een bestuurscommissie ex artikel 83 van de Gemeentewet) is de grondslag geregeld in artikel 141 van de WPO, artikel 135 van de WEC en artikel 96h van de WVO (voor zover de betreffende onderwijssoorten binnen de gemeente aanwezig zijn). In dit geval kan de gemeente een verordening vaststellen.

Voor een nadere toelichting wanneer de verordening verplicht of facultatief is, zie paragraaf 1.3.2.

Artikel 1 Begripsbepaling

Schoolbestuur

De begripsbepaling van het schoolbestuur omvat twee delen:

  • 1.

    schoolbestuur van een in de gemeente gelegen school (openbaar en bijzonder). Het begrip schoolbestuur omvat zowel het schoolbestuur van het openbaar als bijzonder onderwijs dat een in de gemeente gelegen school in stand houdt. Het schoolbestuur van de openbare school (al of niet door de gemeente in stand gehouden) dient dus ook op basis van de verordening aanvragen in te dienen.

  • 2.

    schoolbestuur van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente. De wet stelt dat nevenvestigingen voor de toepassing van de verordening vallen onder de verordening van de gemeente van hoofdvestiging (zie bijvoorbeeld artikel 140, zesde lid van de WPO).

Dit betekent dat het schoolbestuur van een nevenvestiging die zich bevindt in de gemeente X, maar waarvan de hoofdvestiging is gelegen in de gemeente Y, in beginsel altijd voorzieningen kan aanvragen voor de nevenvestiging op basis van de verordening van de gemeente Y.

De gemeenteraad kan besluiten dat in de gemeente gelegen nevenvestigingen van scholen waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente, in aanmerking komen voor één of meer voorzieningen die via de verordening worden opengesteld. Dit betekent dat het schoolbestuur van de nevenvestiging ook in gemeente X voor één of meer voorzieningen een aanvraag op basis van de verordening van de gemeente X kan indienen. De raad kan per voorziening bepalen of de voorziening openstaat voor nevenvestigingen van een hoofdvestiging die zich bevindt in een andere gemeente. De raad heeft de mogelijkheid om dit in de bijlage per voorziening aan te geven.

Voorziening

De voorzieningen die op grond van deze verordening kunnen worden aangevraagd, zijn opgenomen in de bijlage bij deze verordening. In de bijlage wordt een bepaald stramien gehanteerd aan de hand waarvan het begrip voorziening kan worden ingevuld. Het stramien kan worden gezien als een `checklist' voor het formuleren van voorzieningen en bestaat uit:

  • I.

    aanduiding van de voorziening;

  • II.

    indieningsdatum;

  • III.

    tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend;

  • IV.

    toekenningscriteria;

  • V.

    wijze van toekenning;

  • VI.

    subsidieplafond.

Uit de beschrijving van een voorziening in de bijlage kan een schoolbestuur dus opmaken of het in beginsel in aanmerking komt voor een bepaalde voorziening en zo ja, op welke wijze de bekostiging vervolgens plaatsvindt.

De verordening is zo geredigeerd dat het college (behoudens de weigeringsgronden in de verordening zelf) op basis van de omschrijving van de voorziening bepaalt of een schoolbestuur al of niet in aanmerking komt voor een voorziening. De omschrijving van de omstandigheid kan dus ook elementen bevatten als levensvatbaarheid van de school; een bepaling dat een nevenvestiging van een in een andere gemeente gelegen school in aanmerking kan komen voor de voorziening of dat de voorziening alleen openstaat voor hoofdgebouwen, of juist alleen voor dislocaties etc.

e Aanvullende voorziening

De wet biedt de mogelijkheid dat de raad besluit dat het college de verordening tijdelijk kan aanvullen met nieuwe voorzieningen (zie b.v. artikel 140, vierde lid van de WPO). Binnen de verordening wordt het college deze mogelijkheid geboden.

f Indieningsdatum

De indieningsdatum die voor een voorziening geldt, is opgenomen bij de omschrijving van de voorziening in de bijlage. De indieningsdatum zal mede afhankelijk zijn van het tijdvak waarvoor de voorziening wordt toegekend. Het merendeel van de voorzieningen is gekoppeld aan het tijdvak `schooljaar'. Voor het tijdvak zal de aanvraagprocedure moeten zijn afgerond. Een indieningsdatum van 1 februari zal voor de meeste voorzieningen een adequate datum zijn. Met 1 februari wordt ruimte gegeven om de aanvraagprocedure af te handelen voor het begin van het schooljaar en wordt tevens voorzien in de mogelijkheid om aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingscyclus (zie verder de toelichting bij artikel 5).

g Toekenningscriteria

In de bijlage bij deze verordening worden als onderdeel van een voorziening de omstandigheden geformuleerd op basis waarvan bevoegde gezagsorganen in aanmerking kunnen komen voor toekenning van een voorziening. De omstandigheid waarin de school moet verkeren, is beschreven aan de hand van toekenningscriteria. Indien een schoolbestuur niet verkeert in de benoemde omstandigheid of niet voldoet aan de toekenningscriteria voor een specifieke voorziening, komt het schoolbestuur niet in aanmerking voor de aangevraagde voorziening.

h Tijdvak

Het tijdvak is de periode waarvoor de voorziening wordt toegekend. De voorzieningen hebben in het algemeen te maken met activiteiten die een relatie hebben met het onderwijsproces waardoor de koppeling met het schooljaar voor de hand ligt. Het tijdvak zal dan één of meer schooljaren omvatten.

Voor sommige voorzieningen kan het echter wenselijk zijn om niet het schooljaar, maar kalenderjaar als uitgangspunt te nemen. Deze mogelijkheid wordt geboden door in de verordening niet een vast tijdvak op te nemen, maar per voorziening het tijdvak vast te stellen. Het stramien van de bijlage biedt hiertoe de mogelijkheid. Bij de betreffende voorziening in de bijlage dient te worden aangegeven voor welk tijdvak de voorziening wordt toegekend. De indieningsdatum kan vervolgens op het tijdvak worden afgestemd.

i Subsidieplafond

Een toekenning van een voorziening in de vorm van financiële middelen, is een subsidie. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht bestaat de mogelijkheid om voor subsidies een subsidieplafond in te stellen. Dit instrument wordt in de verordening opgenomen om de beheersbaarheid van de uitgaven te bevorderen.

j Feitelijke beschikbaarstelling

Een voorziening kan in beginsel op twee wijzen ter beschikking worden gesteld. Ten eerste kan de voorziening in natura ter beschikking worden gesteld. In de verordening wordt in dit verband de term `feitelijke beschikbaarstelling' gehanteerd. Ten tweede kan de voorziening in de vorm van financiële middelen ter beschikking worden gesteld. Het gaat dan om een subsidievaststelling.

k Subsidievaststelling

Bij het beschikbaar stellen van financiële middelen gaat het altijd om een subsidie waarop, hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Met de subsidievaststelling ontstaat een definitieve aanspraak op de subsidie. De subsidie kan direct na een aanvraag van een schoolbestuur worden vastgesteld.

Artikel 2 Subsidieplafond en verdelingsregels

Eerste lid

Met het oog op de beheersbaarheid van de uitgaven kan de gemeenteraad bepalen dat een subsidieplafond wordt vastgesteld voor bepaalde voorzieningen. De raad dient expliciet in de bijlage op te nemen of per voorziening een subsidieplafond wordt gehanteerd en wat de hoogte van het plafond is.

Het subsidieplafond per voorziening dient ertoe om te voorkomen dat bij veel aanvragen voor een bepaalde voorziening, de beschikbare begroting voor de voorziening in zijn totaliteit wordt overschreden.

Door toepassing van een subsidieplafond kan de raad er ook expliciet voor kiezen om een ter beschikking te stellen bedrag lager te stellen dan feitelijk noodzakelijk is voor het realiseren van een voorziening. De bekostiging van de voorziening kan dan worden opgevat als een tegemoetkoming in de kosten of een stimuleringsmaatregel.

Indien de raad bepaalt dat voor een voorziening een subsidieplafond geldt, dienen ook verdelingsregels te worden opgesteld. In de toelichting op de bijlage wordt ingegaan op de mogelijke verdelingsregels.

Tweede lid

Om niet jaarlijks de verordening te moeten wijzigen omdat alleen de hoogte van het subsidieplafond verandert, kan de raad ervoor kiezen om het college de hoogte het subsidieplafond te laten vaststellen.

De raad kan ook de wijze van verdelen opdragen aan het college. Indien de raad het vaststellen van het subsidieplafond en de verdeling voor een specifieke voorziening opdraagt aan het college, dient de bijlage bij de betreffende voorziening dit te bepalen.

Derde lid

Schoolbesturen dienen tijdig op de hoogte te zijn onder welke voorwaarden voorzieningen kunnen worden aangevraagd. Met deze bepaling zijn schoolbesturen zes weken voor de indieningsdatum op de hoogte welke subsidieplafonds en verdelingsregels worden gehanteerd. Deze bepaling volgt ook uit de Algemene wet bestuursrecht waarin wordt bepaald dat het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld.

Artikel 3 Aanvullende voorzieningen

Eerste lid

In dit artikel wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid die de wet biedt aan het college om deze verordening tijdelijk aan te vullen met een of meerdere voorzieningen (art. 140, vierde lid WPO of art. 134, vierde lid WEC en art. 96g, vierde lid WVO of art. 96h, vierde lid WVO).

De wet zelf bepaalt vervolgens dat de gemeenteraad binnen 12 weken na het besluit van het college om de verordening tijdelijk aan te vullen, beslist over de bekrachtiging ervan. Indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken beslist, wordt de aanvulling gelijkgesteld met een aanvulling die is bekrachtigd. Een afwijzing door de gemeenteraad van een dergelijke aanvulling, heeft geen gevolgen voor aanvragen waarop reeds is beslist of die reeds zijn ingediend en die voorzieningen betreffen waarop de aanvulling betrekking heeft. Op het moment dat bekrachtiging door de raad heeft plaatsgevonden of de termijn van 12 weken is verstreken, wordt de aanvullende voorziening opgenomen in de bijlage bij de verordening.

Naast vorenstaande procedure bepaalt de wet dat de aanvulling binnen een week na het besluit van het college om de verordening tijdelijk aan te vullen, aan de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen moet worden gezonden. Een aanvulling zoals bedoeld in artikel 3 is doorgaans bedoeld om in geval van calamiteiten snel een voorziening open te kunnen stellen. Vanwege de spoedeisendheid is er ten aanzien van deze voorziening geen indieningstermijn opgenomen. Nadat de gemeenteraad de voorziening heeft bekrachtigd of nadat de termijn van 12 weken is verstreken en de voorziening van rechtswege is bekrachtigd, kan de voorziening alleen nog worden aangevraagd via de reguliere aanvraagprocedure ex artikel 6. Immers, de aanvullende voorziening is na bekrachtiging door de raad (of nadat de termijn van 12 weken is verstreken) een reguliere voorziening geworden.

Het college kan, vanwege een spoedeisend belang, ook op verzoek van één of meer van de bevoegde gezagsorganen besluiten om de verordening aan te vullen met een voorziening. Een verplichting is dit echter niet. Het gaat om aanvullend gemeentelijk beleid. Een schoolbestuur kan dus niet afdwingen dat het college de verordening tijdelijk aanvult met een voorziening.

Tweede lid

Het tweede lid stelt dat het college dient aan te geven onder welke omstandigheden schoolbesturen in aanmerking kunnen komen voor de voorziening. Het ligt voor de hand dat hierbij het stramien van de bijlage wordt gevolgd. Op deze wijze kan, indien de raad de voorziening bekrachtigt, op relatief eenvoudige wijze de voorziening worden ingepast in de verordening.

Artikel 4 Jaarlijks overzicht

De wet stelt dat het college verplicht is om jaarlijks een overzicht bekend te maken van de op grond van de verordening toegekende voorzieningen. Dit moet gebeuren in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. In de verordening is ervoor gekozen om de bevoegde gezagsorganen die vallen onder de reikwijdte van deze verordening, rechtstreeks te informeren over de op grond van de verordening toegekende voorzieningen. Hiermee wordt een praktische invulling gegeven aan de mogelijkheid om via ‘een andere geschikte wijze' het overzicht te publiceren.

In de praktijk kan dit erop neer komen dat in het kader van het reguliere overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen een dergelijk overzicht wordt toegezonden.

Het college dient een overzicht te geven van voorzieningen die in de afgelopen 12 maanden zijn toegekend. Dit overzicht bevat:

  • de ‘reguliere' voorzieningen die zijn toegekend voor het eerste daaropvolgende tijdvak (waarover immers in de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar vantoezending, is beslist);

  • eventuele aanvullende voorzieningen waarover in het afgelopen jaar is beslist.

Artikel 5 Toevoegen, wijzigen en intrekken

Op het moment dat de raad voor de eerste keer de verordening vaststelt, wordt tegelijkertijd in de bijlage bij de verordening een aantal voorzieningen opgenomen. De raad kan te allen tijde de verordening wijzigen. Om richting schoolbesturen tijdig duidelijk te maken welke voorzieningen onder welke condities kunnen worden aangevraagd, is bepaald dat zes weken voor de indieningsdatum wijzigingen van de verordening (die leiden tot een wijziging met betrekking tot de voorzieningen) moeten worden bekendgemaakt.

Deze bepaling impliceert ook dat op het moment dat de raad aanvullende voorzieningen bekrachtigt en opneemt in de bijlage (en daarmee een wijziging van de verordening doorvoert), dit binnen zes weken voor de indieningsdatum moet worden bekendgemaakt. Indien een voorziening wordt toegevoegd, gewijzigd of ingetrokken, wordt feitelijk daarmee de bijlage bij de verordening aangepast waar de voorziening wordt genoemd. Aangezien de bijlage en de verordening zelf juridisch bezien een geheel vormen, dient een wijziging van de bijlage altijd opgevat te worden als een wijziging van de verordening.

Op basis van artikel 139 van de Gemeentewet dienen verordeningen bekend te worden gemaakt voordat deze rechtskracht verkrijgen. Dit artikel specificeert deze algemene bepaling in die zin dat de bekendmaking is gekoppeld aan de indieningsdatum. Hiermee wordt bereikt dat voorafgaand aan de aanvraagprocedure voor schoolbesturen duidelijk is welke voorzieningen onder welke voorwaarden kunnen worden aangevraagd. Indien voor een voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet noodzakelijk is en de raad wijzigt deze voorziening (of voegt een dergelijke voorziening toe), moet deze op basis van artikel 139 van de Gemeentewet bekend worden gemaakt voordat de wijzigingen rechtskracht verkrijgen.

Koppeling met gemeentelijke begrotingscyclus

De procedure van toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening kan worden gekoppeld aan het tijdstip van de behandeling van de gemeentebegroting. Er zijn drie verschillende scenario's denkbaar:

  • 1.

    Tijdens de voorbereiding van de begroting worden gelijktijdig voorstellen ontwikkeld voor aanpassing van de verordening. De besluitvorming kan dan gelijktijdig met de begrotingsbehandeling plaatsvinden. Het college van burgemeester en wethouders kan daartoe een uitgewerkt voorstel (conform het stramien zoals dat wordt gehanteerd in de bijlage) indienen bij de raad waarna besluitvorming kan plaatsvinden.

  • 2.

    Tijdens de begrotingsbehandeling wordt door de raad of door burgemeester en wethouders kenbaar gemaakt dat een wijziging van de verordening wenselijk is. In het algemeen lijkt het niet mogelijk dat de verordening tijdens dezelfde raadsvergadering nog wordt gewijzigd. In de regel zal dan in de eerstvolgende raadsvergadering de verordening worden gewijzigd. Om schoolbesturen tijdig de mogelijkheid te bieden om aanvragen voor te bereiden en in te dienen, is bepaald dat uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum de wijziging van de verordening wordt bekendgemaakt. De uiterste datum van bekendmaking van een wijziging zal in de regel medio december zijn (uitgaande van een indieningsdatum van 1 februari).

  • 3.

    Hoewel de algemene lijn is dat een wijziging van de verordening wordt behandeld in het kader van de gemeentebegroting waardoor de financiële consequenties van het eigen gemeentelijk beleid voor het onderwijs nadrukkelijk worden betrokken bij de afweging door de raad, wordt dit niet voorgeschreven. De raad kan te allen tijde besluiten tot het wijzigen van de verordening. Wel dient de bepaling in acht te worden genomen dat zes weken voor de indieningsdatum, de wijziging moet zijn bekendgemaakt.

De raad kan op het moment dat de voorziening wordt gewijzigd of toegevoegd, bepalen dat een andere indieningsdatum wordt gehanteerd, eventueel alleen voor het eerste jaar. De andere datum wordt dan opgenomen in de bijlage bij de betreffende voorziening.

Het intrekken van een voorziening verdient extra aandacht. Het intrekken van een voorziening moet ‘tijdig' worden bekendgemaakt. Afhankelijk van bijvoorbeeld de duur van de subsidie, de bedragen en de consequenties voor schoolbesturen dient een redelijke termijn te worden gehanteerd. Als variant zou het zelfs wenselijk kunnen zijn om een afbouwregeling te treffen, in die zin dat in de loop van een aantal jaren steeds minder subsidie ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 6 Indiening aanvraag

Eerste lid

Een schoolbestuur dat een voorziening wenst, kan deze voorziening aanvragen bij het college. Dit moet geschieden voor de indieningsdatum zoals die is geformuleerd in de bijlage bij de gewenste voorziening. Voorzieningen worden in het algemeen toegekend voor schooljaren. Om voor het schooljaar de aanvraagprocedure te hebben afgerond, lijkt een indieningsdatum van omstreeks 1 februari voor de hand te liggen. De keuze voor deze indieningsdatum is gebaseerd op drie overwegingen:

  • 1.

    Financiële beheersbaarheid

  • In samenhang met artikel 5, waarin is bepaald dat de toevoeging, wijziging en intrekking van voorzieningen zes weken voorafgaand aan 1 februari moet worden bekendgemaakt, kan de procedure voor het vaststellen van de voorzieningen sporen met het tijdstip van behandeling van de gemeentebegroting. Hiermee wordt beoogd dat bij het openstellen van voorzieningen door de gemeenteraad expliciet de financiële consequenties van het opnemen van een voorziening worden betrokken. Medio december is hiermee duidelijk welke voorzieningen voor het volgende schooljaar kunnen worden aangevraagd. Na bekendmaking van een eventueel subsidieplafond door het college kan vervolgens de aanvraagprocedure starten.

  • 2.

    Subsidieplafond

  • De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om per voorziening te bepalen dat een subsidieplafond geldt. Nadat de voorzieningen bekendgemaakt zijn en het subsidieplafond is vastgesteld door het college kunnen aanvragen voor voorzieningen worden ingediend. Voor voorzieningen waarvoor een subsidieplafond geldt, is het noodzakelijk dat een moment van beoordeling wordt gehanteerd. Het wettelijke vereiste `gelijke maatstaf' impliceert immers dat scholen in gelijke omstandigheden gelijk worden behandeld. Op een moment moet het college beoordelen of alle aanvragen gezamenlijk een overschrijding van het subsidieplafond opleveren.

  • 3.

    Koppeling schooljaar

  • De voorzieningen die op basis van deze verordening kunnen worden aangevraagd, zijn in het algemeen gekoppeld aan activiteiten voor het onderwijsproces waardoor een koppeling met het schooljaar voor de hand ligt. De aanvraagprocedure is zo vormgegeven dat de raad eerst de voorzieningen vaststelt, dat de procedure van aanvragen en beoordelen doorlopen kan worden en dat voor het begin van het schooljaar duidelijk is welke voorzieningen zijn toegekend.

  • De indieningsdatum is een fatale datum. Hiervoor is gekozen om te voorkomen dat bij hantering van een subsidieplafond de verdeling van het budget over alle bevoegde gezagsorganen, niet plaats kan vinden omdat een van de aanvragen nog moet worden ingediend.

  • Desgewenst kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat bevoegde gezagsorganen die een aanvraag wensen in te dienen, gebruik moeten maken van een standaardformulier. Een dergelijk standaardformulier zou opgebouwd kunnen worden aan de hand van de gegevens die het schoolbestuur moet overleggen bij de aanvraag.

Tweede lid

Bij de aanvraag dient een aantal gegevens dat noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag te worden bijgevoegd. De bepaling is opgebouwd uit een opsomming van enkele gegevens die bij elke aanvraag moet worden vermeld. Uit de omschrijving van de voorziening in de bijlage kan namelijk worden opgemaakt welke toekenningscriteria gelden en daarmee welke additionele gegevens noodzakelijk zijn om te beoordelen of een schoolbestuur in de omstandigheid verkeert dat het aanspraak kan maken op een voorziening.

Indien de voorziening wordt gevraagd voor de school als zodanig, wordt gevraagd naar de naam van de school en de schoolsoort. Indien de voorziening ter beschikking wordt gesteld aan het schoolbestuur als zodanig is dit niet noodzakelijk. Als bijvoorbeeld de gemeente schoolbesturen aanvullend wenst te faciliteren voor het voorbereiden en voeren van het overleg in het kader van het lokaal onderwijsbeleid, kan volstaan worden met het vermelden van de naam en het adres van het schoolbestuur, de dagtekening, de voorziening die wordt gevraagd en een gemotiveerde onderbouwing dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria bij de gevraagde voorziening.

Derde lid

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) schrijft voor dat het bestuursorgaan, voordat kan worden overgegaan om de aanvraag buiten behandeling te laten, het schoolbestuur de mogelijkheid moet bieden om de aanvraag binnen een redelijke termijn te completeren. In dit lid is een termijn van drie weken opgenomen. Indien het schoolbestuur geen gebruik maakt van deze termijn, of nog onvoldoende informatie geeft, voorziet de verordening er in dat het college de desbetreffende aanvraag buiten behandeling laat.

De Algemene wet bestuursrecht bepaalt bovendien dat een besluit van het college om de aanvraag niet te behandelen aan de aanvrager moet worden bekend gemaakt. De bekendmaking vindt plaats binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken (vgl. art. 4:5, lid 4 Awb).

Artikel 7 Beslissingstermijn

Eerste lid

Nadat aanvragen voor een of meer voorzieningen voor de indieningsdatum zijn ingediend, beschikt het college binnen 12 weken op de aanvraag. Het college heeft dus in beginsel drie maanden om op aanvragen te beschikken. De termijn is zo gekozen dat binnen deze termijn de verzoeken die onvolledig zijn nog kunnen worden gecompleteerd (ingevolge artikel 6, derde lid, dient het schoolbestuur binnen drie weken de aanvraag te completeren). De completering moet dus binnen de 12 weken plaatsvinden.

Dit is ook noodzakelijk omdat over alle aanvragen voor een voorziening op een moment moet worden beslist door het college in verband met een eventueel subsidieplafond. Op dit moment moet namelijk worden beoordeeld of de gezamenlijke aanvragen het subsidieplafond overschrijden.

Tevens wordt in dit lid bepaald dat in die gevallen waarin geen indieningsdatum wordt gehanteerd, de termijn waarbinnen het college een beschikking moet afgeven op 12 weken na ontvangst van de aanvraag wordt gesteld.

Tweede lid

Indien het college dit noodzakelijk acht kan de termijn van 12 weken, met vier weken worden verlengd.

Dit moet gemotiveerd worden medegedeeld aan de betrokken schoolbesturen.

Artikel 8 Weigeringsgronden

In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen die het college in ieder geval in acht neemt bij het afgeven van een beschikking op een aanvraag om in aanmerking te komen voor een voorziening.

In de weigeringsgrond genoemd in onderdeel a (`de gewenste voorziening is geen voorziening in de zin van deze verordening') komt tot uitdrukking dat de voorzieningen die in de verordening zijn opgenomen uitdrukkelijk limitatief zijn.

Daarnaast dienen aanvragen te worden getoetst aan de toekenningscriteria zoals deze per voorziening zijn vastgesteld. De bijlage bij de verordening bevat de voorzieningen en een omschrijving van de omstandigheid waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor de voorziening. Indien een aanvraag van een schoolbestuur tot toekenning van een voorziening niet voldoet aan één of meerdere van de toekenningscriteria, dient de gewenste voorziening te worden geweigerd.

In onderdeel c is de mogelijkheid opgenomen om een voorziening te weigeren als de subsidie die is gemoeid met het ter beschikking stellen van de voorziening, is uitgeput.

Artikel 9 Indiening aanvraag

Eerste lid

Dit lid voorziet in de mogelijkheid dat een schoolbestuur een aanvullende voorziening kan aanvragen.

Vanwege het spoedeisende karakter van deze voorzieningen is niet gekozen voor een bepaalde indieningstermijn.

Op het moment dat een aanvullende voorziening is bekrachtigd door de gemeenteraad (of indien de gemeenteraad niet binnen 12 weken beslist), is de aanvullende voorziening een reguliere voorziening in de zin van de verordening en kan deze voorziening alleen nog maar op basis van artikel 6

worden aangevraagd.

Tweede lid

Zie toelichting artikel 6, tweede en derde lid.

Artikel 10 Beslissingstermijn

Dit artikel volgt grotendeels het stramien van de besluitvormingsprocedure ten aanzien van de reguliere voorzieningen (artikel 7). Wel zijn de termijnen ingekort omdat het in het algemeen zal gaan om spoedeisende voorzieningen in geval van calamiteiten.

Bepaald is dat het college binnen vier weken beschikt op een aanvraag dan wel binnen vier weken nadat aanvullende gegevens zijn verstrekt door het schoolbestuur. Binnen twee weken na de datum van de beschikking dient het schoolbestuur schriftelijk op de hoogte te worden gebracht van de beschikking van burgemeester en wethouders.

Artikel 11 Weigeringsgronden

In dit artikel zijn de weigeringsgronden opgenomen die het college in ieder geval in acht neemt bij het afgeven van een beschikking op een aanvraag om in aanmerking te komen voor een aanvullende voorziening.

Artikel 12 Inhoud beschikking tot toekenning; betaling

Eerste lid

In beginsel kan op twee wijzen een voorziening ter beschikking worden gesteld: in `natura' of `financiële middelen' die het schoolbestuur vervolgens moet aanwenden voor de realisatie van de toegekende voorziening. Indien financiële middelen ter beschikking worden gesteld, gaat het altijd om een subsidie in de zin van de Awb.

Bij het ter beschikking stellen van subsidies, kunnen twee lijnen worden gevolgd. Het bestuursorgaan kan meteen overgaan tot het vaststellen van een subsidie. Dit is de lijn die in de verordening wordt gehanteerd. Het schoolbestuur aan wie de voorziening wordt toegekend, krijgt hiermee een definitieve aanspraak op de subsidie.

Indien de gemeente de vaststelling van een subsidie voor een voorziening vooraf wil laten gaan door een beschikking tot subsidieverlening dan moet op grond van de Awb de figuur van subsidieverlening in de verordening worden verankerd. Het college maakt dan gebruik van de mogelijkheid om eerst een voorwaardelijke aanspraak op een subsidie open te stellen (de subsidieverlening) en pas later definitief de hoogte van de subsidie vast te stellen (de subsidievaststelling).

Voor de meeste voorzieningen ligt een directe vaststelling van de subsidie voor de hand (waarmee een aanzienlijke vermindering van de bestuurslasten wordt bewerkstelligd). Het direct vaststellen van de subsidie ligt voor de hand bij relatief eenvoudige voorzieningen waarvan het subsidiebedrag vooraf kan worden bepaald en voor voorzieningen waarvoor een subsidieplafond geldt. Immers, bij een subsidieplafond is de hoogte van de subsidie bekend bij de toekenning.

Het hanteren van het systeem van verlening voorafgaand aan de vaststelling ligt voor de hand bij voorzieningen waarbij het om relatief grote bedragen gaat (bijvoorbeeld personeel) en bij voorzieningen waarbij de hoogte van het subsidiebedrag bij de toekenning nog niet vaststaat (bijvoorbeeld indien in de periode tussen verlening en vaststelling nog activiteiten moeten worden uitgevoerd waarvan de hoogte van de subsidie afhankelijk is).

Tweede lid

De beschikking tot toekenning van een voorziening dient in ieder geval een aantal elementen te bevatten.

De beschikking bevat de periode waarvoor de voorziening is toegekend, een omschrijving van de wijze waarop het schoolbestuur uitvoering dient te geven aan de voorziening en een omschrijving van het doel waarvoor de voorziening ter beschikking is gesteld. De wijze van uitvoering kan meer of minder gedetailleerd zijn. De wijze van uitvoering is een verplichting waaraan het schoolbestuur moet voldoen.

Indien het schoolbestuur niet aan deze verplichtingen voldoet, kan de voorziening geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd op grond van artikel 13.

Derde lid

Hier is bepaald dat beschikkingen tot subsidievaststelling een aantal extra gegevens dienen te bevatten.

Ten eerste dient het bedrag van de subsidie te worden aangegeven. Deze bepaling volgt uit de Awb. De middelen die worden toegekend zijn doeluitkeringen. Het college mag dan ook verlangen dat het schoolbestuur aangeeft dat de toegekende middelen zijn besteed aan het doel waarvoor ze zijn bestemd. In de beschikking kan dan ook worden verwoord op welke wijze het schoolbestuur verantwoording dient af te leggen over de besteding van middelen.

Afhankelijk van de toegekende voorziening kan de rekening en verantwoording meer en minder zwaar worden opgezet. Bij een voorziening `computer' kan een aankoopbon volstaan, bij de voorziening `vakleerkracht' kunnen bijvoorbeeld caso-overzichten en een verantwoording dat de leerkracht daadwerkelijk voor het betreffende vak is ingezet worden overlegd.

Daarnaast kan de beschikking aangeven dat de Awb van toepassing is en welke eventuele afwijkingen er van kracht zijn.

Artikel 13 Intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering

In dit artikel wordt kortheidshalve verwezen naar de Awb: deze kent een uitgebreide subsidietitel. In het kader van deregulering is het wenselijk de Awb rechtstreeks toe te passen.

Artikel 14 Terugvordering

Vervallen

Artikel 15 Verbod tot vervreemding

Met dit artikel wordt voorkomen dat bepaalde aan een schoolbestuur toegekende voorzieningen worden vervreemd door het schoolbestuur zonder dat toestemming van het college is verkregen. Uitzondering wordt gemaakt voor een bestuursoverdracht. Bij een bestuursoverdracht vindt formeel ook een vervreemding van de voorzieningen plaats. Hiervoor is echter geen toestemming van het college noodzakelijk.

Artikel 16 Informatieverstrekking

In deze bepaling is voorzien in de mogelijkheid dat het college nog nadere gegevens aan het schoolbestuur kan vragen. Weliswaar voorziet de verordening in een procedure voor die situatie dat een aantal gegevens ontbreekt bij de aanvraag; er kan echter ook een situatie ontstaan waarin het college om een nadere toelichting vraagt van hetgeen bij de aanvraag aan gegevens is bijgevoegd. Ook is het mogelijk dat het college tijdens de uitvoering nadere gegevens wenselijk acht, bijvoorbeeld indien het college toepassing wil geven aan de mogelijkheid om de (toekenning van een) voorziening in te trekken of te wijzigen.

Behoort bij besluit van de raad van de Gemeente Aa en Hunze d.d.13 februari 2013..

De griffier,

P. van Corbach