Handhavingverordening Wet werk en bijstand, Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijke Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers gemeente Aa en Hunze

Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Intitulé

Handhavingverordening Wet werk en bijstand, Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijke Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers gemeente Aa en Hunze

Raadsbesluit nr.

De raad van de gemeente Aa en Hunze;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 maart jl.;

gelet op artikel 8a van de Wet werk en bijstand en overwegende dat het noodzakelijk is de wijze waarop handhaving met betrekking tot de uitvoering van de Wet werk en bijstand plaatsvindt bij verordening te regelen;

BESLUIT:

in te trekken:

Handhavingverordening Wet werk en bijstand, Wet Investeren in Jongeren, Wet Werk en Inkomen Kunstenaars, Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijke Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers gemeente Aa en Hunze

vast te stellen:

Handhavingverordening Wet werk en bijstand, Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijke Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen en Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers gemeente Aa en Hunze 2013

Artikel 1 Definities

Voor de betekenis van de in deze verordening genoemde begrippen wordt verwezen naar de begripsomschrijvingen van de relevante wetten alsmede de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 2 Handhavingplan

  • 1.

    Het college zorgt, in het kader van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen uitkeringen alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de relevante wetten, voor het opstellen van een handhavingplan.

  • 2.

    In het Ihandhavingplan komt op zijn minst tot uitdrukking:

    • a.

      Aanpak fraudepreventie;

    • b.

      Aanpak frauderepressie.

Artikel 3 Afstemming en terugvordering

  • 1.

    Vervallen

  • 2.

    Terugvordering van ten onrechte ontvangen uitkeringen vindt plaats op grond van de relevante wetsartikelen zoals in de wetten is omschreven. Elke wet heeft hieromtrent een afzonderlijke paragraaf.

  • 3.

    In principe wordt er altijd teruggevorderd met inachtneming van artikel 5 van deze verordening.

  • 4.

    Het college stelt nadere regels met betrekking tot terugvordering.

Artikel 4 Invordering en kwijtschelding

Het college stelt nadere regels met betrekking tot de invordering en kwijtschelding.

Artikel 5 Onvoorziene omstandigheden en hardheidclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 6 Citeertitel en inwerkingtreding.

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking een dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2013

  • 2.

    De handhavingverordening WWB/WIJ/IOAW/IOAZ die is vastgesteld op 27 maart 2012 wordt gelijktijdig ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als “de Handhavingverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aa en Hunze, gehouden op.
De griffier, De voorzitter,
Mr. E.P. van Corbach Drs. H.F. van Oosterhout.

TOELICHTING

Vooraf:

Met ingang van 1 januari 2010 is de wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten (Wet BUIG) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet BUIG per 1 januari 2010 heeft de gemeente een grotere beleidsmatige rol en financiële verantwoordelijkheid rond de uitvoering van de IOAW, IOAZ en (voor een deel) het Bbz 2004 gekregen.

Door de Wet BUIG wordt het aantal landelijke regels verder teruggedrongen. In de plaats komt een grotere beleidsruimte voor de gemeente. Daardoor wordt het college ook gehouden om op een aantal punten zelf beleid te ontwikkelen.

Daarnaast moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot:

  • 1.de

    verlaging van uitkeringen IOAW en IOAZ en als gevolg van verwijtbaar handelen van de belanghebbende (maatregelenverordening)

  • 2.

    de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WWB en de IOAW en de IOAZ in het kader van het financiële beheer (handhavingverordening).

Waarom deze verordening?

Per 1 januari 2013 treedt de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in werking. De wet omvat wijzigingen in de sociale zekerheidswetten, arbeidswetten en de wetgeving op het terrein van de kinderopvangtoeslag. Het doel is harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden, met als doel het behouden van draagvlak voor de sociale zekerheid en het met kracht bestrijden van fraude. Het kabinet wil mensen perspectief bieden op fatsoenlijk werk en inkomen en het draagvlak behouden voor sociale voorzieningen. Fraudebestrijding is daarbij een cruciaal onderdeel. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat alleen mensen die het echt nodig hebben gebruik maken van de sociale zekerheid. Een steviger aanpak van fraude bij zowel burgers als bedrijven is dan ook nodig, aldus het kabinet.

Met de invoering van de Wet aanscherping wijzigt de Wet werk en bijstand op een aantal onderdelen. Het sanctioneren van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting, waardoor bijstand onverschuldigd wordt betaald, behoort niet langer tot de verordende bevoegdheid van de gemeenteraad en uitvoeringsplicht van het college. In plaats daarvan is bij wet geregeld dat een boete wordt opgelegd. De onderdelen die betrekking hebben op de gevolgen van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting zijn daarmee komen te vervallen. De huidige verordening wordt daarop aangepast door het laten vervallen van artikel 3 eerste lid. In dit lid stond een verwijzing naar de afstemmingsverordening voor wat betreft het opleggen van een maatregel als de inlichtingverplichting niet was nagekomen.

De bepalingen met betrekking tot het opleggen van een maatregel zijn vervallen in de afstemmingsverordening. Ze vervallen daarom ook in deze verordening.

Deze verordening betreft een kaderverordening. Jaarlijks stelt het college een handhavingplan vast waarin minimaal wordt aangegeven de wijze van preventieve en repressieve handhaving. Preventief beleid vormt een belangrijk onderdeel van misbruikbestrijding, immers: voorkomen is beter dan genezen. Voorkomen moet worden dat mensen die onterecht een beroep doen op de relevante regelgeving en toch een (te hoge) uitkering ontvangen. Alle activiteiten gericht op preventie kunnen gerekend worden tot de zogenaamde ‘poortwachterfunctie’, dat wil zeggen het bewaken van de toegang tot de uitkering en de controle op het recht op de uitkering bij het zittende bestand'. Repressief beleid, gericht op misbruikbestrijding, bestaat uit het opleggen van sancties en het terugvorderen van fraudeschulden.