Regeling vervallen per 05-01-2022

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent maaltijdvoorziening Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019

Geldend van 15-01-2019 t/m 04-01-2022

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent maaltijdvoorziening Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019

De raad van de gemeente Altena,

gelezen het voorstel van de Altenacolleges,

gelet op het feit dat in 2015 de Participatiewet van kracht werd,

overwegende dat het gewenst is de subsidieverlening aan inwoners met een laag inkomen die gebruik maken van het systeem van maaltijdvoorziening te regelen in een verordening,

gelet op artikel 147, juncto artikel 108, van de Gemeentewet;

besluit:

  • 1.

    Vervallen te verklaren:

    • de verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening 2003, vastgesteld door de raad van de gemeente Aalburg op 25 september 2003.

    • de verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening 2017, vastgesteld door de raad van de gemeente Werkendam op 26 september 2017.

    • de verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening 2009, vastgesteld door de raad van de gemeente Woudrichem op 31 maart 2009.

  • 2.

    Vast te stellen: Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019.

Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019.

Artikel 1. Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    maaltijdvoorziening: het systeem van maaltijdvoorziening, zoals dat in de gemeente Altena wordt uitgevoerd door Stichting Trema, en daarnaast het distributiesysteem van de diepvriesmaaltijden;

  • b.

    maaltijd: de te gebruiken warme maaltijd dan wel de diepvriesmaaltijd;

  • c.

    sociaal minimum: het bedrag van de van toepassing zijnde norm inclusief de maximale gemeentelijke toeslag in het kader van de Participatiewet (Pw).

    Met sociaal minimum worden de bedragen bedoeld zoals genoemd in artikel 20, 21 ,22 en 23 van de Participatiewet;

  • d.

    de gebruiker: de persoon die, na indicatie, gebruik maakt van het systeem van maaltijdvoorziening;

  • e.

    inkomen: het totaal van netto inkomsten, bestaande uit loon, uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid, alimentatie en pensioenuitkeringen.

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van de verordening is het verstrekken van een financiële bijdrage aan inwoners van de gemeente Altena met een laag inkomen die gebruik maken van de maaltijdvoorziening.

Artikel 3. Hoogte van de bijdrage

De bijdrage als bedoeld in artikel 2 bedraagt het verschil tussen de prijs die de gebruiker van de warme maaltijd is verschuldigd en het bedrag van € 3,45. Het bedrag van € 3,45 wordt jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 4. Doelgroep

  • 1. Voor een volledige bijdrage als bedoeld in artikel 3 komt de gebruiker in aanmerking met een inkomen tot maximaal 110% van het sociaal minimum.

  • 2. Voor een bijdrage van 50% van het bedrag als bedoeld in artikel 3 komt de gebruiker in aanmerking met een inkomen tussen 110% en 120% van het sociaal minimum;

  • 3. De gebruiker met een inkomen vanaf 120% van het sociaal minimum komt niet voor een bijdrage in aanmerking.

Artikel 5. Indiening aanvraag

De gebruiker dient een aanvraag voor subsidie bij het college in.

Artikel 6. Toekenning bijdrage

  • 1. Het college neemt binnen acht weken een beslissing op de aanvraag;

  • 2. De gebruiker ontvangt van het college schriftelijk bericht van de beslissing op de aanvraag.

  • 3. Tegen de beslissing kan de gebruiker schriftelijk bezwaar maken bij het college.

  • 4. Een toe te kennen bijdrage kan rechtstreeks in mindering worden gebracht op de door de gebruiker verschuldigde maaltijdprijs

Artikel 7. Uitvoering en evaluatie

Ter uitvoering van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders nadere werkinstructies vaststellen.

In het jaarverslag wordt melding gemaakt van het gebruik en de uitvoering van deze verordening.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op de dag van openbare bekendmaking.

Artikel 9. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Altena van 8 januari 2019

De voorzitter,

M.A. Fränzel MSc

de raadsgriffier,

Drs. S.J. Peet

Bijlage A Toelichting Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019

Toelichting Verordening subsidieverlening maaltijdvoorziening Altena 2019

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Dit artikel beschrijft een aantal in de verordening genoemde begrippen.

Deze verordening vergoedt uitsluitend de maaltijden die verstrekt worden door Trema of Pro Seniore. Dat kan een warme maaltijd zijn, of een diepvriesmaaltijd.

Er zijn ook andere mogelijkheden om een maaltijd te betrekken, bijv. van andere distributeurs of door deze zelf te (laten) kopen in een supermarkt.

De maaltijden die via Trema of Pro Seniore bezorgd worden door vrijwilligers, voldoen aan de gezondheidscriteria. Het is van belang om dit systeem in stand te houden. Daarom is het niet wenselijk om ook andere maaltijden te vergoeden, omdat dan onvoldoende bekend is of het maaltijden betreft die voldoen aan de criteria. Ook qua uitvoering is het niet wenselijk om andere vormen te vergoeden.

Voor de volledigheid wordt hierbij opgemerkt dat de volgende inkomstenbestanddelen niet tot het inkomen worden gerekend: uitkeringen in het kader van de Algemene Kinderbijslagwet, inkomsten op grond van de Huurtoeslag, inkomsten voor een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, inkomsten uit vermogen, inkomsten op basis van artikel 39, tweede lid, van de Participatiewet (stimuleringspremies en vrijlatingen bij deeltijdwerk).

Om het negatieve effect van de armoedeval te verkleinen wordt op het inkomen de niet-maximaal ontvangen huurtoeslag en de niet (volledig) ontvangen kwijtschelding gemeentelijke belastingen op het in aanmerking te nemen inkomen in mindering gebracht.

Artikel 2

Het verstrekken van een bijdrage aan gebruikers met een laag inkomen zorgt ervoor dat deze groep gebruikers in staat wordt gesteld om dagelijks een warme maaltijd te gebruiken. Idem wat betreft een diepvriesmaaltijd.

Dit past in het beleid om te stimuleren dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Onder ‘laag inkomen’ wordt verstaan een inkomen tot maximaal 120% van het sociaal minimum.

Artikel 3

De prijs van de warme maaltijd zoals aangegeven in art. 32 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 bedraagt € 3,10 per 1 januari 2007. Per februari 2007 is de Uitvoeringsregel Loonbelasting 2001 gewijzigd en is het basisbedrag voor een warme maaltijd uit de regeling verdwenen.

Om aansluiting met het basisbedrag te blijven houden, dient het tot dusver gehanteerde basisbedrag jaarlijks te worden geïndexeerd.

De bijdrage als genoemd in dit artikel bestaat uit het verschil tussen de prijs van de maaltijd (zowel warm als diepvries) die aan de gebruiker in rekening wordt gebracht en het bedrag van € 3,45. Dit bedrag van € 3,45 wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS en afgerond op € 0,05. De laatste indexering vond plaats per 1 januari 2018.

Het compensatie prijsindexatiecijfer voedingsmiddelen (01100) was in december 2014 114,34. In november 2015 was dit getal 115,35. Een stijging dus van 1,01%.

Dit betekent dat de prijs van de maaltijd in 2015 van € 3,41 met 1,01% stijgt naar € 3,44. Afgerond wordt de nieuwe prijs voor het jaar 2016 € 3,45 per maaltijd.

Bij de jaarlijkse indexatie van 2019 heeft er geen stijging plaats gevonden. Dit betekent dat de nieuwe prijs voor het jaar 2019 €3,45 per maaltijd blijft.

Artikel 4

Voor de maaltijdvoorziening komt iedereen in aanmerking die daartoe is geïndiceerd. Er geldt geen leeftijdscriterium.

Het sociaal minimum is de van toepassing zijnde norm van de Participatiewet. De Participatiewet maakt een onderscheid in normbedragen tussen personen beneden en boven de leeftijd van 65 jaar.

Een vermogenstoets vindt niet plaats.

Om het effect van de armoedeval te verkleinen, wordt gekozen voor een afbouw van de bijdrage bij een hoger inkomen. Verder wordt de armoedeval tegengegaan door in andere inkomensondersteunende voorzieningen (o.a. bijzondere bijstand) een bepaling op te nemen dat de niet-ontvangen bijdrage maaltijdvoorziening in mindering wordt gebracht op het in aanmerking te nemen inkomen bij een aanvraag voor één of meer van de bedoelde andere regelingen.

Artikel 5

De regeling wordt op een laagdrempelige wijze uitgevoerd. Dit wordt bereikt door bij het vaststellen van de indicatie de toekomstige gebruiker te attenderen op de mogelijkheid een bijdrage aan te vragen.

Indien de nieuwe gebruiker voor een bijdrage in aanmerking wenst te komen, verstrekt de indicatiesteller een aanvraagformulier.

Artikel 6

Klantgericht uitvoeren van deze regeling gebeurt door de subsidie rechtstreeks in mindering te brengen op de verschuldigde prijs van de maaltijd.

Artikel 7

Het college stelt nadere uitvoeringsregels op. Daarin wordt onder meer ingegaan op de afstemming met de distributeurs van de warme maaltijden en de diepvriesmaaltijden, de indicatiesteller, Stichting Trema, Pro Seniore en Stichting Stromenland te Almkerk.

De aantallen gebruikers en de hoogte van de toegekende subsidie wordt opgenomen in het jaarverslag van Buro Altena WIZ.

Artikel 8

Dit artikel behoeft geen extra toelichting.

Artikel 9

Dit artikel behoeft geen extra toelichting.

Verordening subsidieverlening gebruikers maaltijdvoorziening Altena 2019, normbedragen per 1 januari 2019

  • A.

    Inkomensnormen tot 110% van het sociaal minimum.

    Als het inkomen (incl. vakantietoelage) lager is dan onderstaande bedragen, wordt de maximale bijdrage toegekend.

Met sociaal minimum worden de bedragen bedoeld zoals genoemd in artikel 20, 21 ,22 en 23 van de Participatiewet.

  • B.

    Inkomensnormen van 110% tot 120% van het sociaal minimum.

    Als het inkomen (incl. vakantietoelage) hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag onder A., maar lager dan onderstaande bedragen, wordt een bijdrage van 50% toegekend.

Met sociaal minimum worden de bedragen bedoeld zoals genoemd in artikel 20, 21 ,22 en 23 van de Participatiewet.

De eigen bijdrage voor de volledige warme maaltijd of voor de diepvriesmaaltijd bedraagt voor huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum vanaf januari 2019: € 3,45.

Huishoudens met een inkomen van 110% tot 120% van het sociaal minimum, ontvangen in 2019 50% korting op het verschil tussen de prijs van de verschuldigde maaltijd en het bedrag van € 3,45.