Regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Ameland 2019

Geldend van 01-04-2019 t/m heden

Intitulé

Regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Ameland 2019

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ameland,

gelet op artikel 18, lid 1 tot en met 4 van de Verordening begraafplaatsen gemeente Ameland 2019;

besluit

vast te stellen nadere regels voor grafbedekkingen en grafbeplanting op de gemeentelijke

begraafplaatsen.

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE NADERE REGELS

Artikel 1. Begripsbepalingen

De nadere regels verstaan onder:

  • a.

    gedenkteken: steen, zerk of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

  • b.

    grafbeplanting: alle beplanting die op het graf staat of wordt geplant.

  • c.

    stèle: smalle staande steen op het hoofdeind van het graf

  • d.

    duurzame materialen: materialen die lang meegaan, gemakkelijk hergebruikt kunnen worden en geen al te grote belasting voor het milieu opleveren zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.

Artikel 2. Aanvraag vergunning

  • 1.

    Voor de aanvraag om een vergunning tot het hebben of verwijderen van een grafbedekking moet gebruik worden gemaakt van een aanvraagformulier. Bij de vergunningaanvraag moet een werktekening worden ingediend.

  • 2.

    Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen:

  • a.

    een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

  • b.

    de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

  • c.

    de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

  • d.

    de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);

  • e.

    het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.

  • 3.

    Gedenktekens die van een materiaal gemaakt worden die een heropening van het graf in de weg staan, worden geweigerd.

Artikel 3. Maximale afmetingen voor grafbedekking

De maximale afmeting voor de afdekking van een particulier graf op de begraafplaatsen bedraagt 90 cm breed, 180 cm lang en maximaal 150 cm hoog met een maximaal gewicht van 1.000 kg. Voor urnengraven geldt een afmeting van 45 x 45 cm. In de historische zones mag de hoogte maximaal twee meter zijn.

Artikel 4. Beslissing op de aanvraag

  • 1.

    De termijn om op de vergunningaanvraag, bedoeld in artikel 2, te beslissen bedraagt 8 weken.

  • 2.

    De beslissing op de aanvraag kan éénmaal met maximaal 6 weken verlengd worden. De verlening moet gedaan worden vóór afloop van de beslistermijn, bedoeld in lid 1.

Artikel 5. Plaatsen of aanbrengen van grafbedekking

  • 1.

    Het (laten) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op particuliere graven geschiedt door de rechthebbende. Op particuliere urnengraven geschiedt dit door de gebruiker.

  • 2.

    Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of afsluitplaten, of beplantingen, komen voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker.

  • 3.

    Rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht voor het onderhoud van de grafbedekking zorg te dragen. Verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 6. Gedenkteken

  • 1.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt.

  • 2.

    De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

Artikel 7. Losse bloemen en planten

Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen eenjarige gewassen worden geplant.

Artikel 8. Winterharde gewassen

De winterharde gewassen die op de graven worden geplant mogen de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.

HOOFDSTUK 2: NADERE REGELS HISTORISCHE ZONES

Artikel 9. Nieuwe grafmonumenten

  • 1.

    Nieuwe grafmonumenten dienen in afmeting, vorm, materiaal, kleur en afwerking te harmoniëren met de al aanwezige grafmonumenten.

  • 2.

    Materiaal dient bij voorkeur passend te zijn bij het bestaande (Belgisch hardsteen, graniet, marmer).

  • 3.

    Een gepolijste afwerking van het materiaal is niet toegestaan.

  • 4.

    Tekstvlakken dienen in overeenstemming te zijn met de teksten en tekstvlakken op de oude graftekens. Deze tekst mag ofwel verheven in een gebouchardeerd of geprikt vlak aangebracht worden ofwel verzonken in de steen aangebracht.

  • 5.

    Het aanbrengen van symboliek is toegestaan.

Artikel 10. Hergebruik oude grafmonumenten

  • 1.

    Na een bijzetting mag het bestaande grafmonument aangepast worden.

  • 2.

    De achterzijde van stèles die geplaatst zijn op de lijst van te behouden grafmonumenten, mag niet gebruikt worden om nieuwe grafteksten op uit te beitelen.

  • 3.

    Toegestaan is om aan de voet van de stèle een kleine hardstenen tekststeen te plaatsen met daarop een nieuwe inscriptie die harmonieert met de oude steen. De steen dient qua grootte in verhouding te zijn met de stèle. Dus niet breder dan de stèle en maximaal 40 cm lang. Banden, palen en kettingen en dergelijke die het oorspronkelijk graf omgeven dienen gehandhaafd te worden. Resterende grafruimte uitsluitend aan te vullen met oud grind of schelpen.

  • 4.

    Bestaande tekstplaten die op de stèle zijn geschroefd, mogen vervangen worden door een nieuwe waarop de nieuwe naam van de laatste overledene komt te staan. De nieuwe tekstplaat dient van dezelfde steensoort te zijn als de oude.

  • 5.

    Binnen een bestaand hekwerk kan een kleine nieuwe hardstenen zerk geplaatst worden. De restruimte met gras of lage niet woekerende bodembedekkers vullen.

  • 6.

    Indien mogelijk kan op zerken een nieuwe inscriptie toegevoegd worden. Een nieuw tekstvlak dient in overeenstemming te zijn met het bestaande, in vorm, afwerking en belettering. Bij hergebruik heeft het de voorkeur dat de namen van de eerder begraven overledenen blijven staan.

  • 7.

    Het onderhoud c.q. opknappen van het oude grafmonument is voor rekening van de nieuwe rechthebbende of gebruiker (in geval van een gedenkplaats) op het graf.

Artikel 11. Onderhoud grafmonumenten

  • 1.

    Bestaande grafmonumenten dienen bij herstel hun bestaande patina te behouden. Reiniging met hogedruk of agressieve middelen als zuren of andere chemische reinigingsmiddelen zijn niet toegestaan.

  • 2.

    Belettering die onleesbaar is geworden kan gezwart worden.

  • 3.

    Gebroken zerken mogen gestabiliseerd worden op een prefab-betonplaat die verder niet zichtbaar mag zijn. Bij voorkeur worden losse delen met strips of doken vastgezet.

Artikel 12. Instandhouding grafmonumenten

  • 1.

    Grafmonumenten waarvan de instandhouding door een derde gewaarborgd wordt, dienen in stand gehouden te worden volgens, in overeenstemming met de in de overeenkomst gestelde voorwaarden.

  • 2.

    Het is niet toegestaan nieuwe onderdelen toe te voegen aan in stand te houden grafmonumenten.

Artikel 13. Beplanting

  • 1.

    Op de graven in de historische zones zijn in principe geen vaste planten (winterhard) toegestaan.

  • 2.

    Bestaande beplanting mag maximaal 40 centimeter hoog worden.

Artikel 14. Bestaande grafmonumenten

Aan reeds bestaande grafmonumenten kunnen geen rechten worden ontleend.

HOOFDSTUK 3: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 15. Slotbepalingen

  • 1.

    De Regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Ameland 2006 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze nadere regels treden in werking op 1 april 2019.

  • 3.

    Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Ameland 2019.

TOELICHTING UITVOERINGSBESLUIT GRAFBEDEKKINGEN

Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt, kan het aanzien van de begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. Omdat de regels aan verandering onderhevig kunnen zijn, worden ze niet vastgelegd in de verordening maar in dit uitvoeringsbesluit. Daarbij is een verschil gemaakt in regels voor de begraafplaatsen als geheel en de uit de visie voortkomende historische zones. De algemene nadere regels (hoofdstuk I) gelden voor alle begraafplaatsen. De nadere regels voor de begraafplaatsengelden alleen voor de aangewezen zones op die begraafplaatsen.

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE NADERE REGELS

Artikel 1. Begripsbepalingen

Een grafbedekking is een veelomvattend begrip dat kan variëren van een eenvoudige kei tot een uitgekiende beplanting. Het begrip stèle is een specifiek type grafbedekking dat hier nader omschreven wordt omdat die een groot aandeel heeft in de karakteristiek van de begraafplaatsen. Ook wat verstaan wordt onder duurzame materialen is getracht hier te omschrijven, maar technische en wetenschappelijke ontwikkelingen kunnen ook nieuwe materialen opleveren.

Artikel 2. Aanvraag vergunning

De aanvraag voor een grafbedekking moet via een speciaal daarvoor gemaakt formulier worden ingediend. Als zo’n formulier volledig is ingevuld is daarmee verzekerd dat de aanvraag alle benodigde gegevens bevat. Op de werktekeningen zullen ook gegevens moeten worden vermeld als de naam van de rechthebbende op het graf en de plaats van het graf (vak en nummer). Het materiaal en de grootte van de letters en figuren verdient aandacht, aangezien de bevestiging soms kan loslaten. In de praktijk vindt ten behoeve van de nabestaanden meestal een controle plaats of het werk overeenkomstig de opdracht is uitgevoerd. Daarom kan een volledige opgave van de tekst, het lettertype en de figuratie van betekenis zijn.

Grafbedekkingen die van dien aard zijn dat ze een heropening van het graf in de weg staan, zoals een te hoog gewicht of gebruik van gevaarlijke materialen zijn vanzelfsprekend niet toegestaan.

Behandeling van de vergunningaanvraag

Bij de behandeling van de vergunningaanvraag zijn in ieder geval de volgende drie punten van belang:

  • 1.

    Eerst moet worden vastgesteld of de verzoeker een belanghebbende is (artikel 1:2 Awb) (hierna:

  • 2.

    “Belanghebbende”) bij de af te geven vergunning. Voor de beantwoording van deze vraag kan het (in elk geval) van belang zijn of de verzoeker in een directe familierechtelijke band staat met de persoon die in het graf is begraven en/of de rechthebbende op het graf. Ook eventuele erfgenamen zouden daartoe kunnen behoren, alsmede degene die als eigenaar van de grafbedekking wordt aangemerkt.

  • Als de verzoeker naar het oordeel van het college een belanghebbende is, moet worden nagegaan of er ook derde-belanghebbenden zijn. Dat is voorstelbaar: er zijn vaak meerdere erfgenamen, maar ook kan de persoon die in het graf begraven is meerdere kinderen hebben die allen als belanghebbende zouden kunnen worden aangemerkt. Om zorgvuldig te handelen ten aanzien van de eventuele derdebelanghebbenden en hun belangen (vgl. ook art. 4:8 Awb) doet de gemeente er verstandig aan om het verzoek en vervolgens de vergunning te publiceren door middel van een het plaatsen van een bord bij het graf of bij de ingang van de begraafplaats gedurende een bepaalde periode.

  • Bijvoorbeeld: publicatie van het verzoek vanaf de dag nadat het verzoek is ingekomen tot de dag waarop de vergunning verleend is en publicatie van de vergunning gedurende bezwaartermijn.

  • Indien de derde-belanghebbenden bij de gemeente bekend zijn, ligt het voor de hand dat de gemeente deze belanghebbenden in kennis stelt van het ingekomen verzoek en het (eventueel) genomen besluit daaromtrent. Ook kan de gemeente ervoor kiezen om zowel de aanvraag als de vergunning te publiceren in de nieuwsbrief Gemeente Info, conform art. 3:42 Awb.

  • 3.

    Dat het college de vergunning verleent, houdt niet in dat de gemeente gehouden is de kosten voor verwijdering te dragen en/of de feitelijke verwijdering zelf ter hand te nemen. Uitgangspunt is dat de gemeente slechts in publiekrechtelijke en privaatrechtelijke zin toestemming verleent voor het verwijderen van de grafbedekking, maar dat de feitelijke uitvoering daarvan voor rekening en risico van de verzoeker komt. Het is immers voor te stellen dat het in voorkomende gevallen noodzakelijk zal zijn om een kraan of ander zwaar materieel in te huren voor zware gedenktekens en dergelijke, waardoor schade zou kunnen ontstaan aan de begraafplaats en/of andere graven met grafbedekking. Ook kan de grafbedekking wegens ouderdom mogelijk niet stabiel genoeg zijn om te verwijderen. Voorts zal het in het belang van de gemeente zijn dat de begraafplaats daarna netjes wordt achtergelaten wordt. Om zo goed mogelijk in beeld te krijgen op welke wijze verzoeker voornemens is om de betreffende grafbedekking te verwijderen, is het verstandig om van verzoeker te vragen om bij zijn verzoek aan te geven om wat voor soort grafbedekking het gaat en hoe de verwijdering daarvan plaats zal vinden. Dit kan bijvoorbeeld in het aanvraagformulier worden verwerkt.

Artikel 3. Maximale afmetingen voor grafbedekking

De hier genoemde afmetingen en gewicht zijn bedoeld om geen uitwassen te krijgen die het aanzicht van de begraafplaatsen verstoren. Van oudsher zijn de monumenten in de historische zones hoger en smaller dan de jongere monumenten. Deze stijl wil de gemeente behouden, vandaar dat de afmetingen voor de zones verschillen. Het maximale gewicht heeft te maken met capaciteit van de beschikbare hulpmiddelen.

Artikel 4. Beslissing op de aanvraag

De bekendmaking van de beschikking van burgemeester en wethouders geschiedt door middel van toezending of uitreiking aan de aanvrager. Op basis van titel 4.1 van de Awb bedraagt de beslistermijn 8 weken en kan éénmalig met 6 weken worden verlengd. Tegen de vergunning of de weigering daarvan staat bezwaar en (hoger) beroep open.

Artikel 5. Plaatsen of aanbrengen van grafbedekking

Een te plaatsen of aan te brengen grafbedekking op een eigen of algemeen graf dient te worden gedaan door de rechthebbende of op een particulier urnengraf door de gebruiker. Dit heeft te maken met het feit dat het grafmonument na plaatsing eigendom wordt van de rechthebbende of gebruiker. Ditzelfde geldtook voor het (laten) plaatsen of aanbrengen van een gedenkteken of beplanting op een algemeen graf. Dit houdt automatisch in dat de gemeente geen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van grafbedekkingen in welke zin dan ook. Wel mag de gemeente verwachten dat het aanzien van de begraafplaats in goede orde blijft door de rechthebbenden en gebruikers te verplichten hun grafbedekking goed te onderhouden. Met het oog op het algemeen aanzien kan de gemeente wel, zonder nadere kennisgeving, losse materialen zoals verwelkte bloemen en kransen of kapotte voorwerpen (laten) verwijderen.

Artikel 6. Gedenkteken

Grafbedekkingen die niet uit duurzame materialen bestaan kunnen snel verweren of kapot gaan waarbij mogelijke schade aan bodem of omgeving wordt aangebracht. Losse onderdelen kunnen bij onderhoudswerkzaamheden van de grafbedekking loslaten wat een ongewenst effect heeft voor zowel rechthebbende, gebruikers en bezoekers.

Artikel 7. Losse bloemen en planten

Bloemen horen bij de dood. Een eerbetoon door middel van bloemen, kransen of potplanten is gebruikelijk. Wel kan de gemeente in het kader van het algemene aanzien van de begraafplaats uitgebloeide, verwelkte of anderszins storende voorwerpen van het graf verwijderen.

Artikel 8. Winterharde gewassen

Niet ieder blijvend gewas is geschikt om op een graf te worden aangebracht. Sommige van deze gewassen kunnen de gedenktekens schaden. Overleg tussen de rechthebbende of belanghebbende en de beheerder van de begraafplaats over de keuze van winterharde beplanting is daarom gewenst.

HOOFDSTUK 2: NADERE REGELS HISTORISCHE ZONES

Deze nadere regels zijn een verdere uitwerking van de in de visie en inventarisatie van de grafmonumenten vastgestelde cultuurhistorische waarden van de begraafplaatsen. Om deze waarden ook juridisch te kunnen waarborgen zijn enkele aanvullende regels nodig. Deze beogen het huidige beeld met de karakteristieke uitstraling zo veel mogelijk in stand te houden. Dat wil niet zeggen dat bijzettingen of nieuwe graven/grafbedekkingen in de historische zones geheel uitgesloten zijn, maar de wijze waarop dient wel goed overwogen te worden.

Artikel 9. Nieuwe grafmonumenten

Wanneer in de aangewezen historische zones nieuwe grafmonumenten worden geplaatst, is het niet gebruikelijk een modern confectiemonument te plaatsen. Dat betekent dat bijvoorbeeld dekplaten niet toegestaan zijn. De regel dat stenen niet gepolijst mogen worden heeft te maken met het feit dat de stenen mogen verweren. Hierdoor zullen ze zich snel inpassen in het geheel. De regels willen bevorderen dat een nieuwe grafbedekking ingepast wordt in het bestaande geheel. Daarbij kan moderne vormgeving of hedendaagse symboliek duidelijk maken dat het monument toch van deze tijd is.

Artikel 10. Hergebruik oude grafmonumenten

Er vinden in de historische zones nog regelmatig bijzettingen plaats in bestaande graven. Behoud van de bestaande grafbedekking staat daarbij voorop. In dit artikel wordt een aantal mogelijkheden gegeven om de naam van de laatst begravene toe te voegen aan het bestaande monument. Bestaande grafmonumenten kunnen ook gebruikt worden om er een gedenkplaats van te maken, uiteraard moeten daarbij de hier gegeven regels in acht worden genomen.

Artikel 11. Onderhoud grafmonumenten

Moderne reinigingsmiddelen en apparaten zijn vaak schadelijk voor oude grafstenen. Om te voorkomen dat de oude grafstenen onnodig beschadigd worden zijn deze voorschriften nodig. Overleg met de beheerder voor aanvang van de werkzaamheden wordt sterk aanbevolen.

Artikel 12. Instandhouding grafmonumenten

De gemeente Ameland maakt het mogelijk dat grafmonumenten door derden in stand worden gehouden, bijvoorbeeld als gedenkplaats. Bij een overeenkomst met die strekking worden voorwaarden opgenomen die het behoud van het grafmonument moeten garanderen.

Artikel 13. Beplanting

Grafbeplanting is binnen de historische zones beperkt tot gras. Vaste planten, zeker wanneer ze ongecontroleerd buiten de graven groeien, leveren geen bijdrage aan het historische beeld en kunnen bovendien overlast opleveren voor de naastgelegen graven. Waar toch van oudsher beplanting op een graf staat, wordt dit gedoogd.

Artikel 14. Bestaande grafmonumenten

Het spreekt voor zich dat niet verwezen kan worden naar grafmonumenten die zijn geplaatst voordat dit beleid in werking kwam.

HOOFDSTUK 3: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 15. Slotbepalingen

Dit artikel spreekt voor zich.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in collegevergadering van 19 maart 2019.

De secretaris/directeur, de burgemeester,