Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Barendrecht

Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBarendrecht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingHandhavingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR
CiteertitelHandhavingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ 2010 ingetrokken. Artikel 6 bevat een hardheidsclausule. 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-04-2013nieuwe regeling

02-04-2013

Blik op Barendrecht, 11-04-2013

379027

Tekst van de regeling

Intitulé

Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR

De raad van de gemeente Barendrecht;

overwegende, de inwerkingtreding van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving per 1-1-2013;

gezien de bijbehorende beleidstukken;

gelet op het gerelateerde advies van de commissie Samenlevingzaken 19 maart 2013 ;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 12 februari 2013;

besluit:

vast te stellen de Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de raad : de gemeenteraad van de gemeente Barendrecht,

  • b.

    het college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht

  • c.

    wetten; Wwb, IOAW, IOAZ, Bbz2004

  • d.

    uitkering; Wwb, IOAW, IOAZ, Bbz2004

Hoofdstuk 2. Opdracht aan het college

Artikel 2. Opdracht aan het college

Het college zorgt voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wetten waaronder de bestrijding van fraude en ook misbruik en oneigenlijk gebruik van de wetten.

Hoofdstuk 3. Hoogwaardig handhaven

Artikel 3. Preventie

  • 1.

    Om misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstand te voorkomen en tegen te gaan verstrekt het college vroegtijdig informatie over de aan het recht op uitkering verbonden rechten en plichten evenals over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering.

  • 2.

    Het college draagt zorg voor een optimale dienstverlening met het doel de nalevingbereidheid van regels onder uitkeringsgerechtigden te vergroten.

Artikel 4. Repressie

  • 1.

    Het college zet in op vroegtijdige detectie en afhandeling van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering.

  • 2.

    Het recht op de uitkering en de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering wordt gecontroleerd door middel van signaalcontroles, heronderzoeken en themacontroles.

  • 3.

    Het College draagt zorg voor het op efficiënte wijze verkrijgen en onderzoeken van relevante informatie van de belanghebbende en derden met betrekking tot de uitkeringsaanvraag of voortzetting van de uitkering.

  • 4.

    Alle informatie over vermoedelijk misbruik of oneigenlijk gebruik, waaronder begrepen informatie van medewerkers en tips, wordt centraal binnen de BAR gemeenten geregistreerd en onderhouden met inachtneming van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • 5.

    Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering, legt het College een boete op zoals is voorgeschreven in de wetten.

  • 6.

    De ten onrechte verstrekte uitkering wordt teruggevorderd zoals is voorgeschreven in de wetten en het gemeentelijk beleid.

Hoofdstuk 4. Verantwoording

Artikel 5. Verantwoording

Het college informeert de gemeenteraad minimaal eenmaal per jaar over de uitvoering en de resultaten op het gebied van handhaving.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 6. Hardheidsclausule

Ih bijzondere gevallen, wanneer onverkorte toepassing van deze verordening zou leiden tot een klaarblijkelijke hardheid op grond van specifieke individuele situaties, kan het college gemotiveerd beslissen om af te wijken van een of meer bepalingen van deze verordening.

Artikel 7. Onvoorziene omstandigheden

In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 8. Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking op de datum van publicatie na vaststelling.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ 2010 ingetrokken.

Artikel 9. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Handhavingsverordening Uitkeringen 2013 Barendrecht-AR".

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 2 april 2013

Toelichting

Algemeen

Artikel 8a WWB schrijft voor dat de gemeenteraad regels dient te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. In de IOAW en IOAZ is dit niet voorgeschreven. Maar de handhaving wordt ook voor deze uitkeringen ingezet. De Bbz2004 kent ook geen eigen bepalingen op het gebied van handhaving, de uitvoering van de Bbz2004 is gekoppeld aan de Wwb.

Een goed handhavingsbeleid is belangrijk omdat dit voorkomt dat onterecht gemeenschapsgeld wordt uitgegeven. Als misbruik en oneigenlijk gebruik goed bestreden wordt, vergroot dit het draagvlak van de bijstandsverstrekking onder burgers. Een goed handhavingsbeleid beperkt de uitgaven op het Inkomensdeel. In het kader van effectieve fraudebestrijding is terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand belangrijk en

verplicht vanaf 1 januari 2013.

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Betreft algemene begripsbepalingen, geen toelichting nodig.

 

Hoofdstuk 2 opdracht aan het college

De verantwoordelijkheid voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wwb, IOAW, IOAZ en Bbz2004, wordt neergelegd bij het college.

 

Hoofdstuk 3 Hoogwaardig handhaven

Om misbruik en oneigenlijk gebruik van een uitkering te voorkomen en te bestrijden heeft de gemeente ingezet op het instrument hoogwaardig handhaven. Dit instrument bestaat uit:

  • a.

    vroegtijdig informeren

  • b.

    optimale dienstverlening

  • c.

    vroegtijdige detectie en afhandeling van fraude

  • d.

    consequente sanctionering

Maandelijks worden de signalen van het Inlichtingenbureau gecontroleerd. Dit zijn signalen van inkomsten, vermogen, bankrekeningen, studie, detentie, etc. Daarnaast zijn er re-integratieonderzoeken, mutaties en andere onderzoeken als daar aanleiding voor is. Via de themacontroles wordt er gericht op een bepaald onderwerp gecontroleerd. Het uitgangspunt is dat iedere klant minstens 1 keer per jaar persoonlijk contact heeft met een klantmanager.

Regionaal wordt er aangesloten bij het Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding (RCF). Via het RCF worden er controles verricht die de uitkeringen overstijgen. Ook wordt er ondersteuning geboden bij nieuwe wetgeving en bij het kiezen van instrumenten ter ondersteuning van de fraudebestrijding.

 

Hoofdstuk 4 Verantwoording

In dit hoofdstuk wordt invulling gegeven aan de aflegging van verantwoordelijkheid over het gehanteerde beleid op Het gebied van handhaving van het college aan de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt in het kader van de controlerende functie door de kennisneming van het gevoerde beleid in staat gesteld voorstellen te dóén tot verbetering of bijsturing van de kaders waarbinnen oneigenlijk gebruik en misbruik van uitkeringen worden bestreden.

 

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

In dit hoofdstuk is de mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te wijken van (delen van) de verordening opgenomen (doorgaans zal in die situaties alleen worden afgeweken in het voordeel van de belanghebbende).

De gemeenteraad geeft de vrijheid aan burgemeester en wethouders om te beslissen in gevallen waarin de verordening niet voorziet.