Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Beemster

Besluit Brandveiligheid en Hulpverlening

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBeemster
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit Brandveiligheid en Hulpverlening
CiteertitelBesluit Brandveiligheid en Hulpverlening Beemster
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Brandweerwet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

27-03-2009nieuwe regeling

24-02-2009

Binnendijks d.d. 18 april 2009, nt. 15/16

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit Brandveiligheid en hulpverlening(versie geldend sedert 27 maart 2009)

Burgemeester en wethouders van Beemster:

gelet op artikel 1, tweede lid van de Brandweerwet 1985 (“Brandweerwet”);

gezien het advies van:

  • -

    de gemeentelijk commandant Brandweer;

  • -

    de regionaal commandant Brandweer,

 

overwegende dat:

 

burgemeester en wethouders de zorg hebben voor:

  • 1.

    het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;

  • 2.

    het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen en bedreigende situaties anders dan bij brand;

  • 3.

    het bevrijden van mensen en dieren uit levensbedreigende of levensbeëindigde situaties bij brand en ongeval.

 

de uitvoering van werkzaamheden ter zake het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen tot de taak van de Brandweer behoort;

 

burgemeester en wethouders andere werkzaamheden dan hierboven bedoeld kunnen aanwijzen die de gemeentelijke Brandweer verricht;

 

de Brandbeveiligingsverordening voorschriften bevat over het gebruik van inrichtingen voor zover dit geen bouwwerken zijn als bedoeld in de Woningwet en de Bouwverordening;

 

de Bouwverordening voorschriften bevat over het gebruik van woningen, woonketens, woonwagens, andere gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en standplaatsen, waaronder in elk geval zijn begrepen voorschriften met betrekking tot onder meer brandveiligheid;

 

de Wet milieubeheer beoogt het milieu te beschermen, onder meer door de brandveiligheid te bevorderen;

 

de gemeente deelneemt aan de gemeenschappelijke regeling veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland;

 

het wenselijk is de voorzieningen voor brandveiligheid en hulpverlening in samenhang te treffen, de inbedding van de gemeentelijke Brandweer in de gemeentelijke organisatie de verantwoordelijkheid voor de brandweertaken onverlet laat;

 

besluiten vast te stellen het Besluit Brandveiligheid en Hulpverlening

Artikel 1 begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Veiligheidsketen

    De in elkaar grijpende schakels van de onderscheiden brandweertaken, te weten: Pro-actie, Preventie, Preparatie, Repressie, Nazorg en Bedrijfsvoering:

    • 1.

      Pro-actie: Structurele preventie als afgeleide van het algemene veiligheidsbeleid onder andere door te participeren in de beleidsvoorbereiding en het vertalen daarvan in ruimtelijke plannen, plaatselijke uitgangspunten en eisen voor de brandweerorganisatie;

    • 2.

      Preventie: Preventieve maatregelen gericht op het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid bij objecten en het inperken van eventuele gevolgen door het verbinden van voorwaarden aan uit te geven vergunningen;

    • 3.

      Preparatie: Het daadwerkelijk voorbereiden van de bestrijding via voorzieningen van bluswater en materieel tot en met het opstellen van aanvals- en rampenplannen en het inrichten van realistische oefeningen;

    • 4.

      Repressie: De regionaal gestuurde bestrijding en hulpverlening bij acute incidenten en noodsituaties door de inzet van mensen en middelen in plaatselijk of regionaal verband en bij rampen; vanuit de basisvoorziening wordt de repressie trapsgewijs opgeschaald

    • 5.

      Nazorg: betreft de menselijke opvang en verwerking bij ingrijpende ervaringen met het oog op het zo snel mogelijk terugkeren naar de reguliere taak alsook de hulp bij het afwikkelen van schadeclaims.

  • b.

    Rampbestrijding

    Rampen en zeer grote incidenten passen in de totale Veiligheidsketen. Vanwege de bijzondere aard, aanpak, verantwoordelijkheids- en bevoegdheidsstructuur behoren zij tevens tot een op zich staande, verbijzonderde activiteit.

  • c.

    Gemeentelijk Beleidsplan Brandweer Beemster 2007-2011

    Het één maal per vier jaar door Burgemeester en Wethouders vast te stellen beleidsplan zoals genoemd in artikel 5.

  • d.

    Regionale Brandweer Zaanstreek-Waterland

    De tak van dienst van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek – Waterland, belast met de taken volgens de Brandweerwet, de voornoemde gemeenschappelijke regeling en het regionaal organisatieplan.

  • e.

    Regionaal organisatieplan

    Het periodiek door het bestuur van de Veiligheidsregio Zaanstreek – Waterland vast te stellen organisatieplan, waarin de organisatie van de Brandweerzorg in de regio is vastgelegd. (Brandweerwet, artikel 4a).

Artikel 2 Gemeentelijke Brandweer

  • 1.

    Burgemeester en Wethouders beschikken over een gemeentelijke Brandweer, die als zelfstandig organisatieonderdeel is opgenomen in de gemeentelijke organisatie.

  • 2.

    De advisering over uit te geven vergunningen is functioneel ondergebracht bij de sector Grondgebied.

  • 3.

    Voor bedrijfsvoeringondersteuning is de Brandweer aangewezen op de gemeentelijke dienstverlening.

  • 4.

    Andere gemeentelijke organisatieonderdelen, het bureau van de regionale Brandweer of marktpartijen kunnen in de taakuitvoering van de Brandweer participeren. De Brandweer behoudt vanuit de onvervreemdbare, inhoudelijke verantwoordelijkheid de regie.

  • 5.

    Naast de hiërarchische communicatie heeft de commandant een rechtstreekse lijn met de verantwoordelijke portefeuillehouder/opperbevelhebber.

Artikel 3 Taken gemeentelijke Brandweer

Behoudens de door de Veiligheidsregio Zaanstreek - Waterland aan de Regionale Brandweer opgedragen taken of taakonderdelen bestaan de taken van de gemeentelijke Brandweer uit:

  • a.

    De optimalisering van inhoud en samenhang van de Veiligheidsketen zowel in de gemeente als in relatie tot de Veligheidsregio;

  • b.

    De deelneming aan grootschalige ongeval- en rampenbestrijding;

  • c.

    De zogenaamde "Dienstverlening" zijnde andere dan de onder a. genoemde werkzaamheden. Althans voor zover ze niet te maken hebben met het wegnemen van onmiddellijk gevaar voor mens en dier (vigerende Verordening Brandweerrechten Beemster).

Artikel 4 Regionale taken

  • 1.

    De (verantwoordelijkheid voor) de taken van de regionale Brandweerorganisatie en die van de Brandweer Beemster zijn in het regionaal organisatieplan zodanig op elkaar afgestemd dat er geen frictie bestaat over (onderdelen van) de Veiligheidsketen.

  • 2.

    De gemeentelijke Brandweer voert de opgedragen taken binnen de coördinatie van de Regionale Brandweer uit, en brengt zijn stem en expertise in bij de verdere ontwikkeling van de taken van en afstemming binnen de Veiligheidsregio.

Artikel 5 Beleidsplan Brandweer Beemster

  • 1.

    Burgemeester en Wethouders stellen eenmaal per vier jaar een gemeentelijk beleidsplan Brandweer Beemster vast, dat vorm geeft aan de wijze waarop aan de in artikel 3 omschreven taken uitvoering wordt gegeven.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde beleidsplan omvat een omschrijving van de taken en de bedrijfsvoering van de gemeentelijke Brandweer, de financiële middelen, een personeelsplan zoals bedoeld in artikel 7, alsmede overzichten van de voertuigen en overig materieel, de huisvesting en het meerjaren opleidings- en oefenplan.

  • 3.

    Het beleidsplan biedt inzicht in de wijze waarop in regionaal verband wordt samengewerkt;

  • 4.

    De concretisering van het beleidsplan vindt plaats in het kader van een jaarlijks vast te stellen gemeentelijke afdelingsplan.

Artikel 6 Instructie commandant

  • 1.

    De commandant heeft de algehele leiding en het bevel over de Brandweer overeenkomstig de voor hem door het college vastgestelde instructie en het vigerende Mandaatbesluit en het daarbij behorende mandaatregister.

  • 2.

    In deze instructie is de directe relatie van de burgemeester als opperbevelhebber met de commandant als uitvoerende manager vastgelegd. De interne organisatie van de Brandweer laat deze uitgangspunten onverlet.

Artikel 7 Personeel

  • 1.

    Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor een adequate personeelsvoorziening ten behoeve van de gemeentelijke Brandweer.

  • 2.

    De voorziening komt tot uitdrukking in een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen personeelsplan, waarin de eisen ten aanzien van het brandweerkorps en het brandweerpersoneel kwalitatief en kwantitatief zijn vertaald en voorzien van afweegfactoren en financiële consequenties.

  • 3.

    In het beleidsplan als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, wordt de samenvatting van de personeelsvoorzieningen opgenomen en worden eventuele perspectieven benoemd.

Artikel 8 Materieel

  • 1.

    Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor het voor de taakuitvoering benodigde hulpmiddelen, materieel en materiaal en dragen de brandweerorganisatie op om voor zover de verantwoordelijkheid strekt dit in staat van directe inzet te (doen) onderhouden.

  • 2.

    Binnen voorwaarden van goed ondernemerschap en samenwerking kunnen in regionaal verband diensten op dit gebied worden verricht.

  • 3.

    Burgemeester en Wethouders bepalen de plaats en de wijze waarop het materieel en de overige goederen van de gemeentelijke Brandweer worden ondergebracht, één en ander met inachtneming van de regionale uitgangspunten van het regionaal organisatieplan.

  • 4.

    Burgemeester en Wethouders leggen in een materieelplan de uitgangspunten aard en omvang van het materieel van de gemeentelijke Brandweer vast. In het beleidsplan ex artikel 5, wordt de samenvatting hiervan opgenomen en worden eventuele nadere perspectieven benoemd.

Artikel 9 Opleiding en oefening

Burgemeester en Wethouders dragen aan de commandant Brandweer de opleiding en de oefening van het brandweerpersoneel op, dat voor de taakuitoefening noodzakelijk is en mede passend is bij de regionale uitgangspunten.

Artikel 10 Bluswatervoorziening

Burgemeester en Wethouders dragen zorg voor een zodanige bluswatervoorziening dat de brandbestrijding in dit opzicht te allen tijde gewaarborgd is.

Artikel 11 Beleidsadvisering door de regionale Brandweer

  • 1.

    Het gemeentelijk beleidsplan Brandweer Beemster is een product van de commandant Brandweer, dat na advisering door de regionale Brandweer ter besluitvorming aan het college van burgemeester en wethouders wordt voorgelegd;

  • 2.

    Tussentijdse aanpassingen van de taken, de personele en materiële sterkte worden vooraf ter advisering voorgelegd aan de commandant van de regionale Brandweer, althans voor zover de aanpassingen van invloed zijn op het beleid, de slagkracht en de brandveiligheidsborging van de regio;

  • 3.

    De commandant van de regionale Brandweer reageert binnen een termijn van vier weken.

Artikel 12 Functievervulling operationele leiding

In de operationele leiding bij incidenten wordt voorzien door middel van een Regionale Regeling voor de Operationele Leiding.

Artikel 13 Citeertitel en in werking treden

  • 1.

    Dit besluit kan worden aangehaald als: "Besluit Brandveiligheid en Hulpverlening Beemster";

  • 2.

    De huidige Organisatieverordening brandweer Beemster zoals vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van Beemster op 10 oktober 1996, wordt door de raad in haar vergadering van 26 maart 2009 ingetrokken.

  • 3.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na die waarop de raad de huidige verordening als genoemd in het tweede lid heeft ingetrokken;

  • 4.

    Het besluit zal op grond van artikel 2 van de Brandweerwet binnen een week na vaststelling aan Gedeputeerde Staten worden gezonden.

Aldus vastgesteld d.d. 24 februari 2009

H.N.G. Brinkman, burgemeester

E. Kroese-Vrolijks, secretaris

Toelichting  

Inleiding

De gemeente Beemster bepaalt het ambitieniveau (brand)veiligheid aan de hand van de risicoanalyse binnen de gemeente, de daaraan verbonden preventie- en repressie eisen en de daartoe gekozen repressieve omvang. Eén en ander in samenhang met die van de regionale Brandweer. Het vastgestelde ambitieniveau is het uitgangspunt voor zowel het vierjarig gemeentelijk beleidsplan Brandweer Beemster als voor het jaarlijks op te stellen afdelingsplan. Het besluit beschrijft in het kort de opdracht aan de gemeentelijke Brandweer, inclusief de wettelijke, bestuurlijke en beleidsmatige kaders waarbinnen de Brandweer opereert.

 

Overwegingen

De voor de Brandweer relevante wetten en voorschriften zijn in de “overwegingen” opgenomen, de Brandweerwet, de Wet rampen en zware ongevallen, de Woningwet en de Wet milieubeheer. Daarnaast wordt de positie van de Veiligheidsregio Zaanstreek – Waterland (Regionale Brandweer) benoemd. Voor wat betreft de Brandweer bestaat de Veiligheidsregio (regionale Brandweer) uit de lokale brandweren en het gezamenlijke bureau. In regionaal verband worden naar aanleiding van de wettelijk opgedragen (regionale) taken afspraken gemaakt over de onderlinge afstemming en samenwerking. Getracht wordt om de efficiency en effectiviteit van de taakuitvoering in de regio (door de gemeenten) te bevorderen. De bestuurlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot regionale taken is vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

De begripsomschrijvingen zijn ontleend aan de definities van het Project Versterking Brandweer. Zij omvatten de vastgestelde taken volgens de Brandweerwet en de Wet Rampen en Zware Ongevallen. De “Veiligheidsketen” is een centraal begrip op strategisch, tactisch en operationeel niveau centraal. De keten bestaat uit in elkaar grijpende schakels, die zowel elkaar als de keten in zijn geheel versterken. De keten dient in zijn geheel “dragend”te zijn. Dit beeld breekt met het onderscheid tussen preventief en repressief optreden. Tevens biedt het herkennings- en aanknopingspunten met overige, verwante productaanbieders. Het benoemen van de keten vraagt om het uitwerken van de eisen die aan elke schakel worden gesteld.

 

Artikel 2 Gemeentelijke Brandweer

Artikel 1 van de Brandweerwet bepaalt dat er in elke gemeente een gemeentelijke Brandweer is, behoudens indien vanwege de samenwerking met andere gemeenten een vervangende regeling is vastgesteld. De gemeente Beemster heeft op haar eigen wijze de Brandweer als organisatorisch onderdeel in de gemeentelijke organisatie opgenomen. Terwijl taken en personeel ten dele over de gemeentelijke organisatie zijn verspreid laat dit de centrale verantwoordelijkheid voor de Brandweertaken onverlet. Deze inhoudelijke opdracht en verantwoordelijkheid drukt een kenmerkend stempel op organisatiewijze en taaktoedeling.

 

Artikel 3 Taken gemeentelijke Brandweer

De vaststelling van het takenpakket van de gemeentelijke Brandweer is een bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders. Anderzijds volgen de voornaamste taken uit wet- en regelgeving en is er sprake van afstemming met het regionale beleid.

 

Sub a: De taken worden benoemd in het door de gemeente vastgestelde beleidsplan Brandweer Beemster. De historische kern is dat de taken tenminste bestaan uit het voorkomen en beperken van brand, ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. De Veiligheidsketen speelt in op de evolutie van Brandweer- en Veiligheidstaken. Het begrippenkader Pro-actie, Preventie, Preparatie, Repressie, Nazorg en Bedrijfsvoering alsook de nadruk die is komen te liggen op de voorbereiding bij rampen en zware ongevallen verhelderen de activiteit. Het begrippenkader vormt het model voor doorlichting van de korpsen binnen onze regio (Nulmeting en kwaliteits”foto”, Twijstra en Gudde 2008). De taken zijn overigens mede in overeenstemming met de besluiten inzake de gemeentelijke bouwverordening en brandbeveiligingsverordening.

 

Sub b: De zware ongevals- en rampenbestrijding heeft zodanige eigen kenmerken dat deze weliswaar deel uitmaken van de totale “Veiligheidsketen” maar overigens een geheel eigen aanpak vergen met afwijkende samenwerkings-, bestuurlijke, verantwoordelijkheids- en bevoegdheidslijnen.

 

Sub c: Hier wordt de algemene dienstverlening door de Brandweer bedoeld, anders dan de wettelijke taken. Voorts wordt vastgelegd dat voor dienstverlenende taken een tarief in rekening wordt gebracht. Dit gebeurt overeenkomstig de ter zake door de gemeente vastgestelde verordening brandweerrechten.

 

Artikel 4 Regionale taken

De regionale taken corresponderen met de door de gemeenten van de Veiligheidsregio Zaanstreek – Waterland vastgestelde hoofdlijnen van beleid. Er is een (historisch lang bestaande) balans tussen de gemeenten onderling én de balans tussen gemeenten en regio. Samenwerkingsafspraken zijn neergelegd in het regionaal organisatieplan. Onder meer waar het de uitvoering van de wettelijk aan de regionale organisatie opgedragen taken betreft. De bevoegdheden en verantwoordingslijnen liggen vast in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 4 gaat het om het op regionaal niveau mede oppakken van gemeentelijke taken. Taken die ondersteunend en aanvullend zijn ten opzichte van de basistaken;Taken die naar de aard specialistisch zijn;Taken die een bovengemeentelijke aanpak vergen.Tot uitdrukking wordt gebracht dat het takenpakket van de Veiligheidsregio Zaanstreek – Waterland (Regionale Brandweer) overeen moet komen met de afspraken die in regionaal verband zijn gemaakt en die in het organisatieplan zijn vastgelegd.

 

Artikel 5 Beleidsplan Brandveiligheid en Hulpverlening

Dit artikel geeft de planning en controlcyclus aan bestaande uit een vierjarig beleidsplan en de jaarlijkse uitwerking in een afdelingsplan. Op deze wijze wordt aangesloten op de gemeentelijke systematiek in de bedrijfsvoering alsook op de begrotingscyclus. Primaire verantwoordelijkheden liggen vast in artikel 1 van de Brandweerwet.De schakels van de Veiligheidsketen zijn op zich en in hun onderlinge relatie onderworpen aan beleidsvoorbereiding, beleidsvaststelling en –uitvoering, waarbij de verantwoordelijkheid voor de brandweerzorg primair bij het organisatieonderdeel Brandweer ligt. Dat laat onverlet dat taakonderdelen door derden kunnen worden verricht. Het Beleidsplan geeft aan waar dit plaatsvindt. De basis voor het beleid ligt in het geïnventariseerde risicobeeld. Het is dit “beeld” dat vertaald wordt naar gewenst veiligheidsniveau, dimensionering van de Brandweeractiviteiten, en activiteiten.

 

Artikel 6 Instructie commandant

De Instructie commandant legt de grondslag voor de éénhoofdige leiding, waarbij de dagelijkse aansturing vanuit de kazerne commandant plaatsvindt, en de daaruit volgende gezagsverhoudingen die voor een goed functioneren van de Brandweer onmisbaar zijn. Op grond van artikel 173 Gemeentewet en artikel 2 Wet Rampen en Zware Ongevallen is sprake van een rechtstreekse relatie van de burgemeester met de brandweercommandant. Deze relatie is ook in breder opzicht van belang.

 

Artikel 7 Personeel

Hierbij gaat het om een adequate bezetting ter uitvoering van de taken volgens de Veiligheidsketen. Met inachtneming van het vastgestelde ambitieniveau. Het hanteren van een hogere kwaliteitseis behoort tot de gemeentelijke autonomie. Het vaststellen van de bezetting is een verantwoordelijkheid en bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders. De dimensionering van het personeel, alsmede de scheiding van uitvoering in eigen beheer en uitvoering door derden, wordt opgenomen in het beleidsplan en uitgewerkt in het afdelingsplan. Jaarlijks wordt de sterkte geëvalueerd, zo nodig herzien, en ingebracht in de begrotingsbesprekingen.

 

Artikel 8 Materieel

Hierbij gaat het om de kwaliteit en de kwantiteit van het materieel. Ook dit betreft een verantwoordelijkheid en bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders. Het eerste lid regelt aan de hand van de in het regionaal organisatieplan vastgelegde samenwerkingsafspraken, de verantwoordelijkheid voor de materieelvoorziening. Het tweede lid regelt de opslag van materieel en middelen in de gemeente. Jaarlijks wordt het aanwezige en benodigde materieel geëvalueerd, zo nodig herzien, en ingebracht in de begrotingsbesprekingen.

 

Artikel 9 Opleiding en oefening

Hierbij gaat het om de kwaliteit van de bezetting en om realistische voorbereidingen voor de daadwerkelijke repressie. De vaststelling van de benodigde kwalitatieve bezetting is een verantwoordelijkheid en bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders. De ondergrens wordt gevormd door landelijke kaders en regionale samenwerkingsafspraken, waarbij Burgemeester en Wethouders kunnen beslissen tot het toepassen van specifieke (hogere) kwaliteitseisen. Het meerjarenplan voor de opleiding en oefenen maakt de benodigde inzet inzichtelijk en hanteerbaar. In het afdelingsplan wordt dit per jaar concreet uitgewerkt.

 

Artikel 10 Bluswatervoorziening

Het blussen van branden is één van de belangrijkste Brandweertaken. Het blusmiddel water wordt het meest gebruikt. De zorg voor de brandveiligheid, zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Brandweerwet, geeft aan dat Burgemeester en Wethouders tevens verantwoordelijk zijn voor een adequaat bluswaterleidingnet, open water, speciale blusvijvers en/of geboorde putten. In de ruimtelijke planvorming dient hier rekening mee gehouden te worden. In de vorm van brandpreventieve criteria kunnen eigenaren worden verplicht tot het aanbrengen van ondersteunende voorzieningen in en om hun gebouwen. De gemeente bepaalt bij verordening waar de grens ligt tussen de publieke plicht om voor voldoende bluswater te zorgen en waar die zorg wordt opgelegd aan anderen. De openbare bluswatervoorziening dient van een kwantiteit en kwaliteit te zijn die is gerelateerd aan de gebruiksvoorschriften zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.

 

Artikel 11 Beleidsadvisering door de regionale Brandweer

In het besluit wordt het samenspel tussen gemeentelijke brandweren onderling en het samenspel tussen de gemeentelijke Brandweer en de Veiligheidsregio (Regionale Brandweer) inzichtelijk gemaakt. Met dit artikel wordt expliciet duidelijk gemaakt dat voorafgaand aan finale besluitvorming advies moet worden ingewonnen van de Veiligheidsregio (Regionale Brandweer). Dit betreft zowel het vierjaarlijkse gemeentelijk Beleidsplan Brandveiligheid en Hulpverlening, als eventuele tussentijdse aanpassingen van taken, personele en materiële sterkte van de gemeentelijke Brandweer, voor zover die van invloed zijn op het regionale beleid dan wel de regionale prestaties. Daarmee kan worden gewaarborgd dat de onderlinge verbondenheid van gemeenten en Veiligheidsregio (Regionale Brandweer) ook feitelijk in stand blijft. Als de Veiligheidsregio (Regionale Brandweer) om advies gevraagd wordt, zal de regionaal commandant dit advies verstrekken binnen een termijn van vier weken. In de totale procedure dient rekening gehouden te worden met de verantwoordelijkheids- en bevoegdheidslijnen van de gemeentelijke organisatie, en de Brandweer (-onderdelen) die daar qua taak of in personele zin is (zijn) ondergebracht.

 

Artikel 12 Functievervulling operationele leiding

Grotere incidenten moeten worden aangestuurd door de gekwalificeerde brandweerofficier. Omdat niet alle gemeenten in de Veiligheidsregio over voldoende officieren van dat niveau beschikken, wordt de beschikbaarstelling op bovengemeentelijk niveau georganiseerd. Dit is uitgewerkt in een regionale regeling voor de operationele leiding. Hierin worden de organisatiewijze van de Officier van Dienst, Hoofdofficier van Dienst, Regionaal Officier Gevaarlijke Stoffen, Adviseur Gevaarlijke Stoffen en Regionaal Commandant van Dienst geregeld. Artikel 12 benoemt de deelname van de gemeente Beemster aan deze regeling.

 

Artikel 13 Citeertitel en in werking treden

Het besluit dient op grond van artikel 2 van de Brandweerwet binnen een week na vaststelling aan Gedeputeerde Staten te worden gezonden.Met de invoering van het dualisme is het vaststellen van een organisatie”verordening” voor de brandweer een bevoegdheid van het college geworden. Omdat het vaststellen van Verordeningen een raadsbevoegdheid is zal het nieuwe stuk geen verordening worden genoemd maar besluit. Indien het college besluit een nieuw organisatiebesluit voor de Brandweer vast te stellen moet gelijktijdig de bestaande verordening worden ingetrokken. Omdat die verordening een raadsverordening betreft dient ook de intrekking ervan door dat orgaan te geschieden. Om te voorkomen dat twee regelingen gelijktijdig bestaan zal de het besluit Brandveiligheid en hulpverlening Beemster pas in werking treden op het moment dat de raad de verordening uit 1996 op 26 maart 2009 heeft ingetrokken.