Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Berkelland

Beleidregels terugvordering Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010, gemeente Berkelland

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBerkelland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidregels terugvordering Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010, gemeente Berkelland
CiteertitelBeleidregels Terugvordering Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010, gemeente Berkelland
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Beleidsregels Terugvordering WWB 2006.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet Werk en Bijstand, art. 58
  2. Wet Werk en Bijstand, art. 59
  3. Wet Werk en Bijstand, art. 60
  4. Wet investeren in jongeren, art. 54
  5. Wet investeren in jongeren, art. 55
  6. Wet investeren in jongeren, art. 56
  7. Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2010nieuwe regeling

24-11-2009

Berkelbericht, 01-12-2009

Collegevoorstel 24 november 2009

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidregels terugvordering Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010, gemeente Berkelland

Het college van de gemeente Berkelland,

gelet op de bepalingen in artikel 54, derde lid WWB en artikel 40, derde lid WIJ;

en de artikelen 58, 59 en 60 WWB en artikel 54, 55 en 56 WIJ en de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende dat het noodzakelijk is aanvullende regels te geven met betrekking tot het terugvordering bijstand of inkomensvoorziening;

besluit vast te stellen:

 

Beleidsregels terugvordering Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010, gemeente Berkelland

 

Uitgangspunten

De Wet werk en bijstand (WWB) is per 1 januari 2004 in werking getreden. De WWB bepaalt dat terugvorderen van ten onrechte verstrekte bijstand een bevoegdheid is van het college van B & W. Met andere woorden, het college heeft de bevoegdheid om zelf te bepalen of wordt teruggevorderd. Van deze bevoegdheid maakt het college van Berkelland gebruik.

Ook in de Wet investeren in jongeren (WIJ), die in werking treedt per 1 oktober 2009, is bepaald dat terugvorderen van een ten onrechte genoten inkomensvoorziening op grond van deze wet, een bevoegdheid van het college is. Ook van deze bevoegdheid maakt het college van Berkelland gebruik. De WIJ regelt het werkleeraanbod voor jongeren en is afgeleid van de systematiek van de WWB. Als een jongere wegens persoonlijke omstandigheden niet kan deelnemen aan een werkleeraanbod, heeft hij recht op een inkomensondersteuning. Als deze inkomensondersteuning ten onrechte is verstrekt, kan deze worden teruggevorderd.

In de WWB is terugvordering opgenomen in de artikelen 58, 59 en 60 WWB. In de WIJ is terugvordering opgenomen in de artikelen 54, 55 en 56 WIJ. Deze artikelen in de WWB en WIJ vormen de grondslag van het terugvorderingsbeleid. Daar waar het gemeentelijke beleid afwijkt, of op punten afwijkt van deze artikelen in de WWB en WIJ, is dit opgenomen in deze beleidsregels.

Door beleidsregels vast te stellen en kenbaar te maken, geeft de gemeente Berkelland meer bekendheid aan het beleid. Burgers en intermediairs, zoals belangenorganisaties van mensen met een laag inkomen, kunnen via de gemeentelijke communicatiekanalen kennis nemen van het beleid. Zo geeft de gemeente voorlichting en is transparant naar de burger toe. Hierdoor weten burgers welke rechten en plichten zij hebben.

Het afzien van terugvordering is niet meer in de WWB en niet in de WIJ opgenomen, omdat terugvordering een geheel eigen bevoegdheid van de gemeente is geworden. Dit geldt ook voor het kwijtscheldingsbeleid. Daarom zijn het afzien van terugvordering en het kwijtscheldingsbeleid in deze beleidsregels opgenomen.

 

Algemeen

Artikel 1. Gebruik maken van de bevoegdheid tot terugvorderen

Het college maakt gebruik van:

  • 1.

    de bevoegdheid tot herzien of intrekken van het besluit tot toekenning van artikel 54, derde lid WWB en artikel 40, derde lid WIJ;

  • 2.

    de bevoegdheid tot het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand zoals bedoeld in artikel 58, 59 en 60 WWB en artikel 54, 55 en 56 WIJ;

  • 3.

    De bevoegdheid zoals beschreven in het eerste en tweede lid geldt voor het college als een algemene verplichting, behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen.

 

Afzien van terugvordering

Artikel 2. Afzien van terugvordering

Het college kan afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit als:

  • 1.

    het terug te vorderen bedrag lager is dan € 100,00 en niet is ontstaan door fraude;

  • 2.

    een termijn van 6 maanden is verstreken na bekend worden van gegevens bij het college die hadden moeten leiden tot wijziging of beëindiging van de bijstand of de inkomensvoorziening, tenzij de belanghebbende de inlichtingenplicht heeft geschonden;

  • 3.

    hiertoe naar het oordeel van het college een dringende reden aanwezig is.

 

Kwijtschelding

Artikel 3. Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek

In afwijking van artikel 58 en 59 WWB en artikel 54 en 55 WIJ kan het college besluiten tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de teruggevorderde bijstand of inkomensvoorziening als:

  • 1.

    redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in artikel 4 onder lid 2 bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, én

  • 2.

    de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand of inkomensvoorziening tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.

Artikel 4. Afzien van kwijtschelding wegens schuldenproblematiek

Van kwijtschelding als bedoeld in artikel 3 wordt afgezien als:

  • 1.

    de terugvordering van bijstand of inkomensvoorziening het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende;

  • 2.

    de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden.

Artikel 5. Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van terugvordering wegens schuldenproblematiek

Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering als bedoeld in artikel 3 treedt niet in werking voordat tussen het college en/of schuldeisers en belanghebbende een schuldregeling tot stand is gekomen.

Artikel 6. Intrekking kwijtscheldingsbesluit schuldenproblematiek

Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van terugvordering of tot het gedeeltelijk afzien van verdere terugvordering als bedoeld in artikel 3 wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd als:

  • 1.

    niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen;

  • 2.

    de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet;

  • 3.

    onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

Artikel 7. Kwijtschelding na het voldoen aan de betalingsverplichting

In afwijking van artikel 58 WWB en artikel 54 WIJ kan het college besluiten van gehele of gedeeltelijke terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, met uitzondering van de gevallen waarbij de vordering door fraude is ontstaan, als de belanghebbende:

  • 1.

    gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en tenminste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of

  • 2.

    gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald en tenminste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of

  • 3.

    gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

  • 4.

    een bedrag, overeenkomend met tenminste 60% van de restsom in één keer aflost;

  • 5.

    door het aanvaarden van regulier werk meer dan 6 maanden onafhankelijk wordt van bijstand op grond van WWB of de inkomensvoorziening op grond van WIJ;

  • 6.

    naar het oordeel van het college op grond van dringende redenen voor kwijtschelding in aanmerking komt.

Artikel 8. Kwijtschelding na aanvaarden regulier werk

  • 1.

    De belanghebbende, als genoemd in artikel 7, vijfde lid, komt slechts voor kwijtschelding op een geldlening in aanmerking, als dit een lening voor duurzame gebruiksgoederen betreft.

  • 2.

    De kwijtschelding bedraagt maximaal € 1000,00.

Artikel 9. Verkorting van de periode van voldoen aan betalingsverplichting

De in artikel 7, eerste en tweede lid genoemde termijn is drie jaar als:

  • 1.

    de geldlening is verstrekt voor duurzame gebruiksgoederen;

  • 2.

    de vordering niet is ontstaan ten gevolge van fraude.

Artikel 10. Geen kwijtschelding na voldoen aan betalingsverplichting

  • 1.

    Kwijtschelding als bedoeld in artikel 7 vindt niet plaats ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.

  • 2.

    Kwijtschelding als bedoeld in artikel 7 vindt niet plaats als de invordering is overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder.

 

Invordering van teruggevorderde bijstand of inkomensvoorziening

Artikel 11. Gebruik maken van de bevoegdheid tot invorderen

  • 1.

    Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot invorderen bij dwangbevel zoals bedoeld in artikel 60, tweede lid WWB.

  • 2.

    De bevoegdheid, zoals beschreven in het eerste lid, geldt voor het college als algemene verplichting, behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen.

Artikel 12. Verplichtingen met betrekking tot de invordering

  • 1.

    De verplichting tot betaling en de betalingstermijn wordt in een beschikking medegedeeld.

  • 2.

    Het aflossingsbedrag wordt medegedeeld in de beschikking, als genoemd in het eerste lid, en geldt als de opgelegde betalingsverplichting.

  • 3.

    De oudste vordering wordt eerst ingevorderd, tenzij belanghebbende anders verzoekt. 4. Het college verricht onderzoek naar de opgelegde betalingsverplichting en de aanwezige draagkracht. 5. Op basis van dit onderzoek kan het college de opgelegde betalingsverplichting wijzigen.

Artikel 13. Uitstel van betaling

  • 1.

    Uitstel van betaling kan, naast de wettelijke bepalingen, worden verleend als de belanghebbende op grond van dringende redenen hiertoe een verzoek indient.

  • 2.

    Over de uitgestelde betaling wordt geen wettelijke rente berekend. 3. In geval van een bezwaarprocedure wordt de incasso van de vordering opgeschort.

Artikel 14. Verrekening en beslaglegging

Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een minnelijke betalingsregeling, of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, dan wordt het terugvorderingsbesluit tenuitvoergelegd door middel van:

  • 1.

    verrekening van 10% van de maandelijks verleende bijstand of inkomensvoorziening ingevolge de WWB of WIJ, op grond van artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek, of bij ontbreken van deze mogelijkheid;

  • 2.

    een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of;

  • 3.

    beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.

 

Overige bepalingen

Artikel 15. Rente en kosten

  • 1.

    Alleen wettelijke rente doorberekenen aan debiteuren of belanghebbenden met vorderingen op grond van ten onrechte genoten bijstand als deze schuldig nalatig zijn.

  • 2.

    Als moet worden overgegaan tot verrekening of beslaglegging als bedoeld in artikel 13 dan wordt de vordering slechts verhoogd met wettelijke rente en alle overig kosten verbonden aan de invordering, indien de invordering is overgedragen aan de gerechtsdeurwaarder.

  • 3.

    Als de belanghebbende niet tijdig voldoet aan de aflossingsverplichting, wordt hem geen aanmaningskosten in rekening gebracht, tenzij de invordering is overgedragen aan de gerechtsdeurwaarder.

Artikel 16. Brutering

Loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand of inkomensvoorziening verstrekt op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, kan door het college worden teruggevorderd, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de Belastingdienst en het UWV.

Artikel 17. Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidregels Terugvordering Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010, gemeente Berkelland”.

Artikel 18. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2010.

  • 2.

    De “Beleidsregels Terugvordering WWB van 20 december 2006” worden op dat moment ingetrokken.

Aldus op 17 november 2009 vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland.

De secretaris, de burgemeester,

Drs. A.G. Dekker mr. H.L.M. Bloemen