Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Berkelland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Berkelland houdende regels omtrent de heffing en invordering van reclamebelasting (Verordening Reclamebelasting Berkelland 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBerkelland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Berkelland houdende regels omtrent de heffing en invordering van reclamebelasting (Verordening Reclamebelasting Berkelland 2020)
CiteertitelVerordening Reclamebelasting Berkelland 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp
Externe bijlagenBijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage IX Bijlage V Bijlage VI Bijlgae VII Bijlgae VIII

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening reclamebelasting Berkelland 2018.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 227 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-12-2019nieuwe regeling

10-12-2019

gmb-2019-304709

262049

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Berkelland houdende regels omtrent de heffing en invordering van reclamebelasting (Verordening Reclamebelasting Berkelland 2020)

De raad van de gemeente Berkelland;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Berkelland 5 november 2019;

 

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting Berkelland 2020

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo’s, symbolen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • b.

    Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;

  • c.

    waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 8, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde. Bij de bepaling van de WOZ-waarde wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden;

  • d.

    onroerende zaak: onroerende zaak zoals afgebakend overeenkomstig artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;

  • e.

    exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten;

  • f.

    jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving

Deze verordening is van toepassing binnen de blauw en rood afgebakende gebieden van de gemeente Berkelland zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaarten (Bijlagen I tot en met IX).

Artikel 3 Belastbaar feit

Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, met inachtneming van het gestelde bij of krachtens deze verordening, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.

Artikel 4 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht of geplaatst, geheven van die exploitant.

Artikel 5 Belastingobject

De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

Artikel 6 Maatstaf van heffing

De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per onroerende zaak en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de onroerende zaak.

Artikel 7 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt voor elke onroerende zaak die is gelegen in het rood afgebakende gebied op de kaart:

    • a.

      Ruurlo centrum (bijlage I) en Borculo centrum (bijlage V):

      • I.

        € 250,00

      • II.

        Vermeerderd met 0,05% van de WOZ-waarde van de onroerende zaak

      • III.

        De totale heffingsmaatstaf onder I en II bedraagt maximaal € 650,00

    • b.

      Neede centrum (bijlage III) en Eibergen centrum (bijlage VII):

      • I.

        € 175,00

      • II.

        Vermeerderd met 0,05% van de WOZ-waarde van de onroerende zaak

      • III.

        De totale heffingsmaatstaf onder I en II bedraagt maximaal € 450,00

  • 2.

    Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt voor elke onroerende zaak die is gelegen in het blauw afgebakende gebied op de kaart:

    • a.

      Borculo bedrijventerrein (bijlage VI), Neede bedrijventerrein (bijlage IV), Eibergen bedrijventerrein de Mors (bijlage VIII) en Eibergen bedrijventerrein De Jukkenberg, De Kiefte, Vrijersmaat (bijlage IX):

      • I.

        € 125,00

      • II.

        Vermeerderd met 0,05% van de WOZ-waarde van de onroerende zaak

      • III.

        De totale heffingsmaatstaf onder I en II bedraagt maximaal € 450,00

    • b.

      Ruurlo bedrijventerrein (bijlage II):

      • I.

        € 200,00

      • II.

        Vermeerderd met 0,05% van de WOZ-waarde van de onroerende zaak

      • III.

        De totale heffingsmaatstaf onder I en II bedraagt maximaal € 650,00

  • 3.

    Indien de WOZ-waarde naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 8 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt op aanvraag van belastingplichtige ontheffing verleend voor zoveel gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 11 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

  • a.

    die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;

  • b.

    die door de overheid of in opdracht van de overheid zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;

  • c.

    van instellingen, die door de rijksbelastingdienst zijn aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) of die voldoen aan de criteria van de rijksbelastingdienst voor een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI), en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw of de naam van de instelling;

  • d.

    aangebracht door of namens winkeliersverenigingen, wijkorganen, (evt. het winkelcentrum) of het centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de winkeliersvereniging, het wijkorgaan, het winkelcentrum of het centrummanagement;

  • e.

    aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;

  • f.

    die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;

  • g.

    bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak;

  • h.

    aangebracht op scholen, verzorgingshuizen en kerken, en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw;

  • i.

    die nostalgische uitingen aan de gevel zijn, ouder dan 50 jaar en die geen relatie hebben met de uitoefening van het bedrijf;

  • j.

    die uitsluitend zijn aangebracht met het doel de negatieve uitstraling van leegstand te vermijden, en zijn aangebracht in te huur of te koop staande onroerende zaken die, in afwachting van een huurder of koper, uitsluitend worden gebruikt als etalage of niet te betreden expositieruimte.

Artikel 12 Termijnen van betaling

  • 1.

    De aanslag dient te worden betaald in één termijn, welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven met een minimum van twee, indien aan het navolgende wordt voldaan:

    • a.

      het totaal bedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen reclamebelasting of andere belastingen moet minder zijn dan € 6.900,-;

    • b.

      de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande leden gestelde termijn.

Artikel 13 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Overgangsrecht

De ‘Verordening reclamebelasting Berkelland 2018’ vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor de datum hebben voorgedaan.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Reclamebelasting Berkelland 2020".

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 december 2019.

Griffier,

Voorzitter,

Bijlagen:

Als aangewezen gebieden als bedoeld in artikel 2 van deze verordening gelden de op bijgevoegde kaarten afgebakende gebieden.

 

Bijlage I Ruurlo Centrum;

Bijlage II Ruurlo Bedrijventerrein;

Bijlage III Neede Centrum;

Bijlage IV Neede Bedrijventerrein;

Bijlage V Borculo Centrum;

Bijlage VI Borculo Bedrijventerrein;

Bijlage VII Eibergen Centrum;

Bijlage VIII Eibergen Bedrijventerrein De Mors;

Bijlage IX Eibergen Bedrijventerreinen De Kiefte, De Jukkenbarg en Vrijersmaat

 

Bijlage I

 

Bijlage II

 

Bijlage III

 

Bijlage IV

 

Bijlage V

 

Bijlage VI

 

Bijlage VII

 

Bijlage VIII

 

Bijlage IX