Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Boxtel

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBoxtel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020
CiteertitelVerordening marktgelden 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbelasting, markt, gelden

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de regeling 'Verordening marktgelden 2019'

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020Nieuwe regeling

10-12-2019

gmb-2019-317184

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

De raad van de gemeente Boxtel;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 november 2019;

 

gelet op artikel 229 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

Artikel 1. Belastbaar feit

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats op de markt of op een andere, voor de openbare dienst bestemde, als markt aan te wijzen plaats en daarmee verband houdende handelingen zoals reclameactiviteiten.

Artikel 2. Belastingplichtige

Het recht wordt geheven van marktkooplieden, die op een terrein bedoeld in artikel 1, een standplaats innemen hetzij voor zichzelf, hetzij voor anderen voor het ten verkoop uitstallen of aanbieden en voor het verkopen van goederen.

Artikel 3. Dagtarief

Het recht, bedoeld in artikel 1, bedraagt per marktdag of gedeelte daarvan:

  • 1.

    voor kramen, tenten, tafels, voertuigen of anderen zaken, bestemd voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen:

    • a.

      met een lengte van 4 meter of minder € 11,90;

    • b.

      met een lengte van meer dan 4 meter € 11,90 plus € 2,35 voor elke meter of gedeelte daarvan boven de 4 meter;

  • 2.

    voor het los op de grond uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen indien de daarvoor ingenomen plaatsruimte bedraagt:

    • a.

      10 m² of minder € 13,95;

    • b.

      meer dan 10 m² € 13,95 plus € 6,50 voor elke 5 m² of gedeelte daarvan boven 10 m².

Artikel 4. Abonnement

Als het recht voor drie maanden ineens wordt voldaan, wordt korting verleend overeenkomstig het volgende artikel.

Artikel 5. Abonnementstarief

  • I.

    Ingeval van een abonnement, bedoeld in artikel 4, wordt per kalenderkwartaal geheven:

    • 1.

      voor kramen, tenten, tafels, voertuigen of andere zaken, bestemd tot het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen:

      • a.

        met een lengte van 4 meter of minder € 120,00;

      • b.

        met een lengte van meer dan 4 meter € 120,00 plus € 19,85 voor elke meter of gedeelte daarvan boven de 4 meter;

    • 2.

      voor het los op de grond uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen, indien de daarvoor ingenomen plaatsruimte bedraagt:

      • a.

        10 m² of minder € 140,50;

      • b.

        meer dan 10 m² € 140,50 plus € 49,40 voor elke volle 5 m² of gedeelte daarvan boven de 10 m².

  • II.

    Twee of meer aaneensluitende kramen, tenten, tafels, voertuigen of andere zaken bestemd tot het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen en in gebruik bij dezelfde koopman, worden voor de heffing van het marktgeld volgens het abonnementstarief beschouwd als één geheel.

Artikel 6. Wijze van heffing en betaling

  • 1.

    De marktgelden worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota, aanslag of andere schriftuur.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving.

  • 3.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald, in geval de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid wordt toegezonden, binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 4.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 7. Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 8. Restitutie

  • 1.

    Als een standplaats, waarvoor marktgeld geheven wordt volgens het abonnementstarief gedurende drie of meer opeenvolgende marktdagen niet is gebruikt wegens ziekte of sterfgeval kan op aanvraag teruggaaf worden verleend op basis van evenredigheid.

  • 2.

    De gemeente behoudt zich het recht voor om de toegewezen plaats die tijdens de markt op een te bepalen tijdstip niet is ingenomen, aan een andere koopman toe te wijzen, zonder dat degene, aan wie de standplaats eerder is toegewezen, aanspraak kan doen gelden op restitutie van marktgeld, behoudens het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening marktgelden 2019’ van 11 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de marktgelden in die periode plaatsvindt.

  • 4.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 5.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening marktgelden 2020’.

 

 

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 10 december 2019.

De gemeenteraad van Boxtel,

de griffier,

mw. I.H.M. Smits

de voorzitter,

R.S. van Meygaarden

Toelichting wijzigingen

 

Toelichting wijzigingen, behorende bij de Verordening marktgelden 2020.

 

De verordening is aangepast conform de wijzigingen die onlangs in de modelverordening van de VNG zijn aangebracht. De (belangrijkste) wijzigingen worden hierna toegelicht.

 

Het artikel is geschrapt waarin is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden. Dit is conform de huidige modelverordening waarin de betreffende bepaling ook is geschrapt. De aanduiding 'nadere regels' heeft een andere kwalificatie (delegatie) dan met de bepaling beoogd werd. Bij invoering van de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht is een aantal regelgevende bevoegdheden van de raad overgegaan op het college. De VNG heeft toen de bepaling over het geven van nadere regels door het college in de modelverordeningen gemeentelijke belastingen opgenomen. Dit is gebeurd om duidelijk te maken dat er naast de belastingverordening nog andere regels over de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen (kunnen) gelden. Het ging daarbij niet om de gedelegeerde bevoegdheid om nadere regels te stellen, maar om bevoegdheden die het college ook zonder deze bepaling heeft. Gelet op de kwalificatie van 'nadere regels' en het gegeven dat er ook nog uitvoerings- en beleidsregels over de heffing en de invordering bestaan, is de bepaling over het geven van nadere regels door het college, opgenomen in artikel 9, geschrapt. In verband hiermee is artikel 10 vernummerd in 9.

 

 

Behoort bij raadsbesluit van 10 december 2019.

 

Mij bekend,

 

de griffier,

 

mw. I.H.M. Smits