Regeling vervallen per 12-05-2017

Reglement behandeling bezwaarschriften Commissie Sociaal Domein

Geldend van 25-03-2015 t/m 11-05-2017 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2015

Intitulé

Reglement behandeling bezwaarschriften Commissie Sociaal Domein

Artikel 1 Definities

  • 1. College: College van burgemeester en wethouders van Breda;

  • 2. Commissie: Commissie Sociaal Domein, bestaande uit de kamers Zorg en Participatie en Jeugd;

  • 3. Voorzitter: voorzitter van een kamer;

  • 4. Secretaris: ambtelijk secretaris van de Commissie;

  • 5. Directeur: directeur van de directie Dienstverlening of, namens deze, het hoofd van de afdeling waar het ambtelijk secretariaat is ondergebracht;

  • 6. Directie: directie Dienstverlening;

  • 7. ATEA-groep: leerwerkbedrijf van de gemeente gericht op Activering, Training en Arbeidsbemiddeling;

  • 8. CJG-Breda: Centrum Jeugd en Gezin Breda;

  • 9. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • 10. Besluit Jeugdwet: Schriftelijke beslissing van een generalistische jeugdhulpverlener van het CJG- Breda/GGD gebaseerd op de Jeugdwet en daarop gebaseerde verordening;

  • 11. Bezwaarschrift: een bezwaarschrift als bedoeld in de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb, en gericht tegen een besluit op basis van de Wmo, sociale zekerheids- en participatieregelingen, Wgs, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Participatiewet, Jeugdwet, en de op deze wetten gebaseerde gemeentelijke verordeningen en regelingen;

  • 12. Bezwaarmaker: degene die tegen een besluit een bezwaarschrift heeft ingediend, en wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken;

  • 13. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • 14. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning, voor zover betrekking op huishoudelijke verzorging, woonvoorzieningen, voorziening rolstoelen en vervoersvoorzieningen;

  • 15. Wmo2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, gericht op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van personen met maatwerkvoorzieningen huishoudelijke verzorging, woonvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, sportvoorzieningen, begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf, en het bieden van beschermd wonen en opvang voor ingezetenen van de gemeente Breda;

  • 16. WWB: Wet Werk en Bijstand;

  • 17. BBZ: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;

  • 18. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  • 19. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  • 20. Sociale zekerheidsregelingen: regelingen die door de gemeente worden uitgevoerd en ten doel hebben een inkomen en/of ondersteuning te bieden;

  • 21. Participatieregelingen: regelingen die ondersteuning bieden bij deelname op de arbeidsmarkt;

  • 22. Participatiewet: Wet waarin de WWB, de Wet op de sociale werkvoorziening en een deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten zijn samengevoegd met als doel meer mensen aan het werk te helpen;

  • 23. Reglement: Reglement behandeling bezwaarschriften Commissie Sociaal Domein.

Artikel 2 Commissie

  • 1. De Commissie omvat twee kamers. De kamer Zorg en Participatie en de kamer Jeugd.

  • 2. De Commissie neemt, namens het College, beslissingen op bezwaarschriften in het kader van de Wmo2015, Participatiewet, Wgs, BBZ, IOAW en IOAZ en Jeugdwet. De secretaris bepaalt, voor zover nodig in overleg met de voorzitter van de kamers, welke kamer het bezwaarschrift gaat behandelen.

  • 3. De Commissie is niet bevoegd te besluiten op bezwaarschriften als dit voorzieningen betreffen die zijn gericht op arbeidsinschakeling, en waarvoor het College, krachtens mandaat van regiogemeenten, besluiten op soortgelijke aanvragen neemt.

  • 4. De Commissie is gerechtigd tot:

    • het beslissen op verzoeken tot betaling van een dwangsom bij niet tijdige beslissing;

    • het horen van een bezwaarmaker of zijn gemachtigde;

    • het instellen van hoger beroep.

  • 5. De Commissie voert de taken en de daarmee samenhangende bevoegdheden, als bedoeld in de vorige leden, uit met inachtneming van wat daarover in de Awb, de betreffende wetten, gemeentelijke verordeningen, regelingen en dit Reglement is bepaald.

Artikel 3 Samenstelling kamers

  • 1. De kamers van de Commissie bestaan elk in ieder geval uit vijf leden en maximaal uit zeven leden.

  • 2. Het College benoemt de leden van de Commissie op voorstel van de directeur. De leden worden door het College geschorst en ontslagen.

  • 3. De leden van de kamers wijzen ieder hun voorzitter aan. De vervanging van de voorzitter wordt door de kamer geregeld.

  • 4. De leden van de Commissie dienen:

    • geen raadslid of lid van een raadscommissie te zijn;

    • niet werkzaam te zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Breda;

    • voldoende kennis en affiniteit te hebben met de te behandelen wetgeving;

    • een verklaring omtrent gedrag te overleggen.

  • 5. De directeur geeft binnen drie maanden na het ontstaan van een vacature, een voorstel tot invulling.

Artikel 4 Secretariaat

De directeur wijst een ambtelijk secretaris en een plaatsvervanger aan. Het secretariaat ondersteunt en adviseert de Commissie bij haar werkzaamheden.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1. De leden van de Commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Na afloop van deze periode kunnen zij eenmaal voor een periode van twee jaar worden herbenoemd.

  • 2. Indien de kwalitatieve voortgang van de werkzaamheden van de Commissie dit vereist, kan worden afgeweken van de periode van twee jaar als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

  • 3. De leden van de Commissie kunnen op ieder moment schriftelijk ontslag nemen.

  • 4. Het College kan een lid van de Commissie, anders dan op eigen verzoek, ontslag verlenen als dit lid opgehouden heeft het vertrouwen van het College te bezitten.

Artikel 6 Verplichtingen

  • 1. De leden van de Commissie zijn, in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, verplicht tot geheimhouding van de aangelegenheden die de individuele burger betreffen. Deze verplichting is ook van toepassing na beëindiging van het lidmaatschap van de Commissie.

  • 2. De leden van de Commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn

  • 3. Een lid van een Commissie mag niet optreden:

    • a.

      als advocaat, procureur of adviseur in geschillen voor de gemeente Breda dan wel voor de wederpartij van de gemeente Breda;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen voor de wederpartij van de gemeente Breda.

  • 4. Vertrouwelijke stukken die aan de leden van de Commissie voor de uitoefening van hun taken worden toegezonden, worden na gebruik aan de secretaris gegeven. De secretaris draagt zorg voor de vernietiging van deze stukken.

  • 5. Bij schending van de geheimhoudingsplicht, als bedoeld in het 1e lid van dit artikel, schorst het College dit lid van de Commissie. Het College stelt het lid van de Commissie in de gelegenheid te worden gehoord. Vervolgens besluit het College het lid van de Commissie een schriftelijke waarschuwing te geven of te ontslaan.

  • 6. Een lid van de Commissie dat een verboden handeling verricht, zoals vermeld in het derde lid van dit artikel, houdt van rechtswege op lid van de Commissie te zijn.

  • 7. De bevoegdheden, die onderstaande artikelen uit de Awb aan een bestuursorgaan toekent en die betrekking hebben op toepassing van dit Reglement, worden uitgeoefend door de secretaris van de Commissie in ieder geval:

    • artikel 2:1, eerste lid: het bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen;

    • artikel 6:17: Indien iemand zich laat vertegenwoordigen zendt het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde;

    • artikel 7:4, tweede lid: Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor de bezwaarmaker ter inzage. Aan deze verplichting wordt voldaan door bij de uitnodiging van de hoorzitting alle relevante stukken van het bezwaar te voegen.

    • artikel 7:6, vierde lid: Het bestuursorgaan kan, wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, afzien van het ieder op de hoogte stellen van verhandelde tijdens het horen buiten zijn afwezigheid. Dit voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden.

Artikel 7 Vergaderingen

  • 1. Onder verantwoordelijkheid van de voorzitter van de kamer worden vergaderingen belegd.

  • 2. De voorzitter, of namens hem de secretaris, roept de leden van de kamer schriftelijk op onder gelijktijdige toezending van de agenda en de van belang zijnde stukken.

  • 3. De kamer komt in vergadering bijeen indien de voorzitter dit nodig oordeelt, of op verzoek van drie leden van de kamer.

Artikel 8 Ontvangst bezwaarschrift

  • 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt onder zorg van de secretaris de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2. Het bezwaarschrift wordt door de secretaris in behandeling genomen.

  • 3. Het bezwaarschrift wordt door de secretaris ter kennis gebracht van de generalistische jeugdhulpverlener van het CJG-Breda die het bestreden besluit heeft genomen, of ter kennis gebracht van een juridisch medewerker van de Directie. Deze hulpverlener van het CJG-Breda of medewerker van de Directie onderzoekt, onder verantwoordelijkheid van de secretaris, of het bezwaarschrift bijvoorbeeld door inzet van mediationvaardigheden, op een informele wijze kan worden afgedaan.

  • 4. Indien de inzet van mediationvaardigheden niet leidt tot een resultaat waarmee partijen instemmen, dan wordt het bezwaarschrift verder behandeld. Het bezwaarschrift, de stukken die op het bestreden besluit betrekking hebben en het verweerschrift, worden zo spoedig mogelijk overgedragen aan de kamer.

Artikel 9 Onderzoek bezwaarschriften

  • 1. De Commissie is in het kader van de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen, of door de secretaris te laten inwinnen.

  • 2. De Commissie is bevoegd externe adviezen in te winnen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. De Commissie gaat hiertoe over nadat is gebleken dat deze informatie niet namens de gemeentelijke organisatie kan worden gegeven.

  • 3. De Commissie of secretaris kan uit eigen beweging bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen, zo nodig, uitnodigen in een hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan anders dan gebruikelijke advieskosten zijn verbonden, is vooraf overleg met de Directeur vereist.

  • 4. De voorzitter van de kamer beslist over het toepassen van de bevoegdheid tot het afzien van horen van belanghebbenden als bedoeld in artikel 7:3 Awb.

  • 5. De voorzitter van de kamer doet mededeling aan de bezwaarmaker en de gemachtigde van verweerder als hij afziet van horen, als bedoeld in het vierde lid van dit artikel.

Artikel 10 Uitnodiging hoorzitting

  • 1. De secretaris nodigt de bezwaarmaker en de hulpverlener van het CJG- Breda of de juridisch medewerker van de Directie, minimaal veertien dagen voor de hoorzitting, schriftelijk uit om te verschijnen tijdens de hoorzitting.

  • 2. De voorzitter van de kamer is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of, afwijking toe te staan van de termijn als genoemd in het eerste lid.

  • 3. Bij de uitnodiging voor de hoorzitting voegt de secretaris alle op het bestreden besluit betrekking hebbende stukken.

Artikel 11 Openbaarheid hoorzitting kamer Zorg en Participatie

  • 1. De hoorzitting is openbaar.

  • 2. In afwijking van het eerste lid worden de deuren gesloten als:

    • een van de aanwezige leden van de kamer dit nodig oordeelt of indien de bezwaarmaker of zijn gemachtigde dit verzoekt;

    • de kamer heeft beslist dat er gewichtige redenen zijn die zich tegen openbaarheid verzetten.

Artikel 12 Openbaarheid hoorzitting kamer Jeugd

De hoorzitting is in verband met de bescherming van de belangen van de jeugdige niet openbaar.

Artikel 13 Hoorzitting

  • 1. De hoorzitting wordt gehouden door drie leden van de kamer; een voorzitter en twee leden. Deze twee leden rouleren maandelijks.

  • 2. De leden van de kamer nemen niet deel aan een hoorzitting indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn dan wel indien zij de verwachting hebben dat hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Deze onpartijdigheid wordt in ieder geval geacht in het geding te zijn bij bloed- en aanverwantschap tot en met de 3e graad.

  • 3. Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat tenminste twee leden van de kamer aanwezig zijn. Indien dit niet het geval is dan wordt een nieuwe hoorzitting bepaald.

  • 4. De secretaris faciliteert de kamer tijdens de hoorzitting en bewaakt het bezwaarproces. De secretaris is verantwoordelijk voor de verslaglegging van de hoorzitting.

  • 5. De hoorzitting vindt overdag plaats in het Stadskantoor. De Commissie bepaalt het tijdstip van de hoorzitting. De kamer kan besluiten de hoorzitting te houden in de avonduren op dagen dat het Stadskantoor ’s avonds is opengesteld.

Artikel 14 Hoor- en wederhoor

  • 1. De voorzitter stelt de bezwaarmaker en de hulpverlener van het CJG-Breda of de juridisch medewerker van de Directie in de gelegenheid zich te doen horen.

  • 2. De voorzitter stelt na een korte toelichting van de bezwaarprocedure, de bezwaarmaker en/of zijn gemachtigde in de gelegenheid het standpunt mondeling toe te lichten. Deze mogelijkheid wordt daarna aan de hulpverlener van het CJG-Breda of de juridisch medewerker van de Directie geboden. Partijen worden tijdens de hoorzitting in de gelegenheid gesteld te reageren op elkaars standpunten.

Artikel 15 Verslag hoorzitting

  • 1. Het verslag van de hoorzitting, als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb, vermeldt de namen van de aanwezigen.

  • 2. Het verslag houdt een korte vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat overigens ter hoorzitting is voorgevallen.

  • 3. Indien is besloten de hoorzitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren te laten plaatsvinden, of indien de bezwaarmakers respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag daarvan melding.

  • 4. Het verslag verwijst naar de stukken die tijdens de hoorzitting zijn overgelegd. Deze stukken worden aan het verslag gehecht.

Artikel 16 Beslissing op bezwaarschrift

  • 1. De leden van de kamer die de hoorzitting hebben gehouden beslissen na de hoorzitting op het bezwaarschrift.

  • 2. Indien de leden van de kamer, die de hoorzitting hebben gehouden, van oordeel zijn dat zij niet kunnen besluiten zonder overleg met de overige leden van de kamer, dan stellen zij de beslissing uit. Het overleg met de overige leden vindt plaats op een wijze die de voorzitter in het individuele geval geschikt acht en waardoor de termijn van uitstel zo beperkt mogelijk is.

  • 3. De secretaris stelt de partijen van dit uitstel op de hoogte. Indien mogelijk geeft de voorzitter aan wanneer een beslissing op het bezwaarschrift zal worden genomen.

  • 4. De kamer kan de secretaris opdragen een nader onderzoek in te stellen naar feiten of omstandigheden die tijdens de hoorzitting naar voren zijn gekomen, en die voor de beslissing op het bezwaarschrift van belang kunnen zijn.

  • 5. De kamer stelt de bezwaarmaker en de wederpartij in de gelegenheid te reageren op de resultaten van het onderzoek, zoals bedoeld in het voorgaande lid.

  • 6. De kamer kan op verzoek, of op eigen initiatief, een nieuwe hoorzitting beleggen waarbij de resultaten van het onderzoek worden besproken. Op deze nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen van dit Reglement van overeenkomstige toepassing.

  • 7. De besluiten worden na een hoorzitting, en indien van toepassing in een voltallige vergadering, bij meerderheid van stemmen genomen.

  • 8. De voorzitter van de kamer beslist indien de stemmen staken.

Artikel 17 Beschikking op bezwaarschrift

De beslissing op het bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee weken na de beslissing door de Commissie, schriftelijk ter kennis van partijen gebracht. De ondertekening van de beschikking geschiedt onder verantwoordelijkheid van de secretaris.

Artikel 18 Beroep

  • 1. De uitspraken van de Rechtbank en de Voorzieningenrechter van de Rechtbank worden ter kennis van de Commissie gebracht.

  • 2. De Commissie kan, namens het College, tegen een uitspraak van de Rechtbank hoger beroep in te stellen.

  • 3. De uitspraken in hoger beroep van de Centrale Raad van Beroep worden ter kennis van de Commissie gebracht.

Artikel 19 Verantwoording

  • 1. De Commissie is verantwoording schuldig aan het College over de uitoefening van haar bevoegdheden. Zij brengt daartoe minimaal eenmaal per jaar schriftelijk verslag uit.

  • 2. Het College kan, in overleg met de Commissie, nadere regels vaststellen over de vorm waarin en de frequentie waarmee het verslag, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt gegeven.

Artikel 20 Toezicht

  • 1. Het College oefent toezicht uit op de werkzaamheden van de Commissie.

  • 2. De Commissie verstrekt op verzoek van het College alle inlichtingen die voor een goede uitoefening van dit toezicht noodzakelijk zijn.

Artikel 21 Wijziging of intrekking van het Reglement

  • 1. Het College vraagt voordat een besluit tot wijziging of intrekking van dit Reglement wordt genomen advies aan de Commissie.

  • 2. De Commissie is verplicht binnen een maand, na het in het eerste lid bedoelde verzoek, advies uit te brengen, dan wel mee te delen dat geen advies wordt gegeven.

Artikel 22 Vergoeding

De leden van de Commissie ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen een door het College vast te stellen vergoeding.

Artikel 23 Slotbepaling

  • 1. De Commissie treft een passende voorziening voor die gevallen waarin dit Reglement voor haar werkwijze niet voorziet.

  • 2. In alle overige gevallen waarin het Reglement niet voorziet beslist het College nadat de Commissie daarover heeft geadviseerd.

Artikel 24 Overgangsrecht Commissie Sociale Zekerheid

De Commissie Sociale Zekerheid blijft bevoegd in het kader van de door de gemeente uit te voeren WWB, zekerheids- en participatieregelingen, Wmo en daarop gebaseerde verordeningen om bezwaarschriften te behandelen tegen beslissingen die voor 1 januari 2015 zijn genomen.

Artikel 25 Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1. Het Reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

  • 2. Dit Reglement wordt aangehaald als Reglement behandeling bezwaarschriften Commissie Sociaal Domein.

Ondertekening

Breda,
Burgemeester,
Secretaris,