Regeling vervallen per 29-09-2011

Gemeenschappelijke regeling volwasseneneducatie Rijnmond 2007-2010

Geldend van 29-06-2007 t/m 28-09-2011

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling Volwasseneneducatie Rijnmond 2007-2010

De raad van de Gemeente Capelle aan den IJssel;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet educatie en beroepsonderwijs; overwegende: - dat voor de uitvoering van de gemeentelijke taken op het terrein van de volwasseneneducatie

bestuurlijke samenwerking gewenst is; - de gemeenteraden, colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Rotterdam,

Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Rozenburg, Brielle, Westvoorne, Hellevoetsluis, Bernisse,

Spijkenisse, Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan

den IJssel, Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk, Bergschenhoek, Dirksland, Middelharnis,

Oostflakkee en Goedereede een gemeenschappelijke regeling willen aangegaan die eindigt

op 31 december 2006; - dat tussentijdse wetswijzigingen en voortschrijdend inzicht nopen tot het actualiseren van de

regeling; - dat verlenging van de samenwerking voor ten minste de lopende raadsperiode gewenst is; - dat continuering van de samenwerking met de stadsregio Rotterdam gewenst is; - dat de stadsregio Rotterdam voortaan een rol krijgt als adviseur die het Algemeen Bestuur

gevraagd en ongevraagd kan adviseren;

  • -

    Dat derhalve naast verlenging aanpassing van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk is.

B e s l u i t:

  • I.

    de Gemeenschappelijke Regeling Volwasseneneducatie Rijnmond te wijzigen zoals in het raadsvoorstel is vermeld;

  • II.

    de Gemeenschappelijke Regeling Volwasseneneducatie Rijnmond te verlengen voor de periode 2007-2010.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18/19 december 2006,

De griffier, de voorzitter,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 7 november 2006,

De secretaris, de burgemeester

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; b. het lichaam: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van de regeling; c. een deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente te weten: Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Rozenburg, Brielle, Westvoorne, Hellevoetsluis, Bernisse, Spijkenisse, Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Dirksland, Middelharnis, Oostflakkee en Goedereede. d. rijksbijdrage educatie: de rijksbijdrage educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs; e. WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs; f. VAVO: Voortgezet algemeen volwassenen onderwijs; g. VMBO-tl: Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs- theoretische leerweg; h. HAVO: Hoger algemeen voortgezet onderwijs; i. VWO: Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs; j. RMC: Regionaal Meld- en coördinatiefunctie; k. OLIVER: Openbaar Lichaam Volwasseneneducatie Rijnmond.

Artikel 2 Openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Volwasseneneducatie Rijnmond. 2. Het lichaam is gevestigd te Rotterdam. 3. De regeling wordt getroffen ter behartiging van de gemeenschappelijke belangen in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs waaronder een gezamenlijke inzet van een deel van de rijksbijdrage educatie.

HOOFDSTUK 2 HET BESTUUR

Artikel 3 Bestuursorganen

Het bestuur van het lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 4 Het algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente. 2. De raad van elk der deelnemende gemeenten wijst een lid van het college van de betreffende gemeente aan als lid. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan bij afwezigheid worden vervangen door een door het betreffende college uit zijn midden aangewezen lid. 4. De aanwijzing van de leden vindt plaats in de eerste vergadering van de gemeenteraden in nieuwe samenstelling. 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra men ophoudt lid te zijn van het college van de betreffende gemeente. 6. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de voorzitter van de gemeenteraad die hen heeft aangewezen, op de hoogte. 7. Het aanwijzen ter opvulling van plaatsen die tussentijds openvallen, vindt zo spoedig mogelijk plaats.

Artikel 5 Werkwijze algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of indien tenminste een vijfde van het aantal ingevolge de regeling zitting hebbende leden van het algemeen bestuur dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. 2. Indien om de vergadering is verzocht door het vereiste aantal leden, wordt zij binnen veertien dagen gehouden. 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur worden in het openbaar gehouden. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. Op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur zijn de bepalingen van de Gemeentewet van toepassing voor zover de Wet gemeenschappelijke regelingen niet afwijkt. Overigens kan in een besloten vergadering niet worden beraadslaagd, noch besloten over de wijziging en opheffing van de regeling en het toetreden tot, dan wel het uittreden uit de regeling. 5. Een besluit is alleen geldig genomen door het algemeen bestuur, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 6. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 6 Informatie en verantwoording algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de deelnemers alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden gevraagd. 3. Het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in de vorige leden bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan, worden verlangd, op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 5. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die hem heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 6. De raad die een lid in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan dit lid ontslaan, indien hij het vertrouwen van deze raad niet meer bezit. Artikel 49 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7 Samenstelling dagelijks bestuur

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vier andere door en uit het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen leden. 2. Het dagelijks bestuur wijst door en uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 3. De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats door het algemeen bestuur in zijn eerste vergadering van een zittingsperiode. 4. De leden van het dagelijks bestuur treden af met ingang van het moment waarop zij ophouden lid te zijn van het algemeen bestuur. 5. Een lid van het dagelijks bestuur kan, in geval van langdurige afwezigheid, tijdelijk worden vervangen door een door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. 6. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, blijft niettemin zijn betrekking waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard.

Artikel 8 Werkwijze dagelijks bestuur

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of indien ten minste twee leden van het dagelijks bestuur dit verzoeken. 2. Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem. 3. Besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. 4. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast, dat aan het algemeen bestuur wordt medegedeeld.

Artikel 9 Informatie en verantwoording dagelijks bestuur

1. De leden van het dagelijks bestuur geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. 2. De leden van het dagelijks bestuur geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 3. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 4. Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze(n) het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit(ten). Artikel 49 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 5. Het dagelijks bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 6. Het dagelijks bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden gevraagd.

Artikel 10 De voorzitter

1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur in zijn eerste vergadering van een zittingsperiode aangewezen. 2. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 3. Indien de voorzitter tussentijds ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt hij tevens op voorzitter te zijn.

Artikel 11 De secretaris

1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter worden bijgestaan door een secretaris. De secretaris is een medewerker van dezelfde gemeente als de voorzitter. 2. De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. 3. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede-ondertekend. 4. Het dagelijks bestuur regelt de plaatsvervanging van de secretaris.

HOOFDSTUK 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 12 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur

1. Het algemeen bestuur stelt met eenparigheid van stemmen de bijdrage van de deelnemende gemeenten vast. 2. Bij de besluitvorming, genoemd in het eerste lid, wordt in elk geval rekening gehouden met: a. relevante ontwikkelingen die betrekking hebben op de WEB en andere verwante wetgeving; b. uitgangspunten van de VAVO; c. ingediende offertes van educatieve instellingen voor VMBO, HAVO en VWO en cursussen van beroeps- en hoger onderwijs voor hoog opgeleide allochtonen die niet inburgeringsplichtig zijn in het kader van de Wet inburgering; d. af te sluiten overeenkomsten tussen OLIVER en de instellingen die educatieve activiteiten uitvoeren in het kader van de WEB; e. de ontwikkelingen en resultaten op het gebied van de RMC. 3. Het algemeen bestuur neemt het besluit tot het aangaan van overeenkomsten met instellingen voor activiteiten in het kader van de WEB. In de overeenkomsten worden de bedragen genoemd welke aan de instellingen worden toegekend voor de door hun geleverde producten. 4. Onverminderd het eerste tot en met het derde lid, is het algemeen bestuur bevoegd besluiten te nemen die voor de uitvoering van deze regeling nodig zijn en die niet aan de andere organen van OLIVER zijn toegekend.

Artikel 13 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur

Tot de taken van het dagelijks bestuur behoren: a. de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter beraadslaging en beslissing moet worden gebracht; b. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; c. het voorbereiden van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 12, derde lid; d. het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het lichaam belang is; e. het beheer van de activa en passiva van het lichaam; f. de zorg, voor zover die niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding, g. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; h. het doen van beroep op ambtelijke bijstand van één of meer deelnemende gemeenten; i. het houden van toezicht op alles wat het lichaam aangaat; j. het uitoefenen van aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden, indien het algemeen bestuur daartoe besluit; k. het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het lichaam te besluiten; te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures namens het lichaam of het bestuur te voeren, of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

Artikel 14 Taken en bevoegdheden voorzitter

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte.

HOOFDSTUK 4 EXTERN KLACHTRECHT

Artikel 15 Aanwijzing Ombudsman

De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

HOOFDSTUK 5 FINANCIËN EN ARCHIEF

Artikel 16 Kostenverdeling

1. De kosten van het lichaam over enig jaar, anders dan de kosten genoemd in artikel 12, worden gedragen door de deelnemende gemeenten naar verhouding van het aantal inwoners per 1 januari van het betreffende jaar. 2. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 3. Indien aan het algemeen bestuur van het lichaam blijkt dat een deelnemende gemeente weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over het gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 17 Dienstverlening

1. Voor het opstellen van de begroting en de rekening, alsmede het voeren van de financiële administratie wordt, tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt, gebruik gemaakt van faciliteiten die door gemeente Rotterdam ter beschikking worden gesteld. Gemeente Rotterdam brengt de kosten daarvan in rekening bij het OLIVER. 2. In afwijking van artikel 35 Wet gemeenschappelijke regelingen bedraagt de termijn om de ontwerpbegroting naar de raden te sturen 8 weken.

Artikel 18 Archief

1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, die aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland wordt medegedeeld. 2. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland oefenen het toezicht uit op de zorg voor de archiefbescheiden. 3. De ambtelijk secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van Rotterdam. 4. De archivaris van Rotterdam oefent toezicht uit op het in het derde lid genoemde beheer. 5. Voor de blijvende bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van Rotterdam. 6. De in het vijfde lid genoemde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van Rotterdam.

HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 Inwerkingtreding en duur

1. De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de gemeenschappelijke regeling door de laatste deelnemende gemeente is vastgesteld. 2. De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling. 3. Het college van de gemeente Rotterdam draagt zorg voor de in artikel 26, eerste lid, van de Wet voorgeschreven toezending van de regeling aan gedeputeerde staten. 4. De regeling eindigt op 31 december 2010 of zoveel eerder als de raden van alle deelnemende gemeenten besluiten. 5. Het algemeen bestuur stelt geruime tijd voor de beoogde ontbinding van het lichaam een liquidatieplan op, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten. Het liquidatieplan bevat een regeling voor de verdeling van de rechten en verplichtingen van het lichaam over de deelnemende gemeenten en een regeling voor de bewaring van de archiefbescheiden. 6. Het lichaam blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van zijn vermogen nodig is.

Artikel 20 Slotbepaling

1. De leden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de secretaris die in functie zijn op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, worden geacht te zijn aangewezen op grond van deze regeling voor zover ze afkomstig zijn uit de deelnemende gemeenten. 2. Deze regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke regeling volwasseneneducatie Rijnmond 2007-2010.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 januari 2007.
De Griffier, De Voorzitter,
K.D. Handstede M. Çelik, plv.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 21 november 2006.
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils I.W. Opstelten
Aldus vastgesteld door de Burgemeester op 21 november 2006.
De Burgemeester, I.W. Opstelten