Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Cuijk

Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieCuijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2013
CiteertitelVerordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2013
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpeconomie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Winkeltijdenwet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

n.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-09-2013Nieuwe regeling

09-09-2013

Maasdriehoek 17 september 2013

onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2013

De raad van de gemeente Cuijk

 

 

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 augustus 2013.

 

gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet;

 

  

besluit

 

 

Vast te stellen de navolgende

 

 

VERORDENING Winkeltijden Gemeente Cuijk 2013

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • *

    feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag;

  • *

    werkdagen: maandag tot en met zaterdag;

  • *

    winkel: dat wat daaronder wordt verstaan in de Winkeltijdenwet.

 

Artikel 2 Vrijstelling winkels en anders dan winkels

  • 1.
    • Voor de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, en tweede lid, van de Winkeltijdenwet vervatte verboden geldt een algemene vrijstelling tussen 6.00 en 22.00 uur.

     

  • 2.
    • De in lid 1 van dit artikel bedoelde vrijstelling geldt niet voor:

      • a.

        Eerste Paasdag,

      • b.

        Eerste Kerstdag,

      • c.

        Eerste Pinksterdag,

      • d.

        Dodenherdenking, 4 mei tussen 19.00 uur en 22.00 uur

      • e.

        Kerstavond, 24 december tussen 19.00 uur en 22.00 uur

     

  • 3.
    • De in lid 2 bedoelde uitzondering geldt niet:

      • a.

        voor musea;

      • b.

        voor winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksprodukten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;

      • c.

        voor winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment.

      • d.

        voor winkels waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt enkel en alleen voor het mogelijk maken van bezoeken aan het restaurant of de lunchroom en niet ten aanzien van het verkopen van goederen.

      • e.

        voor winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht enkel en alleen voor het huren van fietsen en bromfietsen en niet ten aanzien van het verkopen van goederen

      • f.

        voor de straatverkoop van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.

      • g.

        voor het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten in een winkels of anderszins op een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang daarvan, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

      • h.

        voor het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard in een gebouw of anderszins te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

      • i.

        voor het in of op het terrein van sportcomplexen te koop aanbieden en verkopen van goederen in een winkel of anderszins, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

      • j.

        voor het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten in een winkel of anderszins of op het terrein van bejaardenoorden.

      • k.

        gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang in een winkel of anderszins, waar brood en gebak wordt verkocht dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden.

      • l.

        in de directe omgeving van een bedevaartplaats, gedurende de tijd dat deze plaats als zodanig wordt bezocht, ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen in een winkel of anderszins van: a. voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken; b. religieuze artikelen en souvenirs; c. bloemen en planten.

     

Artikel 3 Individuele ontheffingen voor bijzondere situaties

  • 1.
    • Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden voor zover deze betrekking hebben op:

      a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard.

     

  • 2.
    • Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing voorschriften verbinden. Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitoefening van deze regel beleidsregels vaststellen.

     

  • 3.
    • De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de openstelling van de winkel.

     

Artikel 4 Aanvraag om ontheffing

Indien een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in deze Verordening wordt ingediend minder dan 4 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft, kunnen Burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet te behandelen.

 

Artikel 5 Beslistermijn

  • 1.
    • Burgemeester en wethouders beschikken op een aanvraag om ontheffing binnen 8 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

     

  • 2.
    • Zij kunnen hun beschikking voor ten hoogste 4 weken verdagen.

     

Artikel 6 Intrekken of wijzigen ontheffing

Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen als:

  • a.

    ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel noodzakelijk maken in het belang van de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

  • c.

    de exploitatie van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;

  • d.

    aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • e.

    van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij gestelde termijn; of

  • f.

    de houder dit verzoekt.

 

Artikel 7 Overdracht van een ontheffing

  • 1.
    • Op grond van deze Verordening verleende ontheffingen zijn overdraagbaar na verkregen toestemming van Burgemeester en wethouders. Aan deze toestemming kunnen Burgemeester en wethouders nadere voorwaarden verbinden.

     

  • 2.
    • In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan Burgemeester en wethouders onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende.

     

  • 3.
    • Indien een aanvraag voor overdracht van een ontheffing als bedoeld in deze Verordening wordt ingediend minder dan 4 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft, kunnen Burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet te behandelen.

     

  • 4.
    • De in het eerste lid van dit artikel bedoelde overdracht kan met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.3 van deze Verordening worden geweigerd.

     

Artikel 8 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door Burgemeester en wethouders aangewezen toezichthouders.

 

Artikel 9 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.
    • De Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2012 wordt ingetrokken.

     

  • 2.
    • Een krachtens de Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2012 verleende ontheffing geldt als ontheffing verleend krachtens deze verordening. Burgemeester en wethouders kunnen deze ambtshalve vervangen door een ontheffing krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften.

     

  • 3.
    • Aanvragen om ontheffing die zijn ingediend onder de Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2012 maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.

     

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.
    • Deze verordening treedt in werking op 10 september 2013.

     

  • 2.
    • Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening winkeltijden Gemeente Cuijk 2013.

     

Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare vergadering van 09 september, 2013.

De raad voornoemd,

R.M. van der Weegen mr. W.A.G. Hillenaar

griffier voorzitter

Toelichting Modelverordening winkeltijden 2013

 

 

Algemeen deel

Op 28 mei 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatiefwet tot wijziging van de Winkeltijdenwet. Deze wetswijziging is op 1 juli 2013 in werking getreden. Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur open te stellen bestaan. Gemeenten kunnen nu echter zelf bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. De uitzonderingsbepalingen daarvoor uit de oude  Winkeltijdenwet, zoals de toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, zijn komen te vervallen. De achterliggende gedachte is dat, zonder bemoeienis vanuit het Rijk, gemeenten zelf kunnen en mogen beslissen of winkels het gehele weekend open mogen. Dit komt tegemoet aan de wensen van veel consumenten, huishoudens en ondernemers. Daarnaast verwacht de politiek een stimulans voor de uitgaven voor de consument. De met betrekking tot deze verordening meest relevante bepalingen van de Wtw, de artikelen 2 en 3, luiden na de wetswijziging als volgt:

 

Artikel 2

1.Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:

a.op zondag;

b.op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;

c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.

2. Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en tijden in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren.

 

Artikel 3

1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden.

2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.

3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden. 

 

Met de nieuwe wet is een einde gekomen aan de oude regelingen in de Winkeltijdenwet. De volgende regelingen voor zondagopenstellingen zijn verdwenen:

1. de 12 zondagen per jaarregeling (artikel 3, eerste lid, van de oude WTW);

2. de ontheffing voor zondagavondopenstelling vanaf 16 uur, 1 per 15 000 inwoners (artikel 3, vierde lid, van de oude WTW);

3. de toerismebepaling (artikel 3, derde lid, van de oude WTW);

4. de bijzondere omstandigheden en feestdagenregeling (artikelen 4 en 5 van de oude WTW);

5. de nachtwinkels op werkdagen tussen 22.00 uur en 6.00 uur (artikel 7 van de oude WTW).

 

Artikel 10 van de WTW is vervallen bij de inwerkingtreding per 1 januari 2013 van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Wab), waarbij de Algemene wet bestuursrecht is gewijzigd.

De artikelen 3 en 8 worden gewijzigd.

 

De bevoegdheid van gemeenten is nu zo ruim dat zowel algehele handhaving van de verboden als het volledig terzijde stellen daarvan tot de mogelijkheden behoort. Hetzelfde geldt voor alle opties die daartussen zitten. Om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen is het van belang dat de betrokken belangen in de besluitvorming worden afgewogen (art. 3:4 Awb). De verordening zelf of onderdelen daaruit zijn niet vatbaar voor bezwaar en beroep. Dit betekent dat conform de hoofdregel uit de Algemene wet bestuursrecht tegen de verordening of onderdelen daaruit geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.

 

 

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de Winkeltijdenwet. Daarin is een winkel gedefinieerd als: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht.

Voor de omschrijving van het begrip feestdag is aansluiting gezocht bij artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd als dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag): Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de verordening gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdag in de verordening.

Door in de verordening het begrip feestdag te definiëren, kan waar nodig worden volstaan met het woord “feestdag” of “feestdagen” en hoeven niet steeds alle dagen bij naam genoemd te worden.

 

Artikel 2.1 Vrijstelling

Op basis van de nieuwe Winkeltijdenwet is het mogelijk om een groot aantal keuzes te maken. Deze vrijheid heeft de gemeenteraad van de wetgever gekregen. De belangrijkste worden hieronder weergegeven.

 

Keuze 1 (Artikel 2 lid 1) Vrijstellen van zon- en feestdagen vrijstellen:

De belangrijkste wijziging in de wet is dat de gemeenteraad de bevoegdheid krijgt om een keuze te maken in de openstelling van winkels op zon- en feestdagen. De gemeenteraad heeft in de afgelopen jaren veelvuldig gesproken over de winkeltijdenwet. De gemeenteraad was in 2012 reeds geïnteresseerd om de winkels de vrijheid te geven om een eigen keuze te maken op zon- en feestdagen. De destijds geldende Winkeltijdenwet bood echter alleen de mogelijkheid om dit te doen op basis van het op de gemeente gerichte toerisme. Hiervoor was de basis, zo oordeelde de gemeenteraad, onvoldoende. In de nieuwe Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2013 wordt voorgesteld om de zon- en feestdagen vrij te stellen.

 

Keuze 2 (Artikel 2 lid 1): Beperking tijdstip op zon- en feestdagen?

Ons college ziet onvoldoende aanleiding om de tijdstippen voor de zon- en feestdagen anders te bepalen dan de tijden voor door de week. In Grave en in Mill wordt dit wel gedaan o.a. met het oog op het kerkbezoek op zondagochtend. Dit gaat in tegen de wens van verschillende ondernemers om juist op de zondagochtend artikelen voor het zondagsontbijt aan te kunnen bieden. Denk hierbij aan de bakker en de supermarkten. Ons college is van mening dat de ondernemers ook op zondag het beste zelf kunnen bepalen of én wanneer de winkel geopend is.

 

Keuze 3 (Artikel 2 lid 1) Beperken tot alleen verkoop vanuit winkels?

De gemeenteraad kan er voor kiezen om de verkoop van goederen anders dan in een winkel wel of niet mee te nemen in de algemene vrijstelling voor de zon- en feestdagen. In artikel 2 lid 1 van de Verordening is het tweede lid van artikel 2 van de WTW toegevoegd, waardoor de algemene vrijstelling ook voor niet winkels geldt.

In de APV zijn reeds regels opgenomen ten aanzien van evenementen, (snuffel)markten, standplaatsen, etc. waardoor controle is gewaarborgd. Voor deze zaken geldt immers een meldingsplicht dan wel een vergunningenstelsel. Deze zaken kunnen even zo goed op zon- en feestdagen plaatsvinden en daarom wordt dezelfde afweging gemaakt als bij winkels.

 

Keuze 4 (Artikel 2 lid 2): Zijn er dagen waarop een uitzonderingen is gewenst?

Middels een amendement van PLC (A01-14 070512) heeft de gemeenteraad in 2012 de wens kenbaar gemaakt om voor enkele dagen een uitzondering te maken. Dit besluit is overgenomen in de verordening. Daarnaast is een uitzondering gemaakt voor Dodenherdenking, 4 mei en Kerstavond, 24 december tussen 19.00 uur en 22.00 uur.

Artikel 3 geeft Burgemeester en wethouders de bevoegdheid om voor deze dagen een ontheffing te verlenen in geval van bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard.

 

Keuze 5: Nadere voorwaarden (zoals laden en lossen verbieden)

Om te voorkomen dat de er op zon- en feestdagen overlast ontstaat voor omwonenden door het laden en lossen bij winkels kan de gemeenteraad er voor worden kiezen om het laden en lossen op zondag te verbieden. Dit is niet in de verordening opgenomen aangezien deze voorwaarde ook niet gold voor de oude 12-dagenregeling. Daarnaast gaan we ervan uit dat het laden en lossen gebeurt op een manier die door de week niet tot normoverschrijdende waarden leidt en dus op zon- en feestdagen ook niet.

 

Keuze 6: Openstelling in de avonduren voor 6.00 uur en na 22.00 uur

De gemeenteraad kan een algemene vrijstelling verlenen voor het openen van winkels in de nachtelijke uren. Er is momenteel geen aanleiding om ook een algemene vrijstelling te verlenen voor de winkeltijden tussen 22.00 en 6.00 uur. Er liggen geen concrete aanvragen en daarnaast is ook in de afgelopen jaren geen of weinig gebruik gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid.

Artikel 3 geeft Burgemeester en wethouders de bevoegdheid om voor deze tijdstippen een ontheffing te verlenen bij bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard. Een full time nachtwinkel behoort binnen de verordening niet tot de mogelijkheden.

 

Keuze 7: Onderscheid in deelgebieden

De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om onderscheid maken naar verschillende deelgebieden. In het verleden is een dergelijke indeling in deelgebieden in de verordening winkeltijden opgenomen omdat de belangen van centrumondernemers vaak niet stroken met die buiten het centrum. Door deelgebieden aan te wijzen was het mogelijk om rekening te houden met die verschillende belangen en zodoende op meer dan 12 zondagen in Cuijk toch winkels geopend te hebben.

Een algehele vrijstelling ondervangt dit probleem en maakt het voor alle winkels in ieder deelgebied mogelijk om in de toekomst een eigen afweging te maken om de winkel geopend te hebben.

 

Belangenafweging en proces

Om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen is het van belang dat de betrokken belangen in de besluitvorming worden afgewogen (art. 3:4 Awb). De winkeltijdenwet omschrijft niet langer welke belangen er afgewogen dienen te worden, maar de volgende belangen zijn in het verleden afgewogen, en spelen uiteraard momenteel nog altijd een rol.

  • a.

    Economische bedrijvigheid en werkgelegenheid

  • b.

    De leefbaarheid (incl. zondagsrust), de veiligheid en de openbare orde

 

 

DEEL I BELANGENAFWEGING: Economische bedrijvigheid en werkgelegenheid

 

Ondernemers

Direct na het raadsbesluit van november vorig jaar aangaande de Verordening Winkeltijden Gemeente Cuijk 2012 is de gemeente in overleg getreden met diverse (vertegenwoordigers van) ondernemers in Cuijk (OVC, Centrummanagement, supermarkten en overige ondernemers). Er zijn diverse gesprekken gevoerd en de ondernemers is gevraagd met elkaar tot een gedragen standpunt te komen hoe ze willen omgaan met de mogelijkheden die de nieuwe Winkeltijdenwet biedt.

 

- Standpunt OVC en Stichting Centrummanagement (brief 28 maart 2013)

De Ondernemers Vereniging Cuijk (OVC) en de Stichting Centrummanagement (CM) hebben in de brief van 28 maart 2013 hun visie op de zondagopenstelling verwoord (zie bijlage). Hierbij is benadrukt dat er een verschil bestaat tussen boodschappen en winkelen. Veel consumenten willen boodschappen doen op zondag. Volgens de OVC en CM is het voldoende om 3 of 4 supermarkten geopend te hebben. Ze stellen daarom voor om de supermarkten in het centrum te openen zodat er drukte in het centrum ontstaat, ook op momenten dat de overige detailhandel is gesloten. In de periferie kan dan via bijv. een roulatiesysteem één supermarkt open. Als alle supermarkten open gaan op zondag kan verhinderen dat het in het centrum druk wordt aangezien er een verdunning van de klantroom naar het centrum ontstaat. Consumenten willen gezellig winkelen op drukke zondagen en men wil beleving. De OVC pleit dan ook voor een integrale visie voor het centrum waar iedereen achter kan en zal staan voordat er een besluit wordt genomen dat de trekkracht van het centrum zal verzwakken. De OVC is niet tegen zondagopenstelling maar is van mening dat de gemeente een duidelijk onderscheid moet maken tussen wijk- en centrumfunctie. Daarnaast onderkent de OVC ook dat de consument graag op zondagen boodschappen doen of gaat winkelen.

 

- Standpunt supermarkten kern Cuijk

Ook de supermarkten uit de kern Cuijk hebben samen met de Fixet hun visie en standpunten verwoord in een visiedocument (zie bijlage). In dit document wordt benadrukt dat de consument, die centraal dient te staan bij de afweging, aan trends onderhevig zijn. Het toenemende winkelen via internet maakt het noodzakelijk dat winkels flexibeler worden, ook in openingstijden. Daarnaast is er meer behoefte aan beleving en funshoppen met name ook om gezinnen te trekken. Cuijk moet iets unieks te bieden hebben om ook de consument uit de regio te trekken. Juist in deze tijd is ondernemen enkel gebaat bij een zo maximaal mogelijke vrijheid in ondernemen. Deze groep ondernemers pleit er dan ook voor om zo veel mogelijk ruimte te creëren voor ondernemers om te ondernemen.

 

- Enquête resultaten

Zowel de OVC als de supermarkten hebben een enquête uitgezet. Geen van beide partijen pretendeert een wetenschappelijk onderzoek te hebben uitgevoerd, maar de uitslagen geven wel een beeld van de mening van de ondervraagden.

De OVC heeft onder de ondernemers (persoonlijk afgeleverd bij leden en niet leden) in het centrum gevraagd of men de OVC visie deelt. 75 ondernemers hebben de vraag of ze het eens zijn met dit uitgangspunt beantwoord. Dit is een aanzienlijk deel van de ondernemerspopulatie. 57 ondernemers zijn voorstander van de door de OVC verwoorde uitgangspunten. 10 ondernemers zijn tegen omdat ze minder koopzondagen willen. 4 ondernemers zijn tegen, maar hebben hun antwoord niet beargumenteerd. 4 ondernemers zijn neutraal. Dit betekent dat het overgrote deel van de centrumondernemers die de enquête hebben ingevuld de standpunten van de OVC deelt.

De enquête onder consumenten is door 363 consumenten ingevuld. Uit deze enquête blijkt dat voor zowel het winkelen als het boodschappen de voorkeur duidelijk ligt in het weekend. De zaterdag scoort het hoogst. De zondag is bij het boodschappen doen het bijna even populair als de zaterdag, maar voor het winkelen scoort de zondag aanzienlijk lager.

 

Figuur 1: Resultaten consumentenenquête Figuur 2: Resultaten ondernemersenquête

 

 

Boodschappen

Winkelen

Maandag

6%

3%

Dinsdag

5%

4%

Woensdag

7%

6%

Donderdag

9%

6%

Vrijdag

20%

22%

Zaterdag

27%

35%

Zondag

26%

24%

TOT

100%

100%

 

 

Mening

Voor

57

Minder koopzondagen

10

Tegen

4

Neutraal

4

TOT

75

 

 

Ook bij eerdere meningspeilingen, ter voorbereiding op de besluitvorming in 2012, door de gemeente en door de OVC is gebleken dat het overgrote deel van de inwoners en ondernemers voorstander is van meer mogelijkheden om op zondag de winkels geopend te hebben. De door de ondernemers uitgevoerde enquête bevestigd het beeld dat de Cuijkse consument net als een jaar geleden belangstelling heeft voor de mogelijkheid om op zondagen boodschappen te kunnen doen en te kunnen winkelen.

 

Uit de bezwaren die zijn ingediend na het besluit van de gemeenteraad in 2012 is gebleken dat met name verschillende zelfstandige winkeliers geen voorstander zijn voor een verregaande vrijstelling van de zondag. Het grootste bezwaar dat de ondernemers aanvoeren is dat met name de grote winkels en supermarkten profiteren van de vrijstelling en dat het voor de kleine specialist niet interessant is.

 

Belangen winkelpersoneel

In de Arbeidstijdenwet (Atw) wordt erkend, dat de zondag als een speciale dag wordt gezien, een dag waarop het normale regime van de arbeids- en rusttijden niet van toepassing is. Het uitgangspunt van de Atw is dat op zondag geen arbeid wordt verricht. Alleen als dat uit de aard van de arbeid voortvloeit of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken is zondagarbeid toegestaan. Deze uitzondering is al jaren gemeengoed bij winkels aangezien de winkeltijdenwet al jaren winkelopenstelling op zondagen toestaat (12-dagenregeling en zondagavondopenstelling).

Van belang hierbij is dat de werknemer er zelf voor moet kiezen om op zondag te werken. De winkeliers dienen over het werken op zondag goede afspraken met de werknemers te maken. Uit de overleggen met met name de Cuijkse supermarkten is gebleken dat veel werknemers graag op zondag werken.

In de Atw en het Burgerlijk Wetboek is voor verschillende situaties bescherming geregeld van werknemers voor het werken op zondag. Werknemers die onder druk worden gezet om op zondag te werken, kunnen zich op deze wetten beroepen, afhankelijk van de situatie die voor hen geldt.

 

Economisch belang

Met de mogelijk maken van zondagopenstelling werd in besluit van de gemeenteraad in 2012 geredeneerd dat dit de economie ten goede zou komen. De bestedingen door toeristen en uit de regio zouden kunnen toenemen.

Meerdere gemeenten in de regio hebben zich al uitgesproken voor (een vorm van) verruiming van de zondagopenstelling. Een aantal van deze gemeenten heeft de winkeltijdenverordening al aan de nieuwe mogelijkheden van de wet aangepast. De verwachting is dat ook bij de buurgemeenten

Indien Cuijk hier niet in meegaat zal dat kunnen betekenen dat consumenten op zondag naar elders trekken voor hun boodschappen en mogelijk ook voor het winkelen. Dit zal een negatief effect kunnen hebben op de werkgelegenheid. Het positieve effect zoals verwacht in 2012 zal echter minder groot zijn omdat veel omliggende gemeente ook voor openstelling gaan. Het belang om de negatieve uitstroom van bestedingen tegen te gaan is echter zeker zo groot, zo niet groter.

 

 

DEEL 2 BELANGENAFWEGING: Leefbaarheid, zondagsrust en veiligheid

In het besluit van 2012 aangaande de winkeltijdenwet van onze raad is uitgebreid stilgestaan bij de belangenafweging. Voor een volledig overzicht van deze belangenafweging wordt hierbij verwezen naar de raadsstukken behorende bij het besluit van mei 2012.

Destijds zijn de resultaten van een oproep van de gemeente gepresenteerd waaruit bleek dat opvallend veel reacties van inwoners positief waren tegenover het voorstel om op zondag de winkels geopend te mogen hebben. Het argument zondagrust werd door bij slechts 5 van de 530 reacties aangehaald.

Bij de positieve reacties wordt echter regelmatig opgevoerd dat juist de zondag de enige dag is om ‘rustig’ boodschappen te kunnen doen. Dit geldt zeker voor eenpersoonshuishoudens en gezinnen met tweeverdieners. Hieruit valt op te maken dat voor deze mensen het boodschappen doen op een ander tijdstip minder ‘rust’ veroorzaakt. Boodschappen doen op zondag bevordert voor deze mensen dus de rust in het wekelijkse schema.

Er is destijds slechts één reactie ontvangen namens een collectief waaruit duidelijk werd dat men zeer gehecht is aan de leefbaarheid, veiligheid en zondagsrust in de woonwijk.

 

Namens de Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Zondagsrust en Zondagsheiliging heeft de gemeente Cuijk een brief ontvangen waarin de zorg wordt uitgesproken voor de teloorgang van de christelijke zondagsviering (d.d. 10 juni 2013, 1815; 3675). De gemeente wordt opgeroepen om geen gehoor te geven aan de druk die wordt uitgevoerd door middenstanders. Ons college constateert dat er geen principiële (religieuze) bezwaren leven bij een groot deel van de Cuijkse bevolking tegen zondagsopenstelling en geeft zodoende geen gehoor aan deze oproep.

In reactie hierop kan worden gesteld dat sinds de inwerkingtreding van de Zondagswet in 1953 hebben met betrekking tot het begrip ‘zondagsrust’ verschuivingen plaatsgevonden. De zondag wordt naast rustdag (al dan niet op religieuze grondslag) gebruikt als dag om te recreëren. Festiviteiten vinden steeds vaker ook op zondag plaats. Er zijn stromingen in de samenleving die, al dan niet op religieuze gronden, een zondagsopenstelling pertinent afwijzen. Wij zijn van mening dat openstelling van winkels op zon- en feestdagen in zijn algemeenheid niet is aan te merken als een verstoring van de zondagsrust. De samenstelling en de gezindheid van de gemeente Cuijk verzet zich niet tegen het openstellen van winkels op zondag. Een dergelijke openstelling voorziet juist in een bredere behoefte die onder de inwoners van onze gemeente leeft.

 

Tevens hebben de ervaringen in 2012, toen de winkels op zondag geopend mochten zijn, geen klachten opgeleverd over de leefbaarheid en veiligheid en zondagsrust. Naar ons bekend is, zijn er niet meer of minder incidenten dan op normale doordeweekse dagen te melden.

 

Conclusie belangenafweging:

De inventarisatie en de afweging van de bovenstaande belangen leidt tot de conclusie dat er geen noemenswaardige aantasting is de genoemde belangen. Gezien de wijzigingen in de wet en de intentie hierachter, en gezien de ontwikkelingen in gemeenten om ons heen, maakt onze raad de keuze om mee te gaan met deze ontwikkeling. Het ondernemerschap (creativiteit en innovatie) zal meer tot zijn recht komen en daarmee wordt de economische ontwikkeling van Cuijk gestimuleerd. Bovendien wordt tegemoet gekomen aan de (moderne) consument die ook op zondag de mogelijkheid wil hebben om te kunnen winkelen en boodschappen te doen.

.

Artikel 2.3 Overgehevelde vrijstellingen uit het Vrijstellingenbesluit Wikeltijdenwet

De wijziging van de wet heeft gevolgen voor het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Deze algemene maatregel van bestuur had als grondslag de artikelen 5, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (oud). Na de wetswijziging is dit het nieuwe artikel 8, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (nieuw). Een substantieel aantal opgenomen vrijstellingen op het verbod zijn van rechtswege vervallen.

Deze vervallen vrijstellingen kan de gemeenteraad op grond van artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (nieuw) bij verordening vaststellen. Met deze bepaling in de verordening wordt hieraan uitvoering gegeven.

Het gaat hier om vrijstellingen voor vormen van detailhandel die traditioneel reeds veel (ook) op zon- en feestdagen plaatsvinden zoals snackbars, ijscomannen, videotheken, bloemenwinkels bij begraafplaatsen, winkels in musea en in bejaardenoorden, etc.

 

Artikel 2.3 Individuele ontheffingen voor bijzondere situaties

De gemeenteraad er voor heeft gekozen om enkele dagen uit te zonderen van de algehele vrijstelling. Daarnaast blijft het verbod om voor 6.00 uur en na 22.00 uur de winkel geopend te hebben van kracht. Met artikel 2.3 van de Verordening wordt de mogelijkheid geboden om een ontheffing te verlenen voor bijzondere situaties van tijdelijke aard. De gemeenteraad kiest bewust voor het uitzonderen van deze dagen én voor het tegengaan van openingstelling in de nachtelijke uren. Het is in ons oordeel dan ook alleen wenselijk om een ontheffing te verlenen bij bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard. Burgemeester en wethouder kunnen beleidsregels opstellen voor de uitvoering van deze regel

.

Artikel 7. Overdracht van de ontheffing

De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van het college. De ontheffing kan aan een (rechts)persoon worden verleend als het gaat om straatverkoop als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Winkeltijdenwet. Als het om een winkel gaat, heeft de ontheffing naar zijn aard betrekking op het pand waarin het winkelbedrijf wordt uitgeoefend. Als het om een ontheffing voor straatverkoop gaat biedt de tussenkomst het college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de opvolger. Als het gaat om overdracht van het winkelpand aan een ander rechthebbende, moet het college kunnen toetsen of de ontheffing in stand kan blijven of dat er eventueel andere voorschriften aan moeten worden verbonden. Er kan immers sprake zijn van een heel ander soort winkel dan voorheen.

 

 

 

 

 

 

Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare vergadering

van 09 september, 2013.

 

 

De raad voornoemd,

 

R.M. van der Weegen mr. W.A.G. Hillenaar

griffier voorzitter