Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Deurne

Gedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDeurne
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2010
CiteertitelGedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpalgemeen bestuur

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Gedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2006-2010.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 15
  2. Gemeentewet, art. 41c
  3. Gemeentewet, art. 69

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-05-2010nieuwe regeling

18-05-2010

Weekblad van Deurne, 28-05-2010

Raadsbesluit, 2010, nr. 035a

Tekst van de regeling

Intitulé

Gedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2010

DE RAAD DER GEMEENTE DEURNE

gezien het voorstel van het presidium van 26 april 2010;

 

gehoord de raadscommissie Bestuur & Veiligheid d.d. 26 april 2010;

 

gelet op het bepaalde in de artikelen 15, 41c en 69 van de Gemeentewet;

 

besluit:

Vast te stellen de navolgende “Gedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2010” onder gelijktijdige intrekking van de “Gedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2006-2010” zoals vastgesteld door de raad d.d. 12 december 2006.

 

Te bepalen dat de nieuwe gedragscode daags na vaststelling in werking treedt.

Gedragscode bestuurlijke integriteit voor bestuurders van de gemeente Deurne 2010

Deel 1 Inleiding

Artikel 1 Algemene bepalingen

  • 1.

    Onder bestuurders wordt verstaan: de burgemeester, de wethouders en de leden van de gemeenteraad van de gemeente Deurne.

  • 2.

    Onder bestuurders wordt verstaan: de burgemeester, de wethouders en de leden van de gemeenteraad van de gemeente Deurne..

  • 3.

    Deze gedragscode is van overeenkomstige toepassing op burgercommissieleden.

  • 4.

    De code is openbaar en door derden te raadplegen.

  • 5.

    Een bestuurder ontvangt bij zijn aantreden een exemplaar van de code.

Artikel 2 Kernbegrippen

  • 1.

    Bestuurders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. In tegriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richt snoer.

  • 2.

    Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samen hangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leg- gen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders en de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen.

  • 3.

    De volgende kernbegrippen zijn in het handelen van iedere bestuurder leidend:

    • ·

      Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente of de provincie en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.

    • ·

      Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.

    • ·

      Onafhankelijkheid Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

    • ·

      Openheid Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij.

    • ·

      Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

    • ·

      Zorgvuldigheid Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

  • 4.

    Gedragingen van bestuurders moeten aan genoemde kernbegrippen getoetst kunnen worden. De kernbegrippen vormen de toetssteen voor de hiernavolgende gedragsregels.

Deel 2 Gedragsregels

Artikel 3 De voorbeeldfunctie van bestuurders

  • 1.

    Een bestuurder handelt en gedraagt zich overeenkomstig de geldende wetten en regels en algemeen maatschappelijk geaccepteerde waarden en normen. In het bijzonder respecteert een bestuurder de regels zoals deze door de gemeente zelf zijn vastgesteld.

  • 2.

    Een bestuurder communiceert en treedt naar buiten overeenkomstig de algemeen maatschappelijk geaccepteerde fatsoens- en omgangsnormen.

Artikel 4 Belangenverstrengeling

  • 1.

    Een bestuurder voorkomt (de schijn van) belangenverstrengeling, onder meer door niet in eigen persoon namens een burger of organisatie:

    • -

      in te spreken in een vergadering van de raad of een raadscommissie;

    • -

      een zienswijze in te dienen bij het bestuursorgaan waarvan hij zelf deel uitmaakt of hieromtrent op te treden als vertegenwoordiger;

    • -

      een verzoekschrift in te dienen bij het bestuursorgaan waarvan hij zelf deel uitmaakt of hieromtrent op te treden als vertegenwoordiger;

    • -

      een aanvraag in te dienen bij het bestuursorgaan waarvan hij zelf deel uitmaakt of hieromtrent op te treden als vertegenwoordiger;

    • -

      een aanbieding te doen aan de gemeente of hieromtrent op te treden als vertegen- woordiger.

  • 2.

    Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 15, lid 1, van de Gemeentewet, wordt het niet als integer beschouwd als ook andere bestuurders dan zij die tevens advocaat, procureur of adviseur zijn, in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of bestuursorganen dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of bestuursorganen.

  • 4.

    Het is niet integer als bestuurder enig eigen financieel belang te hebben in een organisatie die optreedt als adviseur, gemachtigde of vertegenwoordiger namens derden in geschillen met het bestuursorgaan waarvan deze bestuurder lid is of namens derden een zienswijze, een verzoekschrift of een aanvraag in te dienen bij het bestuursorgaan waarvan deze bestuurder lid is.

  • 5.

    Het is niet integer als een bestuurder tevens lid is van een advies- en overlegorgaan dat is ingesteld door één van de bestuursorganen van de gemeente, tenzij bij de instelling ervan anders wordt besloten of een wettelijke regeling anderszins bepaalt.

  • 6.

    Het is niet integer als een bestuurder in concrete gevallen waarbij hij zelf op enige wijze als adviseur is opgetreden namens iemand anders, niet met terughoudendheid gebruik maakt van de controlerende instrumenten die hem ter beschikking staan.

Artikel 5 Bevoordeling en benadeling

  • 1.

    Een bestuurder voorkomt (de schijn van) bevoordeling dan wel benadeling van individuele burgers of organisaties en onthoudt zich van individuele belangenbehartiging.

  • 2.

    In geval een burger vragen stelt aan een bestuurder waakt deze ervoor om hem verkeerd te informeren en verwijst hij in geval van twijfel door naar het ambtelijk apparaat.

  • 4.

    Een bestuurder die deelneemt aan een vergadering van een overlegorgaan van inwoners, waaronder dorps- en wijkraden, wijst er in voorkomend geval op dat in zijn standpuntbepaling in gemeentelijke besluitvormingsprocessen het algemeen belang prevaleert.

  • 5.

    Een bestuurder zorgt ervoor dat een medewerker van ambtelijke organisatie vanuit zijn deskundigheid objectief kan adviseren aan het gemeentebestuur.

  • 6.

    Het is niet integer als een raadslid zich mengt in de ambtelijke behandeling van een (aanstaande) aanvraag dan wel andersoortige aangelegenheid van een individuele burger of organisatie. Een raadslid die inzake een individuele aanvraag of dossier informatie wenst te ontvangen of door hem opgevangen signalen kenbaar wil maken, richt zich tot de betreffende wethouder, de burgemeester, griffier of gemeentesecretaris.

  • 7.

    Een bestuurder die een toezegging doet aan een burger of organisatie vermeldt hierbij dat deze toezegging pas geldingskracht verkrijgt indien deze de goedkeuring geniet van het bevoegde bestuursorgaan.

Artikel 6 Privé- belangen van een bestuurder

  • 1.

    Een bestuurder als privé- persoon laat zich in zijn contact met de gemeentelijke organisatie niet anders behandelen dan iedere andere inwoner van Deurne.

  • 2.

    Indien in gemeentelijke beleids-, plan-, of besluitvormingsprocessen dan wel in een geschil van een derde met de gemeente privé- belangen van een bestuurder aanwezig zijn, communiceert hij hier transparant over met zijn collega-bestuurders. De burgemeester en de wethouders melden in dat geval hun privé- belang bij de gemeentesecretaris; raadsleden bij de raadsgriffier.

  • 3.

    Het is niet integer als een bestuurder met financiële belangen in een onderneming zich mengt in de ambtelijke dan wel bestuurlijke behandeling door de gemeente van aanvragen, verzoeken of andersoortige aangelegenheden betreffende deze onderneming.

Artikel 7 Aankoop, verkoop en aanbesteding

  • 1.

    Bij privaatpublieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

  • 2.

    Een bestuurder draagt er zorg voor dat de voorbereiding en uitvoering van aankopen en verkopen van diensten, producten, grond, roerende of onroerende zaken door de gemeente alsmede gemeentelijke aanbestedingen integer verlopen. Een bestuurder betracht hierover, in voorkomend geval achteraf, openheid.

  • 3.

    Oud-raadsleden en oud-wethouders worden het eerste jaar na de beëindiging van hun ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.

  • 4.

    Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten, producten, grond, roerende of onroerende zaken aan de gemeente, meldt dit aan zijn bestuursorgaan en onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid.

  • 5.

    Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente, rechtstreeks of middellijk, geen faciliteiten, diensten of gunsten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.

Artikel 8 Nevenfuncties

  • 1.

    Het is niet integer als een bestuurder nevenfuncties vervult waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. Dit houdt niet in dat een bestuurder geen functie kan hebben in een maatschappelijke of belangenorganisatie.

  • 2.

    Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.

  • 3.

    Het is niet integer als een bestuurder die tevens bestuurder is van een maatschappelijke of belangenorganisatie, optreedt als vertegenwoordiger namens deze organisatie in overleg met de gemeente of een gemeentelijke bestuursorgaan. Hij bewaakt in beleids-, plan- en besluitvormingsprocessen dan wel geschillen waarin betreffende organisatie een rol vervult, de zuiverheid van verhoudingen.

  • 4.

    De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt, de zogenaamde qualitate qua nevenfunctie, worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.

  • 5.

    Een lid van het college dat een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten.

Artikel 9 Omgang met informatie

  • 1.

    Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie.

  • 2.

    Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 3.

    Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Een bestuurder maakt geen misbruik van zijn voorkennis.

  • 4.

    Een bestuurder gaat in het bijzonder zorgvuldig om met de informatie die hij krijgt door zijn informele contacten met ambtenaren.

Artikel 10 Geschenken, giften, gunsten en invitaties

  • 1.

    Geschenken, giften en gunsten die een bestuurder uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een ge- meentelijke bestemming voor gezocht.

  • 2.

    Indien een bestuurder geschenken, giften of gunsten ontvangt die een waarde van min- der dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven niet te worden gemeld en geregistreerd.

  • 3.

    Geschenken, giften en gunsten worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, dan wordt dit gemeld aan het bestuursorgaan waarvan de bestuurder deel uitmaakt en wordt door dat bestuursorgaan een besluit over de bestemming van het ge- schenk genomen.

  • 4.

    Een bestuurder gaat zorgvuldig om met invitaties van commerciële en belangenorganisa- ties en zorgt ervoor dat hij niet in de situatie komt waarbij het risico aanwezig is dat hij zich laat beïnvloeden in zijn oordeelsvorming als bestuurder. Een bestuurder die gebruik wenst te maken van een invitatie van een commerciële of belangenorganisatie meldt dit aan de gemeentesecretaris dan wel de griffier.

Artikel 11 Bestuurlijke uitgaven

  • 1.

    Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.

  • 2.

    Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd:

    a met de uitgave is het belang van de gemeente gediend en

    b.de uitgave vloeit voort uit de functie.

Artikel 12 Declaraties

  • 1.

    De bestuurder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 2.

    Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve proce- dure.

  • 3.

    Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.

  • 4.

    Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten wor- den voor zover mogelijk binnen een maand afgerekend.

  • 5.

    De gemeentesecretaris respectievelijk de griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.

  • 6.

    In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester. Zo nodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het college c.q. de gemeenteraad oorgelegd.

Artikel 13 Creditcards

De gemeente Deurne verstrekt geen creditcards aan bestuurders.

Artikel 14 Gebruik van gemeentelijke voorzieningen
  • 1.

    Het gebruiken van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet integer.

  • 2.

    Bestuurders kunnen op basis van een overeenkomst voor gemeentelijk gebruik een fax, mobiele telefoon en computer met randapparatuur in bruikleen ter beschikking krijgen.

Artikel 15 Reizen buitenland
  • 1.

    Het is niet integer om als bestuurder uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken zonder toestemming van het bestuursorgaan waarvan hij deel uitmaakt.

  • 2.

    Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten.

  • 3.

    Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het bestuursorgaan waarvan de desbetreffende bestuurder deel uit- maakt en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeente- lijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.

  • 4.

    Van de reis wordt een verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag.

  • 5.

    Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder en/of van derden is niet integer tenzij dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij ofwel indien het belang van de gemeente daarmee naar het oordeel van het bestuursorgaan, waarvan de desbetreffende bestuurder deel uitmaakt, gediend is.

  • 6.

    Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is integer, mits dit is betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor re- kening van de bestuurder.

  • 7.

    De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden ver- goed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden geacht.

Deel 3 De toepassing van de gedragscode
Artikel 16 Zelfverantwoordelijkheid
  • 1.

    Op iedere bestuurder rust de verantwoordelijkheid om er zelf op toe te zien dat hij handelt en zich gedraagt overeenkomstig het gestelde in deze gedragscode.

  • 2.

    Bestuurders die deze gedragscode ondertekenen, verklaren van de gedragscode kennis te hebben genomen en deze naar eer en geweten te zullen hanteren.

Artikel 17 Elkaar aanspreken
  • 1.

    Een bestuurder wordt geacht een andere bestuurder aan te spreken in het geval dat hij vermoedt dat gedragingen en/of handelingen niet stroken met de inhoud van deze ge- dragscode.

  • 2.

    De burgemeester vervult een bewakende rol ten aanzien van de toepassing van de ge- dragscode. Indien het aanspreken zoals genoemd onder 1. niet tot een bevredigend re- sultaat leidt, informeert een bestuurder de burgemeester.

  • 3.

    Een bestuurder kan een gedraging en/of handeling van een collega-bestuurder waarvan gegrond vermoeden bestaat dat deze niet strookt met de inhoud van deze gedragscode ter bespreking voordragen in de vergadering van het bestuursorgaan waartoe hij behoort.

  • 4.

    In geval een bestuurder een gegrond vermoeden heeft dat gedragingen en/of handeling- en van de burgemeester niet stroken met de inhoud van deze gedragscode, meldt hij dit aan het bestuursorgaan waartoe hij behoort. In voorkomend geval kan een bestuurder besluiten de gedraging en/of handeling te melden bij de Commissaris van de Koningin.

Artikel 18 Uitleg gedragscode

In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college van burgemeester en wethouders dan wel de gemeenteraad.

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 mei 2010

De griffier, R.J.C.M. Rutten

De voorzitter,J.G.M. Daandels