Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Deurne

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deurne houdende regels omtrent de heffing en invordering van hondenbelasting (Verordening hondenbelasting Deurne 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDeurne
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Deurne houdende regels omtrent de heffing en invordering van hondenbelasting (Verordening hondenbelasting Deurne 2020)
CiteertitelVerordening hondenbelasting Deurne 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening hondenbelasting Deurne 2019.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 226 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-12-2019nieuwe regeling

05-11-2019

gmb-2019-302781

Nr. 67e

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deurne houdende regels omtrent de heffing en invordering van hondenbelasting (Verordening hondenbelasting Deurne 2020)

DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE

 

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.22 oktober 2019, nr. 67;

 

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;

 

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de Verordening hondenbelasting Deurne 2020

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    houder: degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is;

  • b.

    hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

  • c.

    kennel: een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is de houder van een hond.

  • 2.

    Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, onder a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 4 Vrijstellingen

  • 1.

    De belasting wordt niet geheven voor honden:

    • a.

      die aantoonbaar gekwalificeerd zijn opgeleid tot en dienen als geleidehond of sociale hulphond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden, waaronder (mede) begrepen pups die hiertoe aantoonbaar worden opgeleid en gehouden worden in een daartoe aangewezen puppy-pleeggezin;

    • b.

      die bij een daarvoor bestemde stichting, vereniging of bedrijf geregistreerd staan en als assistentiehond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld;

    • c.

      die bij een daarvoor bestemde stichting, vereniging of bedrijf geregistreerd staan als assistentiehond in opleiding, waarbij de belastingplichtige het uitsluitend doel heeft een in bruikleen gekregen hond op te leiden voor mensen met een lichamelijke, visuele of auditieve handicap;

    • d.

      die uitsluitend voor verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

    • e.

      die verblijven in een hondenasiel;

    • f.

      die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.

    • g.

      die gehouden worden door ambtenaren van politie, ter verrichting van opsporingsdiensten, mits de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Politiehondenvereniging. Hieronder worden mede begrepen pups die hiertoe aantoonbaar worden opgeleid door een daartoe aangewezen houder.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1.

    De belasting bedraagt per belastingjaar per hond € 54,01.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland, per kennel € 286,54.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalender maanden overblijven.

  • 3.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

  • 4.

    Aanslagbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslagbedrag.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De tweede termijn vervalt twee maanden later.

  • 2.

    Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid moeten, indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. De volgende termijnen vervallen telkens een maand later.

  • 4.

    Automatische incasso is slechts mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 11 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.

Artikel 12 Kwijtschelding

Kwijtschelding van de in artikel 2 bedoelde belasting, zoals bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990, wordt niet verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening hondenbelasting Deurne 2019’ van 6 november 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting Deurne 2020”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 november 2019.

De griffier,

R.J.C.M. Rutten.

De voorzitter,

H.J. Mak.