Regeling vervalt per 31-12-2024

Subsidieregeling Incidentele Culturele projecten Drenthe

Geldend van 16-06-2023 t/m 30-12-2024

Intitulé

Subsidieregeling Incidentele Culturele projecten Drenthe

Besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 27 oktober 2020, kenmerk 4.3/2020002001, team Cultuur, Maatschappij en Vrijetijdseconomie, tot vaststelling van de Subsidieregeling Incidentele Culturele projecten Drenthe

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

gelet op de Algemene subsidieverordening Drenthe 2017 en de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUITEN:

de Subsidieregeling Incidentele Culturele projecten Drenthe vast te stellen.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021 en vervalt van rechtswege op 31 december 2024.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

mevrouw drs. J. Klijnsma, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

Uitgegeven: 2 november 2020

Subsidieregeling Incidentele Culturele projecten Drenthe

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    authenticiteit: het project is in inhoud of uitvoeringsvorm bedacht door de aanvrager;

  • b.

    incidenteel project: een project zonder regelmatig terugkerend karakter;

  • c.

    in Drenthe gevestigde maker(s): de aanvragende rechtspersoon van het project heeft zijn vestigingsplaats binnen de provincie Drenthe en zijn feitelijke activiteiten worden grotendeels in Drenthe verricht;

  • d.

    kunstdisciplines: beeldende kunst, muziek, theater/toneel, dans, film en/of literatuur;

  • e.

    musea van provinciaal belang: de aanduiding voor de vijf grotere provinciale musea (naast het Drents Museum) die de provincie Drenthe middels een begrotingssubsidie ondersteunt. Dit zijn het Hunebedcentrum, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, museum De Buitenplaats, het Gevangenismuseum en museum De Proefkolonie;

  • f.

    podiumkunsten: die vormen van kunst die uitgevoerd worden op een podium in de aanwezigheid van (virtueel) publiek. Tot de podiumkunsten behoren live-uitvoeringen van muziek, musical, opera, ballet, overige dansvormen, toneel, kleinkunst en combinaties hiervan;

  • g.

    reguliere museale taken: taken gericht op het beheer/behoud van de collectie, het in stand houden en/of onderhouden van het gebouw, het maken van nieuwe exposities en het verzorgen van de inrichting (vitrines en dergelijke);

  • h.

    restricties vanwege COVID-19: restricties vanwege COVID-19 die een negatief effect hebben op de inkomsten of hogere kosten van een project tot gevolg hebben;

  • i.

    toegankelijkheid: ook mensen met een beperking, lagere geletterdheid of andere taal kunnen deelnemen aan het project;

  • j.

    vaste tentoonstelling: de permanente expositie van de eigen collectie van een museum.

Artikel 2 Doel

De subsidie heeft tot doel het stimuleren en onderhouden van een gevarieerd en levendig cultureel klimaat in Drenthe door het mede tot stand laten komen van projecten met een groot bereik.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend voor de volgende activiteiten:

  • 1.

    Festivals en evenementen. Festivals en evenementen in Drenthe waarbij een of meerdere kunstdisciplines een centrale rol innemen.

  • 2.

    Podiumkunsten. Projecten die op incidentele basis zorgen voor een kwalitatief hoogstaand aanbod in Drenthe.

  • 3.

    Beeldende kunst, design en vormgeving. Incidentele projecten op het gebied van beeldende kunst, design en vormgeving door in Drenthe gevestigde makers en/of grotendeels binnen de provinciegrenzen uitgevoerd.

  • 4.

    Media. De realisatie van documentaires en films. Alleen documentaires en films over onderwerpen met een link met Drenthe zijn subsidiabel.

  • 5.

    Literatuur. Incidentele projecten die het Drentse publiek kennis laten maken met of betrekken bij literatuur. Hierbij gaat het om projecten die nog niet op een soortgelijke manier in Drenthe aangeboden worden.

  • 6.

    Streektaal. Incidentele publieksprojecten die het imago en/of het gebruik van het Drents verbeteren op een eigentijdse manier. Hierbij gaat het om projecten die nog niet op een soortgelijke manier in Drenthe aangeboden worden en waarbij de focus ligt op publieksverbreding.

  • 7.

    Internationalisering. Culturele, incidentele projecten waarin samenwerking tussen de Drentse bevolking en/of culturele instellingen en de bevolking van en/of instellingen uit de Duitse grensstreek een centraal onderdeel vormen.

  • 8.

    Museale projecten. Incidentele projecten door een van de vijf musea van provinciaal belang.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidies worden alleen verstrekt aan aanvragers die rechtspersoonlijkheid bezitten.

Artikel 5 Aanvraagperiode

Een aanvraag voor subsidies kan worden ingediend vanaf 1 januari 2021.

Artikel 6 Aanvraag

Een aanvraag voor subsidie wordt digitaal of schriftelijk en ondertekend ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en de in het aanvraagformulier gevraagde bijlagen.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Een subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de voorgenomen activiteiten tot het/de reguliere werk/taken van de aanvrager of andere, al dan niet door de provincie gesubsidieerde instellingen behoren;

  • b.

    de aanvraag gedaan wordt door een instelling die een begrotingssubsidie ontvangt van de provincie Drenthe die in datzelfde jaar al een subsidie ontvangen heeft op grond van de Subsidieregeling Incidentele Culturele Projecten;

  • c.

    de voorgenomen activiteiten onvoldoende aansluiten bij de doelstellingen uit de Cultuurnota Drenthe 2021-2024 ‘Cultuur om te delen’;

  • d.

    uit de subsidieaanvraag blijkt dat subsidie voor de uitvoering van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd niet nodig is;

  • e.

    de voorgenomen activiteit van een gesubsidieerde instelling niet incidenteel van aard is en niet uitstijgt boven de reguliere gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 8 Procedure en toetsing

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen alvorens een besluit te nemen op de aanvraag advies inwinnen bij de door hen ingestelde Adviescommissie Cultuur of andere door hen aan te wijzen deskundigen.

  • 2.

    Subsidieaanvragen van € 20.000,-- of hoger worden in beginsel voorgelegd aan de adviescommissie als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Ook bij aanvragen lager dan € 20.000,-- kan gekozen worden voor het inwinnen van advies van de adviescommissie.

  • 4.

    De commissie als bedoeld in het eerste lid adviseert op grond van de toetsingscriteria zoals genoemd in deze regeling.

Artikel 9 Toetsingscriteria

Subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a.

    Kwaliteit van product en organisatie. De kwaliteit kan bijvoorbeeld getoetst worden aan:

    • -

      de inhoudelijke samenhang, authenticiteit en originaliteit;

    • -

      voorbeeldmateriaal, een regieconcept, manuscript, schetsontwerpen, etc.;

    • -

      de principes van de Governance Code Cultuur 2019. Bij aanvragers die meer dan € 10.000,-- subsidie aanvragen dient de structuur van de aanvragende organisatie te voldoen aan deze principes. (zie toelichting);

    • -

      de ervaring van de rechtspersoon/organisatie met eerdere projecten die vergelijkbaar zijn in omvang en kwaliteit.

  • b.

    Toegankelijkheid:

    • -

      bij subsidieaanvragen hoger dan € 10.000,-- vragen Gedeputeerde Staten aantoonbare inzet op het gebied van toegankelijkheid, passend bij de activiteit. Denk aan drempelvrije accommodaties, invalidentoiletten, rondleidingen met gebarentaal, de inzet van braille of het aanbieden van prikkelarme uren/voorstellingen;

    • -

      naast toegankelijkheid voor mensen met een beperking vragen Gedeputeerde Staten waar dit gepast is ook rekening te houden met meertaligheid. Dit geldt met name voor gebieden en/of organisaties waar internationale bezoekers naartoe komen. Een voorbeeld hiervan is het UNESCO-werelderfgoedgebied.

  • c.

    Aanvulling van het cultuuraanbod. Deze aanvulling kan bestaan uit één of beide van de volgende eigenschappen:

    • -

      verbreding: een op zich niet vernieuwende activiteit, maar die op deze plek of voor deze publieksgroep een nieuwe en/of verrijkende ervaring betekent (in plaats van ‘meer van hetzelfde’);

    • -

      vernieuwing: een innovatieve kunstzinnige activiteit die nog niet of nauwelijks in Drenthe is uitgevoerd.

  • d.

    Cultureel ondernemerschap:

    • -

      van de deelnemers dan wel afnemers wordt een redelijke bijdrage dan wel vergoeding gevraagd;

    • -

      er wordt aantoonbare inzet gepleegd om andere financiers dan de overheid te vinden;

    • -

      voor projecten in de categorie Festivals en evenementen is cofinanciering door de gemeente waar de activiteit plaatsvindt een voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • -

      voor projecten uit de overige categorieën is cofinanciering of ondersteuning in natura door de gemeente(n) gewenst;

    • -

      er is aantoonbaar dan wel aannemelijk te maken draagvlak voor de activiteiten;

    • -

      er wordt indien mogelijk gebruik gemaakt van bestaande voorzieningen en kennis en er wordt gezocht naar logische partners die versterkend zijn voor het project.

  • e.

    PR & marketing. De aanvraag dient blijk te geven van:

    • -

      een doordachte en realistische publieksbenadering. Dit komt tot uiting in een concreet PR-plan, opgenomen in het projectplan;

    • -

      aansluiting van methode(s) bij de gekozen doelgroep(en), daar waar dat zinvol is met inzet van sociale media.

Bij subsidieaanvragen hoger dan € 20.000,-- vragen Gedeputeerde Staten een afzonderlijk marketingplan. Beoordeling van de kwaliteit hiervan ligt bij de Adviescommissie Cultuur. Voor projecten uit de categorie Museale projecten maken Gedeputeerde Staten met de aanvrager maatwerkafspraken over marketing en PR die passen bij de aard van het project.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn de voor het initiatief noodzakelijke kosten die aantoonbaar rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het uit te voeren project.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het opbouwen van reserve/eigen vermogen;

  • b.

    kosten voor uren die al in een boekjaarsubsidie van de provincie Drenthe gesubsidieerd zijn;

  • c.

    btw voor zover aftrekbaar of te verrekenen;

  • d.

    kosten ten behoeve van investeringen in accommodaties en aanschaf van apparatuur in accommodaties, behalve voor projecten binnen de categorie Museale projecten;

  • e.

    overige investeringen in interieur of materiaal dat niet specifiek aan het project verbonden is;

  • f.

    tentoonstellingskosten, behalve voor projecten binnen de categorie Museale projecten waar het gaat om vernieuwing van de vaste tentoonstelling;

  • g.

    het schrijven en publiceren van teksten (boeken/brochures/websites/informatieborden/etc.) als een op zichzelf staand project;

  • h.

    voorbereidingskosten voor projecten die vallen binnen de categorie Media.

Artikel 12 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. Voor projecten binnen de categorieën Media en Festivals en evenementen bedraagt de subsidie maximaal 40% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Zolang er restricties vanwege COVID-19 gelden voor het tot stand laten komen van projecten, kan de subsidie verhoogd worden tot maximaal 60% van de subsidiabele kosten.

  • 3.

    Voor aanvragers die naast de aangevraagde projectsubsidie een boekjaarsubsidie ontvangen van de provincie Drenthe, inclusief de musea van provinciaal belang, geldt een maximaal subsidiebedrag van € 25.000,-- per project.

  • 4.

    Voor overige aanvragers geldt een maximaal subsidiebedrag van € 45.000,-- per project.

Artikel 13 Subsidieplafond (geografische spreiding)

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.

Artikel 14 Verdeelsystematiek

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Subsidieaanvragers mogen voor maximaal één project per kalenderjaar subsidie ontvangen.

  • 3.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 15 Staatssteun

De subsidie wordt slechts verleend met inachtneming van de Europese regels inzake staatssteun.

Artikel 16 Afwijkingsbevoegdheid

In onbillijke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van het bepaalde in deze regeling.

Artikel 17 Inwerkingtreding en openstelling

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt van rechtswege op 31 december 2024.

  • 2.

    Op de voor 31 december 2024 verstrekte subsidies die nog niet voor die datum zijn vastgesteld, blijft deze subsidieregeling van toepassing.

Toelichting op de subsidieregeling

Artikel 8, Toetsingscriteria - kwaliteit, onderdeel 3 ‘Governance Code Cultuur 2019’

De Governance Code Cultuur 2019 kan gratis gedownload worden: https://bij.cultuur-ondernemen.nl/storage/media/Governance-Code-Cultuur-2019_NL_download-versie.pdf

De Governance Code Cultuur 2019 bestaat uit acht principes. Gedeputeerde Staten verwachten dat een aanvraag boven de € 10.000,-- hieraan voldoet. Het gaat om de volgende principes:

  • 1.

    De organisatie realiseert haar maatschappelijke doelstelling door culturele waarde te creëren, over te dragen en/of te bewaren.

  • 2.

    De organisatie past de principes van de Governance Code Cultuur 2019 toe en licht toe hoe zij dat heeft gedaan (‘pas toe én leg uit’). De organisatie volgt de aanbevelingen op en wijkt daar alleen gemotiveerd van af (‘pas toe óf leg uit’).

  • 3.

    Bestuurders en toezichthouders zijn onafhankelijk en handelen integer. Zij zijn alert op belangenverstrengeling, vermijden belangenverstrengeling en gaan op een transparante en zorgvuldige wijze om met tegenstrijdige belangen.

  • 4.

    Bestuurders en toezichthouders zijn zich bewust van hun eigen rol en de onderlinge verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en handelen daarnaar.

  • 5.

    Het bestuur is verantwoordelijk voor de algemene en dagelijkse leiding, het functioneren en de resultaten van de organisatie.

  • 6.

    Het bestuur gaat zorgvuldig en verantwoord om met de mensen en de middelen van de organisatie.

  • 7.

    De raad van toezicht voert zijn toezichthoudende, adviserende en werkgeversrol op een professionele en onafhankelijke wijze uit.

  • 8.

    De raad van toezicht is verantwoordelijk voor zijn samenstelling en waarborgt daarbij deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid.

In de Governance Code Cultuur 2019 staan voor alle acht principes aanbevelingen opgesteld. Deze aanbevelingen moeten opgevolgd worden of er kan gemotiveerd van afgeweken worden (pas toe of leg uit).

Waar aanvragers ervoor kiezen zich niet aan een aanbeveling te houden, zien Gedeputeerde Staten dit graag toegelicht in de subsidieaanvraag.

Artikel 8, Toetsingscriteria - cultureel ondernemerschap

Cultureel ondernemerschap betekent niet dat een project commercieel of economisch rendabel moet zijn of dat alleen ondernemers subsidie kunnen aanvragen. Met cultureel ondernemerschap wordt bedoeld dat uit de plannen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager oog heeft voor zowel de culturele als de economische kant van het project. Het project sluit aan bij een behoefte van de beoogde doelgroep en is niet volledig afhankelijk van overheidsfinanciering. Daar waar overige inkomstenbronnen voor de hand liggen, dienen deze in het dekkingsplan te worden opgenomen.

Artikel 8, Toetsingscriteria – cultureel ondernemerschap, onderdeel 1 ‘redelijke vergoeding’

Onder een redelijke vergoeding wordt verstaan een vergoeding (entreeprijs, inschrijfgeld of iets dergelijks) die in verhouding staat tot de aard van het project én de beoogde doelgroep. De vergoeding hoeft dus niet in alle gevallen marktconform te zijn. Het doel van het criterium is het stimuleren van ondernemerschap bij cultuurmakers.