Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Drimmelen

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDrimmelen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2018
CiteertitelBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2018
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpSociale zekerheid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

wet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-02-201801-01-2018Nieuwe regeling

09-01-2018

gmb-2018-35044

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2018

Het college van de gemeente Drimmelen.

 

Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Drimmelen 2018,

BESLUIT:

 

Vast te stellen

 

Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2018.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In dit besluit wordt verstaan onder

    • a.

      verordening: de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Drimmelen 2018;

    • b.

      beleidsregels: de beleidsregels Wmo 2016 gemeente Drimmelen zolang nieuwere beleidsregels Wmo gemeente Drimmelen nog niet van kracht zijn;

    • c.

      persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen maatwerkvoorzieningen kan verwerven;

    • d.

      financiële tegemoetkoming: een geldbedrag dat vanuit de Maatwerkvoorziening financiële tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten of vanuit de regels m.b.t de algemene voorziening voor Hulp bij het Huishouden kan worden toegekend aan inwoners die aan in de verordening, de beleidsregels en dit besluit neergelegde criteria voldoen;

  • 2.

    Alle begrippen, die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning en de verordening.

Hoofdstuk 1 Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning

Artikel 2. Melding hulpvraag

  • 1.

    Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.

  • 2.

    Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.

  • 3.

    In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.

Artikel 3. Vooronderzoek

  • 1.

    Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.

  • 2.

    Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.

  • 3.

    Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.

  • 4.

    Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.

Artikel 4. Gesprek

  • 1.

    Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:

    • a.

      de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;

    • b.

      het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;

    • c.

      de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;

    • d.

      de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;

    • e.

      de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;

    • f.

      de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;

    • g.

      de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;

    • h.

      de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;

    • i.

      welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en

    • j.

      de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.

  • 2.

    Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 4, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.

  • 4.

    Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. Door informatie van leden van de dorpsteams kan een hulpvraag genoegzaam bekend zijn en kan afgezien worden van een gesprek.

Artikel 5. Verslag

  • 1.

    Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek.

  • 2.

    Binnen 56 werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek.

  • 3.

    Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd.

Artikel 6. Aanvraag

1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

Hoofdstuk 2 Bijzondere regels rond verstrekking en verantwoording van het persoonsgebonden budget

Artikel 7 Verstrekking persoonsgebonden budget (pgb)

Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats:

  • a.

    op verzoek van de aanvrager. Bij dit verzoek dient de motivatie van de cliënt om de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget geleverd te krijgen, toegvoegd te zijn.

  • b.

    als de voorziening of het hulpmiddel die op basis van een eerder verstrekt persoonsgebonden budget is toegekend, is versleten; Een voorziening kan versleten zijn na de redelijke gebruikstermijn, zoals aangeven in art. 19 van dit Besluit of zoals in de toekenningbeschikking waarmee het eerdere persoonsgebonden budget is verstrekt.

  • c.

    Als de beperkingen van de ondersteuningsvrager dusdanig zijn veranderd dat de reeds verstrekte voorziening niet meer adequaat is en een andere Wmo-voorziening nodig is.

Artikel 8 Weigering pgb

Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats:

  • a.

    indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, de overtuiging bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;

  • b.

    bij medische en sociale contra-indicatie, problematische schulden of gebleken misbruik of oneigenlijk gebruik;

  • c.

    als de maatwerkvoorziening die de cliënt wil inkopen met het pgb niet veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.

Artikel 9 Steekproef als controle gebruik pgb

  • 1.

    Het college gaat steekproefsgewijs na of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is.

  • 2.

    De houder van het persoonsgebonden budget is verplicht medewerking te verlenen aan deze steekproef en dient ter verantwoording van het pgb:

    • a.

      een inzichtelijke financiële administratie bij te houden;

    • b.

      betalingsbewijzen / nota’s en facturen te bewaren van het met het persoonsgebonden budget aangekochte hulpmiddel of gerealiseerde (woon)voorziening.

    • c.

      Een zorgplan of een vergelijkbaar document ter inzage te geven aan het college, waaruit blijkt met welke inzet welke resultaten zijn behaald.

  • 3.

    Indien de aanvrager de gemeente opdracht geeft om het pgb over te maken naar een organsatie die de bemiddeling en service m.b.t alfahulp regelt, gelden de verplichtingen uit lid 2 van dit artikel voor deze organsatie.

Artikel 10 Persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden

  • 1.

    De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden wordt berekend als een bedrag per uur.

    • a.

      voor schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning van de organisatie in de huishouding en voor schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning binnen een ontregelde huishouding (HbH2), € 23,66;

    • b.

      het pgb wordt door de gemeente overgemaakt aan de SVB. De cliënt heeft trekkingsrecht. Hierdoor worden de facturen van de dienstverlener van de cliënt door de SVB voldaan indien deze voldoen aan de contractueel vastgelegde afspraken tussen cliënt en hulpverlener.

  • 2.

    Indien de aanvrager de gemeente opdracht geeft om het pgb over te maken naar een organisatie die de bemiddeling en service m.b.t alfahulp regelt, zijn de bedragen per uur als volgt:

    • a.

      voor schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning van de organisatie in de huishouding en voor schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning binnen een ontregelde huishouding (HbH2), € 23,66;

    • b.

      het pgb wordt door de gemeente overgemaakt aan de organsatie die de bemiddeling en service m.b.t alfahulp regelt. Deze draagt zorg voor de uitbetaling van de dienstverlener.

  • 3.

    Het tarief ten behoeve van ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk van de cliënt, bedraagt 60% van het onder 10.1 genoemde tarief.

  • 4.

    De hoogte van het periodieke pgb wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage, zie artikel 14 van dit besluit.

Artikel 11 Hoogte van het persoonsgebonden budget bij begeleiding

  • 1.

    De tarieven voor het persoonsgebonden budget voor begeleiding zijn gelijk aan de tarieven voor ZIN en bedragen:

    a.

    voor de klasse licht

    € 344,13

    per 4 weken.

    b.

    voor de klasse midden

    € 1.032,39

    per 4 weken.

    c.

    voor de klasse zwaar

    op offertebasis met een basistarief van € 43,35 per eenheid (uur of dagdeel). Voor vervoer van de cliënt naar dagbesteding kan € 5,10 per dag worden toegekend. Voor rolstoelvervoer € 15,30.

  • 2.

    Een deel het pgb wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage(zie artikel 14 van dit besluit).

    licht

    = 1 uur per week

    = € 172,05 per 4 weken

    middel

    = 5 uur per week

    = € 860,27 per 4 weken

    zwaar

    = 11 uur per week

    = € 1.892,59 per 4 weken.

    als een cliënt minder dan 1 uur per week begeleiding ontvangt wordt € 86,01 per 4 weken aan het CAK doorgegeven .

    Voor vervoer wordt geen extra eigen bijdrage in rekening gebracht.

  • 3.

    Het tarief ten behoeve van ondersteuning door een persoon uit het sociaal netwerk van de cliënt, bedraagt 60% van de onder 11.1 genoemde tarieven.

  • 4.

    Voor PGB voor zorg vanuit het sociaal netwerk worden de volgende bedragen per periode aan het CAK doorgegeven:

    licht

    = € 168,68 x 60%

    = € 105,30

    middel

    = € 843,40 x 60%

    = € 526,48

    zwaar

    = € 1.855,48 x 60%

    = € 1.158,26

Artikel 12 Persoonsgebonden budget voor vervoer- en verplaatsingsmiddelen (hulpmiddelen)

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. Bij berekening van de hoogte van het pgb worden eventuele kortingen van de leverancier aan de gemeente ook meegenomen.

  • 2.

    Voor het pgb voor de aanschaf van autostoeltjes in bijzondere uitvoering voor het vervoer van kinderen geldt een drempelbedrag. Dit drempelbedrag is afhankelijk van marktprijzen en/of van bedragen die het Nibud hanteert. Het hanteren van een drempelbedrag betekent dat de eerste kosten tot het drempelbedrag voor rekening komen van de aanvrager en het meerdere als pgb kan worden toegekend.

  • 3.

    Het pgb wordt uitbetaald aan de cliënt na overlegging van de factuur/facturen van de toegekende voorziening.

  • 4.

    De hoogte van het pgb wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage, zie artikel 14 van dit besluit.

Artikel 13 Persoonsgebonden budget voor een (niet-vaste) woontechnische woonvoorziening

  • 1.

    Een persoonsgebonden budget voor een (niet-vaste) woontechnische woonvoorziening is even hoog als het bedrag wat het college zou moeten betalen voor een voorziening in natura.

  • 2.

    Het pgb wordt uitbetaald aan de cliënt na overlegging van de factuur/facturen van de voorziening(en).

  • 3.

    De hoogte van het pgb wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage, zie artikel 14 van dit besluit.

Hoofdstuk 3 Eigen bijdragen

Artikel 14 Omvang eigen bijdragen

Omvang van de eigen bijdragen voor diverse voorzieningen:

  • 1.

    Het maximale bedrag dat alleenstaande personen onder de AOWgerechtigde leeftijd dienen te betalen bedraagt € 9,89 per vier weken. Ligt het inkomen boven € 26.685,00, dan wordt het bedrag van € 9,89 per vier weken verhoogd met 12,5% van het inkomen boven dit bedrag.

  • 2.

    Het maximale bedrag dat alleenstaande personen van AOWgerechtigde leeftijd of erboven dienen te betalen bedraagt € 9,89 per vier weken. Ligt het inkomen boven € 20.386,00, dan wordt het bedrag van € 9,89 per vier weken verhoogd met 12,5% van het inkomen boven dit bedrag.

  • 3.

    Het maximale bedrag dat gehuwde/samenwonende personen indien beiden jonger zijn of een van beiden jonger is dan de AOWgerechtigde leeftijd dienen te betalen bedraagt € 0 per vier weken. Ligt het inkomen boven € 41.038,00, dan wordt het bedrag van € 0 per vier weken verhoogd met 12,5% van het inkomen boven dit bedrag.

  • 4.

    Het maximale bedrag dat gehuwde/samenwonende personen die beiden de AOWgerechtigde leeftijd hebben of ouder zijn, dienen te betalen, bedraagt € 9,89 per vier weken. Ligt het inkomen boven € 28.149,00, dan wordt het bedrag van € 9,89 per vier weken verhoogd met 12,5% van het inkomen boven dit bedrag.

  • 5.

    De vast te stellen eigen bijdrage op basis van voorgaande leden van dit artikel, kan nooit meer bedragen dan de kosten van de voorziening. Deze kostprijs wordt door gemeente of zorgaanbieder doorgegeven aan het CAK.

  • 6.

    De bedragen die als kostprijs voor begeleiding worden doorgegeven aan het CAK, zijn in artikel 11 van dit besluit genoemd.

  • 7.

    Bij woningaanpassingen voor kinderen, wordt de eigen bijdrage voor de aanpassing opgelegd aan de ouders/verzorgers van het kind.

  • 8.

    De eigen bijdrage voor beschermd wonen en opvang wordt vastgesteld door de centrumgemeente Breda.

  • 9.

    Het berekenen, opleggen en innen van de eigen bijdragen wordt uitgevoerd door het CAK.

Tabel eigen bijdragen

Huishouden +leeftijd

Maximale periode bijdrage

Inkomensgrens

Marginaal tarief

Eenpersoonshuishouden niet AOW gerechtigd

€ 9,89

€ 26.685,00

12,5%

Eenpersoonshuishouden AOW gerechtigd

€ 9,89

€ 20.386,00

12,5%

Meerpersoonshuishouden niet AOW gerechtigd

€ 0

€ 41.038,00

12,5%

Meerpersoonshuishouden AOW gerechtigd

€ 9,89

€ 28.149,00

12,5%

De gezamenlijk bruto jaarinkomens genoemd in kolom 3 zijn gelijk aan 140% van het voor de doelgroep geldende het sociaal minimum.

Artikel 15 Duur eigen bijdragen

  • 1.

    Bij maatwerkvoorzieningen die in eigendom worden verstrekt, wordt een periodieke eigen bijdrage opgelegd totdat het totaal van de eigen bijdragen de kostprijs heeft bereikt. Het CAK voert deze berekening uit.

  • 2.

    Indien een maatwerkvoorziening in bruikleen wordt verstrekt, wordt gedurende de bruikleenperiode een periodieke eigen bijdrage in rekening gebracht bij de aanvrager.

  • 3.

    Indien een maatwerkvoorziening als dienstverlening wordt verstrekt, wordt gedurende de periode dat de dienstverlening plaatsvindt een periodieke eigen bijdrage in rekening gebracht bij de aanvrager.

  • 4.

    Indien er sprake is van samenloop van een eigen bijdrage voor een voorziening in eigendom met een eigen bijdrage voor dienstverlening, kan de eigen bijdrage voor de voorziening in eigendom worden opgeschort.

  • 5.

    De eigen bijdrage dient binnen 3 jaar te worden opgelegd.

  • 6.

    Bij overlijden van de aanvrager vervallen de restant betalingstermijnen met ingang van de maand van overlijden.

  • 7.

    Bij woningaanpassingen voor kinderen wordt een eigen bijdrage opgelegd aan de ouders/verzorgers van het kind, totdat het kind 18 jaar wordt. Het restant bedrag (de kosten van de woningaanpassingen minus de reeds betaalde eigen bijdragen) wordt op naam van het volwassen kind doorgegeven aan het CAK voor berekening en inning van de eigen bijdrage. De eigen bijdrage voor woningaanpassingen voor kinderen wordt opgelegd zolang er gebruik gemaakt wordt van de aanpassing.

Hoofdstuk 4 Financiële bijdrage algemene voorziening Hulp bij het Huishouden

Artikel 16 Financiële bijdrage voor de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden

  • 1.

    Hulp bij het Huishouden wordt door diverse aanbieders als algemene voorziening aangeboden. Iedereen kan tegen betaling gebruik maken van deze Hulp bij het Huishouden. Er zijn gecontracteerde aanbieders die hulpen in loondienst hebben. Er is een gecontracteerde aanbieder die alfahulpbemiddeling en –service levert.

  • 2.

    Als een cliënt in aanmerking wil komen voor een financiële bijdrage voor Hulp bij het huishouden, dient de cliënt te kiezen voor een gecontracteerde aanbieder van Hulp bij het Huishouden.

  • 3.

    Om in aanmerking komen voor een Financiële Tegemoetkoming dient een cliënt niet in staat te zijn om zijn huishouden zelf te doen of te regelen met mensen vanuit zijn netwerk.

  • 4.

    Indien de cliënt in aanmerking komt voor een financiële bijdrage wordt een maximum aantal uur per week in de beschikking aangegeven. Als een cliënt meer uren wenst, ontvangt hij daarvoor geen financiële bijdrage en dient hij daarvoor de volle prijs aan de aanbieder te betalen.

Artikel 17 De hoogte van de financiële bijdrage voor de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden

  • 1.

    Om in aanmerking komen voor een financiële bijdrage dient een cliënt en zijn eventuele partner, een inkomensverklaring over 1 of twee jaar geleden te overleggen.

  • 2.

    Aan de hand van deze inkomensverklaring(en) wordt de hoogte van de financiële bijdrage voor de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden bepaald.

    Inkomensgrenzen sociaal minimum

    120%

    150%

    niet-AOWgerechtigd ongehuwd/ niet samenwonend

    22.873

    28.591

    AOWgerechtigd ongehuwd/ niet samenwonend

    17.474

    21.843

    niet-AOWgerechtigd gehuwd/ samenwonend

    35.175

    43.969

    AOWgerechtigd gehuwd/ samenwonend

    24.128

    30.160

  • 3.

    De financiële bijdrage voor de algemene voorziening HbH bestaat uit de Huishoudelijke Hulp Toelage en eventueel, afhankelijk van het inkomen, een Financiële Tegemoetkoming. In onderstaande tabel staan de bedragen die gelden voor de financiële bijdrage voor de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden.

     

    Inkomen als percentage van het sociaal minimum

    Thuishulp

    Lager dan 120%

    Tussen 120% en 150%

    Hoger dan 150%*

    Uurtarief zorgaanbieder

    € 22,96

    € 22,96

    € 22,96

    Huishuidelijke Hulp Toelage

    € 12,96

    € 12,96

    € 12,96

    Bijdrage in kosten

    € 10,00

    € 10,00

    € 10,00

    korting/tegemoetkoming

    € 6,00

    € 3,00

    € 0

    kosten voor cliënt

    € 4,00

    € 7,00

    € 10,00

     

     

     

     

    Alfahulp

     

     

     

    Uurtarief

    € 16,46

    € 16,46

    € 16,46

    Huishuidelijke Hulp Toelage

    € 8,96

    € 8,96

    € 8,96

    Bijdrage in kosten

    € 7,50

    € 7,50

    € 7,50

    korting/tegemoetkoming

    € 4,50

    € 2,25

    € 0

    kosten voor cliënt

    € 3,00

    € 5,25

    € 7,50

    * Deze bijdrage geldt ook voor cliënten met een lager inkomen die mogelijkheden hebben om de hulp te organiseren vanuit hun sociale netwerk.

  • 4.

    De gecontracteerde aanbieder van Hulp bij het Huishouden stuurt een rekening naar de gemeente voor de aan de cliënt toegekende Huishoudelijke Hulp Toelage en eventueel de Financiële Tegemoetkoming. Daarnaast stuurt de aanbieder een rekening aan de cliënt voor het resterende bedrag van de kosten voor de voorziening.

  • 5.

    De gecontracteerde aanbieder van Hulp bij het Huishouden stuurt een rekening naar de gemeente voor de administratiekosten. Deze bedragen in 2018:

    Vergoeding administratiekosten en debiteurenrisico per factuur

    Per cliënt, per 4 wkn.

    Thuishulp

    4,25

    Alfahulp

    3,10

Hoofdstuk 5 Bouwkundige woningaanpassingen

Artikel 18 Hoogte vergoeding voor een (vaste) bouwkundige woningaanpassing

  • 1.

    Bouwkundige aanpassingen worden voornamelijk in de vorm van een pgb toegekend.

  • 2.

    De maximale hoogte van een pgb voor bouwkundige voorzieningen, wordt bepaald door de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening/aanpassing, die door de gemeente wordt vastgesteld, met een maximum van € 46.000,00 (inclusief alle bijkomende kosten).

  • 3.

    Bij de vaststelling van het maximale bedrag kan de gemeente gebruikmaken van kostenramingen gebaseerd op een advies opgesteld door een deskundige of op de kosten die blijken uit meerdere offertes.

  • 4.

    De vergoeding wordt door de gemeente aan de persoon die de facturen heeft betaald, uitbetaald, na overleg van de gereedmelding en facturen van de gerealiseerde aanpassingen.

  • 5.

    Als de aanvrager een bouwkundige woningaanpassing in natura wenst, betaalt de gemeente de facturen, tot het bedrag genoemd in 18.2, aan de aannemer. Rekeningen die boven dit bedrag uitgaan, worden voldaan door de aanvrager.

  • 6.

    De hoogte van de vergoeding wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage bij de aanvrager, zie artikel 14 van dit besluit.

Artikel 19 Onderhoud, keuring en verzekering

  • 1.

    Voor een vergoeding van kosten van onderhoud, keuring en verzekering, komen in de volgende voorzieningen in aanmerking:

    • a.

      stoelliften;

    • b.

      rolstoel- of staplateauliften;

    • c.

      woonhuisliften;

    • d.

      hefplateauliften;

    • e.

      balansliften;

    • f.

      de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;

    • g.

      elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren, voorzover deze niet in een gemeenschappelijke ruimte zijn gesitueerd.

  • 2.

    De kosten van keuring en onderhoud van de in het eerste lid onder a tot en met e vermelde voorzieningen worden na ontvangst van de factuur tot maximaal de hieronder vermelde vergoeding uitbetaald:

     

    Tabel keuringen:

    Keuring van liften

    Beginkeuring

    Kosten incl. btw

    Frequentie periodieke Keuring

    Kosten incl btw

    Stoelliften

    Ja

    € 321,00

    1 x per 4 jaar

    € 225,00

    Rolstoelplateauliften

    Ja

    € 321,00

    1 x per 4 jaar

    € 225,00

    Staplateauliften

    Ja

    € 321,00

    1 x per 4 jaar

    € 225,00

    Woonhuisliften

    nee begrepen in nieuwprijs

     

    1 x per 1,5 jaar

    € 335,00

    Hefplateauliften

    Idem

     

    1 x per 1,5 jaar

    € 290,00

    Balansliften

    worden niet meer gemaakt

     

    1 x per 1,5 jaar

    € 156,00

     

    In de bovengenoemde bedragen zijn opgenomen de kosten van keuring door het Liftinstituut (50%) en de kosten van de noodzakelijke assistentie door de onderhoudsfirma (eveneens 50%)

    Tabel onderhoud van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen

    Onderhoud van

    Frequentie periodiek onderhoud

    Kosten incl. btw

    Stoelliften

    1 x per jaar

    171

    Rolstoelplateauliften

    1 x per jaar

    171

    Staplateauliften

    1 x per jaar

    171

    Woonhuisliften

    2 x per jaar

    247

    Hefplateauliften

    2 x per jaar

    171

    Balansliften

    1 x per jaar

    171

     

    Maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven:

    § 50% voor installaties geplaatst buiten de woning

    § 50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen

    § 50% voor installaties uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging respectievelijk elektrisch weg klapbare raildelen.

Artikel 20 Huurderving

  • 1.

    In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan € 7.584,- is aangepast, kan het college een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal zes maanden na de eerste maand huurderving die niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt.

  • 2.

    De hoogte van de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op de werkelijke kosten per maand, doch maximaal op het bedrag van de maximale subsidiabele huur op grond van de Wet op de huurtoeslag.

Artikel 21 Antispeculatiebeding

  • 1.

    De eigenaar-bewoner, die krachtens de Verordening een (vaste) bouwkundige woningaanpassing heeft ontvangen en die binnen een periode van tien jaren na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden binnen een week na het passeren van de akte, het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan, dient geheel of gedeeltelijk aan de gemeente te worden terugbetaald tot maximaal het door de gemeente betaalde bedrag voor betreffende voorzieningen.

  • 2.

    De terugbetaling als bedoeld in het eerste lid bedraagt:

    • a.

      voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde;

    • b.

      voor het tweede jaar 90% van de meerwaarde;

    • c.

      voor het derde jaar 80% van de meerwaarde;

    • d.

      voor het vierde jaar 70% van de meerwaarde;

    • e.

      voor het vijfde jaar 60% van de meerwaarde;

    • f.

      voor het zesde jaar 50% van de meerwaarde;

    • g.

      voor het zevende jaar 40% van de meerwaarde;

    • h.

      voor het achtste jaar 30% van de meerwaarde;

    • i.

      voor het negende jaar 20% van de meerwaarde;

    • j.

      voor het tiende jaar 10% van de meerwaarde.

    In alle gevallen minus het percentage van de kosten van getroffen voorzieningen, dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen.

Hoofdstuk 5 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel

Artikel 22 Hoogte van vergoeding van vervoer(svoorzieningen)

  • 1.

    Indien een aanvrager voor een vergoeding voor het aanpassen van een eigen auto in aanmerking wil komen, dient de auto niet ouder te zijn dan 3 jaar.

  • 2.

    Een vergoeding voor aanpassing eigen auto wordt 1 maal per 7 jaar verstrekt.

  • 3.

    Voor autoaanpassingen is een eigen bijdrage verschuldigd. De hoogte van de verstrekte vergoeding wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage bij de aanvrager, zie artikel 14 van dit besluit.

  • 4.

    Op basis van de Wmo 2015 is het niet mogelijk een forfaitair bedrag te verstrekken voor het gebruik van een (eigen) auto of (rolstoel-)taxi.

  • 5.

    Als eigen auto wordt beschouwd de beschikbaarheid van een auto van één van de gezinsleden binnen het huishouden van de aanvrager.

Artikel 23 Tarieven Deeltaxi

De algemene vervoersvoorziening wordt in de gemeente Drimmelen uitgevoerd onder de naam Deeltaxi. Hiervoor gelden de volgende bepalingen:

  • a.

    aan de aanvrager, die in aanmerking komt voor het collectief vervoerssysteem wordt een Deeltaxipas verstrekt op vertoon waarvan rechthebbende gebruik kan maken van het collectief vervoer tegen betaling van het voor de betreffende rit benodigde tarief;

  • b.

    de tarifering van het collectief vervoerssysteem is gebaseerd op gereden kilometers;

  • c.

    per Deeltaxipas toegekend vóór 2017 wordt een persoonlijk vervoersbudget toegekend van maximaal 1.500 kilometers. Als een Deeltaxipashouder meer 1.500 km reist, zal hij/zij voor het meerdere het vrije-reizigerstarief betalen.

  • d.

    per Deeltaxipas toegekend vanaf 2017 wordt een kilometerbudget op maat toegekend. De mobiliteitsbehoefte van de cliënt is bepalend voor de toekenning van een jaarbudget in categoriën:

    Km budget 2017

    Jaarbudget

    Maandbudget

    Cat. 1

    120 km

    10 km

    Cat. 2

    480 km

    40 km

    Cat. 3

    960 km

    80 km

    Cat. 4

    1.500 km

    125 km

    Cat. 5

    maatwerk

    maatwerk

  • e.

    het vervoer wordt naar afstand onderscheiden in intern en extern vervoersgebied:

    • als intern vervoersgebied wordt aangemerkt een gebied van 25 km rond de eigen woning;

    • het extern vervoersgebied begint vanaf 25 km rond de eigen woning;

    • het extern vervoersgebied wordt begrensd door het grondgebied van de 18 deelnemende gemeenten aan het collectief vervoersgebied;

  • f.

    voor elke rit binnen het vervoersgebied is een eigen vervoersbijdrage verschuldigd, gebaseerd op een instaptarief vermeerderd met een tariefseenheid per gereisde km. Het totaal verschuldigde bedrag dient bij aanvang van de taxirit aan de chauffeur te worden betaald;

  • g.

    Vanaf 25 kilometer is het tarief van € 1,28 per km verschuldigd door alle reizigers;

  • h.

    een aanvrager kan zich door één begeleider laten vergezellen. Het tarief voor de sociale begeleiders van Wmo vervoer is hetzelfde tarief als geldt voor de persoon die begeleid wordt. Als de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is, is het vervoer van de begeleider gratis.

  • i.

    de eigen vervoersbijdragen 2018 voor de verschillende klantgroepen Deeltaxi als volgt:

    Tarieven 2017

     

     

    Wmo-tarief

    Instap: € 0,90

    Per kilometer: € 0,157

    OV-deeltaxitarief

    Instap: € 3,11

    Per kilometer: € 0,47

    Doorreistarief

    Vanaf 25 kilometer

    Per kilometer: € 1,28

Hoofdstuk 7 Verplaatsen in en rond de woning

Artikel 24 Onderhoud, verzekering, gebruiksduur van maatwerkvoorzieningen voor verplaatsen in en rond de woning in de vorm van pgb

  • 1.

    voor 2018 heeft het college de volgende maximale bedragen vastgesteld voor onderhoud en verzekering van een voorziening bestemd voor verplaatsing in en om de woning in de vorm van een pgb:

    Categorie

    Gebruiksduur mnd.

    Onderhoud ingaande het jaar na verstrekking

    WA-casco incl assurantie belasting

    actief rolstoel

    84

    € 100,62

     

    actief vast frame rolstoel

    84

    € 232,64

     

    driewielfiets

    84

    € 0,00

     

    Duwwandelwagen langdurend

    84

    € 131,37

     

    rolstoel algemeen gebruik

    84

    € 80,57

     

    rolstoel kort gebruik

    84

    € 21,89

     

    rolstoel langdurend gebruik

    84

    € 184,39

     

    kinderduwwandelwagen

    84

    € 45,18

     

    kinderrolstoel handbewogen

    84

    € 114,52

     

    electrische kinderrolstoel

    60

    € 935,44

    € 91,92

    electrische rolstoel volwassene

    60

    € 855,83

    € 91,92

    scootmobiel

    84

    € 384,15

    € 91,92

    patiëntenlift verrijdbaar

    84

    € 202,30

     

  • 2.

    De kosten van onderhoud en eventueel verzekering worden jaarlijks na ontvangst van de factuur betaald, tot een maximum van in lid 1 genoemde bedragen.

  • 3.

    Voor onderhoud en verzekering van maatwerkvoorzieningen bestemd voor verplaatsing in en om de woning is een eigen bijdrage van toepassing. Voor rolstoelen is geen eigen bijdrage van toepassing, ook niet voor onderhoud en verzekering.

  • 4.

    De normale gebruiksduur van een voorziening bestemd voor verplaatsing in en om de woning wordt vermeld in kolom 2 van bovenstaande tabel. Het pgb wordt slechts eenmaal voor de gehele gebruiksduur verstrekt.

  • 5.

    De kosten voor reparaties worden na ontvangst van de factuur betaald, tenzij de oorzaak van het defect te wijten is aan onjuist gebruik van de voorziening.

  • 6.

    pgb’s voor onderhoud, verzekering en evenutele reparaties worden doorgegeven aan het CAK voor berekening en inning eigen bijdragen.

Hoofdstuk 8 Maatwerkvoorziening begeleiding

Artikel 25 Verstrekken maatwerkvoorziening begeleiding

  • 1.

    Het college kan een maatwerkvoorziening begeleiding toekennen als een inwoner

    • a.

      hiervoor een aanvraag indient;

    • b.

      onvoldoende mogelijkheden heeft om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren;

    • c.

      onvoldoende mogelijkheden heeft om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;

    • d.

      algemene voorzieningen onvoldoende zijn om te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;

  • 2.

    De maatwerkvoorziening begeleiding wordt toegekend in categorieën, waarbij de intensiteit van de benodigde begeleiding bepaalt voor welke categorie de indicatie wordt afgegeven. Als de intensiteit van de ondersteuning niet aannemelijk onderbouwd kan worden, wordt een urenindeling gehanteerd:

    Categorie

    Eenheden

    (uren of dagdelen)

    Tarief per 4 weken

    Licht

    0 tot en met 4

    € 344,13

    Midden

    Vanaf 4 tot en met 10

    € 1.032,39

    Zwaar

    Meer dan 10

    Offertebasis (o.b.v. € 43,35 per eenheid)

    Vervoer

     

    € 5,10 per vervoersdag

    Rolstoelvervoer

     

    € 15,30 per vervoersdag

  • 3.

    In de beschikking aan de cliënt wordt het periodebedrag voor de maatwerkvoorziening dat doorgegeven wordt aan het CAK genoemd, zodat hij/zij de eigen bijdrage kan berekenen. Zie art.14 van dit besluit.

  • 4.

    In de beschikking aan de cliënt wordt het te behalen resultaat en de door hem gekozen zorgaanbieder genoemd. Hoe dit resultaat behaald wordt bepaalt de cliënt in overleg met zijn zorgaanbieder.

Hoofdstuk 9 Maatwerkvoorziening financiële tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (MvCG)

Artikel 26 Verstrekken maatwerkvoorziening financiële tegemoetkoming

  • 1.

    Het college kan een maatwerkvoorziening financiële tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (MvCG) toekennen als een inwoner

    • a.

      hiervoor een aanvraag indient.

    • b.

      het aannemelijk kan maken dat hij/zij een aantal meerkosten heeft vanwege zijn chronische ziekte of handicap. Onder meerkosten worden verstaan:

      • Genees- en heelkundige hulp

      • Voorgeschreven medicijnen

      • Reiskosten (i.p.v. forfaitair bedrag gebruik eigen auto)

      • Dieet op voorschrift van een arts of erkende diëtist

      • Woningaanpassingen

      • Verhuiskosten

      • Inrichtingskosten i.v.m. cara

      • Hulpmiddelen (rollator, beeldtelefoon, sportvoorzieningen)

      • Extra uitgaven voor kleding en beddengoed

      • Energiekosten

      • Uitgaven voor extra gezinshulp

      • Overschrijden eigen risico ZVW

    • Er is alleen sprake van meerkosten als de kosten niet worden gedekt door andere (voorliggende) regelingen zoals de Zvw en de Wmo of op een andere wijze worden gecompenseerd, bijvoorbeeld via de werkgever.

    • c.

      aan kan tonen, middels een inkomstenverklaring dat zijn/ haar jaarinkomen en dat van zijn/haar partner onder hieronder genoemde grenzen valt:

       

      110% soc.min.

      130% soc.min.

      Alleenstaand en jonger dan AOWgerechtigd

      € 20.967

      € 24.779

      Alleenstaand en AOWgerechtigd

      € 16.018

      € 18.930

      Gehuwd/samenwonend en jonger dan AOWgerechtigd

      € 32.244

      € 38.106

      Gehuwd/samenwonend en AOWgerechtigd

      € 22.117

      € 26.139

    • d.

      Cliënten die in 2017 een toekenning hebben ontvangen kunnen in 2018 automatisch in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Herbeoordeling hoeft alleen plaats te vinden als dit naar het oordeel van de casemanager gewenst of noodzakelijk is.

  • 2.

    De hoogte van de vergoeding bedraagt per jaar in relatie tot inkomen:

    Tegemoetkoming

    Vergoeding

    110% sociaal minimum

    € 250

    130% sociaal minimum

    € 150

Hoofdstuk 10 Waardering mantelzorg

Artikel 27. Waardering mantelzorgers

  • 1.

    Inwoners kunnen een blijk van waardering aanvragen bij de gemeente Drimmelen als de zorgvrager in de gemeente Drimmelen woont.

  • 2.

    De blijk van waardering is een geldbedrag van € 150 per zelfstandig wonende zorgvrager.

  • 3.

    Deze waardering over het jaar 2018 kan uiterlijk tot 1 december 2018 aangevraagd worden bij de gemeente via het Steunpunt Mantelzorg bij Stichting Welzijn & Ondersteuning (SWO).

  • 4.

    De zorgvrager dient samen met de mantelzorger een aanvraagformulier volledig naar waarheid in te vullen en te ondertekenen.

  • 5.

    Om in aanmerking te komen voor een blijk van waardering moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

    • a.

      Een cliënt ontvangt minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden zorg van een familielid, buurvrouw, vriend of iemand anders in de directe omgeving;

    • b.

      de mantelzorger verleent de zorg onbetaald;

    • c.

      de mantelzorger verleent de zorg in zijn of haar eigen tijd.

    • d.

      de zorgvrager mag maar 1 blijk van waardering weggeven per jaar.

    • e.

      de mantelzorger is geregistreerd bij het Steunpunt Mantelzorg Drimmelen.

  • 6.

    De blijk van waardering is niet bedoeld voor huisgenoten die gebruikelijke zorg verlenen.

Hoofdstuk 11 Terugvordering voorzieningen, pgb en financiële tegemoetkoming

Artikel 28 Terugvordering

  • 1.

    Artikel 12 van de verordening geeft het college de mogelijkheid een maatwerkvoorziening, een uitbetaalde financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen indien

    • a.

      de aanspraak op een voorziening is ingetrokken.

    • b.

      de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens.

    • c.

      de aanvrager de in natura verstrekte voorziening niet meer gebruikt (ook door overlijden).

    • d.

      de aanvrager de de voorziening aangeschaft met een pgb niet meer gebruikt (ook door overlijden).

  • 2.

    Bij terugvordering van een pgb voor een voorziening in eigendom, wordt uitgegaan van een afschrijving van 3% per jaar.

Hoofdstuk 12 Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Artikel 29 Algemeen gebruikelijke voorzieningen

De volgende voorzieningen worden niet door de gemeente Drimmelen verstrekt of vergoed omdat ze ruim en voor iedereen verkrijgbaar zijn binnen de reguliere detailhandel en daarmee als algemeen gebruikelijk zijn aan te merken.

 

Badkamer:

Douchekop op glijstang

Badmeubel

Douchecabine/-scherm

Thermostaatkranen

Eénhendelmengkranen

Beugels

Antislipvloeren

 

Toiletruimte:

Verhoogd toilet (door hoge toiletpot of losse verhoger)

Beugels

 

Keuken:

Kookplaat

Beugels

Eenhendelmengkraan

 

Erf:

Erfafscheiding

Poort

Gelijkvloerse- of daarmede gelijkgestelde woning

Betreft een woning met woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer, die zonder traplopen bereikbaar zijn, eventueel met een liftvoorziening. Binnen deze woningen zijn bovenstaande zaken algemeen gebruikelijk, aangevuld met:

Overbrugbare drempels ten aanzien van de toegang tot de woning en de verschillende ruimtes

Overbrugbare drempels ten aanzien van toegang bergruimte

Douchestoel (losse en vaste)

Douche zonder instap

 

Overig:

Cara-artikelen

Loophulpmiddelen

Sta-opstoelen

Electrische fietsen/fietsen met trapondersteuning

Autostoeltjes voor kinderen

Hoofdstuk 13 Samenhangende afstemming

Artikel 30 Aandachtsvelden tijdens onderzoek

  • 1.

    Het onderzoek dat naar aanleiding van een melding plaatsvindt, wordt uitgevoerd door een casemanager Wmo. Een ander lid van de Dorpsteams kan dit onderzoek (gedeeltelijk) overnemen en de resultaten ervan aan de casemanager Wmo doen toekomen.

  • 2.

    Om te bepalen wat de juiste ondersteuning voor een aanvrager is, wordt bij het onderzoek aandacht besteed aan:

    • a.

      de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de aanvrager;

    • b.

      de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;

    • c.

      de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;

    • d.

      de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de aanvrager;

    • e.

      de mogelijkheden om met gebruikmaking van algemene voorzieningen of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;

    • f.

      de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;

    • g.

      welke bijdragen in de kosten de aanvrager verschuldigd zal zijn.

  • 3.

    Bij de besluitvorming en de motivering van de beschikking worden de bevindingen uit het onderzoek door het college meegewogen.

  • 4.

    De besluitvorming m.b.t. beschermd wonen en opvang wordt uitgevoerd door de centrumgemeente Breda.

Hoofdstuk 14 Citeertitel en inwerkingtreding

Artikel 31 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2018.

  • 2.

    Dit besluit is vastgesteld door het college in hun vergadering van 9 januari 2018.

  • 3.

    Dit besluit treedt, met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari 2018.

  • 4.

    Met ingang van 1 januari 2017 vervalt het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Drimmelen 2017 van 10 januari 2017.

     

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van de gemeente Drimmelen op 9 januari 2018,

drs. C.Smits

secretaris

drs. G.L.C.M. deKok

burgemeester