Regeling vervallen per 01-07-2013

Verordening langdurigheidstoeslag 2009

Geldend van 14-03-2013 t/m 30-06-2013 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2013

Intitulé

Verordening langdurigheidstoeslag 2009

De raad van de gemeente Dronten,

gelezen het voorstel van het college van 20 januari 2009, No. B09.000008;

gelet op de artikel 36 van de Wet werk en bijstand;

gezien het advies van de raadscommissie van februari 2009;

overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd bij verordening te regelen;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende Verordening langdurigheidstoeslag 2009.

Geconsolideerde tekst van de regeling

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • b.

    wet: de Wet werk en bijstand;

  • c.

    WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • d.

    WSF 2000: Wet Studiefinanciering;

  • e.

    bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet;

  • f.

    uitkeringsgrechtigde: persoon bedoeld in artikel 1 onder o van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • g.

    peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat.

Artikel 2. Voorwaarden

  • 1. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.

  • 2. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.

Artikel 3. Hoogte van de toeslag

De langdurigheidstoeslag bedraagt

  • a.

    voor gehuwden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm;

  • b.

    voor alleenstaande ouders: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm verhoogd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de wet;

  • c.

    voor alleenstaanden: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm verhoogd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid van de wet.

REGELINGEN IN VERBAND MET DE WIJZIGINGEN IN DE WWB EN DE INTREKKING VAN DE WIJ PER 1 JANUARI 2012

Artikel 3a. Wijziging betekenis begrippen

  • 1. Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’ en ‘alleenstaande ouder’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet.

  • 2. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ heeft dit begrip vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4 van de wet.

Artikel 3b. Wijziging voorwaarden

  • 1.

    Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende wiens uitkering in de afgelopen 12 maanden een verlaging is toegepast op grond van:

    • a.

      Artikel 9, lid 2, of artikel 15 van de Afstemmings- en fraudeverordening Wet werk en bijstand 2010 of

    • b.

      Artikel 9, lid 2, of artikel 16 van de Afstemmings- en fraudeverordening IOAW/IOAZ 2010.

  • 2.

    Niet voor langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de persoon die binnen 12 maanden uitzicht heeft op inkomensverbetering door verbeterd arbeidsmarktperspectief.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 4. Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college

Artikel 4a. Hardheidsclausule

Hert college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 5. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na haar bekendmaking.

  • 2. Zij werkt terug tot 1 januari 2009.

Artikel 6. Citeertitel

Deze verordening kan aangehaald worden als Verordening langdurigheidstoeslag 2009.

Dronten, 26 februari 2009

de raad van Dronten

mr. A.B.L. de Jonge, D. Petrusma

voorzitter griffier,

Toelichting

Algemeen

Decentralisatie langdurigheidstoeslag

Op 1 januari 2009 moet een wetsvoorstel inwerking treden, waarmee de langdurigheidstoeslag wordt gedecentraliseerd naar gemeenten. De huidige langdurigheidstoeslag vindt zijn grondslag in artikel 36 van de Wet werk en bijstand. Daarin is nauw omschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden mensen met een laag inkomen in aanmerking komen voor de toeslag. De gedachte achter de toeslag is, dat mensen die langdurig een inkomen op het sociaal minimum hebben, geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven.

In het Bestuursakkoord Rijk-gemeenten uit 2007 (“Samen aan de slag”) is afgesproken dat de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd wordt naar gemeenten. Artikel 36 van de wet blijft de basis, maar daarnaast wordt in artikel 8 een bepaling toegevoegd waarin wordt bepaald dat gemeenten in een verordening de precieze voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag moeten vastleggen. Om gemeenten te ondersteunen bij de invoering van de nieuwe langdurigheidstoeslag, heeft de VNG een modelverordening ontwikkeld.

Op het moment van schrijven van deze toelichting is het wetsontwerp in behandeling bij de Tweede Kamer. Bij dit model is uitgegaan van dit wetsontwerp. Het amendement Spies (31441 nr 12) is in deze verordening verwerkt. Dit betekent dat gemeenten geen toets hoeven te doen op het aanwezig zijn van arbeidsmarktperspectief.

Bevoegdheid gemeenten

In het nieuwe artikel 36, eerste lid, is de basis voor de langdurigheidstoeslag opgenomen:

Artikel 36. Langdurigheidstoeslag

1. Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.

In het nieuwe artikel 8 wordt bepaald dat de verordening in ieder geval betrekking moet hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen.

Mogelijkheden voor eigen beleid

Op grond van de nieuwe bevoegdheden van gemeenten, zijn er diverse mogelijkheden voor het invullen van eigen beleid. Naast de genoemde onderwerpen, kan het daarbij ook gaan om de afstemming van het beleid op het gemeentelijke reïntegratiebeleid. Hierna wordt op de respectieve onderwerpen nader ingegaan.

Doelgroep

De nieuwe langdurigheidstoeslag geeft gemeenten nadrukkelijk de mogelijkheid deze ook van toepassing te laten zijn op werkenden met een laag inkomen. De raad van Dronten heeft ervoor gekozen om ook werkenden voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking te brengen.

Hoogte van de toeslag

Voor 2009 was de hoogte van de toeslag centraal bepaald. Het waren vaste bedragen, als percentage van de voor de persoon toepasselijke bijstandsnorm. Gemeenten kunnen nu zelf de hoogte van de toeslag bepalen.

Langdurig

De referteperiode was vijf jaar. Door gemeenten is de afgelopen jaren aangegeven dat deze periode te lang is. In Dronten is gekozen voor drie jaar, een periode waarvoor ook door het Nibud is aangegeven dat daarna de reserveringsmogelijkheden minimaal worden.

Laag inkomen

Gemeenten zijn vrij om een eigen maximale inkomensgrens te hanteren. De raad van Dronten heeft voor 100% van de bijstandsnorm gekozen.

Geen ambtshalve verstrekking

In de wet wordt bepaald dat het college de toeslag op aanvraag verstrekt. Dit sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Het kabinet geeft hierbij aan dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk individueel geval beoordeeld moet worden of er een recht bestaat.

Het gemeentebestuur van Dronten wil trachten de aanvraag te vereenvoudigen. Als uit de gemeentelijke administratie blijkt dat in de situatie van betrokkene het afgelopen jaar geen wijzigingen zijn opgetreden, dan zal zo mogelijk een volledig ingevuld aanvraag formulier toegezonden worden, waarna de betrokkene door het zetten van de handtekening de aanvraag officieel maakt.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

In dit artikel worden de omschrijvingen van de begrippen langdurig en laag inkomen uitgewerkt. Het laag inkomen wordt bepaald op de voor de betrokkene toepasselijke bijstandsnorm. Voor werkenden zal gekeken moeten worden naar het inkomen, afgezet tegen de persoonlijke situatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, gehuwden).

Artikel 3

In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld. In deze verordening wordt uitgegaan van een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm. Hierdoor hoeft het bedrag van de toeslag niet jaarlijks aangepast te worden aan de wijziging in de normbedragen van de Wwb. De genoemde percentages zijn de huidige percentages wanneer de bedragen van de langdurigheidstoeslag worden afgezet tegen de bijstandsnormen.

Artikel 5

Bij de inwerkingtreding is aangesloten bij de beoogde inwerkingtreding van het wetsontwerp, 1 januari 2009.