Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Eersel

subsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente eersel

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEersel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingsubsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente eersel
Citeertitelsubsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente eersel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 149 gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-05-201101-01-2014subsidiebedrag verlaagd met 25%

28-04-2011

De Hint 11-05-2011

Onbekend
02-07-2007Onbekend

02-07-2007

De Hint 10-7-2007

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

subsidieverordening gemeentelijke monumenten gemeente eersel

De raad van de gemeente Eersel;

gezien het voorstel van het college van 15 maart 2011;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2011 gemeente Eersel 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

  • 1.

    gemeentelijk monument: een object dat is vermeld op de gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in artikel 1 onder a van de Erfgoedverordening 2011.

  • 2.

    ruimtelijke kwaliteitscommissie: de op basis van artikel 15 , lid 1 Monumentenwet 1988 door het college ingestelde commissie.

  • 3.

    eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die in de kadastrale registers als eigenaar of zakelijk gerechtigde van een monument is ingeschreven. Onder eigenaar wordt ook verstaan toekomstig eigenaar.

  • 4.

    bouwhistorisch onderzoek: een onderzoek naar de bouw-, verbouwings-, en gebruiksmogelijkheden van een monument.

  • 5.

    restauratieplan: een schetstekening op schaal 1:100 van de bestaande en de gerestaureerde situatie van het monument en een globale raming van de restauratiekosten.

Artikel 2 Reikwijdte subsidie

Het college kan subsidie verlenen in de kosten van:

  • 1.

    onderhoud en restauratie waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om het monument in stand te houden dan wel de specifieke kenmerken daarvan te handhaven of hiertoe te leiden, dit ter beoordeling van de Ruimtelijke kwaliteitscommissie;

  • 2.

    het opstellen van bouwhistorisch onderzoek;

  • 3.

    het opstellen van een deskundig restauratieplan;

  • 4.

    het lidmaatschap van de Monumentenwacht en de bouwkundige inspectiekosten van het gebouw, mits uitgevoerd door de Monumentenwacht;

  • 5.

    de aanschaf van de Restauratiewijzer van het Nationaal Restauratiefonds.

Artikel 3 Aanvraag subsidie

  • 1.

    De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt door de eigenaar schriftelijk bij het college ingediend onder overlegging van een restauratieplan en/of werkbeschrijving.

  • 2.

    De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2 moet worden ingediend uiterlijk acht weken voordat met de werkzaamheden wordt begonnen.

  • 3.

    In afwijking van lid 2 moet een aanvraag om subsidie voor het lidmaatschap van de Monumentenwacht worden ingediend voor het einde van het jaar waarop het lidmaatschap betrekking heeft.

  • 4.

    Bij een aanvraag om subsidie voor de kosten van het lidmaatschap van de Monumentenwacht dient in ieder geval te worden overlegd de factuur van het lidmaatschap en het betreffende betalingsbewijs;

  • 5.

    Bij een aanvraag om subsidie voor de bouwkundige inspectiekosten van de Monumentenwacht dient in elk geval te worden overlegd:a. het bouwkundig inspectierapport van de Monumentenwacht;b. de factuur van de Monumentenwacht van het inspectierapport en het betalingsbewijs;

  • 6.

    Bij een aanvraag om subsidie voor de kosten van de aanschaf van de Restauratiewijzer dient in elk geval te worden overlegd de factuur van het Nationaal Restauratiefonds en het betreffende betalingsbewijs;

  • 7.

    Het college beoordeelt, indien noodzakelijk, in overleg met de Ruimtelijke kwaliteitscommissie de aanvraag en verlenen de subsidie binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend.

Artikel 4 Hoogte subsidie en subsidieplafond

  • 1.

    De monumenten zijn voor de uitvoering van deze verordening door het college in 3 categorieën ingedeeld, waarbij in categorie 1 de bijzondere monumentale gebouwen zijn opgenomen, in categorie 2 de monumentale woningen en boerderijen en in categorie 3 de kleinere monumentale objecten.

  • 2.

    Jaarlijks wordt per monument, per categorie, een vast bedrag gereserveerd, waarbij de gezamenlijke kleine religieuze monumenten worden beschouwd als één monument.

  • 3.

    De storting per monument per categorie bedraagt:Categorie 1: € 560,00Categorie 2: € 190,00Categorie 3: € 90,00

  • 4.

    Er zal geen storting plaats vinden voor een monument indien gedurende een periode van 10 jaar geen gebruik is gemaakt van het voor dat monument gereserveerde bedrag.Dit betekent dat voor een monument:in categorie 1 maximaal € 5600,00 wordt gereserveerdin categorie 2 maximaal € 1900,00 wordt gereserveerdin categorie 3 maximaal € 900,50 wordt gereserveerd

  • 5.

    De eigenaar heeft de mogelijkheid om in dringende gevallen, dit ter beoordeling van het college, indien nodig in overleg met de Ruimtelijke kwaliteitscommissie, een beroep te doen op het subsidiefonds voor de komende vijf jaren, hetgeen betekent dat in die jaren het betreffende monument niet meer voor subsidie in aanmerking komt.

  • 6.

    Jaarlijks wordt het subsidieplafond bepaald in de begroting. Het plafond wordt bepaald op basis van de volgende formule:aantal gemeentelijke monumenten categorie 1 x € 560,00 x 2 +aantal gemeentelijke monumenten categorie 2 x € 190,00 x 2 +aantal gemeentelijke monumenten categorie 3 x € 90,00 x 2.

Artikel 5 Voorwaarden subsidie voor onderhoud en restauratie

  • 1.

    De subsidie voor de kosten van onderhoud en restauratie kan slechts worden verleend indien de te maken kosten naar het oordeel van het college, indien nodig de Ruimtelijke kwaliteitscommssie gehoord, nuttig en noodzakelijk zijn voor het behoud van het monument en verder onder de volgende voorwaarden:a. bij werkzaamheden die worden uitgevoerd door bekwame en erkende bedrijven, komen in principe alle kosten voor vergoeding in aanmerking en bij zelfwerkzaamheid worden uitsluitend de materiaalkosten vergoed;b. aan door het college aangewezen personen moet:- op verzoek toegang worden verleend tot het terrein van het monument en tot het monument zelf;- op verzoek inzage worden verleend van de op het treffen van voorziening betrekking hebbenden bescheiden en tekeningen;c. de werkzaamheden moet worden uitgevoerd overeenkomstig de bij de aanvraag overgelegde bescheiden op grond waarvan de bijdrage voorlopig is vastgesteld;d. de eigenaar is verplicht vanaf het begin van het uitvoeren van de voorzieningen het monument op zijn kosten te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden;e. het college kent geen subsidie toe, indien de kosten van restauratie- en onderhoudswerkzaamheden voortvloeien uit schade, waartegen verzekering mogelijk is.

  • 2.

    Het college, indien nodig de Ruimtelijke kwaliteitscommissie gehoord, kan aan de verlening van de subsidie voorwaarden stellen.

Artikel 6 Voorwaarden subsidie voor bouwhistorisch onderzoek

De subsidie in de kosten voor het vervaardigen van een bouwhistorisch onderzoek wordt toegekend onder voorwaarde dat :a. het bouwhistorisch onderzoek voldoet aan de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek van april 2009 van de Rijksgebouwendienst;b. het bouwhistorisch onderzoek door een bouwhistoricus wordt uitgevoerd;c. het bouwhistorisch onderzoek binnen een jaar wordt uitgevoerd nadat burgemeester en wethouders met de vervaardiging ervan hebben ingestemd.

Artikel 7 Voorwaarden subsidie voor restauratieplan

De subsidie in de kosten voor de vervaardiging van een restauratieplan wordt toegekend onder de voorwaarde dat:a. de ontwerptekening van het restauratieplan tenminste alle gevels en plattegronden van de bestaande en de nieuwe situatie, schaal 1:100, bevat;b. de kostenraming van het restauratieplan tenminste een globale indicatie bevat, onderverdeeld in manuren, materiaalkosten, eventuele stelposten en algemene kosten, inclusief B.T.W.;c. het restauratieplan door een restauratiearchitect wordt uitgevoerd;d. het restauratieplan binnen een jaar wordt uitgevoerd nadat burgemeester en wethouders met de vervaardiging ervan hebben ingestemd.

Artikel 8 Weigeringsgronden

De subsidie op grond van deze regeling wordt in elk geval niet verstrekt:a. indien de onderhouds- c.q. restauratiewerkzaamheden niet het doel dienen zoals omschreven in artikel 2 lid 1;b. voor zover de kosten van onderhouds- of restauratiewerkzaamheden op grond van een verzekering worden gedekt, op derden verhaald kunnen worden, dan wel een bijdrage uit andere hoofde kan worden verkregen voor werkzaamheden waarvoor tevens subsidie wordt aangevraagd;c. indien de geplande werkzaamheden niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat.

Artikel 9 Vaststelling subsidie en uitbetaling

Binnen 12 weken nadat de werkzaamheden beëindigd zijn, dient bij burgemeester en wethouders een afrekening, voorzien van betalingsbewijzen te worden ingediend. Het college stelt de subsidie vast en gaat zo spoedig mogelijk over tot uitbetaling van de subsidie.

Artikel 10 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2011 gemeente Eersel.

  • 2.

    De verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij bekend is gemaakt.

  • 3.

    De subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2002 gemeente Eersel, zoals vastgesteld door de raad op 2 juli 2002, wordt ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 april 2011de griffier,                  de voorzitter,H.J. Broekman       J.A.M. Thijs-Rademakers