Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gelderland

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent tegemoetkoming kosten bij verhuizen Verhuiskostenregeling Provincie Gelderland

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGelderland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBesluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent tegemoetkoming kosten bij verhuizen Verhuiskostenregeling Provincie Gelderland
CiteertitelVerhuiskostenregeling Provincie Gelderland
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerppersoneelsregelingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 125 van de Ambtenarenwet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201827-06-2018artikel 1

12-12-2017

prb-2017-6040

2017-016160
14-12-200501-12-200501-01-2018Onbekend

29-11-2005

Provinciaal Blad 2005/100

2005-012189

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent tegemoetkoming kosten bij verhuizen Verhuiskostenregeling Provincie Gelderland

Vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 3 mei 1995, nr. BD95.04564 (Provinciaal Blad nr. 40 van 11 mei 1995). In werking getreden 12 mei 1995. Laatstelijk gewijzigd bij besluit van Gedeputeerde Staten van 29 november 2005, nr. 2005-012189 (Provinciaal Blad nr. 2005/100 van 13 december 2005). Op 14 december 2005 met terugwerkende kracht tot 1 december 2005 in werking getreden.

Algemene bepalingen

Artikel 1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ons/wij: Gedeputeerde Staten van Gelderland;

  • b.

    woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan waar de belanghebbende metterwoon is gevestigd;

  • c.

    plaats van tewerkstelling: het gebouw, gebouwencomplex of terrein waar of van waaruit de belanghebbende naar het oordeel van het bevoegde gezag gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;

  • d.

    standplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel van die gemeente waar de plaats van tewerkstelling van de belanghebbende is gelegen;

  • e.

    gezinsleden: de echtgenoot of relatiepartner van de belanghebbende en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot of relatiepartner, voor zover zij met hem samenwonen;

  • f.

    relatiepartner: degene met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring waarvan het model door ons wordt vastgesteld; tegelijkertijd kan slechts één persoon als relatiepartner worden aangemerkt.

  • g.

    eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van ons;

  • h.

    verplaatsen/verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de belanghebbende in opdracht van ons;

  • i.

    dienstwoning: de door ons aan de belanghebbende in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning;

  • j.

    berekeningsgrondslag: 108% van het tot een jaarbedrag herleide salaris, genoemd in artikel 1.1, onderdeel bb Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies 2018, en van de toelagen op jaarbasis op basis van de artikelen 3.3.1 tot en met 3.3.5 Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies 2018, op het berekeningstijdstip; indien belanghebbende in het genot is van een toelage als bedoeld in artikel 3.3.1 tot en met 3.3.5 Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies 2018, wordt deze voor de vaststelling van de berekeningsgrondslag vastgesteld op het bedrag dat de belanghebbende gedurende de drie kalendermaanden voorafgaand aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.

  • k.

    berekeningstijdstip:

    • 1e

      de datum waarop de belanghebbende verhuist;

    • 2e

      indien de belanghebbende verhuist vóór de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van indiensttreding;

    • 3e

      bij het overlijden of ontslag van de belanghebbende, de datum waarop laatstelijk wedde werd genoten.

Aanspraken op verhuiskostenvergoeding

Artikel 2.

  • 1.

    Aanspraak op verhuiskostenvergoeding bestaat

    • a.

      indien de belanghebbende is verplaatst of bij de provincie Gelderland in dienst is getreden en wij opdracht hebben gegeven zich in of binnen een naar ons oordeel te bepalen redelijke afstand van de plaats van tewerkstelling metterwoon te vestigen;

    • b.

      indien de belanghebbende is verplaatst of bij de provincie Gelderland in dienst is getreden en hij daarbij, althans binnen één jaar na verplaatsing of indiensttreding, schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven te willen verhuizen om dichter bij de plaats van tewerkstelling te gaan wonen, mits hij zich binnen een afstand van 25 kilometer van de standplaats vestigt en de afstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling ten minste 50 kilometer bedroeg; de verhuizing dient plaats te vinden binnen twee jaren na het kenbaar maken van de wens tot verhuizing;

    • c.

      indien de belanghebbende is opgedragen een dienstwoning te betrekken of te verlaten; de aanspraak bestaat echter niet, indien het verlaten van een dienstwoning samenhangt met een ontslag op eigen verzoek anders dan met het oog op een volledige FPU-uitkering en het ontslag ingaat binnen twee jaren nadat de dienstwoning is betrokken, of indien het verlaten van de dienstwoning samenhangt met een ontslag als gevolg van aan de belanghebbende te wijten feiten of omstandigheden.

  • 2.

    Voor een eenmalige beperkte verhuiskostenvergoeding komt in aanmerking de belanghebbende in dienst van de provincie Gelderland die, zonder dat daartoe door ons opdracht is gegeven, in verband met zijn dienstbetrekking verhuist naar een woning gelegen binnen 10 kilometer van de plaats van tewerkstelling, mits aan betrokkene in het verleden in het kader van zijn indiensttreding geen verhuiskostenvergoeding is toegekend.

  • 3.

    Voor de vaststelling van de grens van 25, 50 en 10 kilometer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk het tweede lid van dit artikel, zijn bepalend de grenzen zoals aangegeven op de in de bijlage van deze regeling opgenomen kaart (kenmerk: "Afdeling Personeel en Organisatie 1994").

  • 4.

    De belanghebbende die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op verzoek wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen. De verplichting tot terugbetaling geldt ook voor de belanghebbende als bedoeld in het tweede lid (beperkte verhuiskostenvergoeding). De tegemoetkoming in verhuiskosten c.q. een beperkte verhuiskostenvergoeding wordt slechts verleend indien belanghebbende schriftelijk heeft verklaard dat hij zal voldoen aan de terugbetalingsverplichting als hierboven bedoeld.

  • 5.

    Indien het verlaten van een dienstwoning verband houdt met het overlijden van de belanghebbende, komt de aanspraak op verhuiskostenvergoeding toe aan de nagelaten gezinsleden.

  • 6.

    Geen aanspraak op een verhuiskostenvergoeding heeft de belanghebbende met een dienstverband korter dan twee jaar.

Artikel 3.

  • 1.

    In het geval dat een verhuizing geschiedt op medisch advies in het belang van de belanghebbende of een van de gezinsleden, zonder dat de belanghebbende wordt verplaatst, kunnen wij een verhuiskostenvergoeding verlenen, mits een door ons aangewezen geneeskundige heeft verklaard, dat deze verhuizing medisch noodzakelijk is.

  • 2.

    In bijzondere gevallen kan, zonder dat de belanghebbende is verplaatst, door ons een verhuiskostenvergoeding worden verleend.

Samenstelling verhuiskostenvergoeding

Artikel 4.

De verhuiskostenvergoeding voor ambtenaren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestaat uit:

  • a.

    een bedrag voor de kosten van transport door een erkende verhuizer van de inboedel van de belanghebbende en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken (transportkosten);

  • b.

    een bedrag voor dubbele woonkosten;

  • c.

    een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.

Bedrag verhuiskostenvergoeding

Artikel 5.

  • 1.
    • a.

      De tegemoetkoming in transportkosten als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, wordt bepaald op het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze naar ons oordeel redelijk worden geacht.

    • b.

      De tegemoetkoming in dubbele woonkosten als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, is gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten met inachtneming van een door ons nader vast te stellen maximum per maand, met dien verstande, dat de tegemoetkoming over een termijn van maximaal vier maanden wordt verleend.

    • c.

      Indien de belanghebbende op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert en deze naar de nieuwe woning wordt overgebracht, wordt de tegemoetkoming in alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, gesteld op 12% van de voor hem geldende berekeningsgrondslag, met inachtneming van het in het vierde lid bedoelde maximum.

  • 2.

    Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten of relatiepartners beiden belanghebbenden zijn in de zin van deze regeling, wordt de tegemoetkoming als bedoeld in het vorige lid, onderdeel c, berekend over de gezamenlijke grondslag, met dien verstande dat de tegemoetkoming niet meer kan bedragen dan het bedrag dat ingevolge de fiscale wetgeving aan één belanghebbende onbelast kan worden uitgekeerd.

  • 3.

    Indien de belanghebbende geen eigen huishouding voert of deze niet naar de nieuwe woning wordt overgebracht, wordt de vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, beperkt tot een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsgrondslag.

  • 4.

    De ingevolge deze regeling uit te keren vergoedingen zijn maximaal gelijk aan het bedrag waarboven de vergoedingen in de fiscale wetgeving als bovenmatig worden aangemerkt.

Artikel 6.

Het bedrag van de beperkte vergoeding als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt nader door ons vastgesteld.

Artikel 7.

Voor zover de verhuizing geschiedt na ontslag uit de dienst of na overlijden, zal bij de berekening van de verhuiskostenvergoeding worden uitgegaan van de berekeningsgrondslag die voor de belanghebbende voor zijn ontslag of overlijden laatstelijk gold.

Tegemoetkoming in pensionkosten en reiskosten gezinsbezoek

Artikel 8.

  • 1.

    De belanghebbende die opdracht heeft gekregen naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen daartoe, niet slaagt, en die naar ons oordeel niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de standplaats. Daarnaast kan hij recht doen gelden op een tegemoetkoming voor ten hoogste eenmaal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek, dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is. De tegemoetkoming in reiskosten is maximaal gelijk aan de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer naar het tarief van de laagste klasse, dan wel - indien de woonplaats naar ons oordeel moeilijk met openbaar vervoer te bereiken is - gelijk aan een nader door ons te bepalen bedrag per kilometer.

  • 2.

    De tegemoetkoming in pensionkosten als bedoeld in het eerste lid bedraagt 90% van de betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten niet uitgaan boven de door ons redelijk geoordeelde pensionkosten.

  • 3.

    Indien een belanghebbende als bedoeld in het eerste lid naar ons oordeel niet alles wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de tegemoetkomingen als bedoeld in het eerste lid. De tegemoetkoming vervalt in ieder geval twee jaren nadat de verplichting tot verhuizen is ontstaan.

  • 4.

    Een tegemoetkoming in pensionkosten en reiskosten voor gezinsbezoek als bedoeld in het eerste lid kan, voor een periode van maximaal twee jaren, ook worden toegekend aan de belanghebbende als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

     

     

Aanvraag toekenning vergoeding

Artikel 9.

  • 1.

    De aanvraag voor de toekenning van een verhuiskostenvergoeding wordt vóór de datum van de verhuizing bij ons ingediend.

  • 2.

    Zo spoedig mogelijk na de verhuizing doch in ieder geval binnen zes maanden daarna doet de belanghebbende bij ons opgave van de kosten als bedoeld in artikel 4, onderdelen a en b. Ten aanzien van de transportkosten wordt een originele rekening overgelegd.

  • 3.

    De aanvraag voor de toekenning van een tegemoetkoming in pensionkosten en reiskosten voor gezinsbezoek als bedoeld in artikel 8 wordt vooraf bij ons ingediend.

     

     

Slotbepalingen

Artikel 10.

Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een vergoeding als bedoeld in deze regeling, wordt de vergoeding krachtens deze regeling slechts verleend tot het bedrag waarmee deze vergoeding de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.

Artikel 11.

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet of de toepassing tot onbillijkheden zou leiden, kan door ons een voorziening naar redelijkheid worden getroffen. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kunnen wij afwijken van deze regeling.

Artikel 12.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13.

Deze regeling wordt aangehaald als Verhuiskostenregeling provincie Gelderland.

Gedeputeerde staten van Gelderland