Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gouda

Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGouda
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012
CiteertitelRegeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012, art. 7

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-09-2014Nieuwe regeling

23-09-2014

Onbekend

903685

Tekst van de regeling

Intitulé

Burgemeester en wethouders van Gouda

Gelezen het advies van de afdeling Beheer Openbare Ruimte d.d. 2 mei 2012;

gelet op artikel 7, eerste lid, van de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012;

besluiten:

tot vaststelling van de Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012.

 

Artikel 1. De commissie

Er is een commissie van advies, die adviseert aan het college, inzake de naamgeving van de openbare ruimte, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 2. Taak

  • 1.

    De commissie brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college over:

    • a.

      de grens en de naam van de woonplaats(en), het verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers van de woonplaats(en) in wijken en buurten.

    • b.

      Het toekennen per woonplaats van namen aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.

      2.De commissie hanteert bij haar advisering de Beleidslijn naamgeving openbare ruimte, zoals vermeld in bijlage 1 van deze verordening.

Artikel 3. Samenstelling en lidmaatschap

  • 1.

    De commissie bestaat uit een oneven aantal leden met een maximum van negen, die woonachtig zijn in Gouda. Een brede belangstelling strekt de leden tot aanbeveling, alsmede affiniteit met de Goudse geschiedenis en cultuur in de ruimste zin van het woord. Bovendien dient de pluriformiteit van de Goudse samenleving zo veel mogelijk in de samenstelling van de commissie te worden weerspiegeld.

  • 2.

    De leden worden door het college benoemd voor een periode van 4 jaar, met de mogelijkheid tot een éénmalige verlenging van 4 jaar. De commissie adviseert het college over de benoeming van nieuwe leden. Op 1 januari van elk jaar treden volgens een door de commissie op te stellen rooster één of meerdere leden af.

  • 3.

    De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie, die maatregelen treft om in de vacature te voorzien.

  • 4.

    Bij de werving van nieuwe leden dient de commissie zoveel mogelijk rekening te houden met de volgende deskundigheid: neerlandicus, archivaris, geschiedkundige of Goudoloog, ofwel dat de nieuwe leden in ruime mate interesse hebben voor geschiedenis en cultuur in het algemeen en voor Gouda in het bijzonder.

Artikel 4. Voorzitter

  • 1.

    De commissie kiest uit haar midden een voorzitter

  • 2.

    De voorzitter heeft in de commissie stemrecht.

Artikel 5. Secretaris

  • 1.

    Het college benoemt de ambtelijk secretaris.

  • 2.

    De secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht.

  • 3.

    De secretaris dient de commissie desgevraagd van advies.

Artikel 6. Adviseur

Het college benoemt een vertegenwoordiger van het Streekarchief Midden-Holland als adviseur en permanent stemgerechtigd lid van de commissie.

Artikel 7. Ondertekening van stukken

  • 1.

    De stukken van de commissie worden ondertekend door de voorzitter.

  • 2.

    De stukken van procedurele aard worden door de secretaris ondertekend.

Artikel 8. Advisering

  • 1.

    De voorzitter is, eigener beweging of daartoe uitgenodigd door de commissie, bevoegd ambtenaren en andere deskundigen uit te nodigen tot het deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.

  • 2.

    Bij inpassing in bestaande bebouwing kan de adviescommissie interactief de wijkbewoners betrekken, voordat het college geadviseerd wordt.

Artikel 9. Werkwijze

  • 1.

    De commissie komt bijeen wanneer de voorzitter dit nodig acht of op verzoek van het college.

  • 2.

    De commissie vergadert slechts als tenminste de helft van de leden aanwezig is, waaronder de voorzitter.

  • 3.

    Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter. Bij het vernoemen van levende personen is echter unanimiteit vereist.

  • 4.

    De commissie vergadert en besluit in het openbaar.

Artikel 10. Vervallen oude regels

Met de inwerkingtreding van deze Regeling commissie naamgeving openbare ruimte vervalt de Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 1.2.4 vastgesteld 30 maart 2004 en de Beleidsnotitie naamgeving en nummering openbare ruimte van maart 2004.

Artikel 11. Slotbepaling

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de voorzitter van de commissie.

Artikel 12. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012”.

  • 2.

    De regeling treedt in werking een dag na de dag waarop zij is bekendgemaakt.

Aldus besloten in de vergadering van

Burgemeester en wethouders voornoemd,

, burgemeester

, secretaris

Bijlage 1: Beleidslijn bij de regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012

Bijlage 1: Beleidslijn bij de regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012

Beleidslijn naamgeving openbare ruimte.

  • 1.

    Bij de naamgeving van de openbare ruimte zal er geen vernoeming naar levende personen worden gehanteerd, met uitzondering van vernoeming naar leden van het Koninklijk Huis. Besluitvorming wordt genomen op basis van het gestelde in artikel 9, derde lid van de Regeling commissie naamgeving openbare ruimte 2012.

  • 2.

    Bij vernoeming naar overleden personen zal het advies van de VNG worden gevolgd. In dit advies wordt aangegeven een periode van 10 jaar na overlijden te hanteren, dit in verband met een eventueel omstreden verleden. Tevens wordt geadviseerd om een zorgvuldig antecedentenonderzoek te verrichten en altijd de nabestaanden vooraf om toestemming te vragen bij een mogelijke vernoeming.

  • 3.

    Bij de naamgeving dient een eenvoudige spelling te worden gehanteerd. Klank, woordcombinatie en samenhang met het achtervoegsel dienen te worden meegewogen.

  • 4.

    Buitenlandse namen dienen zo weinig mogelijk te worden gebruikt. Zij dienen in elk geval goed uitspreekbaar te zijn om verbastering te voorkomen.

  • 5.

    Gelijkluidendheid van naamgeving dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.

  • 6.

    Het opnemen van getallen in de naamgeving van openbare ruimten dient achterwege te blijven, dit om te voorkomen dat verwarring met nummeraanduidingen van adressen ontstaat.

  • 7.

    Namen langer dan 24 karaktertekens worden slechts bij uitzondering vastgesteld, zodat de namen geschikt zijn voor administratieve verwerking in interne- en externe databestanden, maar ook om verbastering en afkortingen tegen te gaan. Indien de benaming langer is dan 24 karaktertekens wordt ook een verkorte schijfwijze aangegeven.

  • 8.

    Bij grote nieuwbouwlocaties of nieuwe stadsdelen wordt binnen de wijk of de buurt een thema of onderwerp gekozen, al dan niet aansluitend bij de bestaande benamingen, waarop alle naamgeving van de openbare ruimte in het betreffende gebied zal worden afgestemd.

  • 9.

    Indien er bij herstructurering van een wijk een enkele nieuwe naamgeving noodzakelijk is, dient de naam in verband met de vindbaarheid aan te sluiten bij de bestaande benamingen van de omliggende straten of het thema van de wijk of buurt.

  • 10.

    Het wijzigen van benamingen van de openbare ruimte dient te worden vermeden, in verband met de schade voor de betrokken aanwonenden. Bij een voorgenomen wijziging kan de gemeente vooraf de bereidwilligheid tot medewerking van de aanwonenden inventariseren om daarmee het kostenaspect in kaart te brengen. Bij een noodzakelijke wijziging, moet er door de gemeente een wachttijd in acht worden genomen van negen maanden tot één jaar, zodat de gemeente niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de kosten van de aanwonenden. De aanwonenden dienen zelf aan te geven of zij onevenredig in hun belang zijn geschaad.